Oude Testament – De zonen van Noach – Genesis 9

19 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Genesis

Oude Testament

De zonen van Noach

Genesis 9:18-28 – 10

 

Voorwoord

Het lijkt erop dat Genesis 11 chronologisch vóór hoofdstuk 10 komt, omdat in Gen.11:1 staat dat ‘de aarde nog één van taal en één van spraak was’, terwijl in hoofdstuk 10:5, 20, 31 sprake is van ‘geslachten, naar hun talen, in hun landen, naar hun volken’. Ook 10:25 geeft aanleiding tot die gedachte, wanneer gesproken wordt: ‘Aan Eber werden twee zonen geboren; de naam van de ene was Peleg, want in zijn dagen werd de aarde verdeeld, en de naam van zijn broeder was Joktan. Die verdeling van de aarde zou dan naar de verdeling in talen verwijzen. Anderen denken aan een verdeling in continenten die zouden zijn ontstaan tijdens en na de zondvloed. Weer anderen denken dan aan de verdeling in 70 volken die vermeld zijn in de volkenlijst van hoofdstuk 10:2,6,21 en verwijzen daarvoor ook naar Deuteronomium 32:8; 4:19; 29:26. Jafet vermeld veertien volken, Cham dertig en Jafet zesentwintig, tezamen 70.

Inleiding

De wereld vóór de zondvloed wordt door de apostel Petrus ‘de oude wereld’ genoemd, of ‘de wereld van de goddelozen’ en ook ‘de toenmalige wereld die door water vergaan is’ (2Petr.2:5; 3:6). In het verleden zijn er altijd wel mensen geweest die op zoek zijn gegaan naar het paradijs, de plaats die we in de eerste bladzijden van de Bijbel geschilderd vinden. Als die onderzoekers de Bijbel serieus hadden genomen, en geloof gehecht hadden aan het zondvloed verhaal en dat voor waar gebeurt hadden aangenomen, hadden ze zich de moeite kunnen besparen om het paradijs te zoeken. Het paradijs, die bewaakt werd door cherubs (Gen.3:24), is definitief verloren gegaan in de zondvloed. God heeft ná de zondvloed, waardoor de toenmalige wereld, door water overstroomd, vergaan is (2Petr.3:6; 2:5; Gen.7:11-21), verder geschiedenis geschreven met Noach en zijn nageslacht. ‘De zonen van Noach, die uit de ark gegaan waren, waren Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanaän. Deze drie waren de zonen van Noach, en uit dezen is de gehele aarde bevolkt’ (Gen.9:18). Van Noach zelf is niet zoveel bekent, de enige woorden die hij heeft gesproken en in de Bijbel zijn opgenomen was de vervloeking over Kanaän en de voorzegging met betrekking tot de toekomst van zijn twee andere zonen, Sem en Jafet. ‘Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en vernam, wat zijn jongste zoon hem aangedaan had, zeide hij: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders. Voorts zeide hij: Geprezen zij de Here, de God van Sem, maar Kanaän zij hem tot knecht. God breide Jafet uit, en hij wone in de tenten van Sem, en Kanaän zij hem tot knecht’ (Gen.9:24-27). Wat wel van Noach als persoon geweten is, maar dan door het getuigenis wat de Schrift zelf geeft, is dat ‘Noach genade vond in de ogen des Heren. Want Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God’ (Gen.6:8-9).

Na de vloed landde de ark op het gebergte Ararat, in het oosten van Turkije dichtbij de grens van Armenië en Iran. ‘En in de zevende maand, op de zeventiende dag der maand, bleef de ark vastzitten op het gebergte van Ararat’ (Gen.8:4). Van daaruit gingen ze naar de streek die wij nu Iran noemen en vandaar verder naar het oosten en bereikte de grote laagvlakte van Mesopotamië. ‘En het begin van zijn (Nimrod) koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear. Uit dat land trok hij naar Assur en hij bouwde Nineve, Rechobot-Ir, Kalach en Resen tussen Nineve en Kalach; dat is de grote stad’ (Gen.10:10-12).

‘Dit zijn de nakomelingen der zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet; hun werden namelijk zonen geboren na de vloed’ (Gen.10:1).

