“Over deze behoudenis hebben profeten onderzocht en nagevorst die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij navorsten welke of wat voor tijd de Geest van Christus Die in hen was, aanduidde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat over Christus zou komen en van de heerlijkheden daarna.” (1Petr.1:10-11)
Voorwoord
Wanneer we Psalm 69 vergelijken met Psalm 22 valt onmiddellijk op dat ze beiden gaan over het lijden. Maar wat nog belangrijker is dat beide Psalmen profetisch spreken van het lijden van de Messias. We noemen ze dan ook ‘messiaanse psalmen,’ dat wil zeggen dat deze Psalmen aangehaald zijn in het Nieuwe Testament en typologische of profetisch worden toegepast op de Heer Jezus. Denkt u maar eens aan Psalm 2, waar gesproken van “zijn Gezalfde”, dat wordt aangehaald in Handelingen 4:25-27 en toegepast op de Heer Jezus. De auteur van beide Psalmen is David. Dat over de Heer Jezus in het Oude Testament en dus ook in de Psalmen geschreven is, bevestigd Hijzelf door daarnaar te verwijzen. “Hij nu zei tot hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles moest worden vervuld wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en in de profeten en psalmen.” (Luk.24:44)
Inleiding Psalm 22
Psalm 22 beschrijft de kruisiging van Christus in de verzen 1-21 en Zijn opstanding in de verzen 22-31. Aangezien kruisiging in de tijd van David nog onbekend was bij de Joden en voor het eerst door de Romeinen werd geïntroduceert, kan deze levendige beschrijving van Christus’ dood aan het kruis alleen door de inspiratie van de Geest zijn opgetekend. Het is interessant om de twee gedeelten van deze psalmen met elkaar te vergelijken. Zoals reeds vermeld, zien we in de verzen 1-21 het lijden en de kruisiging van Christus, terwijl we in de verzen 22-31 Zijn heerlijkheid en opstanding zien. In het eerste gedeelte zien we zijn lijden en gebed, en in het tweede gedeelte lofprijs en er is sprake van een belofte. Het eerste laat ons Christus zien te midden van Zijn vijanden; het tweede toont ons Christus te midden van de Gemeente (Heb.2:12).
Vervulling in het Nieuwe Testament
Deel 1 – 22:1-22
Het is niet moeilijk om de vervulling van dit hoofdstuk te zien in het verhaal van het kruis in het Nieuwe Testament.
(1) Vs.1 – Mijn God, mijn God waarom hebt U Mij verlaten – Mat.15:34
(2) Vs.2 – Afwisseling van licht en duisternis – Mat.27:45
(3) Vs.6-8 – De smaad van het volk – Mat.27:45
(4) Vs.11-12 – Hem werd geen hulp geboden – Mat.26:56
(5) Vs.16 – Zijn handen en voeten werden doorboord – Mat.27:35
(6) Vs.17 – De mensen staarden naar Hem – Luk.23:35
(7) Vs.17 – Ze dobbelden om Zijn klederen – Joh.19:23-24
Deel 2 – 22:23-31
In deze verzen verandert het tafereel en komen we bij de opstanding. Zie Hebreeën 2:11-12 voor de uitleg hiervan in het Nieuwe Testament. Christus hangt niet langer aan het kruis; Hij bevindt zich te midden van Zijn broeders (de gemeente) en verkondigt de heerlijkheid van God. Vers 24 moet in samenhang met Hebreeën 5:7 worden gelezen. Dit laatste gedeelte van de Psalm is doordrenkt van lofprijzing: in de gemeente (vers 21), in Israël (de verzen 23-26) en onder de volken (de verzen 27-31). Vers 31 eindigt met de woorden “Hij heeft dit gedaan”, wat parallel loopt aan Jezus’ woorden: “Het is volbracht.” Door het werk van Christus aan het kruis is de redding tot stand gebracht en zullen allen die in geloof tot Hem komen, gered worden.
Inleiding Psalm 69
Psalm 69 is ook een messiaanse psalm, het lijden van Christus staat hier centraal. Na Psalm 22 en 110 is Psalm 69 de psalm die het vaakst in het Nieuwe Testament wordt geciteerd. De psalm wordt aan David toegeschreven en vertoont duidelijke verwantschap met de Psalmen 35, 40 en 109, die eveneens aan David worden toegeschreven. Deze psalm kan overduidelijk toegepast worden op het lijden van de Heer Jezus, maar wat met de verzen 35-36? Wanneer, tijdens de regering van David, moesten de steden van Juda worden herbouwd en het volk naar huis worden teruggebracht? Wanneer zongen de dronkaards in de poorten over hem (vs.12) en stonden zijn vijanden op het punt hem te vernietigen (Vss. 4, 18-19)? Bepaalde gegevens uit de psalm passen bij de tijd van zowel Jeremia als Hizkia, maar het is lastig om alles in de tijd van David te plaatsen.
