“Want ik ben verzekerd dat dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch tegenwoordige noch toekomstige dingen, noch machten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer.” (Rom.8:38-39)
Inleiding
In het Evangelie naar Johannes wordt verhaald hoe we redding kunnen ontvangen (Joh.20:31), maar in deze eerste brief van Johannes, schrijft hij hoe we zeker kunnen zijn van die redding. Hij schreef die eerste brief zodat gelovigen zouden “weten” dat ze het eeuwige leven in Christus hebben (5:13). Hoewel twijfels ons doen wankelen en soms doen twijfelen in ons geloof, hoeven we ons geen zorgen te maken of ons af te vragen over de echtheid van onze redding. Als we de Zoon hebben (door geloof), hebben we het eeuwige leven. Het is van ons, nu en voor altijd. Waarom? Omdat Christus het leven is (Joh.14:6), en eeuwig leven is Hem kennen (Joh.17:3). Aan de andere kant hebben degenen die de Zoon van God niet hebben, die zekerheid niet, omdat ze het leven niet hebben. Wanneer twijfels je vertrouwen in Christus beginnen te ondermijnen, laat de waarheid van dit volgende vers dan je zekerheid zijn.
“Deze dingen heb ik u geschreven, opdat u weet dat u eeuwig leven hebt, u die in de Naam van de Zoon van God gelooft.” (1Joh.5:13)
De laatste negen verzen van 1 Johannes vormen de epiloog. Een epiloog heeft twee functies: de hoofdtekst van de brief samenvatten en de lezers aanzetten tot het toepassen van wat ze gelezen hebben. Johannes gaf verschillende specifieke manieren waarop de gelovigen konden handelen naar wat hij had geschreven. “Ik schrijf u dit” duidt op de eerdere samenvatting, of epiloog, van de hele brief die Johannes schreef aan hen die in de Zoon van God geloven, en identificeert daarmee zijn publiek. Alleen zij die geloven in de goddelijkheid van Jezus Christus kunnen opnemen wat Johannes in deze brief heeft geschreven en het toepassen. Bovenal wilde Johannes dat zijn lezers geen twijfels meer zouden hebben, maar in plaats daarvan zouden weten dat ze eeuwig leven hebben. Deze formulering komt sterk overeen met Johannes 20:31, een ander vers dat Johannes’ reden aangeeft voor het schrijven van wat hij eerder in zijn evangelie schreef.
Maar de verzen, hoewel parallel, verschillen enigszins in de oorspronkelijke tekst. Het evangelie, geschreven aan ongelovigen, moedigde hen aan om tot geloof te komen in de Zoon van God als middel om van het goddelijke leven deel te kunnen krijgen. De brief, geschreven aan gelovigen die door valse leraren in hun geloof waren verward, moedigde hen aan om in het geloof te blijven en bevestigde hun bezit van het eeuwige leven. In beide gevallen wilde Johannes dat zijn lezers “weten” en “er zeker van te zijn” dat ze het eeuwige leven hadden. En deze zekerheid vormt de basis voor het andere doel van Johannes’ brief: dat ze vol vreugde zouden zijn (1Joh.1:4). Johannes maakte het zeker: gelovigen kunnen weten dat ze het eeuwige leven hebben. Ze konden hun zekerheid baseren op Gods belofte dat Hij hun het eeuwige leven heeft gegeven door zijn Zoon.
Zekerheid geïllustreerd – Exodus 11-12
De uittocht uit Egypte is een illustratie van de zekerheid van onze verlossing. Merk op hoeveel dingen toegepast kunnen worden op de Heer Jezus en de gelovigen.
“En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla.” (Ex.12:13)
“Nog één plaag, de tiende, zal Ik over Farao en over Egypte brengen,” (Ex.11:1) werd tot Mozes gezegd; de dood van de eerstgeborenen. Die dood trof iedereen en allen (Ex.11:5-6; 12:12-13), echter met uitzondering van hen die beveiligd waren door het bloed van een lam. “Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God” en “het loon van de zonde is de dood.” (Rom.3:23; 6:23) God duidt aan dat alle “eerstgeborenen zullen sterven”, en dit spreekt van Gods afwijzing van onze eerste geboorte. Alle mensen die niet “tweemaal geboren” zijn, zijn “eerstgeborenen”. “Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet dat Ik u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden.” (Joh.3:6-7) Mensen kunnen zichzelf niet redden van de doodstraf, zij hebben Christus nodig, het Lam van God! Vanuit menselijk oogpunt was er geen verschil tussen de eerstgeborenen van Egypte en de eerstgeborenen van Israël. Het verschil zat hem in de toepassing van het bloed (vs.7). Alle mensen zijn zondaars, maar zij die op Christus hun vertrouwen stellen, zijn “onder het bloed” en gered. Dit is het grootste verschil! De Joden hadden een religieuze en een burgerlijke kalender, en Pesach markeert het begin een nieuwe jaartelling van hun religieuze jaar (Ex.12:2). Met de dood van het Lam begint een nieuw begin, net zoals de dood van Christus een nieuw begin maakt voor de gelovige zondaar (2Kor.5:17).
