“God is niet in oorlog met de mens, maar de mens is in oorlog met God!”
Verzoening betekent het herstellen van een relatie na een conflict, waarbij de betrokkenen de vrede en vriendschap herstellen door een geschil bij te leggen. Dit kan gebeuren in een persoonlijke sfeer, zoals tussen familieleden, maar ook op grotere schaal, zoals tussen staten of bevolkingsgroepen. Het is belangrijk om te weten dat verzoening en vergeving niet hetzelfde zijn. Verzoening is niet het directe gevolg van vergeving, maar het is vaak wel het wenselijke einddoel ervan. Vergeving is het kwijtschelden van een schuld of straf. Verzoening is het herstel van een relatie.
Inleiding
De belangrijkste Griekse woorden die betrekking hebben op verzoening zijn “katalla’ge” (Rom. 5:11; 11:15; 2 Kor. 5:18-19) “katal’lasso” (Rom.5:10; 1Kor.7:11; 2Kor.5:18-20), en “hi’laskomai”(Heb.2:17). Verzoening betekent dat iemand of iets grondig wordt veranderd en aangepast aan iets dat een standaard is, zoals een horloge kan worden aangepast aan een chronometer. De doctrine kan vanuit drie aspecten worden bekeken:
Het Oude Testament
In het Oude Testament spreekt verzoening van verzoening of een bedekking van de zonde. “En Mozes deed de zonen van Aaron naderen, bekleedde hen met een onderkleed, omgordde hen met een gordel en bond hun hoofddoeken om, zoals de Here Mozes geboden had. Toen liet hij de stier van het zondoffer nader brengen, en Aaron en zijn zonen legden hun handen op de kop van de stier van het zondoffer. En hij slachtte die, en Mozes nam het bloed en streek dat met zijn vinger rondom aan de horens van het altaar en ontzondigde het altaar; het overige bloed goot hij uit aan de voet van het altaar. Zo heiligde hij dit en deed daarover verzoening.” (Lev. 8:15).
Van de hele wereld tot God
De noodzaak van deze aanpassing is Romeinen 5:6-11, waar de leer met haar universele reikwijdte voorkomt. “Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus te rechter tijd voor goddelozen gestorven. Want ternauwernood zal iemand voor een rechtvaardige sterven; immers, voor de goede heeft misschien iemand nog wel de moed te sterven. Maar God bevestigt Zijn liefde tot ons [hierin], dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven. En dat niet alleen, maar wij roemen ook in God door onze Heer Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.”
Let op vier gebruikte uitdrukkingen: goddelozen, krachtelozen, zondaars, vijanden. Door de dood van Christus ten behoeve van de wereld is de hele wereld grondig veranderd in haar relatie tot God. Maar er wordt nooit gezegd dat God met de mens verzoend is. De wereld is zo veranderd in haar positie ten opzichte van de heilige oordelen van God door het kruis van Christus dat God hun zonden nu aan hen toerekent.
Van elk individu
“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie het is alles nieuw geworden. En alles is uit God, Die ons met Zichzelf heeft verzoend door Christus en ons de bediening van de verzoening heeft gegeven, namelijk dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend was, terwijl Hij hun overtredingen hun niet toerekende en in ons het woord van de verzoening legde. Wij zijn dan gezanten voor Christus, terwijl God als het ware door ons maant. Wij bidden voor Christus: Laat u met God verzoenen. Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.” (2Kor.5:17-20)
Onderscheid drie veranderingen die verband houden met verzoening in bovenstaande verzen: (a) dat wat positioneel of structureel is, waarbij een ziel gezien wordt als in Christus (vs.17), (b) dat van een algemene relatie, of de basis waarop redding aan de hele mensheid kan worden aangeboden (vs.19), en (c) dat wat een mentale houding of het vertrouwen van het individuele hart is wanneer men de waarde in de dood van Christus voor hem ziet en aanvaardt (vs.20).
Beschouw eveneens de passages: Mattheüs 5:24 – “…laat daar uw gave vóór het altaar en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder, en kom dan en offer uw gave.” 1 Korintiërs 7:11- “…en als zij toch gescheiden is, laat zij ongetrouwd blijven of zich met haar man verzoenen.” Efeze 2:16 – “…en die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft.” Kolossers 1:21-22 – “En u, die er vroeger vreemd aan was en vijandig gezind was door uw boze werken, heeft Hij echter nu verzoend in het lichaam van Zijn vlees door de dood.”
Aangezien de positie van de wereld voor God volledig veranderd is door de dood van Christus, kan Gods eigen houding ten opzichte van de mens niet langer dezelfde zijn. Hij is bereid om nu met zielen om te gaan in het licht van wat Christus heeft volbracht. Dit lijkt natuurlijk een verandering van God, maar het is geen verzoening. God daarentegen gelooft volledig in de dingen die Christus heeft gedaan en aanvaardt die, om rechtvaardig te blijven, hoewel Hij daardoor elke zondaar kan rechtvaardigen die de Verlosser als zijn verzoening aanvaardt.
Deel krijgen aan de verzoening
“Wij zijn dan gezanten voor Christus, terwijl God als het ware door ons maant. Wij bidden voor Christus: Laat u met God verzoenen. Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.” (2Kor.5:20-21)
Ambassadeurs zijn officiële vertegenwoordigers van een land in een ander land. In de eerste eeuw was een ambassadeur een oudere man van hoge rang die naar een ander land reisde met boodschappen van de vorst van zijn land. Deze boodschappen konden bestaan uit eenvoudige felicitaties bij passende gelegenheden, of uit een officiële berisping. Paulus beschreef zichzelf en zijn medewerkers als Christus’ ambassadeurs, vertegenwoordigers van Christus in de wereld (5:19).
Paulus was een woordvoerder van God. De boodschap die hij predikte, was in feite Gods oproep aan de wereld. Paulus had zijn gezag om te prediken van God zelf gekregen. God had Paulus dit gezag niet gegeven omdat hij een bijzonder begaafd spreker was of de juiste kwalificaties had. God had Paulus simpelweg uitgekozen om Gods oproep over te brengen. Als Paulus ooit van Gods boodschap zou afwijken, zou hij zijn gezag om te spreken verliezen (zie 1 Korintiërs 12:3).
Wat was Paulus’ boodschap die hij namens Christus moest overbrengen? Dat de mens zich met God moest verzoenen. Paulus formuleerde dit gebod in de lijdende vorm. Hij gebood mensen niet zich met God te verzoenen; ze waren daartoe niet in staat. In plaats daarvan verkondigde Paulus dat ze met God verzoend konden worden en dat ze Gods vrije geschenk van verzoening moesten aanvaarden. Paulus verkondigde deze boodschap niet halfslachtig. Hij smeekte, drong er zelfs op aan en pleitte bij iedereen die naar hem wilde luisteren om Gods vrije geschenk van verlossing te aanvaarden. Het was uiterst dringend, want het zou hun eeuwige bestemming veranderen.