Johannes werd in zijn dagen geconfronteerd met valse leer zoals wij in onze tijd met valse leraars geconfronteerd worden (2Tim.4:3-4). De valse leraars in Johannes dagen verkondigden onder andere: (1) dat materie zondig was en dat om die reden Christus niet in het vlees gekomen was; (2) dat Christus maar een gewoon mens was zoals wij; (3) dat kennis van de waarheid meer betekend dan de waarheid toe te passen in je leven; en (4) dat slechts een klein aantal zogenaamde ‘geestelijken’ bepaalde geestelijke waarheden konden begrijpen. In verband hiermee wordt ook onze aandacht gevraagd voor de antichrist, die Jezus niet als in het vlees gekomen belijdt (1Joh.4:3).
Gods Woord
God openbaart Zich aan ons onder andere in Zijn Woord, dat de waarheid is (Joh.17:17); daarom kunnen we geen leugens geloven en toch gemeenschap met God hebben. Johannes waarschuwt voor de antichristelijke leraren die al in de wereld zijn en vertelt ons hoe we ze kunnen herkennen: (1) ze hebben de gemeenschap van de waarheid verlaten; (2) ze ontkennen dat Jezus Christus de Zoon van God is, gekomen in het vlees; (3) ze proberen gelovigen te verleiden (1Joh.2:19, 22, 26) Johannes is het eens met wat Petrus beschrijft (2 Petrus 2): dat deze valse leraren ooit in de kerk waren, maar zich vervolgens hebben afgewend van de waarheid die ze eerder beleden te geloven. Daarom moeten we “strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd.” (Judas:3) We dienen predikers en wat ze leren te onderwerpen aan Gods Woord (1Kor.14:29), en dat des te meer naarmate de dag van Jezus’ komst dichterbij komt. “Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden.” (2Tim.4:3-4) “Wat zegt Gods Woord?” dat is de vraag die we ons altijd moeten stellen.
De Heilige Geest
Hier komt de Heilige Geest in beeld: Hij is onze hemelse zalving die ons de waarheid brengt. De Geest van God gebruikt het geïnspireerde Woord van God om Gods waarheid aan ons door te geven. “U weet alle dingen” in vers 2:20 zou moeten zijn: “en u weet het allen.” Vers 2:27 moet niet zo worden opgevat dat christenen geen behoefte hebben aan herders of leraren, anders zou Efeziërs 4:8-16 niet in het Nieuwe Testament staan. Johannes zegt veeleer dat gelovigen persoonlijk door de Geest onderwezen moeten worden door het Woord en niet altijd afhankelijk moeten zijn van menselijke leraren. “Maar wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden.” (Joh.16:13-14; 14:26) De christen die in gemeenschap is met God, zal de Bijbel lezen en begrijpen en onderwezen worden door de Geest. In de verzen 28-29 suggereert Johannes (zoals Petrus ook leerde) dat valse leer en leven hand in hand gaan. Als we de waarheid met ons hart geloven en ons eraan wijden, zullen we een heilig leven leiden voor God en de mensen. Natuurlijk is een van de grootste prikkels tot een heilig leven de aanstaande wederkomst van Jezus Christus. Hoe tragisch is het dat sommige christenen die niet in gemeenschap met Christus zijn geweest, zich zullen schamen wanneer Hij terugkomt (2:28; 3:2-3).
Onderwerpen
De nadruk in deze brief ligt voor wat betreft valse leer op twee onderwerpen: (1) de antichrist en (2) de persoon van Christus. Volgens 1 Johannes is iedereen die ontkent dat Jezus de Christus is, dat hij de unieke Zoon van God is, of dat hij in het vlees gekomen is, een “antichrist”. De Bijbelse term verwijst echter hoofdzakelijk naar één specifiek persoon in wie die ontkenning haar volle uitdrukking bereikt en die een sleutelrol zal spelen in de laatste fase van de geschiedenis.