Het lam
Het lam, dat op de tiende dag werd uitgekozen en “tussen de avonden” van de veertiende en vijftiende dag werd geslacht, werd apart gezet voor de dood. Christus was het Lam dat voorbestemd was vóór de grondlegging van de wereld (1Petr.1:20). Het lam moest een mannelijk, smetteloos dier zijn, een beeld van het volmaakte Lam Gods, waarin geen vlek of vlek was (1Petr.1:19). Vanaf de tiende tot en met de veertiende dag hielden de mensen toezicht op de lammeren om er zeker van te zijn dat ze aan de eisen voldeden. Zo werd ook Christus op de proef gesteld en geobserveerd tijdens zijn bediening op aarde, vooral in de laatste week voordat hij werd gekruisigd. Een levend lam is prachtig, maar het kon de eerstgeborenen niet redden van het aangekondigd oordeel! We worden niet gered door Christus’ voorbeeld of zijn leven; we worden gered door Zijn dood. Lees Hebreeën 9:22 en Leviticus 17:11 om het belang van het vergoten bloed van Christus te beseffen. Natuurlijk leek het slachten van een lam dwaasheid voor de “wijze” Egyptenaren, maar het was Gods manier van redding (1Kor.1:18-23). Het bloed van het lam moest aan de bovendorpel van het huis worden aangebracht (12:21-28). Het woord “schaal” in 12:22 kan “drempel” betekenen, zodat het bloed van het lam in een holle ruimte bij de drempel werd opgevangen. Het bloed werd vervolgens aan de deurposten (de zijkanten) aangebracht. Iedereen die het huis uitging, liep als het ware door het bloed (zie: Hebr.10:29). Christus werd geslacht op de veertiende dag van de maand, precies op het moment dat de Pesachlammeren werden geofferd (vgl: Mat.26:1-5). Merk op dat God spreekt over het volk Israël dat het Pascha slacht, niet de lammeren; want voor God is er maar één Lam: Jezus Christus. Izaäk vroeg: “Waar is het Lam?” (Gen.22:7), en Johannes de Doper antwoordde in Johannes 1:29: “Zie, het Lam Gods!” De hele hemel zegt: “Waardig is het Lam!” (Op.5:12).
Het lam geslacht
Het bloed van het lam was voldoende om van de dood te redden, maar het volk moest zich met het lam voeden om kracht te krijgen voor hun pelgrimstocht (Ex.12:43-50). Redding is slechts het begin. We moeten ons met Christus voeden om de kracht te hebben om Hem te volgen. Christenen zijn een pelgrimsvolk (vs.11), altijd bereid om de bevelen van hun Heer op te volgen. Het Lam moest met vuur geroosterd worden, wat spreekt over het lijden van Christus aan het kruis. Helaas ontvangen te veel gelovigen het Lam als hun redding van de dood, maar voeden zich er niet dagelijks mee. Er was geloof nodig om die nacht bevrijd te worden! De Egyptenaren vonden al deze dingen dwaasheid, maar Gods Woord had gesproken en dat was genoeg voor Mozes en zijn volk. Houd in gedachten dat het volk gered werd door het bloed en verzekerd werd door het Woord (vs.12). Ongetwijfeld waren veel Joden veilig onder het bloed, maar “voelden zich niet veilig”, net zoals er vandaag de dag gelovigen zijn die twijfelen aan Gods woord en zich onterecht zorgen maken dat ze hun redding verliezen. God deed precies wat Hij beloofd had.
Het bloed aangebracht
Het moet een drukte van belang zijn geweest die avond van de 14e. Hen die het gebod van God gehoorzaamden, slachten het lam dat ze een aantal dagen in huis hadden gehad. Ze namen van het bloed en brachten dat met hysop aan de dorpel en de beide deurposten. Ze mochten de deur niet uitgaan tot de morgen (Ex.12:23). Nadat de Joden hun Pesachfeest “tussen de avonden” hadden gevierd, wachtten ze op Gods teken om te vertrekken. Om middernacht sloeg de Heer de eerstgeborenen, de dood bezocht elk Egyptisch huishouden en er ging een luid geschreeuw op in heel Egypte (11:6; 12:30). De dood houdt geen rekening met het aanzien van de persoon, en die nacht trof hij zowel de familie van de laagste Egyptische gevangene als farao zelf.
Het oordeel van God over alle eerstgeborenen, zowel van de Egyptenaren als het volk Israël, was onafwendbaar. Aan het volk Israël had God een reddingsmiddel voorgesteld in de vorm van een lam dat geslacht en gegeten moest worden. “En aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; overhaast zult gij het eten; het is een Pascha voor de Here. Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de Here. En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag onder u zijn, wanneer Ik het land Egypte sla.” (Ex.12:11-13) Er was geloof voor nodig om te doen wat God hen geboden had. Ook nu is er een mogelijkheid door God gegeven om het oordeel van God te ontlopen. Geloof in het Lam, Jezus Christus, waarvan het Pascha een type is: “Christus ons Pascha is geslacht!” (1Kor.5:7) En zo gebeurde het, dat in die nacht de verderf-engel rondging en de eerstgeborenen doodde, maar de huizen waar het bloed aan de deur was aangebracht voorbijging.
Tenslotte
“En wanneer gij komt in het land dat de Here u geven zal, gelijk Hij gezegd heeft, zult gij deze dienst onderhouden. En wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent deze dienst van u, Dan zult gij zeggen: Het is een Paasoffer voor de Here, die in Egypte aan de huizen der Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde. Toen knielde het volk en boog zich neer. En de Israëlieten gingen heen en deden dit; zoals de Here Mozes en Aaron geboden had, zo deden zij.” (Ex.12:25-28) De les hier is duidelijk: als je beschermd wordt door het bloed van Christus het Lam, ben je, als de dood komt volkomen veilig en zeker van je behoudenis!