Op de vragen en de spottende opmerkingen van de Joden in verband met de reacties die verband hielden met de uitstorting van de Heilige Geest (Hand.2:12-13), geeft Petrus in de daaropvolgende verzen 14–36 een passend antwoord, gevolg door een oproep zich tot God te bekeren.
Exegese
Het is verbazingwekkend met hoeveel gemak christenen de verzen 17-20 gebruiken om ze toe te passen voor de gelovigen van nu. Alleen al daardoor blijkt dat men geen rekening houdt, of kennis heeft van de regels van hermeneutiek (leer aangaande het wezen, de uitgangspunten en de methoden van de exegese.) Met doet niet aan exegese (Schriftuitleg) maar bezondigd zich aan eisegese (inlegkunde) Je eigen gedachten inlezen in de Schrift. Petrus, in zijn tweede brief, waarschuwt ons voor een eigenmachtige uitleg van de Bijbel “Weet dit eerst, dat geen profetie van de Schrift een eigen uitlegging heeft.” (2Petr.1:20; 3:16) In ons geval, de behandeling van de profetie van Joël, mogen we niet zomaar alles wat daarin staat voor ons van toepassing verklaren: “Het staat er toch!” Maar dienen we ons zelf bijvoorbeeld een aantal vragen te stellen en beantwoorden, o.a. (1) Wie zijn de geadresseerden? (2) Wat wordt bedoeld met de “laatste dagen”. (3) Wat is “de Dag des Heren?” (4) Is deze profetie ook in vervulling gegaan? (5) Wat is de bedoeling van het uitspreken van deze profetie? (6) In welke context staat deze profetie? Hier geen rekening mee te houden doet het gevaar ontstaan van zelfmisleiding! (Neem eens kennis van de Serie: “Hoe lees ik de Bijbel?” die u op mijn website kunt vinden.)
Enkele opmerkingen vooraf
Er zijn meerdere interpretaties van de profetie van Joël: (1) Er zijn christenen die geloven dat de uitstorting van de Heilige Geest die plaatsvond op Pinksteren en de tekenen die daarbij gebeurden nog steeds doorgaan. Profetie, visioenen en dromen worden gezien als gaven die God nog steeds geeft. (2) Anderen geloven dat de komst van de Heilige de vervulling is. (3) Nog weer andere bijbeluitleggers geloven dat het hier slechts om een vóórvervulling gaat en dat niet de hele profetie is vervuld omdat voorzegde gebeurtenissen, de kosmische tekenen (zon verduisterd, maan als bloed), worden gezien als gebeurtenissen die nog voorafgaan aan de dag van de Heer; de dag van oordeel en voleinding (vs.30; Mat.24:29; Luk.21:11,25; Op.6:12) Deze visie wordt door de meesten aanvaard als de meest waarschijnlijke.
De laatste dagen
Als je vraagt: “Leven we nu in de laatste dagen?”, dan antwoorden veel christenen: ja, want volgens het Nieuwe Testament zijn de “laatste dagen” begonnen met Jezus’ komst, dood, opstanding en de uitstorting van de Heilige Geest, terwijl de uiteindelijke voltooiing nog toekomstig is. Met de “laatste dagen” wordt de periode bedoeld tussen de eerste en de tweede komst van de Heer Jezus (Heb.1:1); het is een andere manier om te zeggen “vanaf nu”. Hier zijn enkele veelgenoemde kenmerken: 1. Moreel verval (2Tim.3:1-5); 2. Oorlogen en onrust (Mat.24:6-7); 3. Valse profeten en misleiders (Mat.24:4-5, 11, 24); 4. Afname van liefde (Mat.24:12); 5. Vervolging van gelovigen (Mat.24:9-10); 6. Wereldwijde verkondiging van het evangelie (Mat.24:14); 7. Toename van kennis (Dan.12:4); 8. Afval van het geloof (2Thes.2:3); 9. De “mens van de wetteloosheid” (2Thes.2:3); 10. Spotters (2Petr.3:3-4).
Inleiding
“16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: 17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen. 18 Ja, op Mijn slaven en op Mijn slavinnen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. 19 En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookwalm. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en luisterrijke dag van [de] Heer komt. 21 En het zal gebeuren dat ieder die de Naam van [de] Heer aanroept, behouden zal worden’.
