Bijbel – Oude Testament – Uittocht uit Egypte – Ex.11-13 – Deel 5 – Het lam

11 april, 2026

Bijbelboeken: Exodus

Bijbel – Oude Testament

De uittocht uit Egypte – Exodus 11-13

Deel 5 – “Het Lam”

Woord vooraf

De kern van dit gedeelte is het lam. Het Pascha markeert de geboorte van de natie Israël en haar bevrijding uit de slavernij. Deze belangrijke gebeurtenis beeld ook Christus en zijn werk aan het kruis uit (Joh.1:29; 1Kor.5:7-8; 1Petr.1:18-20).

Een lam was nodig (Hoofdstuk 11)

“Nog één plaag!” De tijd dat God de farao gedoogde in zijn halsstarrigheid was ten einde en het oordeel – de dood voor de eerstgeborenen – was aanstaande. De dood zou komen voor iedereen (11:5-6; 12:12-13), tenzij ze beschermd werden door het bloed van het Lam. “Allen hebben gezondigd” (Rom.3:23) en “het loon van de zonde is de dood” (Rom.6:23). God geeft aan dat de “eerstgeborenen” zullen sterven, en dit spreekt van Gods verwerping van onze eerste geboorte. Alle mensen zijn “eerstgeborenen” als ze niet “tweemaal geboren” zijn. “Wat uit het vlees geboren is, is vlees… u moet opnieuw geboren worden.” (Joh.3:6-7) Mensen kunnen zichzelf niet redden van de doodstraf; ze hebben Christus nodig, het Lam van God. Jarenlang hebben de Joden als slaven voor de Egyptenaren gewerkt zonder loon, dus nu staat God hen toe om hun rechtmatige loon te vragen (Zie Gen.15:14) volgens Gods belofte, en Ex.3:21 en 12:35 e.v.). Vanuit menselijk oogpunt was er geen verschil tussen de eerstgeborenen van Egypte en de eerstgeborenen van Israël. Het verschil zat hem in de toepassing van het bloed (vers 7). Allen zijn zondaren, maar zij die op Christus vertrouwen, zijn ‘onder het bloed’ en gered. Dit is het belangrijkste verschil! Deze gedachte vindt ook steun in wat de apostel Paulus zegt: “…geloof in Jezus Christus tot allen en over allen die geloven…” (Rom.3:22 Telos vert.) Het evangelie richt zich tot allen, maar is het middel tot behouden voor hen die hun hoop op Christus gesteld hebben en Hem hebben aangenomen als hun Verlosser (Joh.1:12).

Het uitverkoren lam (Hoofdstuk 12:1-5)

De Joden hebben een religieuze en een burgerlijke kalender, en Pesach markeert het begin van hun religieuze jaar. De dood van het lam betekent een nieuw begin (Ex.11:2), net zoals de dood van Christus een nieuw begin betekent voor de gelovige zondaar. Zoals gezegd staat een lam centraal en moest voldoen aan een aantal eisen. Ten eerste was het uitverkoren vóórdat het geslacht werd. Het lam was uitverkoren op de tiende dag en geslacht “tussen de avonden” van de veertiende en de vijftiende dag. Ten tweede het Lam werd apart gezet om geslacht te worden. Zo was Christus het Lam dat voorbestemd was vóór de grondlegging van de wereld (1Petr.1:20). Ten derde moest het lam een mannelijk dier zonder gebreken zijn, een beeld van het volmaakte Lam van God, in wie geen vlek of smet was (1Petr.1:19). Ten vierde bewaakten de mensen de lammeren van de tiende tot de veertiende dag om er zeker van te zijn dat ze voldeden aan de gestelde voorwaarden. Zo werd Christus ook beproefd en bewaakt tijdens zijn aardse bediening, vooral in de laatste week voordat Hij gekruisigd werd.

Het geslachte lam (Hoofdstuk 12:6-7)