Indeling van Psalm 69
(1) Vers 1-12 – Gebed om verlossing
Het is een roep om verlossing waarmee deze Psalm begint en vergelijkt zijn situatie als van een drenkeling die op het punt staat ten onder te gaan. Onder te gaan vanwege zijn zonden. De tweede reden van zijn roep om verlossing was, dat Gods Naam niet gesmaad zou worden door zijn toedoen toen Hij dreigde onder te gaan door de vijandschap van de mensen.
(2) Vers 13-21 – Geen troosters
“De smaad heeft mij het hart gebroken, en ik ben verzwakt. Ik wachtte op een teken van medelijden, maar tevergeefs, op troosters, maar ik vond hen niet.” (Vs.21) Dit vers geeft meer dan andere in deze psalm, de eenzaamheid en verlatenheid weer die de Heer Jezus heeft ervaren tijdens de uren van zijn kruisiging. ‘Smaad’ wil zeggen dat je iemands reputatie beschadigd door het openbaar maken van negatieve feiten of beschuldigingen. In het geval van de heer Jezus onterecht feiten en beschuldigingen. Denk aan vers 5 waar de psalmist zegt: “Wat ik niet geroofd heb, moet ik toch teruggeven.” Wat is het medicijn voor een ‘gebroken hart’? David bad: Verlos mij. Antwoord mij. Nader tot mij. Bevrijd mij (69:1, 14, 15, 18).
(3) Vers 22 – 36 – Toekomstige vreugde
Een geheel andere toon in deze psalm kunnen we opmerken vanaf vers 22 tot aan het einde. “Ik zal de naam van God prijzen met een lied, Hem verheerlijken met een lofzang.” (Vs.31)
De psalmist zag uit naar de dag waarop de rollen zouden worden omgedraaid, de dag waarop God Sion zou verlossen. Eerst het lijden, daarna de heerlijkheid. Zo zal het zijn wanneer de Messias zal verschijnen en het Vrederijk zal aanbreken en het volk Israël in vrede zal wonen in het land van hun vaderen. In Hebreeën 12:2 lezen we over ‘de vreugde die voor Hem lag,” dat die dag maar spoedig mag aanbreken!
Vervulling in het Nieuwe Testament
(1) – Vs.2 – Hij werd van God verlaten – Luk.27:46
(2) – Vs.8 – Hij werd gelasterd en bespot – Mat.27:39
(3) – Vs.9 – Hij was een vreemde voor zijn broers en moeder – Mat.12:46-50; Joh.7:1-9
(4) – Vs.17 – Zijn handen en voeten werden doorboord – Luk.24:39-40; Joh.20:20,25, 27
(5) – Vs.19 – Zijn kleren werden verloot – Mat.27:35
(6) – Vs.21 – Een teken van medelijden – Luk.23;27
(7) – Vs.22 – Hij kreeg azijn te drinken – Mat.27:48
Contrasten tussen Psalm 22 en 69
Beide Psalmen hebben als thema het lijden van Christus. In Psalm 22 zien we het lijden dat de Heer Jezus heeft ondergaan toen Hij tot zonde werd gemaakt. “Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.” (2Kor.5:21) We zien hierin het lijden van de kant van God. “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” (22:1) Deze uitroep vinden we terug in Lukas 23:39.
In Psalm 69 zien we het lijden dat de Heer Jezus is aangedaan door de handen van mensen, maar ook vanwege de zonden (Ps.69:5, 13, 15 19) Het waren niet de zonden die de Heer Jezus zou hebben gedaan, Hij had geen zonden en heeft nooit gezondigd! (2Kor.5:21; 1Petr.2:22; 1Joh.3:5) “Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jes.53:5)
Praktische toepassing
Het lijden dat de Heer Jezus heeft ondergaan stelt Hem in staat ons te begrijpen wanneer ook wij ook lijden moeten ondergaan. “Want waarin Hijzelf geleden heeft toen Hij verzocht werd, kan Hij hun die verzocht worden te hulp komen.” (Heb.2:18) De Heer Jezus is verzocht geweest in alle dingen en daarom kan Hij met ons meelijden (Heb.4:15). Wanneer we ons zouden afvragen wat de Heer Jezus nu, nadat Hij is gaan zitten aan de rechterhand van God, in de hemel doet? Hij is onze Voorspraak bij de Vader en als iemand zondigt treedt Hij tussenbeide (1Joh.2:1). Maar Hij is ook onze Hogepriester die met ons mee kan voelen en wanneer we verzocht worden ons kan helpen om genade vinden tot hulp vanwege onze zwakheden op de juiste tijd.