 Jafet (Gen.10:2-5)

‘God breide Jafet uit, en hij wone in de tenten van Sem, en Kanaän zij hem tot knecht’

‘De zonen van Jafet waren Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesek en Tiras. En de zonen van Gomer waren Askenaz, Rifat en Togarma. En de zonen van Jawan waren Elisa, Tarsis, de Kittiërs en de Dodanieten. Naar dezen zijn de kustlanden der volken in hun landen verdeeld, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, onder hun volken’ (Gen.10:2-5). Het eerste wat opvalt bij de opsomming van de zonen van Jafet, zijn de eerste twee namen, Gomer en Magog, die we ook vermeld vinden aan het einde van de wereldgeschiedenis in Jeremia 38 en 39. Van de drie zonen van Noach heeft Jafet de grootste uitbreiding gekend. In de loop van de tijd hebben ze de kusten van de Middellandse zee, Griekenland, Italië, Spanje, Engeland en nog meer naar het noorden de Scandinavische landen in beslag genomen. Nog later in de geschiedenis, vooral na de ontdekking van de Amerika’s door Columbus in 1492, werd die uitbreiding voortgezet en kwamen veel nakomelingen van Jafet terecht in Noord-Amerika, Canada en verder naar het oosten, door de ontdekkingen en de daarmee gepaard kolonisatie, ook Australië en Nieuw-Zeeland. Jafet, wiens naam ‘uitbreiding’ betekend heeft zijn naam alle eer aangedaan, want vandaag de dag is het grootste gedeelte van de wereld door de nakomelingen van Jafet bewoond. Maar hoe succesvol Jafet ook is geweest in zijn verspreiding in de wereld, voor de geestelijke rijkdom waren ze aangewezen op ‘de tenten van Sem’. Israël was door God verkozen om een ‘Licht voor de naties te zijn’ (Jes.42:6). Toen de Heer Jezus kwam was Hij ‘het licht tot openbaring voor de naties’ (Luk.2:32) en de apostelen hebben dat verder naar de naties en tot aan het einde van de aarde (Hand.1:8; 13:47).

Cham (Gen.10:6-20)

‘Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders’

‘En de zonen van Cham waren Kus, Misraïm (Egypte), Put en Kanaän. En de zonen van Kus: Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka; en de zonen van Rama waren Seba en Dedan. En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde; hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod. En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear. Uit dat land trok hij naar Assur en hij bouwde Nineve, Rechobot-Ir, Kalach en Resen tussen Nineve en Kalach; dat is de grote stad. En Misraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, de Patrusieten, de Kasluchieten, uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen, en de Kaftorieten (Kreta). En Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet en de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet, de Chiwwiet, de Arkiet, de Siniet, de Arwadiet, de Semariet en de Hamatiet; en daarna verspreidden zich de geslachten van de Kanaäniet. En de grens van de Kanaäniet was van Sidon in de richting van Gerar tot Gaza, in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm tot Lesa. Dit waren de zonen van Cham naar hun geslachten, naar hun talen, in hun landen, in hun volken’

Cham zijn zoon Kanaän wordt vervloekt, en die vloek is vervuld bij de intocht van Israël in Kanaän, waarbij de Kanaänieten bijna geheel werden uitgeroeid, vanwege hun eigen zonden (Gen.15:16; Lev.18:3; Deut.7:1-6, 12:29-31). Noach faalt na de zondvloed als regeerder over de nieuwe aarde, hij kan zichzelf niet regeren en wordt dronken. ‘Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij dronken en hij ontblootte zich in zijn tent’ (Gen.9:21). Maar als dan ook zijn zoon Cham zich misdraagt, wordt dit wel aanleiding tot een belangrijke profetie (Gen.9:25-27). Chams zoon Kanaän werd door Noach vervloekt, omdat Cham in piëteit ten opzichte van zijn vader tekortschoot, toen deze naakt neerlag in zijn roes. ‘Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broeders buiten’ (Gen.9:22). Hoewel er niet expliciet wordt vermeld waaruit blijkt wat er gebeurd is, moet het wel iets geweest zijn waarin hij zijn vader onteerde en er zijn broers deelgenoot van maakte. Maar de broers, Sem en Jafet, reageerden anders: ‘Daarop namen Sem en Jafet een mantel, legden die op hun beider schouders, liepen achterwaarts en bedekten huns vaders naaktheid, terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij huns vaders naaktheid niet zagen. Daarom wordt Cham gestraft: hij moet voelen wat het is schande te ontmoeten in je zoon, en daarom wordt zijn zoon Kanaän vervloekt. Kanaän zal van gelijke geestesgesteldheid geweest zijn als zijn vader. Dit is vervuld bij de intocht van Israël in Kanaän, waarbij de Kanaänieten bijna geheel werden uitgeroeid, vanwege hun eigen zonden. (Gen.15:36; Lev.18:3; Deut.7:1-6, 12:29-31).