Een levend lam was een prachtig iets, maar het kon niet redden! We worden niet gered door Christus’ komen in de wereld, zijn voorbeeld of zijn leven; we worden gered door zijn dood. Lees Hebreeën 9:22 en Leviticus 17:11 om het belang van het vergoten bloed van Christus te zien. “Jezus Christus, de trouwe Getuige, de Eerstgeborene van de doden en de Overste van de koningen van de aarde. Hem Die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door Zijn bloed.” (Op.1:5) Natuurlijk leek het doden van een lam dwaasheid voor de ‘wijze’ Egyptenaren, maar het was Gods manier van redding (1Kor.1:18-23). Het bloed van het lam moest op de deur van het huis worden aangebracht (12:21-28). Het woord ‘bekken’ in 12:22 kan ‘drempel’ betekenen, zodat het bloed van het lam in de holte bij de drempel werd opgevangen. Het bloed werd vervolgens aangebracht op de bovendrempel boven de deur en op de deurposten aan de zijkanten. Iedereen die het huis verliet, liep over het bloed (zie Heb.10:29). Christus werd geslacht op de veertiende dag van de maand, precies op het moment dat de paaslammeren werden geofferd. “En het gebeurde, toen Jezus al deze woorden had geëindigd, dat Hij tot Zijn discipelen zei: U weet dat na twee dagen het Pascha is en de Zoon des mensen wordt overgeleverd om gekruisigd te worden. Toen kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk bijeen in de voorhof van de hogepriester, Kajafas geheten; en zij beraadslaagden dat zij Jezus met list zouden grijpen en doden; maar zij zeiden: Niet op het feest, opdat er geen opschudding onder het volk komt.” (Mat.26:1-5) ‘De mens wikt, maar God beschikt!’ De mens zei “niet op het feest,” de Heer Jezus zei “op het feest!” Merk op dat God spreekt over Israël dat het (het lam) doodt. Want voor God is er maar één Lam: Jezus Christus. Isaak vroeg: “Waar is het Lam?” (Gen.22:7), en Johannes de Doper antwoordde: “Zie, het Lam van God!” (Joh.1:29) en de hele hemel zegt: “Waardig is het Lam!” (Op.5:12)

Het feest van de ongezuurde broden (12:8-20)

De belangrijkheid en de toepassing van het Feest van de Ongezuurde Broden wordt vaak over het hoofd gezien. Zuurdesem (gist) is in de Bijbel een symbool van zonde; het werkt in stilte, het bederft en zwelt op, en het kan alleen door vuur worden vernietigd. De Joden moesten tijdens Pesach alle zuurdesem uit hun huizen verwijderen en mochten zeven dagen lang geen gezuurd brood eten. Paulus past dit principe toe op christenen in 1 Korintiërs 5; lees het hoofdstuk aandachtig. Direct aansluitend op het Pascha komt de opdracht om het Feest van de ongezuurde broden te vieren (vgl. 1Kor.5:7-8). De onmiddellijke samenhang tussen de beide feesten komt in Lukas 22 sterk tot uiting: “Het Feest van de ongezuurde broden nu, Pascha geheten” (Luk.22:1). Hier zien we hoe de beide feesten met elkaar worden verbonden. De betekenis is begrijpelijk. Als wij geloven dat Christus, ons Pascha, geslacht is, dan kan het niet anders of ons leven wordt een feest waarin de zonde – waarvan het zuurdeeg een beeld is – geen plaats meer heeft. God verwacht niet anders van ons. Hij mag ook niet anders van ons verwachten als wij ons realiseren dat in de dood van Christus al onze zonden geoordeeld zijn. Het is belangrijk ons huis en ons leven steeds te bezien in het licht van de dood van Christus. Elke zonde (zuurdeeg) die weer is binnengeslopen, wordt dan zichtbaar. We kunnen die belijden en zo het zuurdeeg opruimen. Als het zuurdeeg niet wordt verwijderd, maar wordt gegeten, moet degene die het eet, worden weggedaan uit Israël, dat wil zeggen gedood. Voor de gemeente geldt de opdracht met betrekking tot iemand die zonde in zijn leven toelaat en weigert die te oordelen: “Doet de boze uit uw midden weg” (1Kor.5:13b). Het Feest van de ongezuurde broden duurt zeven dagen, van de vijftiende tot en met de eenentwintigste van de maand. Het getal zeven ziet op een volheid, een afgesloten periode. We zien dat bijvoorbeeld aan een week, die zeven dagen heeft. Als er zeven dagen voorbij zijn, begint er een nieuwe week. Symbolisch ziet het getal zeven op ons hele leven. Dit feest willen we graag onderhouden omdat het voortvloeit uit onze bevrijding uit de slavernij van de zonde. Het is Gods bedoeling dat ons leven een feest is “met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid”, zonder ruimte voor “oud zuurdeeg” of “zuurdeeg van slechtheid en boosheid” (1Kor.5:8). Aan dit feest, dat ook weer te maken heeft met wat er in de huizen moet gebeuren, worden twee heilige samenkomsten verbonden. Er moet een samenkomst zijn op de eerste dag van het feest en een samenkomst op de zevende dag van het feest. Wat in de huizen gebeurt, wordt door het geheel begonnen en door het geheel afgesloten. God wil dat Zijn kinderen in hun gezinnen geheel voor Hem zijn en Hij wil dat zij allen samen als volk voor Hem zijn.

