Diverse Onderwerpen – De filosoof Nietzsche – God is dood!

26 juni, 2026

Rubrieken: Christendom

Diverse Onderwerpen

De filosoof Nietzsche

“God is dood!”

Inleiding

In 1900 schreef de filosoof Nietzsche (1844-1900) in een van zijn boeken de bekende uitdrukking “God is dood!” Enkele jaren later, toen hij op zijn 55e. levensjaar stierf, zei God “Nietzsche is dood!” “God is dood” was geen triomfantelijk atheïstisch statement, maar een filosofische constatering. Het betekende dat de westerse samenleving niet langer in staat was om in God te geloven door de opkomst van wetenschap en secularisatie, wat volgens hem leidde tot een groot gevaar: het nihilisme. De kern van Nietzsche’s boodschap was:

(1) Cultuurhistorische observatie: Het christendom en haar moraal hebben hun geloofwaardigheid en fundament verloren. (2) Grote verantwoordelijkheid: Omdat de mens de “schepper” van dit idee (God) niet meer nodig heeft, vallen absolute waarheden en objectieve zingeving weg. (3) De mens aan zet: De mens moet zelf de verantwoordelijkheid nemen om betekenis aan het leven te geven, in plaats van te wachten op een hiernamaals.

Nietzsche waarschuwde dat de mens de enorme consequenties van deze ontwikkeling nog niet overzag en vreesde dat de maatschappij in een zinloos vacuüm zou storten. Hij werkte dit concept onder andere uit in zijn werken “De vrolijke wetenschap” en ”Zo sprak Zarathustra.” De uitspraak, “God is dood” komt uit het beroemde hoofdstuk ‘De Dolle Mens’, gepubliceerd in Nietzsche’s boek “De Vrolijke Wetenschap”. In dit hoofdstuk, dat als een verhaal wordt gepresenteerd, rent de dolle mens (een personage gekenmerkt door zijn dwaasheid) een druk plein op en begint te roepen dat God dood is. Niemand van de mensen die hem aanhoorden was verbaasd. Sterker nog: zij drijven alleen maar de spot met de dwaas. De dwaas is teleurgesteld dat niemand naar hem luistert, want het gaat er niet om dat God dood is, maar dat wij, mensen, hem vermoord hebben. De uitspraak dat God dood is, moet niet als een overwinningskreet beschouwd worden, maar als een uiting van verdriet. De dwaas is verdrietig, want God is dood. Wat moeten we nu? Het is een gedachte die de tijdsgeest erg zal beïnvloeden.

De dood van God betekent dat de mens in een nieuwe situatie terechtkomt: In een cultuur waarin God dood is verklaard, moet de mens alles zelf doen. Dit mes snijdt aan twee kanten. Als God leeft, dan heeft de wereld uit zichzelf betekenis. Alles is geschapen met een doel. Geen boom, geen kat, geen mens bestaat dan zonder reden. Als God dood is, is dit anders, niets heeft meer betekenis. Het leven speelt zich dan mogelijk af in een leeg en zinloos universum, dat niets zou geven om de mensen erin. De afwezigheid van God ontslaat de mens bovendien van elke verplichting. Je hoeft niets meer, zelfs niet te leven. Dat is het probleem van deze filosofie. Wat betekent het leven nog als God dood is? Het interessante aan de uitspraak van Nietzsche is dat het eigenlijk niets met God te maken heeft. Nietzsche zegt dan wel dat God gedood is, maar dit is een constatering over de mens, niet over God. In de 16de eeuw werd het niet meer vanzelfsprekend dat je in God geloofde. Hierdoor komt het probleem op dat God het leven geen zin meer geeft. De betekenis van het leven wordt zo een vraag, een vraag die mensen zichzelf in het tijdperk van ongekende kennis en wetenschap steeds meer gaan stellen, zelfs gelovige mensen.

