Onze redding omvat alle drie Personen in de Godheid (Ef.1:13-14; 1Petr.1:2). Je kunt niet gered worden zonder de uitverkiezende genade van de Vader, het liefdevolle offer van de Zoon en de bediening van de Geest, die overtuiging en wedergeboorte brengt. Het is niet genoeg om te zeggen: “Ik geloof in God.” Welke God? Tenzij het “de God en Vader van onze Heer Jezus Christus” is (Ef.1:3), kan er geen redding zijn. Het trinitarische aspect van onze redding helpt ons om enkele mysteries van onze redding beter te begrijpen. Veel mensen raken in de war (of worden onzeker) als ze horen over uitverkiezing en predestinatie. Wat de Vader betreft, we werden gered toen Hij ons in Christus had uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld (Ef.1:4); maar we wisten daar niets van op het moment dat we gered werden. Het was een verborgen onderdeel van Gods wonderbaarlijke eeuwige plan. Wat de Zoon betreft, werden we gered toen Hij voor ons stierf aan het kruis. Hij stierf voor de zonden van de hele wereld, maar dat wil niet zeggen dat alle mensen op de wereld automatisch zijn gered. Dit is waar de Geest in beeld komt; wat de Geest betreft, is iemand gered op het moment dat de Geest het Woord van God in ons hart toepast; u geloofde en God redde (Hand.16:14-15). En over de Heilige Geest gaat het in dit tweede hoofdstuk van de eerste brief aan de Korinthiërs.
Inleiding
“Want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt.” (Joh.7:39)
Deze woorden van de Heer Jezus hebben aanleiding gegeven tot de gedachte dat de Heilige Geest is het Oude Testament niet aanwezig was. Die gedacht wordt al bij het lezen van de eerste verzen van de Bijbel al tegengesproken, want we lezen daar dat Gods Geest over de wateren zweefde en bij de schepping van de aarde betrokken was (Gen.1:2). Maar ook in andere gedeelten van het Oude Testament lezen we dat de Geest wel werkzaam was. We lezen dat Gods Geest werkzaam in veel mensen; zoekt u maar eens en u zult verbaasd zijn hoe vaak de Heilige Geest vermeld wordt. Van de dag van zijn zalving tot koning door Samuël greep de Geest des Heren David aan (1Sam.16:13). En in Psalm 51 zegt hij: “neem uw Heilige Geest niet van mij.” (Vs.13) Wat wordt er dan bedoeld dat “de Geest er nog niet was?” Wel, de Geest was wel werkzaam vóór zijn komst, maar na Jezus’ hemelvaart werd de Geest uitgestort en bleef, als ‘plaatsvervanger’ van de Heer Jezus, aanwezig in de Gemeente en in de individuele gelovige, zoals we hierna zullen zien. Zoals de Heilige Geest werkzaam was vóór de komst van de Heer Jezus, zal Hij ook werkzaam zijn nadat de Gemeente is weggenomen en Gods oordeel over deze wereld zal komen. We lezen immers van een grote schare die niemand kan tellen, die uit de Grote Verdrukking komen! (Op.7:9, 14) Zonder de Heilige Geest kan een mens niet wedergeboren worden (Joh.3:5-8).
De prediking van Paulus was door de Geest (2:4-5; 10-16)
“Mijn woord en mijn prediking bestond niet in overredende woorden van wijsheid, maar in betoon van de Geest en van kracht, opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid van mensen, maar in de kracht van God.”