Het lam werd gegeten (12:43-51)

Het bloed van het Lam was voldoende om van de dood te redden, maar de mensen moesten zich met het Lam voeden om kracht te krijgen voor hun pelgrimstocht. Redding is slechts het begin. We moeten ons voeden met Christus om de kracht te hebben Hem te volgen. Christenen zijn een pelgrimerend volk (vers 11), altijd klaar voor het bevel van hun Heer om verder te trekken. Het Lam moest geroosterd worden boven het vuur, wat verwijst naar het lijden van Christus aan het kruis. Er mocht niets overblijven om later op te eten; geen ‘restjes’ kunnen de gelovigen verzadigen, want we hebben een complete Christus nodig. We hebben een voltooid werk aan het kruis nodig. Bovendien zouden restjes bederven en dat zou het symbool tenietdoen; want Christus zag geen bederf (Ps.16:10). Helaas ontvangen te veel mensen het Lam bij hun redding van de dood, maar voeden ze zich niet dagelijks met het Lam. De verzen 43-51 geven verdere instructies met betrekking tot het feestmaal. Geen vreemdeling mocht deelnemen, evenmin als een ingehuurde knecht of iemand die onbesneden was. Deze voorschriften herinneren ons eraan dat redding een geboorte in Gods familie is – daar zijn geen vreemdelingen bij. Het is door genade – niemand kan het verdienen. En het is door het kruis – want de besnijdenis wijst naar onze ware geestelijke besnijdenis in Christus (Kol.2:11-12). Het feestmaal mocht niet buiten het huis gegeten worden (vs.46), want het feestmaal is onlosmakelijk verbonden met het vergoten bloed. Modernisten die zich willen voeden met Christus los van zijn vergoten bloed, bedriegen zichzelf. Het is duidelijk dat geen ongelovigen kunnen deelnemen aan het avondmaal.

Vertrouwen in het lam (12:21-42)

Het vergde geloof om die nacht gered te worden! De Egyptenaren vonden dit alles dwaasheid, maar Gods woord was gesproken en dat was genoeg voor Mozes en zijn volk. Houd in gedachten dat het volk gered werd door het bloed en gerustgesteld door het woord (vs.12). Ongetwijfeld waren veel Joden veilig onder het bloed, ook al voelden ze zich niet “veilig”, net zoals wij vandaag de dag heiligen hebben die twijfelen aan Gods woord en zich zorgen maken over het verliezen van hun redding. God deed precies wat Hij had gezegd dat Hij zou doen. En de Egyptenaren drongen er bij de Joden op aan het land te verlaten, precies zoals God had gezegd (11:1-3). God was geen dag te laat. Hij hield zich aan zijn woord. “Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het amen, tot heerlijkheid van God door ons.” (2Kor.1:20)

Het Lam geëerd (Hoofdstuk 13)

Het Lam was gestorven voor de eerstgeborene; nu zou de eerstgeborene God toebehoren. De Joden waren een ‘gekocht volk’, net zoals wij, ieder afzonderlijk, door God gekocht zijn (1Kor.6:18-20). Het volk zou het Lam voor altijd eren door hun eerstgeborene – hun beste – aan de Heer te geven. De handen, ogen en mond zouden Hem gegeven worden voor zijn dienst (vers 9). “En Ik, zie, Ik neem de Levieten uit het midden van de Israëlieten, in plaats van elke eerstgeborene onder de Israëlieten, die de baarmoeder opent. De Levieten zullen Mij toebehoren, want alle eerstgeborenen behoren Mij toe. Op de dag dat Ik alle eerstgeborenen in het land Egypte trof, heb Ik alle eerstgeborenen in Israël, van de mensen tot het vee, voor Mijzelf geheiligd. Zij behoren Mij toe. Ik ben de HEERE.” (Num.3:12-13)

Vertrek naar het Beloofde Land – 13:17-22

God leidde zijn volk niet op de kortste weg, maar op de weg die het beste voor hen was (vss.17-18), net zoals Hij dat vandaag de dag doet. De pilaar was overdag een wolk en ’s nachts een vuur. God maakt zijn wil altijd duidelijk aan hen die bereid zijn Hem te volgen (Joh.7:17). Hij redt ons, voedt ons, leidt ons en beschermt ons – en toch doen wij zo weinig voor Hem! Ze waren ten strijde toegerust om weerstand te kunnen bieden in de kwade dag! (13:18; Ef.6:11vv.) Wat betreft Jozef; hij had geweten wat hij had geloofd en waar hij thuishoorde. Zijn graf in Egypte was een herinnering aan de Joden dat God hen op een dag zou bevrijden. (Zie voor meer informatie over de beenderen van Jozef – Gen.50:24-26; Joz.24:32; Heb.11:22).

______________________________________________________________________________