Ontkerkelijking

De belangrijkste synoniemen voor secularisering zijn verwereldlijking en ontkerkelijking. Een dezer dagen geleden konden we op de sociale media lezen dat in 2025 43.000 personen in Nederland de Protestantse Kerk verlaten hebben. Dat wil niet zeggen dat ze ook God hebben verlaten, veel gelovigen zijn naar Evangelisch keken uitgeweken. De liberale theologie liet van de grondwaarheden van het christelijk geloof weinig over. In België is het niet anders, de jaarverslagen van de Rooms-Katholieke kerk in Vlaanderen geeft een soortgelijk beeld. “In vijf jaar tijd daalde het aantal parochies van 3.791 tot 3.528, het aantal diocesane priesters van 2.301 tot 1.678. In 2024 werden er 24 kerken buiten gebruik gesteld. De voorbije vijf jaar (2025) daalde het aantal religieuzen met bijna drieduizend van 9.550 tot 6.650 zusters, paters en broeders. Sinds enige tijd zijn we getuige van de geleidelijke overgang van een cultuurchristendom naar een overtuigingschristendom, stelt het jaarrapport. De verandering gaat evenwel snel, zeer snel. We vergelijken de cijfers met het Jaarrapport 2019, vijf jaar geleden dus. Kinderdopen: van 44.850 naar 29.769 (27 procent van alle geboorten). Vormsels: van 39.284 naar 27.548. Kerkelijke huwelijken: van 6.765 naar 4.896 (10 procent van alle burgerlijke huwelijken). Kerkelijke uitvaarten: van 48.407 naar 35.518 (31 procent van alle overlijdens). Het aantal gelovigen in de zondagsviering (geteld op de derde zondag van oktober): van 238.298 naar 173.335. (In 2009 was dat nog 315.000). Het aantal diocesane priesters van 2.301 tot 1.678. Er is één aantal dat onmiskenbaar toeneemt: dat van volwassenen die zich laten dopen (van 219 naar 362). Tot zover het Jaarrapport van de RK-Kerk.

Verwereldlijking

Verwereldlijking (synoniem: secularisering of ontkerkelijking) is het proces waarbij de samenleving, cultuur of individuen hun religieuze en kerkelijke karakter verliezen. Het houdt in dat het aardse, materiële leven belangrijker wordt en religie naar de achtergrond of de privésfeer verschuift. Het begrip kent in de praktijk twee specifieke uitingsvormen: (1) Maatschappelijke verwereldlijking. Dit is het proces waarbij instituties onafhankelijk worden van de kerk. Wetenschap, politiek, rechtspraak en onderwijs worden niet langer gestuurd door religieuze dogma’s. Voorbeeld: Scholen en ziekenhuizen die van oorsprong strikt katholiek of protestants waren, functioneren tegenwoordig onafhankelijk van geloofsovertuigingen. (2) Persoonlijke verwereldlijking. Dit verwijst naar individuen of groepen die hun geloof verliezen of hun levensstijl en waarden meer richten op de ‘wereldse’ maatschappij in plaats van op religieuze voorschriften. Voorbeeld: Minder kerkgang, versoepeling van traditionele religieuze gebruiken (zoals de zondagsrust) en meer focus op aards succes, rijkdom en individuele vrijheid. (3) Historische betekenis. Oorspronkelijk werd de term in de middeleeuwen gebruikt als onteigening: het overdragen van kerkelijke goederen en macht aan wereldlijke (niet-religieuze) heersers. Vandaag de dag wordt het voornamelijk gebruikt door sociologen om de afname van de maatschappelijke invloed van religie te beschrijven.

De Verlichting

“Toen de Verlichting kwam, werd het donker!” heeft eens iemand gezegd. Hij doelde daarmee op het gegeven dat het Christendom zijn invloed in de wereld zou verliezen. De Verlichting (ook wel ‘Eeuw van de Rede’ genoemd) was een intellectuele en filosofische stroming in Europa (ca. 1700-1800). Denkers stelden dat de menselijke rede (het verstand) superieur is aan traditie en geloof. Het doel was de maatschappij te bevrijden van onwetendheid en intolerantie. (1) Rede boven religie: Niet de Bijbel of de kerk, maar het eigen verstand en wetenschappelijk bewijs vormden de basis voor de waarheid. (2) Vooruitgangsgeloof: Door logica en wetenschap kon de mensheid zichzelf en de samenleving continu verbeteren. (3) Gelijkheid en Vrijheid: Mensen worden gezien als gelijken met fundamentele natuurrechten (mensenrechten).

