'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'
Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw dienaar zijn.
Ten eerste, er is door de eeuwen heen altijd een verlangen geweest tot een herstel van het Romeinse rijk dat in 476 tot een einde was gekomen. Toen na de tweede wereldoorlog de Europese Unie ontstond, werd dat door velen gezien als het begin van het herstel van dat Romeinse rijk. In de uitleg van het zgn. Statenbeeld van Daniël, werd dat Romeinse rijk gezien als het vierde rijk, dat door de komst van het vijfde, het rijk van Christus, vernietigd zou worden. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de interesse voor dit fenomeen onder Bijbeluitleggers groot is geweest.
Inleiding
Wanneer werd er, na Napoleon, serieus nagedacht over een Verenigd Europa, was na de Tweede wereldoorlog, zoals velen menen, of al eerder? Na de slag van Waterloo, waar Napoleon in 1815 definitief verslagen werd en Europa in wanorde achterliet, gingen de veroveraars, Rusland, Groot-Brittannië, Pruisen en Oostenrijk zich beraden over de toekomst van Europa. In Wenen werd in 1814-1815 een congres gehouden, dat later bekend zou worden onder de naam “Het Congres van Wenen.”
Beeld van Daniël
Zonder in bijzonderheden te treden, daarover kunt u in de rubriek Eschatologie en Israël meer artikelen vinden, zien we in het zgn. statenbeeld van Daniël, dat God na de terzijdestelling van Israël vanwege hun zonden en onbekeerlijkheid, het gezag aan andere rijken toevertrouwde: respectievelijk de Babyloniërs, Meden-Perzen, Grieken en Romeinen (Dan.2:31-45). We gaan onze aandacht richten op het laatste van de vier, het Romeinse rijk, omdat dat rijk twee vormen kent; in tegenstelling tot de voorgaande rijken, die dat niet kenden. Met andere woorden die rijken zijn opgekomen en ondergaan en vervangen door het volgend rijk, het Romeinse rijk heeft nooit opgehouden te bestaan en het is ook (nog) niet vervangen door een ander rijk.
De twee vormen van het Romeins rijk worden door Daniël als volgt weergegeven: “Zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer deels van leem.” Het is gemakkelijk in deze vorm van “twee benen” het Oost- en West-Romeins rijk te herkennen. De tweede vorm wordt als volgt beschreven en geeft meer details prijs, wat de mogelijkheid biedt tot meer uitleg en toepassing zoals ik dat hierna zal proberen te doen: “En een vierde koninkrijk zal hard zijn als ijzer; juist zoals ijzer alles verbrijzelt en vermorzelt; en gelijk ijzer, dat vergruizelt, zal dit die allen verbrijzelen en vergruizelen. En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, En de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem.” (Dan.2:40-43)
Val van het Romeinse rijk
Het Romeins rijk is het rijk dat het langst van alle rijken heeft bestaan en ook het grootst in omvang is geweest. Het werd in een bepaalde periode zelfs gekenmerkt door de “Pax Romana”. Pax Romana (Romeinse Vrede) is een Latijnse term voor een ongeveer 200 jaar durende periode (ca. 27 v.Chr. – 180 n.Chr.) van relatieve vrede, stabiliteit en welvaart binnen het uitgestrekte Romeinse Rijk, die begon onder Keizer Augustus. Het kenmerkte zich door politieke rust, ongestoorde handel, culturele bloei, de bouw van monumenten, en de integratie van veroverde volkeren, allemaal gegarandeerd door de militaire macht van Rome.
Het West-Romeins rijk
De val van het West-Romeinse Rijk wordt gesymboliseerd door de afzetting van de laatste keizer, Romulus Augustulus, door de Germaanse legerleider Odoaker in 476 n.Chr., en markeert het einde van de Klassieke Oudheid en het begin van de Middeleeuwen in West-Europa. Het was een langdurig proces van verval door interne zwakte, economische problemen, politieke instabiliteit en onhoudbare druk van Germaanse en andere volkeren die de grenzen overschreden, wat leidde tot fragmentatie en het uiteenvallen van centraal gezag in vele kleinere koninkrijken.
Het Oost-Romeins rijk
Het beleg van Constantinopel door de legers van het Ottomaanse Rijk onder leiding van sultan Mehmet II en de uiteindelijke val van Constantinopel op pinksterzondag 29 mei 1453 betekende het einde van het Oost-Romeinse Rijk, dat overigens pas later de naam Byzantijnse Rijk kreeg. Strategisch was het een belangrijke overwinning voor de Ottomanen: ze konden hun macht uitbreiden in het oostelijke Middellandse Zeegebied en op de Balkan. Politiek betekende de dood van Constantijn XI Paleologus, de laatste keizer van Byzantium, het formele einde van het Romeinse Rijk. Historici beschouwen de val van Constantinopel doorgaans als het einde van de middeleeuwen.