De geadresseerden
Petrus sprak niet in talen (tongen); hij sprak tot zijn gehoor in het Aramees. De boodschap werd gegeven door een Jood voor de Joden, Merk op hoe Petrus op verschillende manieren de geadresseerden aanspreekt: “Joodse mannen”, “Mannen van Israël”, “het hele huis van Israël” en “Laat u redden van dit verkeerd (Joods) geslacht.” (Hand.2:14, 22, 29, 36 en 39) Petrus sprak op een Joodse feestdag, over de opstanding van de Joodse Messias Jezus Christus, die het Joodse volk had verworpen en laten kruisigen. De aanwezige heidenen (“u allen die in Jeruzalem woont”) waren mogelijk proselieten uit de volken (Hand.2:10). Petrus zou de deur naar de heidenen niet openen, maar deed dat later tijdens zijn bezoek aan Cornelius (Hand.10). Mogelijk verwachte Petrus nog dat het Joodse volk zich massaal, als volk, zou bekeren (Hand.3:19-21).
Petrus’ legde uit wat er gebeurd was – (2:14-21)
De vreugdevolle aanbidding van de gelovigen was niet het gevolg van te veel wijn; het was het bewijs van de komst van Gods Heilige Geest om in Zijn volk te wonen. Orthodoxe Joden aten of dronken niet vóór 9 uur ’s ochtends op de sabbat of op een feestdag, en dronken gewoonlijk geen wijn, behalve bij de maaltijd. Petrus zei niet dat Pinksteren de vervulling was van de profetie van Joël 2:28-32, want de voorspelde tekenen en wonderen hebben ook niet plaatsgevonden. Als je Joëls profetie in de context leest, zie je dat deze profetie handelt over de natie Israël in de eindtijd, omdat het ook gaat over “de dag des Heren”. Dit deel van de profetie verwijst vrijwel zeker naar de toekomstige periode rond de wederkomst van Christus, Deze gebeurtenissen vertonen meer gelijkenis met de verschijnselen van de Grote Verdrukking zoals beschreven door vele andere oudtestamentische profeten, als ook door Jezus zelf (Mat.24:14, 21, 29-30 en de oordelen in Op.8, 9 en 16).
Petrus werd echter door de Geest geleid om in de profetie een toepassing voor de Gemeente te zien. Hij zei: “Dat is dezelfde Heilige Geest waar Joël over schreef. Hij is hier!” Zo’n aankondiging zou ongelooflijk lijken voor de Joden, omdat zij dachten dat Gods Geest alleen aan een select groepje mensen werd gegeven (Num.11:28-29). Maar er waren 120 van hun Joodse landgenoten, mannen en vrouwen, die de zegen genoten van diezelfde Heilige Geest die Mozes, David en de profeten kracht had gegeven. Het was inderdaad het aanbreken van een nieuw tijdperk, de “laatste dagen” waarin God Zijn plan van verlossing voor de mensheid zou voltooien. Jezus had het grote verlossingswerk volbracht op het kruis en er hoefde niets meer te gebeuren dan het goede nieuws met de wereld te delen, te beginnen met de natie Israël. De uitnodiging luidde: “Ieder die de naam van de HEER aanroept, zal gered worden.” (Hand.2:21)
Petrus’ legde uit hoe het gebeurde mogelijk was
In het Oosten verspreidt het nieuws zich snel; en waarschijnlijk wisten de meeste volwassenen in Jeruzalem, zowel inwoners als bezoekers, van de arrestatie, het proces en de kruisiging van Jezus van Nazareth. Ze hadden ook geruchten gehoord over een “officiële aankondiging” dat Zijn volgelingen het lichaam van Jezus hadden gestolen om mensen te laten geloven dat Hij Zijn woord had gehouden en uit de dood was opgestaan (Mat. 28:13). Maar Petrus vertelde hun de waarheid: Jezus van Nazareth was inderdaad uit de dood opgestaan, en de opstanding bewijst dat Hij de Messias is! Petrus gaf hun vier bewijzen van de opstanding van Jezus Christus van Nazareth, en riep hen vervolgens op om in Christus te geloven en gered te worden.
1e. Zijn eerste bewijs was de persoon van Jezus Christus (vv. 22-24). Petrus’ toehoorders wisten dat Jezus een echt persoon was uit de stad Nazareth en dat Hij vele tekenen en wonderen had verricht. Het was duidelijk dat Gods hand op Hem rustte (Joh.3:2). Ze hadden Hem horen spreken en Zijn leven gezien. Ze hadden Hem zelfs doden zien opwekken, en daarom konden ze Hem van geen zonden beschuldigen; want deze dingen waren “niet in een uithoek gebeurt!” (Hand.26:26) Het was ongelooflijk dat zo’n Man door de dood overwonnen zou worden. Vanuit één oogpunt was de kruisiging van Jezus een vreselijke misdaad (Hand.2:23; 3:15), maar vanuit een ander oogpunt was het een wonderbaarlijke overwinning (Hand.2:24). Het woord “weeën”, suggereert dat het graf een “baarmoeder” was waaruit Jezus in opstandingsheerlijkheid werd “geboren” werd (zie Hand.13:33).