Nadeel vs. Voordeel

“Sinds enige tijd zijn we getuige van de geleidelijke overgang van een cultuurchristendom naar een overtuigingschristendom,” stelde het jaarrapport van de RK-kerk. Dat is een belangrijke en verblijdende vaststelling, om maar te zeggen “dat elk nadeel, zijn voordeel heeft.” Het Europees Christendom c.q. de Christelijke Kerk in Europa, is ontstaan door middel van kerstening. Kerstening is het historische proces waarbij niet-christelijke volkeren werden bekeerd tot het christendom, vaak ondersteund door politieke macht en soms met dwang of geweld. Het ging niet alleen om religieuze bekering, maar ook om culturele transformatie, institutionele reorganisatie en identiteitsvorming. Dit omvat de oprichting van kerken, bisdommen en scholen, enz. (In de rubriek Europees Christendom op mijn website kunt u hele reeks artikelen vinden over de Kerstening van Europa.) De Kerk die daardoor was ontstaan bestond dan ook voor een groot deel uit ongelovigen, mensen die gedwongen “christen” waren geworden. Uiterlijk onderwierp men zich, gedwongen tot het Christendom, maar innerlijk, het hart, was niet veranderd! (Ik ga hier niet verder in op het ontstaan en de geschiedenis van het Europees Christendom, daarvoor kunt u meer dan voldoende in formatie vinden op mijn website.) We kunnen zeggen dat de overheersing van de RK-kerk over keizer en koningen heeft geduurd tot de Franse Revolutie van 1892. Een revolutie die het gevolg was van het denken van de Verlichting. “Nie Dieu, nie Maitre,” daarmee wilde men duidelijk maken dat het denken zich nooit mag onderwerpen aan wat dan ook, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken.

We zijn in onze tijd weer teruggekeerd naar de Kerk van de begintijd van het Christelijk geloof, een tijd van persoonlijke bekering en wedergeboorte. De invloed van het Christendom op de mens en maatschappij heeft overduidelijk aan invloed verloren, het heeft geen enkel maatschappelijk voordeel meer om zich als christen te bekennen, zoals dat eeuwenlang wel het geval is geweest. Wie toch Christen wil worden zal een persoonlijke keuze moeten maken, niet voor welke kerk dan ook, maar voor Christus! Na de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder aan het begin van de jaren zestig, is er een kanteling waar te nemen in de samenleving. De mens werd “mondig” en aanvaarde niet meer het gezag van kerk en staat, laat staan de Bijbel! Nietzsche kreeg gelijk: “de westerse samenleving was niet langer in staat om in God te geloven door de opkomst van wetenschap en secularisatie. Het resultaat was de mens “zonder God en zonder hoop!” (Ef.2:12)

Tenslotte

We staan aan de vooravond van grote wereldwijde veranderingen en het begin daarvan maken we nu al mee. Alles lijkt in een stroomversnelling te komen en we razen met een geweldige vaart op de afgrond af en is geen hoop op verandering. We hebben de gebeurtenissen niet meer in de hand. Maar een Bijbelgetrouw christen is a priori iemand die niet geloofd dat de gebeurtenissen zich maar eindeloos blijven herhalen, een zgn. circulaire toekomstverwachting. Nee, hij heeft een lineaire toekomstverwachting, een met een begin en een einde. “Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen.” (Jes.46:10) God heeft de toekomst in handen en het profetisch Woord de Bijbel, leert mij dat we binnenkort een aantal ongekende gebeurtenissen kunnen verwachten, dat zal resulteren in de komst van Jezus Christus en zijn rijk. “Want nog een zeer korte tijd en ‘Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven. Maar Mijn rechtvaardige zal op grond van geloof leven.” (Heb.10:37-38). Voor een bijbelgetrouw gelovige geldt: “Als nu deze dingen beginnen te gebeuren, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij.”   (Luk.21:28) Nee, God is NIET dood, maar Nietzsche wel!

 

Zie ook het artikel:  “De Ondergang van het Avondland” van de filosoof Oswald Spengler, ook in de rubriek Christendom.

___________________________________________________________________________