Bijbel – Oude Testament – Uittocht uit Egypte – Ex.15:22-18:36 – Deel 7 – Voedsel voor Onderweg

27 april, 2026

Bijbelboeken: Exodus

Bijbel – Oude Testament

 Uittocht uit Egypte – Exodus 15:22-18:36

Deel 7 – “Voedsel voor Onderweg”

Voorwoord

Hoofdstuk 12 laat ons de bevrijding zien van het volk, en de verzoening op grond van het bloed van het lam.

Hoofdstuk 13 laat ons zien dat God een recht op de verlosten doet gelden.

Hoofdstuk 14 laat ons zien dat wij uit de macht van de zonde (Egypte) zijn bevrijd.

In hoofdstuk 15 wordt die verlossing bezongen en doet het volk de eerste woestijnervaringen op, zoals ook in de hoofdstukken die erop volgen.

Hoofdstuk 16 – Drinken – Mara (bitter) en Elim (grote bomen).

Hoofdstuk 17 – Voedsel – het Manna.

Hoofdstuk 18 – Drinken – Massa (verzoeking) – Mariba (twist).

Typologische toepassingen

Een metafoor is een vorm van betekenisoverdracht. Een type is een voorafbeelding van een zaak of persoon. De afgebeelde zaak of persoon heet een antitype. Jozef bijvoorbeeld is een type van de Heer Jezus. Enkele teksten die de typologische toepassing ondersteunen: (1) “Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.” (1Kor.10:4) (2) “Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis, want dit zijn twee verbonden.” (Gal.4:24) (3) “Deze dienen een zinnebeeld en schaduw van de hemelse dingen.” (Heb.8:5; 10:1) (4) Melchizedek: “…op de Zoon van God lijkt.” (Heb.7 :3)

(Zie ook in de rubriek Dogmatiek – Typologie)

Inleiding

Het is geweldig bevrijd te zijn en te zingen over Gods redding, zoals de Israëlieten deden (Ex.15), maar het is heel wat anders geconfronteerd te worden met de moeiten die het leven met zich meebrengen, in dit geval “wat zullen we eten en drinken?” Deuteronomium 11:11 zegt “Het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen, is een land van bergen en dalen.” En vroeg of laat zullen ook wij in aanraking komen met situaties die we niet gewenst zouden hebben of waarvan we nooit gedacht hadden dat we die zouden meemaken. Het leven is een school waarin we misschien pijnlijke ervaringen moeten ondergaan, maar die belangrijke ervaringen voor ons kunnen inhouden. Als we de gebeurtenissen van het volk Israël gaan onderzoeken zullen we belangrijke waarheden leren kennen die van nut kunnen zijn voor ons eigen geloofsleven. En denk er aan: “al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting van de Schriften de hoop zouden vasthouden.” (Rom.15:4)

Verwacht moeilijkheden tijdens de reis (Ex.15:22-16:3) (a) Wat zullen we drinken? (15:22-2) (b) Wat zullen we eten? (16:1-3)

Vertrouw God in tijd van nood (Ex.16:18) a) Gods beloften. (Vs.4-5, 8, 11-12) b) Gods heerlijkheid. (Vs.6-7, 9-10) (c) Gods trouw. (Vs.13-15)

Gehoorzaam Gods instructies (Ex.16:16-31). a) Het verzamelen van het manna. (Vs.18, 21) b) Het bewaren van het manna. (Vs.19-21) Herhaal de lessen die je geleerd hebt (Ex.16:32-36).

Verwacht beproevingen

“Wat zullen we drinken?” (Mat.6:25)

Onmiddellijk in aansluiting op de verlossing uit de macht van de Farao en het zingen van het lied van Mozes worden de Israëlieten met moeilijkheden geconfronteerd. God stelt ons op de proef, niet omdat hij onze harten niet kent, maar omdat wij ons eigen hart niet kennen (Jer.17:9). De duivel verzoekt ons om het slechte in ons naar boven te brengen, God beproeft ons om het goede in ons naar boven te brengen (Jak.1). Ze kwamen in de woestijn en kregen dorst en vonden eerst geen water en later slechts bitter water, wat een ontmoediging! Hoofdstuk 15 begon ‘Himmelhoch jauchzend’ en eindigde ‘zum Tode betrübt’, en ervaren wij dat ook niet in ons eigen leven? “Met God spring ik over een muur!” (Ps.18:30) Egypte is een beeld van de wereld waarin de zondaar is, de woestijn is een beeld van de wereld waarin de gelovige is. Veel gelovigen vergeten dat het leven hier een school is waarin God ons wil vormen naar het beeld van zijn Zoon, en raken al gauw ontmoedigd. We mogen nieuwe strijd verwachten en ervaringen opdoen waardoor we geestelijk groeien en God verheerlijken. Het volk van Israël waren experts in het klagen en morren! Maar klagen lost de problemen niet op, en als we er voor weglopen komen we ze op een andere plaats weer tegen. De kern van elk probleem is ons eigen hart! God kan onze problemen oplossen door dingen te veranderen (zoals het bittere water zoet maken), of ons iets anders geven (zoals bv. de bronnen van Elim), of ons de genade en kracht te geven om, zonder te klagen, staande te blijven in een tijd van beproeving (denk aan Pauls’ doorn in het vlees) (1Kor.10:13). God leidt ons niet op plaatsen, en geeft ons geen last te dragen die we niet aan kunnen.

‘Wat zullen we eten?’