In vrees en veel beven kwam de apostel Paulus in Korinthe aan, maar hij werd bemoedigd door een gezicht dat hij ’s nachts van de Heer kreeg: “Wees niet bang, maar spreek en zwijg niet, want Ik ben met je, en niemand zal de hand aan je slaan om je kwaad te doen.” (Hand.18:9-10) Hij predikte het evangelie, in zwakheid, maar in de kracht van de Geest. Hij schaamde zich het Evangelie niet, maar predikte Christus en Die gekruisigd! (1Kor.2:2) De gemeente in Korinthe was er een met veel problemen en misstanden waar corrigerend moest worden ingegrepen. We denken maar aan onderwerpen zoals huwelijk en echtscheiding, de positie van de vrouw, de hoofdbedekking en profetie en talen. Sommigen onder hen geloofden niet in de opstanding (1Kor.15:12). De Korinthiërs konden nogal denigrerend spreken over de apostel. Paulus zijn brieven, zeiden de ze, “zijn wel gewichtig en krachtig, maar zijn persoonlijk optreden is zwak en zijn spreken verachtelijk.” (2Kor.10:10) Nee, het is waar Paulus sprak niet zoals de filosofen met overredende woorden van wijsheid, maar in betoon van de Geest en van kracht! Paulus liet zich niet afschrikken door hun negatieve reacties, maar ging verder met zijn bediening onder hen; hij verbleef er een jaar en zes maanden (1Kor.18:11).
De Geest woont in de gelovigen (vs. 12; 6:19)
“En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn.”
Tijdens Paulus’ bezoek aan Efeze kwam hij in gesprek met twaalf mannen, discipelen. We kennen de aanleiding niet waarom hij hen vroeg: “Hebt u wel de Heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam?” Maar hun antwoord: “Wij hebben zelfs niet gehoord of de Heilige Geest er is,” gaf Paulus de gelegenheid om ze te vertellen “dat ze moesten geloven in Hem (Jezus) die na hem (Johannes de Doper) kwam.” Ze werden dan ook gedoopt en toen Paulus hun de handen oplegde kwam de Heilige Geest op hen (Hand.19:1-7). Hoe en wanneer ontvangen mensen de Heilige Geest vandaag als ze tot geloof in de Heer Jezus, want ook nu zijn er mensen die op een of andere manier gedoopt zijn, maar de Heilige Geest niet bezitten? Op deze vraag geeft de apostel Petrus het antwoord door te zeggen: “Bekeert u, en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.” (Hand.2:38; vgl.10:43-48) Ook al heeft men de Heilige Geest ontvangen dan wil dat nog niet zeggen dat de gelovige zich dat bewust is! Met andere woorden wat van binnen veranderd is, moet ook zichtbaar worden in het leven van een gelovige. Dat dat een gemis bleek te zijn bij de gelovigen in Korinthe, blijkt uit de woorden van de apostel Paulus, wanneer hij tot hen zegt: “Of weet u niet, dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest Die in u is, Die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent? Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam!” (1Kor.6:19-20) En hoe is het met u lezer?
De Geest onderzoekt het hart van de gelovige (vs. 10-11)
“Want wie van de mensen kent het innerlijk van de mens, dan de geest van de mens die in hem is? Zo kent ook niemand het innerlijk van God, dan de Geest van God.”
De Heilige Geest doet ons Gods Woord verstaan. “Wij lezen het Woord van God, om de God van het Woord beter te leren kennen.” Door de schepping kennen wij God als de Almachtige God, de hemelen vertellen immers Gods eer (Ps.19:1) Komen we verder in de Schrift dan leren we de liefde van God kennen, geopenbaard in de gave van zijn Zoon. De Heer Jezus zei: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” (Joh.14:9) Ik kan niet weten wat er zich in uw persoonlijkheid afspeelt, maar uw menselijke geest in jou weet het wel. Evenmin kan ik ‘de diepe dingen van God’ kennen, tenzij ik op de een of andere manier Gods persoonlijkheid kan binnengaan. Dat kan ik niet, maar door Zijn Geest is God in mijn persoonlijkheid binnengegaan. Door de Heilige Geest wordt elke gelovige deelgenoot van Gods leven. De Heilige Geest kent ‘de diepe dingen van God’ en openbaart ze aan ons. 1 Korintiërs 2:10 maakt duidelijk dat ‘de diepe dingen van God’ een andere omschrijving is van wat God heeft voorbereid voor hen die Hem liefhebben (1Kor.2:9). God wil dat we vandaag alle zegeningen van Zijn genade kennen die Hij voor ons heeft gepland. “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest.” “En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn.” (1Kor.2:9-10, 12) In het gebed van de Zoon tot de Vader zegt de Heer Jezus: “Want de woorden die U Mij hebt gegeven, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en waarlijk erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden.” (Joh.17:8) De Heer Jezus sluit zijn verkondiging van “De ware wijnstok” in Johannes 15 af met de woorden: “Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader heb gehoord, bekendgemaakt heb.” (Joh.15:15) Bent u daarvan op de hoogte? Wanneer we het Woord van God tot ons nemen op een manier dat Gods Geest zijn werk kan doen in het hart en denken van de gelovige, dan wordt de “verborgen aanwezigheid” zichtbaar!
