Bijbel – Nieuwe Testament – Paulus’ verblijf in Efeze – Hand.19 – Hebt u wel de H. Geest ontvangen?

16 april, 2026

Bijbel – Nieuwe Testament

Paulus’ verblijf in Efeze – Hand.19

“Hebt u wel de Heilige Geest ontvangen?”

Voorwoord

De gebeurtenissen die we hieronder beschrijven vonden plaats in de stad Efeze gelegen aan de westkust van het huidige Turkije. In die tijd had die stad zo’n 300.000 inwoners en was de hoofdstad van de provincie Asia en een belangrijke handelsstad. Efeze was groot geworden door de handel en door de toeloop van mensen die de tempel van Diana wilden zien, dat tot één van de zeven wereldwonderen behoorde. De tempel was al zo’n vierhonderd jaar oud in Paulus’ dagen. In het heilige van de tempel stond het beeld van Artemis (Diana) dat geacht werd uit de hemel te zijn gevallen (Hand.19:35). Waarschijnlijk was het een meteoriet. Omdat Artemis een vruchtbaarheidsgodin was, maakte prostitutie deel uit van haar verering, en honderden priesteressen waren beschikbaar in de tempel.

Inleiding

Paulus was, samen met Priscilla en Aquila, van Korinthe naar Efeze gereisd. We lezen dat Paulus werd uitgenodigd werd om langer in Efeze te blijven maar daar stemde hij niet mee in, maar beloofde later op die uitnodiging terug te komen. In plaats daarvan ging hij via Caesarea en Jeruzalem door naar Antiochië om verslag te doen van zijn tweede zendingsreis. Aquila en Priscilla bleven in Efeze waar ze Apollos zouden ontmoeten, die ze de weg van God nauwkeuriger mochten uitleggen. “Nadat Paulus enige tijd in Antiochië had doorgebracht, ging hij weg en doorreisde achtereenvolgens het land van Galatië en Frygië en versterkte alle discipelen.” Als u de brief aan de Galaten leest, zult u begrijpen waarom: de ‘judaïserende’ leraren waren deze jonge gemeenten binnengedrongen en leerden de nieuwe bekeerlingen dat ze de wet van Mozes moesten gehoorzamen. Paulus voelde zich bezorgd om de gemeenten en maakte daarom opnieuw de reis om hen in het Woord te onderwijzen en hen in het geloof te bevestigen. Lucas beschrijft deze derde reis in Handelingen 19:1-21:16. Het grootste deel van het verslag gaat over zijn belangrijke bediening gedurende drie jaar in Efeze (Hand.18:23).

De prediking door Apollos – (Hand.18:23-28)

In de tijd dat Paulus weg was kwam er een Jood genaamd Apollos, van geboorte een Alexandrijn, een welsprekend man, in Efeze aan; hij was machtig in de Schriften. Deze was onderwezen in de weg van de Heer, en vurig van geest sprak en leerde hij nauwkeurig de dingen betreffende Jezus, hoewel hij alleen de doop van Johannes kende. En deze begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. Toen nu Priscilla en Aquila hem hadden gehoord, namen zij hem met zich mee en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit. Toen hij nu naar Achaje wilde doorreizen, moedigden de broeders hem aan en schreven aan de discipelen hem te ontvangen. Daar aangekomen was deze door de genade de gelovigen tot grote steun, want krachtig weerlegde hij de Joden in het openbaar door uit de Schriften te bewijzen dat Jezus de Christus is.

(Zie verder in de rubriek Biografieën Nieuwe Testament het artikel: Apollos uit Alexandrië)

Paulus ontmoet twaalf onwetende discipelen (Hand.19:1-12)