Hebben we nog wel behoefte aan het lezen van het Woord van God? Verlangen we nog zoals pasgeboren kinderen naar de onvervalste melk, het Woord van God? We vinden het niet normaal als een klein kind geen behoefte aan voedsel heeft, maar hoe staat het met onszelf? Er is een klein Engels dagboekje geweest met de titel ‘Our Daily Bread’; daarmee heeft de bedenker van deze naam de nagel op zijn kop geslagen! Het Woord van God zou ons dagelijks brood moeten zijn! In deze woestijn hebben we voedsel nodig om in leven te blijven en daarin wil God voorzien. De Psalmist kon zeggen: “Ik berg uw Woord in mijn hart opdat ik tegen U niet zondige.” (119:11); in hoeverre is Gods Woord in uw hart? Sommigen zeggen ‘ik heb daaraan niet zo’n behoefte ik doe liever iets anders’, maar dan vraag ik mezelf af waar blijft dan het verlangen om meer van God en de Here Jezus te weten? Komt God niet de eerste plaats toe om tot ons te spreken, voordat wij tot Hem spreken. God openbaart zich tot ons voornamelijk door en in het Woord. Bij het lezen van het Woord gaat het er niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen maar dat we Hem beter zouden leren kennen. De Here Jezus waarschuwt de Schriftgeleerden voor verkeerd gebruik van het Woord door te zeggen: “U onderzoekt de Schriften, omdat u meent daarin eeuwig leven te hebben; en die zijn het die van Mij getuigen, en toch wilt u tot Mij niet komen opdat u leven hebt.” (Joh.6:66) Dit hoofdstuk moeten we lezen in verbinding met Johannes 6, want het manna dat uit de hemel kwam is een type van Jezus Christus, het Brood van het Leven. “Ik ben het brood van het leven. Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zijn gestorven. Dit is het brood dat uit de hemel nederdaalt, opdat men daarvan eet, niet sterft. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is nedergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid.” (Joh.6:48-51) Het manna geeft ook het Woord van God weer waarmee de pelgrim zich dagelijks mee dient te voeden. Hierna geven we enkele kenmerken van het manna weer en de geestelijke toepassing: (1) Het kwam ’s nachts van de hemel; Christus kwam in een duistere wereld. (2) Het viel op de dauw; Jezus geboren door de Geest. (3) Het was niet vervuild door de aarde; Jezus was zonder zonde; gescheiden van de zondaars. (4) Het manna was klein, rond en wit; Jezus was nederig, eeuwig en rein. (5) De smaak was zoet; Jezus is goed voor wie gelooft. (6) Het moest genomen en gegeten worden; Jezus moet aanvaard worden en toegeëigend worden. (7) Het kwam als een vrije gift; Jezus is Gods vrije gift aan de wereld. (8) Het was voldoende voor allen; Jezus is voor allen. (9) Als je het niet oppakt, trap je erop; als je Christus niet ontvangt, verwerp je Hem en trapt erop (Heb.10:26-31). (10) Het was voedsel voor de woestijn; Jezus is ook ons voedsel voor onze pelgrimsreis.

Nogmaals wat zullen we drinken?

De gemeente had eerder dorst geleden (15:22) en God had in hun behoeften voorzien, maar net als mensen vandaag de dag vergaten ze Gods barmhartigheid. Immers, als ze onder Gods leiding stonden, was het Zijn verantwoordelijkheid om voor hen te zorgen. Het volk bekritiseerde Mozes en morde tegen God, een zonde waarvoor we gewaarschuwd worden in 1 Korintiërs 10:1-12. Ze ‘verzochten de Heer’ in feite met hun houding, want ze zeiden dat God niet om hen gaf en dat Hij hen niet zou helpen. Ze stelden Zijn geduld op de proef met hun herhaalde klachten. Mozes illustreert wat de vertrouwende christen doet in het uur van beproeving: hij wendde zich tot de Heer en vroeg om leiding (Jak.1:5). De Heer gaf hen de opdracht zijn staf te nemen en op de rots te slaan, waarna er water zou uitkomen. Deze rots is Christus (1Kor.10:4), en het slaan op de rots verwijst naar Christus’ dood aan het kruis, waar Hij de staf van de vloek van de wet voelde. Het was dezelfde staf, zoals u zich wellicht herinnert, die in een slang veranderde (Ex.4:2-3) en die hielp om plagen over Egypte te brengen. De volgorde is hier interessant: in hoofdstuk 16 hebben we het manna, dat Christus’ komst naar de aarde illustreert; in hoofdstuk 17 zien we het slaan op de rots, wat Zijn dood aan het kruis verbeeldt. Het water is een symbool van de Heilige Geest, die werd gegeven nadat Christus was verheerlijkt (Joh.7:37-39).

Lees Numeri 20:1-13 voor een tweede ervaring met de rots. God gebood Mozes tot de rots te spreken, maar in zijn eigenzinnigheid sloeg Mozes de rots. Vanwege deze zonde werd hem vervolgens de toegang tot Kanaän ontzegd. Door de rots één keer te slaan, verpestte Mozes het symbool – Christus is slechts één keer gestorven (Zie Rom.6:9-10; Heb.9:26-28). De Geest werd eenmalig gegeven, maar de gelovige kan door God erom te vragen, meerdere keren vervuld worden. 1 Korintiërs 10:4 zegt dat Israël “dronk van die geestelijke rots die hen volgde”. Sommigen hebben dit zo geïnterpreteerd dat de geslagen rots met de Joden door de woestijn reisde, maar deze verklaring is onwaarschijnlijk. Het woord “hen” staat niet in de oorspronkelijke Griekse tekst; de zin zegt dat zij van het water uit de rots dronken, en deze gebeurtenis volgde op het geven van het manna (vgl. 1Kor.10:3 met Ex.16). “Hij opende de rots, en wateren vloeiden, zij stroomden door de dorre streken als een rivier.” (Ps.105:41)

______________________________________________________________________________