Bijbel – Oude Testament – Hizkia’s ziekte – Jesaja 36-36 – Crisis in het leven van Hizkia

19 januari, 2026

Bijbelboeken: Jesaja

Bijbel – Oude Testament

Hizkia’s ziekte en genezing – Jesaja 36–39

“Crisis in het leven van koning Hizkia”

Voorwoord

Voormalig minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, Henry Kissinger schijnt eens gezegd te hebben: “Deze week kan er geen crisis komen. Mijn agenda is al vol!” Maar crisissen komen toch in ons leven, of onze agenda volgeboekt is of niet, en ook in het leven van koning Hizkia. In de hoofdstukken 36–39 van het boek Jesaja moet Hizkia zelfs drie keer een crisis onder ogen zien. Ten eerste een internationale crisis, de invasie van het Assyrisch leger. Ten tweede een persoonlijke crisis; zijn ziekte en naderend einde en de derde crisis een nationale crisis, het bezoek van de Babyloniërs. Hoe Hizkia daarop reageerde en wat wij daaruit kunnen leren is het onderwerp van dit artikel. Sommige beproevingen komen omdat we mensen zijn, andere omdat we christenen zijn, maar ieder huisje heeft zijn kruisje. Het begin van het verslag van Hizkia’s ziekte in 2 Kronieken 32 luidt als volgt: “Ter gelegenheid van het gezantschap, dat de vorsten van Babel tot hem gezonden hadden om naar het wonderteken (vs.24; 9-11) dat in het land geschied was, te vragen, was het aldus: God verliet hem om hem op de proef te stellen, teneinde te weten alles wat in zijn hart was.” (2Kron.32:31)

Inleiding

Voor een goed overzicht van de loop van de gebeurtenissen moeten we weten dat de geschiedenis van koning Hizkia naast Jesaja 36-39, ook beschreven wordt in 2 Koningen 18–20 en 2 Kronieken 29-32. Het feit dat 2 Koningen 20:6 suggereert dat Hizkia’s ziekte plaatsvond terwijl Jeruzalem door Assur werd belegerd betekend dat de gebeurtenissen vermeld in Jesaja 38 en 39 voorafgingen aan Jesaja 36 en 37. Vanwege de praktische toepassing houd ik mij aan de volgorde zoals we die in het boek Jesaja vinden, maar ook omdat de profeet Jesaja als boodschapper van God ter sprake komt (Jes.38:4). We behandelen de nationale en de internationale crisis waardoor Hizkia bedreigd werd in dit artikel niet; de uitwerking daarvan kunt u vinden op mijn website in de rubriek Bijbel – Oude testament – in het boek 2 Koningen.

Biografie van koning Hizkia

Hizkia zijn naam betekent ‘Jahwe is sterkte’ en hij werd koning van Juda toen hij 25 jaar oud was en regeerde negenentwintig jaar, ongeveer van 714-685 v.Chr. (2Kon.18:2). Hij volgde zijn goddeloze vader Achaz op. Er moet dan ook een enorme verandering hebben plaatsgevonden toen hij aan de macht kwam, want hij handelde totaal tegenovergesteld aan zijn vader. Het was een tijd van een geestelijke opwekking. Het getuigenis dat we van hem vinden is erg positief. “Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader David (niet Achaz!) gedaan had. Hij verwijderde de offerhoogten, verbrijzelde de gewijde stenen en hieuw de gewijde palen om; ook sloeg hij de koperen slang stuk, die Mozes gemaakt had, omdat tot op die tijd de Israëlieten daaraan plachten te offeren. En men noemde haar Nechustan (= stuk koper). Hij vertrouwde op de HERE, de God van Israël; na hem was zijns gelijke niet onder al de koningen van Juda; noch ook onder hen die vóór hem geweest waren; hij hing de HERE aan, week niet van Hem af en onderhield de geboden die de HERE aan Mozes geboden had. De HERE was met hem; overal, waarheen hij uittrok, was hij voorspoedig.” (2Kon.18:3-7) Verder lezen we dat hij de tempeldienst herstelde en het Pascha vierde (2Kron.29-30). Hij zocht Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, zette dingen recht en dat betekende ook vooruitgang voor het volk. “En hij kwam in opstand tegen de koning van Assur en diende hem niet meer.” (2Kon.18:7) Hizkia wilde geen twee heren dienen (Mat.6:24). De man die het meest afhankelijk is van God, is het meest onafhankelijk van mensen. Daardoor ervoer hij zegen en voorspoed (Joz.1:8). Zegen komt niet door het Woord te bestuderen, maar door het Woord, na het bestuderen ook in de praktijk te brengen (Joh.14:21)

