Bijbel – Nieuwe Testament – Deel 5 – Lessen uit 1 Johannes – Liefde en Haat

7 oktober, 2025

Bijbelboeken: 1 Johannes

Bijbel – Nieuwe Testament

Lessen uit de eerste brief van Johannes

Deel 5 – “Liefde en Haat”

Inleiding

In 1 Johannes zien we drie terugkerende thema’s die door elkaar gebruikt worden in deze brief: (1) ‘Licht en Duisternis’; (2) ‘Waarheid en Leugen’ en (3) ‘Liefde en Haat’ en over het laatste thema gaat dit artikel. Ook in deze brief legt Johannes de nadruk op heiligheid en een wandel overeenkomstig onze belijdenis. Wij leven als gelovige door Christus en het Woord van God is daarin onze reisgids.  Alle mensen geloven dat liefde belangrijk is, maar ze denken meestal dat liefde een gevoel is. In werkelijkheid vereist liefde een keuze en een handeling, zoals 1 Korintiërs 13:4-7 laat zien. God is de bron van onze liefde; Hij hield genoeg van ons om Zijn Zoon voor ons op te offeren. Jezus geeft ons het voorbeeld van wat het betekent om lief te hebben; alles wat Hij deed in leven en dood was uiterst liefdevol. De Heilige Geest geeft ons de kracht om lief te hebben; Hij leeft in ons hart en maakt ons steeds meer zoals Christus. Gods liefde gaat altijd gepaard met een keuze en een actie; onze liefde zou gelijk moeten zijn aan die van Hem. Hoe toont u uw liefde voor God in de keuzes die u maakt en de daden die u onderneemt?

A. Liefde

“En wij hebben onderkend en geloofd de liefde die God ten aanzien van ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.” (1Joh.4:16, 8)

Tweemaal vinden we in 1 Johannes de vermelding “God is liefde.” (1Joh.4:8, 16) Maar het blijft niet alleen bij deze mededeling, God geeft ons een duidelijk bewijs daarvan. “Hierin is de liefde van God ten aanzien van ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld heeft gezonden, opdat wij zouden leven door Hem.” (1Joh.4:9) En wat de Vader heeft gedaan, doet ook de Zoon, ook Hij geeft ons een bewijs van zijn liefde. “Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons heeft afgelegd.” (1Joh.3:16) Maar ook naar zondaars toont God zijn liefde: “Maar God bevestigt Zijn liefde tot ons [hierin], dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.” (Rom.5:8) God is de bron van onze liefde. Hij hield genoeg van ons om zijn Zoon voor ons op te offeren. Jezus gaf ons het voorbeeld van wat liefhebben betekent; alles wat Hij deed in leven en dood was uiterst liefdevol. De Heilige Geest geeft ons de kracht om lief te hebben; Hij leeft in ons hart en maakt ons steeds meer op Christus lijken. Gods liefde gaat altijd gepaard met een keuze en een handeling, en onze liefde zou net als die van Hem moeten zijn. Hoe goed toont u uw liefde voor God in de keuzes die u maakt en de handelingen die u verricht?

Geen nieuw gebod

Geliefden, geen nieuw gebod schrijf ik u, maar een oud gebod, dat u van het begin af hebt gehad. Dit oude gebod is het woord dat u gehoord hebt. Anderzijds is het een nieuw gebod dat ik u schrijf, dat waar is in Hem en in u, omdat de duisternis voorbijgaat en het waarachtige licht al schijnt.” (1Joh.2:7-8)

Het gebod om anderen lief te hebben is zowel oud als nieuw. Voor de Joden was het liefhebben van anderen zo oud als de Pentateuch. “Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de Here.” (Lev. 19:18). Tijdens het Laatste Avondmaal zei Jezus tegen zijn discipelen. “Een nieuw gebod geef Ik u: dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u heb liefgehad, dat ook u elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat u Mijn discipelen bent, als u liefde onder elkaar hebt. (Joh. 13:34-35). Jezus noemde het gebod nieuw omdat hij het radicaal anders interpreteerde. De nieuwheid van Jezus’ gebod richtte zich op de praktijk van liefde. Omdat de harten van gelovigen veranderd waren door de ervaring van de liefde van Jezus, moesten ze zich richten op alle anderen die door diezelfde liefde veranderd zijn. Jezus gebood gelovigen om elkaar lief te hebben “zoals Ik jullie heb liefgehad.” Maar het Nieuwe Testament gaat ook veel verder dan het Oude Testament, want het vraagt niet wat het Nieuwe Testament wel doet, namelijk: “Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons heeft afgelegd; ook wij behoren het leven voor de broeders af te leggen.” (1Joh.3:16) Als voorbeeld mag Epafroditus dienen, “want om het werk van Christus is hij de dood nabijgekomen, doordat hij zijn leven heeft gewaagd om aan te vullen wat aan uw dienstbetoon jegens mij ontbrak.” (Fil.2:30)

Liefde in actie

 “Kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.” (1Joh.3:18)

