'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'
Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Met dit artikel over Karel de Grote, sluit ik voorlopig deze serie studies over de geschiedenis van het Christendom af om mogelijk later er mee door te gaan. Velen zien in Karel de Grote dan ook een overgangsfiguur van de Vroege Middeleeuwen naar de Late Middeleeuwen. Hij werd in Rome tot keizer gekroond in het jaar 800. ‘Karel, de allergenadigste, verheven, door God gekroonde, grote en vredestichtende keizer, die het Romeinse rijk regeert en die door de genade Gods ook koning van Franken en de Longobarden is’. Hij gold dus voortaan als dubbelkoning en keizer, zijn rijk werd de opvolger van het West-Romeins rijk. Karel liet op zijn keizersbul de woorden aanbrengen: Renovatio Romani imperii (Vernieuwing van het Romeinse wereldrijk). Het tot nieuw wekken van het Romeinse imperium. Met Karel kreeg de kerstening van de volken een echt begin. Door de doop van Clovis I in het jaar 500 was de kerstening begonnen en die kreeg door Karel de Grote een gewelddadig vervolg.
Inleiding
Kerstening is het historische bekeren van niet-christelijke volkeren tot het christendom door aanhangers van het christelijk geloof en hun wereldlijke bondgenoten. Dat gebeurde vaak massaal en ook door systematisch gebruik van geweld of het inzetten van zware straffen. Synoniem aan kerstening zijn de termen christianisatie en de modernere evangelisatie. We begrijpen allemaal dat dit niet de manier is om mensen tot God te brengen. De kerstening heeft een slaafse onderworpenheid aan de kerk tot gevolg gehad; niet aan Christus. De mensen hadden geen Bijbel ter beschikking en de gewone burger kon waarschijnlijk schrijven of lezen dus het evangelie werd niet gekend. Het was buigen of barsten. Zich niet onderwerpen aan de kerk, betekende in veel gevallen gestraft te worden en in veel gevallen de dood.
Kort geschiedkundig overzicht
Aan het einde van de 3e eeuw behoorden het huidige Turkije, Cyprus, Kreta, de Nijldelta en de gebieden rond Carthago (Donatisme) en Cyrene tot de gebieden waar veel bewoners tot het christendom waren toegetreden. Vanaf de vierde eeuw was het christendom het officiële geloof in het Romeinse en Byzantijnse Rijk. Het merendeel van de Europese volkeren werd gekerstend in de Middeleeuwen. Tegen het einde van de 6e eeuw waren grote delen van Europa ten zuiden en ten westen van de Donau en de Rijn gekerstend. Tijdens de 8e en de 9e eeuw is ook het gebied tussen Rijn, Donau en Oder gekerstend met dwang en geweld.
Karel de Grote had een pakt gesloten met de Rooms-Katholieke Kerk en moest ervoor zorgen dat alle Saksen christen werden, hij voerde onder andere oorlogen om dat te bereiken. Naar de nieuwe leer werd de macht van de keizer beschouwd als direct door de God gegeven die de katholieke kerk aanbad. De opvatting dat godsdienstig geloof een persoonlijke levenskeuze is, paste niet in deze zienswijze. Hij liet iedereen vermoorden die weigerde gedoopt te worden, vlees at in de door de kerk voorgeschreven vastentijd of bijvoorbeeld een dode cremeerde.
Karel de Grote en zijn betekenis voor het Christelijk geloof
Hoewel het Karel zeker niet aan strategisch inzicht ontbroken heeft, zou het een misvatting zijn om zijn ‘integratiebeleid’ uitsluitend als machtspolitiek te duiden. Willen we Karel goed begrijpen, dan moeten we hem niet slechts als machtspoliticus, maar ook als christelijk vorst serieus nemen. Niet voor niets zien we Karel in beleidsstukken en/of poëzie dikwijls gespiegeld worden aan oudtestamentische koningen als David en Josia. Deze koningen waren door God aangewezen om te regeren over de Israëlieten, Gods uitverkoren volk. Het centrale aspect van hun koningschap was niet macht maar verantwoordelijkheid: zij moesten erop toezien dat de Israëlieten niet van Gods wetten afweken. Kweten de koningen zich onvoldoende van deze taak, dan volgden van Godswege niet mis te verstane represailles. Door Karel de Grote’s optreden is de macht van de paus en van de kerk sterk toegenomen. Alcuinus, Karels leermeester en raadgever riep Karel toe: ‘Verheft u, gij door God gekozen man, en verdedigt de bruid van God, uw heer’. De twee zwaarden waarover Jezus sprak (Luk.22:38), waren volgens Alcuinus een wereldlijk en een geestelijk zwaard, door de beide dienstknechten van Christus (de keizer en de paus) gehanteerd. Op grond van Augustinus’ werk zag Karel zich door God geroepen als verdediger van de kerk om de strijd aan te binden tegen heidenen en ketters. Hij streefde naar een christelijk rijk. De kerkvader Augustinus (354-430) was er voorstander van dat de ongelovigen of niet-christenen met geweld tot de kerk werden gebracht. ‘Dwing ze om in gaan’ (Luk.14:23) was zijn advies. En dat deed Karel, hij bediende zich van roof, brandstichting, moord, mensenjacht en deportaties zonder dat de kerk daarop kritiek had… Karel toonde geen clementie met het heidendom en in dat spoor traden ook de missionarissen op. De kerstening begon doorgaans met de bekering van de koning waarop zijn volgelingen volgden. Veel bisschoppen werden door Karel zelf aangesteld en waren eigenlijk koninklijke ambtenaren. De tienden die de bisschoppen incasseerden, mochten ze voor een derde zelf houden; een derde was bestemd voor de kerk en een derde voor de onderhouding van de armen. Het was vooral Karel de Grote die, door zijn overtuiging dat hij door God tot de regering uitverkoren was, ervoor zorgde dat de positie van het christendom in zijn rijk werd versterkt. Overal in het rijk verrezen kerkgebouwen en kloosters.