Een persoonlijke crisis (Jesaja 38)

Toen Sanherib Jeruzalem aanviel, dat was in het veertiende jaar van koning Hizkia, werd hij ten dode toe ziek (2Kon.20:1). Hizkia heeft in totaal negenentwintig jaar geregeerd. In het veertiende jaar van zijn regering trekt Sanherib tegen hem op. Hoofdstuk 20 zegt, dat, toen hij ziek was, God op zijn gebed nog vijftien jaren aan zijn dagen zou toevoegen. Hizkia’s ziekte had dus plaats bij het begin van de inval van de Assyriër en vóór zijn nederlaag. Dit wordt bevestigd door 2 Koningen 20:6 “Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen, en Ik zal u en deze stad uit de macht van de koning van Assur redden en deze stad beschutten, om Mijnentwil en ter wille van mijn knecht David.”

Hiskia’s ziekte – de oorzaak

De dood wordt “de laatste vijand” genoemd (1Kor.15:26). Het moet wel erg moeilijk zijn geweest als koning van een volk dat bedreigd werd, want hij was ernstig ziek terwijl Assyrië dreigde binnen te vallen. Problemen komen vaak in tweevoud, maar God is in staat ze alle te overwinnen. We weten niet zeker waarom God deze ziekte zond. Het kan te maken hebben gehad met Hizkia’s bereidheid om schatting te betalen aan de koning van Assur (2Kon.18:3-16). Of misschien was er sprake van een verborgen zonde (zie Jes.38:17; vgl. Ps.51:5-6, 8). 2 Kronieken geeft de indruk dat het ingrijpen van God in het leven van Hizkia, mogelijk een gevolg was van zijn hoogmoed (32:25-26). De lofpsalm van de koning in Jesaja 38:9-20 geeft in ieder geval aan dat hij bang was voor de dood en in leven wilde blijven om zijn hervormingswerk af te maken.

Hizkia’s ziekte – de aankondiging

“In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, tot hem en zeide tot hem: Zo zegt de Here: tref beschikkingen voor uw huis, want gij zult sterven en niet herstellen.” (2Kon.20:1; Jes.38:1) Het gevolg was dat Hizkia, in zijn verdriet zich tot God keerde; hij had een groot verdriet en huilde erg. “Toen keerde Hizkia zijn gelaat naar de wand en bad tot de Here, en zeide: Ach, Here, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. Toen kwam het woord des Heren tot Jesaja: Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Here, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen.” (Jes.38:3-5) Als teken gaf God, op vraag om een teken van Hizkia, dat Hij de schaduw tien treden teruggaan, die zij op de treden van Acha’s zonnewijzer naar beneden was gegaan (2Kon.20:11). (Deze zonnewijzer was wellicht een stenen trap met treden om de uren aan te geven. De koning kon hem vanuit zijn paleisraam zien.)

Hizkia’s ziekte – de beproeving

Job durfde te zeggen: “Want Hij weet, hoe mijn wandel is; toetste Hij mij, ik kwam als goud tevoorschijn,” dat kon Hizkia hem niet nazeggen, want in zijn wandel met God was hij tekortgeschoten. “Maar Jechizkia schoot te kort in dankbaarheid voor de weldaad, hem bewezen, want hij werd hoogmoedig, zodat er toorn kwam te rusten op hem, op Juda en op Jeruzalem.” (2Kron.32:25) Maar Hizkia corrigeerde zich, zodat Gods toorn niet kwam in zijn dagen. Vandaar dat de Here hem op de proef stelde, om alles te weten wat er in zijn hart omging (2Kron.32:31). God beproefd ons om het beste in ons naar boven te halen. De duivel verzoekt ons om het slechtste in ons naar boven te halen!

Hizkia’s ziekte – zijn herstel

Merk op dat God gewone middelen gebruikt om Zijn volgelingen te genezen (in dit geval een kompres), dus het is geen teken van ongeloof om naar een dokter te gaan voor hulp.

“Toen Hij nu dit hoorde, zei Hij tot hen: Zij die gezond zijn, hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn.” (Mat.9:12) God gaf de koning vijftien extra jaren. Hij versterkte het geloof van de koning nog meer door de schaduw op de zonnewijzer tien graden terug te laten keren. Ook in onze tijd kan God ziekten genezen, hoewel ze in principe behoren bij de prediking van het koninkrijk van God, zoals gebeurde in de tijd dat de Heer Jezus hier op aarde verkeerde. Iemand heeft zich eens zo uitgedrukt: “God kan alle ziekten genezen, behalve de laatste!” Daarmee wilde hij zeggen (1e.) dat iedereen, vroeg of laat, aan een of andere ziekte zal sterven, die God dan niet geneest, (2e.) maar dat mag Gods almacht, om buiten de normale gang van zaken toch te handelen, niet ontzegd mag worden.