Eerdere pogingen tot eenmaking van Europa
Er is altijd een streven geweest om dat Romeins rijk weer nieuw leven in te blazen. Ik noem drie belangrijke personen die daartoe een poging ondernomen hebben.
Karel de Grote
Karel de Grote’s poging tot “éénwording” van Europa was een proces van expansie en centralisatie door verovering, allianties en bestuurlijke hervormingen, niet één project; hij bouwde een enorm rijk, van Spanje tot Italië, door oorlogen tegen Longobarden, Saksen en Moren, centraliseerde bestuur met graven en missi dominici (controleurs) en bevorderde een culturele opleving, de Karolingische Renaissance, om eenheid te smeden, zij het met harde hand en met het doel een christelijk, federaal rijk te vormen met Romeinse en Germaanse idealen.
Strategieën voor eenwording:
Militair en verovering: Karels constante veldtochten (tegen Saksen, Longobarden, Moren) breidden zijn rijk uit en creëerden een grotere territoriale eenheid. Huwelijken, zoals met de Longobardische prinses Desiderata, dienden om banden te verstevigen en rivalen te omcirkelen. Hij creëerde een bestuursstructuur gebaseerd op trouw, met graven (ambtenaren) die het land bestuurden, en reisde met missi dominici om de naleving te controleren, een vroege vorm van centrale controle. Door het christendom te omarmen en de paus te steunen, verbond hij zijn rijk met de Kerk, een belangrijke bindende factor, en dwong hij kerstening af, zoals bij de Saksen. Hij stimuleerde onderwijs, het kopiëren van manuscripten en de ontwikkeling van een uniforme schrijfwijze (Karolingische minuskel) om een gemeenschappelijke culturele en intellectuele basis te leggen, een vroege vorm van ‘Europese’ identiteit.
Napoleon
Napoleon’s pogingen tot Europese eenwording waren niet zozeer gericht op een vrijwillige federatie zoals de EU, maar op een centraal geleid rijk onder Franse dominantie, met een uniforme wetgeving (de Code Napoléon), administratie en economisch systeem, die hij oplegde via militaire verovering en satellietstaten, wat leidde tot een versterkt nationalisme in de bezette gebieden en uiteindelijk bijdroeg aan zijn val.
Kernaspecten van Napoleons “eenwording”: Hij creëerde een gigantisch rijk, grotendeels direct of indirect gecontroleerd door Frankrijk, met familieleden op tronen van vazalstaten, zoals Spanje, Napels, Westfalen en het Groothertogdom Berg. Een van de meest blijvende erfenissen was de invoering van een uniforme, seculiere wetgeving in veel delen van Europa, die principes van gelijkheid voor de wet en eigendomsrechten vastlegde. Hij probeerde Groot-Brittannië economisch te isoleren door handel met de Britten te verbieden, wat een vorm van continentale economische eenheid moest creëren, hoewel het vooral voor onrust zorgde. Geprobeerd werd om de veroverde gebieden te moderniseren naar Frans model met efficiëntere bureaucratieën en belastingsystemen
Hitler
Hitler’s pogingen tot “eenwording” van Europa waren gedwongen annexaties en militaire veroveringen, gebaseerd op de nazistische ideologie van rassenoverheersing, niet op vrijwillige samenwerking zoals we die kennen van de EU, maar de Conferentie van München (1938) was een vroeg voorbeeld van appeasement waarbij het Sudetenland aan Duitsland werd gegeven in een vergeefse poging oorlog te vermijden, wat de weg effende voor zijn verdere agressie, culminerend in WOII, waarna de echte Europese eenwording (EGKS, EEG, EU) na 1945 ontstond uit de as van de oorlog. In plaats van integratie was Hitlers doel de vorming van een Groot-Duits Rijk door annexatie van Duitstalige gebieden (Oostenrijk, Sudetenland), gevolgd door verdere verovering van Oost-Europa (Lebensraum). Een cruciaal moment was de Conferentie van München (1938), waar het Sudetenland (Tsjechoslowakije) werd afgestaan aan Duitsland om oorlog te voorkomen. Dit gaf Hitler slechts meer macht en was een dieptepunt in de internationale diplomatie. De “eenheid” die Hitler nastreefde, was een totalitaire, raciale en militaire hegemonie van Duitsland over het continent, niet een vreedzame samenwerking.