De antichrist
Het woord “antichrist” komt slechts vier keer voor, alle vier in de brieven van Johannes (1 Joh.2:18, 22; 4:3; 2Joh:7). 1 Johannes 2:18 verwijst naar de antichrist maar ook naar vele antichristen en was gewaarschuwd hun komst te verwachten (2:18-27). De aanwezigheid van vele antichristen gaf in feite aan dat de eindtijd was aangebroken. Maar Johannes waarschuwde dat er nog een laatste antichrist zou verschijnen. Hij zou, net als de anderen, ontkennen dat Jezus de Christus is. Johannes beschreef verder dat elke persoon of prediker die Jezus niet “belijdt” als zijnde van de geest van de antichrist (4:3). In 2 Johannes verwees hij naar “vele verleiders” die de komst van Jezus Christus in het vlees niet erkenden (2Joh:7). Dat is het kenmerk van de antichrist, dat hij loochent dat Jezus de Christus is. Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent (2:22). Zo iemand, zo schreef hij, was “de verleider en de antichrist”. De Heer Jezus wees al op zijn “opvolger” door te zeggen: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen.” (Joh.5:43) Dat is ook de betekenis van de naam antichrist, niet ‘tegen’ maar ‘in plaats van.’ In het boek Openbaring wordt er over deze persoon met andere bewoordingen gesproken. “En ik zag een ander beest opstijgen uit de aarde; en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als de draak.” (13:11) Verder in de tweede brief aan de Thessalonicenzen als “de mens van de zonde” en “de zoon van het verderf” (vs.3).
Het Arianisme
Zoals hierboven gesteld is het tweede onderwerp waar Johannes speciaal de nadruk oplegt, de Persoon van de Heer Jezus. Het arianisme is een vroege christelijke ketterij die stelde dat Jezus niet werkelijk goddelijk was. Arianen zijn aanhangers van Arius (ong. 336), die leerde dat Jezus het eerste en hoogste schepsel van God was en diens eeuwige pre-existentie en wezensgelijkheid met de Vader loochende. God de Vader werd gezien als de enige zelfbestaande en altijd bestaande God, en Jezus als een geschapen wezen met een begin. De Jehova’s Getuigen worden vaak vergeleken met het arianisme ook zij verwerpen de Drie-eenheid, wat betekent dat zij niet geloven dat God uit één wezen bestaat in drie personen (Vader, Zoon en Heilige Geest). Zij geloven dat Jezus de Zoon van God is, maar niet als de eeuwig goddelijke Zoon zoals in de Drie-eenheid. De vergelijking tussen arianen en Jehova’s Getuigen komt voort uit hun gedeelde afwijzing van de traditionele Triniteit. Waarom stelde Johannes deze belijdenis in 4:1-6 voor als een test? Sommige tegenstanders van Johannes, docetisten genaamd, geloofden in het inherente kwaad van al het materiële. Daarom betoogden zij dat Jezus geen echt lichaam van “vlees en bloed” kon hebben gehad. Hij leek alleen maar een lichaam te hebben; in werkelijkheid was hij iets dat leek op een spook. Andere leraren, beïnvloed door een man genaamd Cerinthus, beweerden dat de geest van de goddelijke Christus bij zijn doop neerdaalde op het lichaam van een man, Jezus, en hem vervolgens vlak voor zijn kruisiging verliet. Denk er eens over na. Als Jezus niet de God-mens was en is, die in het Nieuwe Testament wordt weergegeven, dan volgt daaruit dat de hele Schrift verdacht is, en dat onze zonden feitelijk niet vergeven zijn. Gelovigen hebben de verantwoordelijkheid om elke kerk of leer die een historische, bijbelse overtuiging over de Persoon van Jezus Christus verwerpt, ter discussie te stellen!
Tenslotte
We sluiten dit artikel af met de beginwoorden van deze brief van Johannes: “Wat van het begin af was, wat wij gehoord, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd en onze handen betast hebben betreffende het Woord van het leven en het leven is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en ons geopenbaard is.” (1Joh.1:1-2)