God heeft zijn liefde geopenbaard door de gave van zijn Zoon, de Zoon heeft zijn liefde geopenbaard doordat Hij zijn leven heeft gegeven, maar hoe laten wij onze liefde van God zien, die in onze harten is uitgestort? (Rom.5:5) Johannes gaat wel heel ver door te stellen: “Ook wij behoren het leven voor de broeders af te leggen.” (1Joh.3:16; 1Thes.2:8) Hun leven afleggen doen ze door zich oprecht zorgen te maken over de behoeften van hun christelijke broeders en zusters en door onzelfzuchtig tijd, moeite, gebed en bezittingen te geven om in die behoeften te voorzien. Zo’n houding zou ertoe leiden dat ze daadwerkelijk voor een broeder of zuster zouden sterven, mocht dat ooit nodig zijn. Het leven van gelovigen zou voor hen niet kostbaarder moeten zijn dan Gods eigen Zoon voor Hem was. Wel, Johannes geeft een heel praktisch voorbeeld, namelijk door materiële hulp te bieden aan mede-gelovigen die gebrek lijden! “Wie nu aardse goederen heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden en zijn hart voor hem sluit, hoe blijft de liefde van God in hem?” (1Joh.3:17) Paulus ontving giften van de gemeente te Filippi voor zijn levensonderhoud (Fil.416) en op zijn beurt verzamelde hij geld voor de gelovigen in Jeruzalem (2Kor.8-9).

Ontspoorde liefde

“Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.” (1Joh.2:15)

Er is een conflict tussen liefde voor de Vader en liefde voor de wereld. Met de ‘wereld’ bedoelt Johannes alles wat tot dit leven behoort en tegen Christus is. Het is satans systeem, de maatschappij die tegen God is en de plaats van God inneemt. Als we de wereld liefhebben, verliezen we de liefde van de Vader en houden we op Zijn wil te doen. Alles in ons leven dat onze liefde voor geestelijke dingen afstompt of het ons gemakkelijk maakt om te zondigen, is werelds en moet worden weggedaan. Johannes noemt drie specifieke problemen: de begeerten van het vlees, de begeerten van de ogen en de hoogmoed van het leven. Is dit niet waar de mensen van de wereld voor leven? Maar leven voor de wereld betekent alles op den duur verliezen, omdat de wereld voorbijgaat. Lot leed zo’n verlies. Maar als we voor God leven, zullen we voor eeuwig blijven bestaan. Er kan geen ware gemeenschap zijn zonder liefde. Tenzij we God en Gods kinderen liefhebben, kunnen we niet in het licht wandelen en gemeenschap met God hebben. Demas is het gekende voorbeeld van iemand die de tegenwoordige wereld heeft lief gekregen. (2Tim.4:10) Hymenéüs en Filétus, die van de waarheid zijn afgeweken door te zeggen dat <de> opstanding al heeft plaatsgehad.” (2Tim.2:17) Hymeneüs en Alexander hebben wat het geloof betreft schipbreuk geleden (1Tim.1:20).

B. Haat

 “Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.” (1Joh.3:13)

De wereld haat ons

Het moet ons niet verbazen dat we als kind van God regenstand ervaren in de wereld. De Heer Jezus had daar al eerder op gewezen: “Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u heeft gehaat. Als u van de wereld was, zou de wereld het hare liefhebben; maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.” (Joh.15:18-19) En ook in Jezus’ gebed tot de Vader spreekt Hij daarvan (Joh.17:14-16).

De hele wereld, ligt in de macht van de boze omdat zij aan hem is overgegeven (Luk.4:6; 1Joh.5:19). Als kinderen van God leven wij op bezet gebied en het moet ons dus niet verwonderen dat we tegenstand zullen ervaren. Maar onze strijd is immers niet tegen vlees en bloed. “Want onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid in de hemelse gewesten.” (Ef.6:12; 2:2) Maar in Christus zijn wij meer dan overwinnaars, want Hij die in ons is, is meer dan hij die in de wereld is. (1Joh.4:4) “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.” (Rom.8:37) Kerken en Gemeenten, erkend door de overheid, zullen ongetwijfeld nog veel invloed op het reilen en zeilen mogen verwachten in de toekomst. Om een voorbeeld te geven: Op een vraag aan één der leden van een arbitrage-commissie “moeten we leden van een Gemeente die uitgesloten zijn, alsnog toegang verlenen wanneer ze de eredienst willen bezoeken?  Was het antwoord volmondig Ja, want de Gemeente is een officiële plaats van eredienst.” Op de vervolgvraag “Mogen ze dan ook gebruik maken van het avondmaal?” was het antwoord “Daar zijn ze in Brussel nog niet uit!” Dus Brussel – wie of wat het dan ook is – maakt uit hoe er de kerken en gemeenten gehandeld moet worden! Gelet op de huidige ideeën op allerlei ethische kwesties staat die Kerken en Gemeenten nog wat te wachten, mogen we vrezen!

Haat onder gelovigen

Haat is een intense en diepe vorm van afkeer, vijandigheid of walging jegens een persoon en gaat vaak gepaard met een verlangen om de gehate persoon schade toe te brengen. Haat hoort niet aanwezig te zijn in de gemeenschap van gelovigen. Ook al beweert iemand dat hij in het licht is, maar “wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.” (1Joh.2:11) Als voorbeeld van haat neemt Johannes zijn toevlucht tot het Oude Testament, en richt de aandacht op Kaïn die uit de boze was en zijn broer doodsloeg (1Joh.3:12). Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft. (1Joh.4:15) Ook in gemeenten kan gehandeld worden tegengesteld aan wat Gods Woord ons voorhoudt. Er kunnen scheuringen ontstaan (1Kor.11:18) en we lezen van een broeder die een rechtsgeding met een andere broeders voert en dat bij ongelovigen! (1Kor.6:6-7; 11:18) In een bedevaart lied van David lezen we hoe wel kan en moet: “Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen.” (Ps.133:1)

______________________________________________________________________________