(2e.) Peters tweede bewijs was de profetie van David (vv. 25-31). Hij citeerde Psalm 16:8-11, verzen die uiteraard niet van toepassing konden zijn op David, die immers al dood en begraven was. Als profeet van God schreef David over de Messias, dat Zijn ziel niet in het dodenrijk zou blijven en Zijn lichaam niet in het graf zou vergaan.
(3e) Het derde bewijs was het getuigenis van de gelovigen (vers 33). Na Zijn opstanding verscheen Jezus niet aan de wereld in het algemeen, maar aan Zijn eigen volgelingen die Hij had opgedragen om aan anderen te getuigen dat Hij leefde (Hand.1:3, 22). Maar waren deze mensen betrouwbare getuigen? Kunnen we hen vertrouwen? Jazeker! Vóór Christus’ opstanding geloofden de discipelen zelfs niet dat Hij uit de dood zou opstaan; en zij moesten zelf overtuigd worden (Mark.16:9-14; Hand.1:3). Ze hadden er niets bij te winnen door een leugen te verkondigen, omdat hun boodschap dan officiële tegenstand zou oproepen en tot gevangenschap zou kunnen leiden en kon de dood van sommige gelovigen veroorzaken. Een paar fanatici zouden misschien bereid zijn om een leugen een tijdje te geloven en te verspreiden, maar wanneer duizenden een boodschap geloven, en wanneer die boodschap wordt ondersteund door wonderen, kun je die niet zomaar terzijde schuiven. Deze getuigen waren dus betrouwbaar.
(4e.) Petrus’ vierde bewijs voor de opstanding van Christus was de aanwezigheid van de Heilige Geest (vv. 33-36). Volg zijn redenering: als de Heilige Geest in de wereld is, dan moet God Hem gezonden hebben. Joël beloofde dat de Geest op een dag zou komen, en Jezus zelf had beloofd de gave van de Heilige Geest aan zijn volk te zenden (Luk.24:49; Joh.14:26, 15:26; Hand.1:4). Maar als Jezus dood is, kan Hij de Geest niet zenden; daarom moet Hij leven. Bovendien kon Hij de Geest niet zenden tenzij Hij naar de hemel bij de Vader was teruggekeerd (Joh.16:7); dus Jezus is naar de hemel opgestegen! Om deze bewering te ondersteunen, citeerde Petrus Psalm 110:1, een vers dat zeker niet op David van toepassing kon zijn (Mat.22:41-46). Petrus’ conclusie was zowel een verklaring als een beschuldiging: Jezus is jullie Messias, maar jullie hebben Hem gekruisigd! (Hand.2:23) Petrus presenteerde het kruis niet als de plaats waar een zondeloze plaatsvervanger voor de wereld stierf, maar als de plaats waar Israël haar eigen Messias doodde! Ze begingen de grootste misdaad uit de geschiedenis! Was er nog hoop? Jazeker, want Petrus gaf een derde verklaring die goed nieuws was voor hun harten, dat “ieder die de Naam van de Heer aanroept, behouden zal worden” (2:21), wat dan ook gebeurde (2:41).
Maar er is ook nog een andere kant van de verwerping en kruisiging van de Heer Jezus op te merken, en dat is dat Hij “door de bepaalde raad en voorkennis van God is overgegeven.” (vs.23) Daarom is de dood van Christus geen verrassing, geen uit de hand gelopen zaak. Het is de vervulling van Gods raad. God heeft volmaakte voorkennis van wat er met Zijn Zoon zou gebeuren, hoe Zijn volk Hem zou overgegeven (Mat.21:42) In dit vers zien we dat God weet hoe Hij de slechtheid van de mens kan gebruiken tot Zijn verheerlijking en de vervulling van Zijn raadsbesluiten, wat overigens niets verandert aan de verantwoordelijkheid van de mens. Wat door de mens ten kwade werd gedacht, heeft God ten goede doen keren
Tenslotte
De profetie van Joël, zoals we die vinden in Handelingen 2:17-20, biedt geen enkel bewijs dat deze, voor ons christenen bestemd is, eerder het tegendeel. Trouwens men kan niet het eerste deel (vs.17-18) van toepassing verklaring en aan de daarop volgenden verzen (19-20) geen uitleg geven en er het stilzwijgen toedoen. Maar elke oplettende lezer zal moeten erkennen dat beide gebeurtenissen in de toekomst nog eens zullen plaatsvinden maar dan uitsluitend voor het Joodse volk. Petrus bedoeling was de Joodse luisteraars erop wijzen dat nu de Heilige Geest gekomen is en dat er redding is voor “ieder die de Naam van de Heer aanroept.” (vs.21)
Zie voor meer uitleg over “Talen of Tongen” de rubriek Diverse Onderwerpen op mijn website.