“Het gebeurde nu, terwijl Apollos in Korinthe was, dat Paulus, na de hoger gelegen streken doorreisd te hebben, in Efeze kwam en er enige discipelen vond; en hij zei tot hen: Hebt u wel de Heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam? Zij echter zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord of de Heilige Geest er is. En hij zei: Waartoe bent u dan gedoopt? En zij zeiden: Tot de doop van Johannes. Paulus echter zei: Johannes doopte met een doop van bekering, terwijl hij tot het volk zei dat zij moesten geloven in Hem Die na hem kwam, dat is in Jezus. Toen zij nu dit hoorden, werden zij gedoopt tot de Naam van de Heer Jezus. En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest op hen, en zij spraken in talen en profeteerden. Het waren nu in het geheel ongeveer twaalf mannen.” (Hand.19:1-7) Deze discipelen hadden vermoedelijk het evangelie van Apollos gehoord (18:23-28), maar zoals we daar kunnen lezen was deze maar gedeeltelijk op de hoogte van de gebeurtenissen gebeurd waren. Hoewel Priscilla en Aquila aan Apollos “de weg van God” nauwkeuriger hadden uitgelegd, rijst de vraag waarom zij de twaalf mannen niet nader konden inlichten over de Heilige Geest? Is er een oorzaak voor te vinden waarom Paulus hen de vraag stelde: “Hebt u wel de Heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam?” Paulus’ tweede vraag, “Waartoe bent u dan gedoopt?” hangt daar natuurlijk mee samen. Het antwoord was, “tot de doop van Johannes.” Nadat zij enige uitleg van de apostel hadden gekregen werden zij nogmaals gedoopt, maar nu in de Naam van de Heer Jezus (19:4-5).

Doop met/in de Heilige Geest

Waarom vroeg Paulus naar hun doop? Omdat in het boek Handelingen iemands doop een indicatie is van zijn of haar geestelijke ervaring. Handelingen 1-10 beschrijft een overgangsperiode in de geschiedenis van de kerk, van de bediening van de apostelen onder de Joden naar hun bediening onder de heidenen. Tijdens deze overgangsperiode gebruikte Petrus “de sleutels van het koninkrijk” (Mat.16:19) en opende hij de deur van het geloof voor de Joden (Hand.2), de Samaritanen (Hand.8:14) en tenslotte voor de heidenen (Hand.10). Het is belangrijk om te weten dat Gods voorbeeld voor vandaag de dag wordt gegeven in Handelingen 10:43-48: zondaren horen het Woord, geloven in Jezus Christus, ontvangen onmiddellijk de Heilige Geest en worden gedoopt. De heidenen in Handelingen 10 ontvingen de Geest niet door middel van waterdoop of door handoplegging door de apostelen (Hand.8:14-17; Vgl. Hand.2:38). Het feit dat deze twaalf mannen de Geest niet ontvangen hadden, was het bewijs dat ze nooit echt wedergeboren waren. Maar ze waren wel gedoopt met de doop van Johannes, dezelfde doop die de apostelen hadden ontvangen! (Zie Hand.1:21-22) Wat ontbrak hen dan? Sommigen zeggen dat deze mannen al gered waren, maar dat ze de volheid van de Geest in hun leven misten. Dus legde Paulus uit hoe je ‘gedoopt kunt worden in de Geest’, en dit leidde tot een nieuw leven van overwinning. Maar dat is niet wat er staat. Paulus voelde aan dat deze mannen het getuigenis van de Geest niet in hun leven hadden, en daarom waren ze geen wedergeboren gelovigen. Hij zou zeker niet met onbekeerde mensen over de volheid van de Geest praten! Nee, deze twaalf mannen waren gedoopt en waren gelovig, maar er ontbrak iets. Helaas hebben we vandaag de dag nog steeds mensen zoals zij in onze kerken!

Paulus legde hun uit dat de doop van Johannes een doop van bekering was, die vooruitzag naar de komst van de beloofde Messias, terwijl de christelijke doop een doop is die terugkijkt naar het volbrachte werk van Christus aan het kruis en Zijn zegevierende opstanding. De doop van Johannes vond plaats ‘aan de andere kant’ van Golgotha en Pinksteren. Het was goed en horende voor die tijd, maar die tijd was nu voorbij. Houd in gedachten dat Johannes de Doper een profeet was die onder de oude bedeling diende (Mat.11:7-14). Het Oude Verbond werd niet beëindigd door Johannes bij de Jordaan, maar door Jezus Christus op Golgotha (Heb.10:1-18). De doop van Johannes was belangrijk voor de Joden van die tijd (Mat.21:23-32), maar is niet langer geldig voor de kerk van vandaag. In zekere zin waren deze twaalf mannen vergelijkbaar met gelovigen uit het Oude Testament die de komst van de Messias verwachtten. Paulus legde de mannen ongetwijfeld veel fundamentele waarheden uit die Lucas niet heeft opgetekend. Vervolgens doopte hij hen, want hun eerste doop was geen echte christelijke doop.