De kerstening van Europa
Karels koningschap was op eenzelfde leest geschoeid, met als essentieel verschil dat hij het door God gegeven gezag over een christelijk rijk voerde. Dit rijk was minder exclusief dan het oude Israël: het kon meerdere volkeren omvatten. En dit was ook precies wat Karel zijn nieuwe onderdanen voorhield: zij mochten dan Saksen, Longobarden of Beieren zijn, tezamen vormden zij een populus christianus, een christelijke gemeenschap, onder het gezag van één christelijke vorst. Het christendom kon alleen sociale cohesie garanderen indien Karels onderdanen ook daadwerkelijk christelijk waren. Dit was niet bij alle veroverde volkeren het geval. Met name de Saksen waren in de 8ste eeuw nog sterk heidens.
Bekering van de Saksen
Terwijl Karel zich in Spanje bevond werd de oostgrens van het rijk regelmatig geplaagd door de Saksen, die meerdere malen plundertochten organiseerden op Frankisch grondgebied. In 780 vaardigde Karel daarom het decreet ‘Capitulatio de partibus Saxoniae’ uit, waarin hij vast liet leggen dat de heidense Saksen zich op straffe des doods moesten bekeren tot het christendom. Karels Saksenoorlogen werden dan ook al snel aangegrepen voor grootschalige kerstening. Karel werkte hierbij nauw samen met missionarissen uit kloosters in het Rijngebied, die vaak al langer met de Saksische missie begaan waren.
Doodstraf voor heidense praktijken. De kerstening van de Saksen was pas in de 9de eeuw voltooid. Ook zij verliep dikwijls onder dreiging van geweld. Een extreem voorbeeld hiervan vinden we in een onder Karel opgestelde wet ‘voor de Saksische gebieden’, waarin naast verscheidene vormen van politieke ontrouw ook heidense praktijken met de dood bestraft worden. Het is desondanks tekenend voor het uiteindelijke succes van de Saksische kerstening en integratie in het Frankische rijk, dat Karel door latere generaties Saksen uiterst positief herinnerend werd. De nadruk lag hierbij niet op het bloedvergieten, maar op zijn optreden als ‘Apostel der Saksen’, zoals hij door latere christelijke Saksische auteurs gedoopt werd. Dat Karel als apostel dikwijls met ‘ijzeren tong’ gepredikt had, wreven zij hem nauwelijks aan. Het was voor het eerst in de Westerse geschiedenis dat een vorst een dergelijke gewelddadige kersteningspolitiek hanteerde. Er volgde een lange oorlog, die Karel uiteindelijk pas in 804 in zijn voordeel wist te beslechtten.
Karel de Sachsenslachter
In 782 werd de Frankische staatsinrichting ingevoerd met een bestuurlijke indeling in graafschappen. In dat jaar werden op een dag 4.500 Saksische edellieden en goed getrainde en bewapende militairen gedwongen zich tot het christendom te bekeren, op straffe van moord door onthoofding; de gebeurtenis staat bekend als het Bloedbad van Verden. Het Saksische verzet onder leiding van Widukind duurde, ondanks de letterlijk moordende Frankische maatregelen en de militaire overwinningen van Karel op de Saksen, nog lange tijd voort. Weerstand van de Saksische adel werd met groot geweld neergeslagen en men gaf uiteindelijk in meerderheid op, zelfs Widukind onderwierp zich in 785, maar toch brak er in 792 opnieuw een opstand uit. Karel reageerde zowel met deportatie als met een verbetering van de juridische status van de Saksen in het koninkrijk. In 802 werd het Saksische volksrecht opgetekend en door Karel erkend. Saksen werd kort daarop door Karel de Grote en de Rooms-Katholieke kerk als definitief gepacificeerd en als deel van het Rooms-Katholieke Frankische Rijk gezien. Nooit heeft de kerk tegen het wrede optreden van Karel protest laten horen.
Tenslotte
Het is Karel de Grote niet gelukt een blijvend Europa te vestigen. De ‘Sachsenslachter’ heeft het huidige Europa met harde vuist onder zich verenigd maar al snel na zijn dood trad het verval van zijn rijk in. In de late Middeleeuwen bereikt het voorbereidend werk van Karel de Grote haar hoogtepunt. De Rooms Katholieke kerk heerste over de volken met ongekende macht. Maar dat is voor later. Voorlopig laat ik het hierbij.