Hizkia’s ziekte – het resultaat

Zie, mijn bittere beproeving werd tot heil. Gij toch zijt het, die mijn leven gered hebt van de groeve der vernietiging, want Gij hebt al mijn zonden achter uw rug geworpen.” (Jes.38:17) Niet alleen het herstel van zijn ziekte en de belofte van vijftien extra jaren te blijven leven, maar ook de vergeving van zijn zonden waren het resultaat van Hizkia’s belijdenis en inkeer. “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.” (Spr.28:13) Hizkia viel onder de tucht van God; tucht is geen straf, maar een corrigerende maatregel bedoeld tot herstel van de relatie. “Zij (onze vaders naar het vlees) tuchtigden ons wel voor weinige dagen, naar het hun goed dacht, maar Hij tot ons nut, opdat wij aan Zijn heiligheid deel zouden krijgen. Nu schijnt alle tuchtiging wel op het ogenblik zelf geen reden voor vreugde maar voor droefheid te zijn, maar daarna geeft zij aan hen die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht van gerechtigheid.” (Heb.12:10-11)

Hizkia’s ziekte – zijn dankgebed

“Geschrift van Hizkia, de koning van Juda, toen hij ziek geweest en van zijn ziekte hersteld was. Ik zeide: In de bloei mijner dagen moet ik heengaan door de poorten van het dodenrijk, ik zal derven de rest mijner jaren. Ik zeide: Ik zal de Here niet zien, de Here in het land der levenden; ik zal geen mens meer aanschouwen onder de bewoners der wereld. Mijn woning werd afgebroken en van mij weggerukt als de tent van een herder; ik wikkelde mijn leven samen als een wever, Hij snijdt mij af van de drom. Dag en nacht geeft Gij mij prijs; tot aan de morgen zoek ik tot rust te komen. Als een leeuw, zo verbreekt Hij al mijn beenderen. Dag en nacht geeft Gij mij prijs. Als een zwaluw, zo tjilp ik; ik kir als een duif. Mijn ogen smachten naar den hoge; o Here, ik ben angstig, wees borg voor mij. Wat zal ik zeggen, daar Hij tot mij gesproken heeft en Hij het ook gedaan heeft? Ik zal al mijn jaren voortschrijden na dit bittere zielenleed. Here, bij deze dingen leeft men, ja, in die alle is het leven van mijn geest: dat Gij mij zult gezond maken en doen leven. Zie, mijn bittere beproeving werd tot heil. Gij toch zijt het, die mijn leven gered hebt van de groeve der vernietiging, want Gij hebt al mijn zonden achter uw rug geworpen. Want het dodenrijk looft U niet, de dood prijst U niet; wie in de groeve zijn neergedaald, hopen niet op uw trouw. De levende, de levende, hij looft U, zoals ik heden doe; de vader maakt zijn zonen uw trouw bekend. De Here is gereed om mij te verlossen. Daarom doen wij het snarenspel klinken al de dagen van ons leven in het huis des Heren. Jesaja nu had gezegd: Men neme een vijgenkoek en legge die op de zweer, dan zal hij genezen. En Hizkia had gezegd: Wat is het teken, dat ik zal opgaan naar het huis des Heren?” (Jes.38:9-22)

Tenslotte

Zoals Hizkia met ziekte in zijn leven te kampen kreeg, zo kan dat ook in ons leven een (ongewenste) plaats krijgen. De vraag die wij ons moeten stellen is: hoe reageren wij op een crisis in ons leven? In het geval van Hizkia zien we dat hij zijn toevlucht nam tot God. Zijn ziekte leerde hem bidden. “Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.” (Ps.121:1-2) In het geval van Hizkia kwam het antwoord op zijn gebed onmiddellijk; Een snel antwoord was het gevolg. “Nog had Jesaja de middelste voorhof niet verlaten, toen het woord des Heren tot hem kwam.” (2Kon.20:4) Maar als een snel antwoord uitblijft, dan weten we dat God ons nooit onnodig leed bezorgd en ook al moeten we vragend verder gaan, Boven zullen we het eens verstaan! Het was bittere zielenleed geweest dat Hizkia had ervaren, maar zijn bittere beproeving werd tot heil. (Jes.38:15, 17)

________________________________________________________________________________________________