De Geest onderwijst de gelovige (vs. 12-13)
“Hiervan spreken wij ook, niet met woorden door menselijke wijsheid geleerd, maar met woorden door de Geest geleerd, terwijl wij geestelijke dingen door geestelijke woorden meedelen.”
Ons onderwijs komt tot ons door middel van het Woord van God, waarvan de Heilige Geest de Auteur is. “Want niet door de wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht, maar heilige mensen van Godswege hebben, door de Heilige Geest gedreven, gesproken.” (2Petr.1:21) Het Woord van God informeert ons over het verleden, heden en toekomst van Gods handelen met de mens. (1) Verleden. “Maar de Voorspraak, de Heilige Geest, Die de Vader zal zenden in Mijn Naam, Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd.” (Joh.14:26) (2) Heden “Maar wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden.” (Joh.16:13) (3) Toekomst “Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.” (Joh.16:14) De Heer Jezus zegt: “Want de woorden die U Mij hebt gegeven, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en waarlijk erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden.” (Joh.17:8) De Heilige Geest “zal uit het mijne nemen en het u verkondigen.” (16:14; 15:26)
De Geest leidt tot geestelijke volwassenheid (vs.14-16)
“Maar wij hebben het denken van Christus.”
“What would Jesus do?” (Wat zou Jezus doen) was een slogan die enige jaren geleden in de mode was. Het is niet de bedoeling dat wij, wanneer we Christus hebben leren kennen, blijven leven zoals voorheen. Gods Woord spreekt ervan dat God ons bestemd heeft om aan zijn Zoon gelijkvormig te worden (Rom.8:29). En Paulus spreekt ervan dat Christus in ons gestalte dient te krijgen, God wil zijn Zoon in ons openbaren (1:16; Gal.4:20). Hoe kan zoiets tot stand worden gebracht, dat is toch schier onmogelijk?! Gods Woord spreekt over gelovigen in termen van “zwak vs. sterk; kind vs. volwassen en geestelijk vs. ongeestelijk.” Zo zegt Paulus in 1Kor.3:1-3 – “En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot kleine kinderen in Christus. Ik voedde u met melk, niet met vast voedsel, want dat kon u niet verdragen, ja, dat kunt u ook nu nog niet; want u bent nog vleselijk. Want als er jaloersheid en twist onder u is, bent u dan niet vleselijk en wandelt u niet naar de mens?” Om meer op Christus te lijken is het nodig als Hem te leven en te handelen. Al in zijn jonge jaren zei Hij tot zijn ouders: “Wist u niet dat Ik in de dingen van mijn Vader moet zijn?” (Luk.2:49) Geheel anders dan de anderen mensen, bedacht Hij “de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” (Kol.3:2) Petrus werd vermaand met de woorden: “Je bedenkt niet van God, maar de dingen van de mensen.” (Mat.16:23) Maar ook de andere discipelen handelden niet naar Gods gedachten, want zeiden ze: “Zullen we vuur uit de hemel laten komen?” (Luk.9:54) Ze zeiden dat omdat de Samaritanen weigerden om de Heer te ontvangen, waarop de Heer Jezus reageerde door te zeggen: “U weet niet van welke geest u bent.” (Luk.9:55) Laten we, als we volwassen in het geloof willen worden, het advies van de apostel Petrus ter harte nemen, die gezegd heeft: “Groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid.” (2Pt.3:18)