Het Congres van Wenen
In het najaar van 1814, na de eerste abdicatie van Napoleon, riepen de vier grote overwinnaars -Groot-Brittannië, Pruisen, Oostenrijk en Rusland -de Europese machten bijeen in Wenen. Het doel was na de overheersing door het Franse Keizerrijk een nieuw, machtsevenwicht in Europa te creëren, met garantie voor de toekomst. Het Congres van Wenen bereikte een overeenkomst waarbij de Europese grenzen opnieuw werden vastgesteld. Pruisen, Rusland en Oostenrijk breiden zich naar het westen uit. Polen werd opnieuw verdeeld, Italië bleef versnipperd. Groot-Brittannië behield zijn steunpunten langs de grote zeeroutes. Frankrijk kreeg zijn oude grenzen van 1790 terug en moest de Savoie weer afstaan. Het congres van Wenen was behoudend en monarchistisch gezind, sociale verworvenheden van de Franse revolutie werden ongedaan gemaakt, volksvertegenwoordigingen werden opgeheven. Toch werden er ook nieuwe ideeën geïntroduceerd, want door op deze manier samen te werken werd de weg vrijgemaakt voor internationale diplomatieke betrekkingen en de Commissie Vrije Doorvaart op Internationale Rivieren zag voortaan toe op de handelsvaart door Europa.
Zoals opgemerkt was het Congres van Wenen (1814-1815) een belangrijke internationale conferentie na de val van Napoleon, waar Europese mogendheden samenkwamen om Europa opnieuw in te delen, een machtsevenwicht te herstellen, en een duurzame vrede te waarborgen, wat leidde tot de oprichting van een groter Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het doel was de herordening van Europa: Het hertekenen van de landsgrenzen na de Napoleontische oorlogen. Voorkomen dat één land (Frankrijk) weer dominant zou worden, door een systeem van sterke staten rondom Frankrijk te creëren. De oude monarchieën en staten, die door Napoleon waren ontmanteld, in ere herstellen en het creëren van een stabiel en vreedzaam Europa (het “Concert van Europa”). Belangrijkste besluiten waren dat het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: Noord- en Zuid-Nederland (inclusief België en Luxemburg) werden herenigd onder het Huis van Oranje, met Koning Willem I als vorst. Pruisen en Oostenrijk werden versterkt; Frankrijk werd omringd door bufferstaten. Er werden nieuwe staten gevormd, zoals het Koninkrijk Sardinië-Piemonte en het Koninkrijk Sicilië. Kleine gebieden, zoals het huidige Kelmis (Neutraal Moresnet), werden als neutraal verklaard. Het congres legde de basis voor de vrede in Europa voor decennia. Het legde de basis voor het latere internationale diplomatieke systeem, zoals de Volkenbond en de VN. Het bracht de noordelijke en zuidelijke Nederlanden samen, wat tot de onafhankelijkheid van België in 1830 leidde
De Eerste Wereldoorlog
We slaan zo’n honderd jaar over en gaan niet in op de Frans-Duitse oorlog van 1870, het ontstaan van het Duitse rijk (1815-1871), de Eenwording van Italië (1848-1870), de Balkanoorlogen van 1912-1913, maar gaan verder met de bespreking van de situatie in de wereld van 1914 aan de vooravond van de Eerste-Wereldoorlog toen de wereld was verdeeld in twee grote rivaliserende machtsblokken, bestaande uit landen die onderlinge allianties hadden gesloten. De Triple Alliantie (of Driebond), die in 1882 was opgericht en in 1912 opnieuw bekrachtigd, bestond uit Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië; het was in de eerste plaats een defensie alliantie. De Triple Entente werd gevormd door Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland en was voortgekomen uit de Frans-Russische Alliantie (1893), de Entente Cordiale tussen Groot-Brittannië en Frankrijk (1904) en de Brits-Russische Conventie (1907). De grootmachten steunden bovendien op hun koloniën. Het Britse rijk was het grootste imperium ter wereld, met 450 miljoen inwoners in een gebied van 33 miljoen vierkante kilometer. Door de wereldwijde Europese koloniale dominantie kregen ook de allianties een mondiaal karakter. In 1914 maakte de Eerste Wereldoorlog een eind aan de neutraliteit van diverse landen, zoals België, dat door Duitsland werd binnengevallen, en de Verenigde Staten, die zich in 1917 in het conflict mengden, aan de zijde van de Entente.
Geraadpleegde werken o.a. “Tegen de Terreur” van Beatrice de Graaf