Waarom was het nodig dat Paulus deze mannen de handen oplegde voordat ze de Geest konden ontvangen? Sprak dit niet in tegenspraak met de ervaring van Petrus zoals beschreven in Handelingen 10:44-48? Niet als je bedenkt dat dit een bijzondere groep mannen was die de kern zouden vormen van een grote gemeente in Efeze. Door Paulus te gebruiken om de gave van de Geest over te brengen, bevestigde God Paulus’ apostolische autoriteit en verenigde Hij de gemeente in Efeze met de andere gemeenten en met de ‘moedergemeente’ in Jeruzalem. Toen Petrus en Johannes de gelovige Samaritanen de handen oplegden, verenigde dat hen met de gemeente in Jeruzalem en herstelde het de kloof tussen Joden en Samaritanen die eeuwenlang had bestaan (8:14-17). De Heilige Geest is uitgestort om alle gelovigen tot één lichaam te maken. “Immers, wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden hetzij Grieken, hetzij slaven hetzij vrijen, en ons allen is van één Geest te drinken gegeven.” (1Kor.12:13) Wat God door Paulus voor deze twaalf mannen deed, is niet de norm voor de kerk van vandaag. Hoe weten we dat? Omdat het niet herhaald is. De mensen die in Efeze onder Paulus’ bediening tot bekering kwamen, ontvingen allemaal de gave van de Heilige Geest toen ze in de Heer Jezus geloofden. Paulus maakt dit duidelijk in Efeziërs 1:13-14, en dit is het voorbeeld voor ons vandaag.

In Handelingen 19:6 vinden we het laatste voorbeeld van de gave van talen in het boek Handelingen. De gelovige sprak in talen tijdens Pinksteren en prees God, en zijn toehoorders herkenden deze tongen als bekende talen (Hand.2:4-11) en niet als een of andere “hemelse spraak”. De heidense gelovigen in het huis van Cornelius spraken ook in tongen (Hand.10:44-46), en hun ervaring was identiek aan die van de Joden in Handelingen 2 (Vgl. Hand.11:15). Dit was van historische betekenis, aangezien de Geest Joden (Hand.2) en heidenen (Hand.10) in het lichaam van Christus doopte (zie 1Kor.12:13). De doop met de Heilige Geest is een éénmalige historische gebeurtenis! Tegenwoordig is de gave van talen (tongen) geen bewijs van de doop met de Geest of de volheid van de Geest. Paulus vroeg immers: “Spreken allen in talen?” (1Kor.12:30) en de Griekse constructie vereist een ‘nee’ als antwoord. Toen Paulus aan zijn vrienden in Efeziërs schreef over de vervulling met de Heilige Geest, zei hij niets over talen (Ef.5:18 e.v.). Nergens in de Schrift worden we aangespoord om te zoeken naar een doop met de Heilige Geest of om in talen te spreken, maar we krijgen wel de opdracht om met de Geest vervuld te worden (Ef.5:18). Lees Paulus’ brief aan de gemeente in Efeziërs en let op de vele verwijzingen naar de Heilige Geest van God en Zijn werk in de gelovige.

(Zie over profetie en tongentaal de rubriek Diverse Onderwerpen het artikel: Profetie en Talen – 1Kor.14)

Weet u niet…? – 1Kor.3:16; 6:14-19)

Een andere groep gelovigen die niet goed op de hoogte waren van de waarheid van de Heilige Geest waren de gelovigen in de gemeente te Korinthe. En dat gebrek betrof de waarheid van de inwoning van de Heilige Geest in de Gemeente en in de individuele gelovige. Dat gebrek bestaat vandaag de dag nog steeds! “Of weet u niet, dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest Die in u is, Die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent? Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam!” (1Kor.6:19; 3:16).

______________________________________________________________________________