Zo moest Cham zich gestraft voelen in zijn nageslacht. Lees Leviticus 18 om te weten te komen hoe de Kanaänieten leefden en welke zondige praktijken ze beoefenden! Het is om die reden dat God het volk Israël waarschuwde zich niet met de Kanaänieten in te laten en alles te doen om zich er niet door te verontreinigen (Ex.34:10-17; Deut.7). Er is dus geen enkele aanleiding om deze tekst te gebruiken, of liever te misbruiken, om het zwarte ras als minderwaardig te behandelen, zoals in het verleden gedaan is door de slavenhandel waar zwarte Afrikaanse mensen tot slaven werden gemaakt, verhandeld en verscheept naar de andere kant van de Atlantische oceaan! Speciale aandacht besteed de Schrift aan Nimrod, een nakomeling van Kus, deze was de eerste machthebber op de aarde (1Kron.1:10). Micha noemt Assyrië het land van Nimrod. ‘Wanneer Assur in ons land komt, en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, die het land Assur zullen weiden met het zwaard en het land van Nimrod in zijn poorten’ (Micha 5:4-5). Het begin van zijn koninkrijk was Babel in het land Sinear. Sinear is de oudtestamentische naam voor Soemer (Sumer) en werd later Babylonië genoemd. In Sinear ontstond de stad Erech, meer bekend als Uruk (Oeroek).  Uit dat land trok hij naar Assur en bouwde Ninevé. Hoewel Nimrod tot aller verbeelding spreekt is er buiten de Bijbel niets over hem bekend. Hij is de stichter van Babel en van het Soemerische rijk. De naam Nimrod komt uit het Hebreeuws en betekent ‘opstand’, ‘held’ of ‘veroveraar’.

Sem (Gen.10:21-31; 11:10-32)

‘Voorts zeide hij: Geprezen zij de Here, de God van Sem, maar Kanaän zij hem tot knecht’

En aan Sem, de vader van alle zonen van Eber, de oudere broeder van Jafet, werden eveneens (zonen) geboren. Dit zijn de nakomelingen van Sem. Toen Sem honderd jaar oud was, verwekte hij Arpaksad, twee jaar na de vloed. En Sem leefde, nadat hij Arpaksad verwekt had, vijfhonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. En dit zijn de nakomelingen van Terach: Terach verwekte Abram, Nachor en Haran, en Haran verwekte Lot. De lijst van nakomelingen van Sem wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 11:10-32 en brengt ons van Sem tot aan Abraham de stamvader van Israël. Noach zegent niet Sem, maar de here, de God van Sem om aan te geven wat God door Sem en nakomelingen zou doen. ‘Het heil is uit de Joden’ (Joh.4:22). Het is door het volk Israël dat wij kennis hebben van de ware God, het Woord van God, en de Heiland, Jezus Christus. In Genesis 14:13 wordt Abraham een Hebreeër genoemd, dit naar aanleiding van Genesis 10:21 waar staat dat ‘Sem, de vader is van alle zonen van Heber’. De christelijke en islamitische volken kunnen hun religie terugvoeren tot Abraham, de Semiet. Dat de satan zijn aanvallen dan ook richt op het Joodse volk is omdat God zich heeft verbonden aan de Hebreeën; God is de God van Sem! (Ex.3:18; 5:3; 7:16; 9:1,13; 10:3). Daarmee is de bron en oorzaak van het antisemitische aangegeven.

______________________________________________________________________________________________________________________________