Bijbel – Nieuwe Testament – Mattheüs 11 – Johannes de Doper – Heraut van de Koning

6 mei, 2026

Bijbelboeken: Matteüs

Bijbel – Nieuwe Testament

Johannes de Doper – Mattheüs 11

“Heraut van de Koning!”

Woord vooraf

“En de bijl ligt al aan de wortel van de bomen; elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.” (Mat.3:10)

Johannes sprak niet van het snoeien van het volk, dat was al twee keer gebeurd. De eerste keer was toen de Assyriërs tien van de twaalf stammen hadden weggevoerd in ballingschap en later toen de Babyloniërs de resterende twee stammen wegvoerden. Onder Ezra en Nehemia was, door Gods genade een gedeelte van het volk opnieuw in het Beloofde Land gevestigd, maar nu naderde de laatste beproeving. Wat zouden ze met Jezus doen? Als het volk Hem zou verwerpen, zou het oordeel niet alleen over het volk als geheel komen. De bijl zou dit keer niet alleen in de stammen ‘hakken’, maar in de wortel van de boom; dat wil zeggen, de individuen die het volk vormden, de individuen die Christus verwierpen, zouden de zwaarte van de komende toorn voelen.

Inleiding

Het verstaan van de belangrijkheid van de periode waarin Johannes de Doper leefde en optrad, kan helpen om de boodschap van het Nieuwe Testament en de bediening van Jezus beter te begrijpen. De tijd tussen het Oude en Nieuwe Testament worden meestal samengevat met de benaming: “de vierhonderd stille jaren” een periode ook bekend van de opstand van de Makkabeeën; een Joodse priesterfamilie die vanaf 167 v.Chr. de opstand leidde tegen het Seleucidische Rijk. Onder leiding van Judas Makkabeüs stichtte zij in 164 v.Chr. de dynastie van de Hasmoneeën, die over Judea regeerde tot de verovering van het land door de Romeinen in 63 v.Chr. Het was de overgang van de Griekse overheersing naar de Romeinse (zie Dan.2, 7, 8:21). We spreken vanaf de Babyloniërs van de “tijden van de volken,” die voortduren tot de komst van Christus (Luk.21:24; Dan.2:36vv.; 12:7). Gedurende deze 400 jaar veranderde de Joodse cultuur en religie, en ontstonden er verschillende groepen met verschillende interpretaties van de Schriften. Na die vierhonderd jaar wordt de stilte doorbroken en wordt de stem van God weer gehoord. De komst van Johannes de Doper in het begin van de eerste eeuw markeert het begin van het Nieuwe Testament. Deze periode valt grotendeels samen met de tijd van het hellenistische jodendom en de periode van de Tweede Tempel (516 v.Chr.-70 n.Chr.). Terugblikkend op het verleden kunnen we zeggen dat met Jezus’ komst de “laatste dagen” aanbraken. “Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in de Zoon.” (Heb.1:1) Johannes de Doper mocht als heraut vóór Jezus’ komst optreden, om Hem en het koninkrijk aan te kondigen.

De heraut van de Koning – Mat.11:2-19

 “Deze is het van wie geschreven staat: ‘Zie, Ik zend Mijn bode voor U uit, die Uw weg voor U heen zal bereiden’.” (Mat.11:10)

Op de vraag van de discipelen, “Bent U Degene die zou komen, of moeten wij een ander verwachten?” antwoordde de Heer Jezus hen met een drievoudig “Wat bent u gaan zien?”, een riet door de wind bewogen, een mens in zachte kleren gekleed, of een profeet? “Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet. Deze is het van wie geschreven staat: ‘Zie, Ik zend Mijn bode voor U uit, die Uw weg voor U heen zal bereiden’. Dat had de profeet Maleachi al veel eerder voorzegt, dat hij de engel of bode is “die voor Mij de weg bereiden zal” (Mal.3:1). Met “Mij” wordt de HEERE, Jahweh, bedoeld. De Heer Jezus zegt hier in Zijn aanhaling van dit vers: “Ik zend Mijn bode voor U uit.” Daardoor is duidelijk dat Hij de aangekondigde Jahweh is. Johannes is de bode die door Jahweh is uitgezonden om de weg van Jahweh Die als de Messias in nederigheid is gekomen voor te bereiden. Het bereiden van de weg wil zeggen het klaarmaken van de harten van de mensen om de Messias te ontvangen. Dat heeft Johannes de Doper gedaan door de mensen op te roepen tot berouw en bekering (bv. Mat.3:2).

Tekenen van het Koninkrijk

 “Aangezien u de tijd waarin naar u werd omgezien, niet hebt erkend.” (Luk.19:44)

Jezus stelt Johannes de Doper, die in de gevangenis verbleef, gerust en bemoedigt zijn geloof door het getuigenis van zijn discipelen, die naar Jezus waren gestuurd. Als je dit gedeelte van de Schrift vergelijkt met Lucas 11:2 met 7:17, zul je zien dat de discipelen van Johannes hem vertelden over Christus’ genezingswerk. Daarom zei Jezus: “Ga en vertel het Johannes nog eens” (11:4 SV). Met andere woorden, Jezus verzekerde Johannes de Doper ervan dat Hij de Koning was, omdat Hij de wonderen verrichtte die volgens de Schriften zouden gebeuren. “Zegt tot de versaagden van hart: Weest sterk, vreest niet; zie, uw God zal komen met wraak, met de vergelding Gods; Hij zal komen en Hij zal u verlossen. Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; Dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe.” (Zie Jes.35:4-6; Luk.4:19) “Struikel niet over Mij,” zei Jezus tegen Johannes, mogelijk verwijzend naar Jesaja 8:14-15. Bedoeld is waarschijnlijk dat Johannes twijfelde wegens zijn verblijf in de gevangenis, omdat die omstandigheid niet overeenkwam met zijn verwachting als heraut van de Koning. Christus gebruikt het Woord om Johannes te bemoedigen, een goede les voor ons in tijden van twijfel en ontmoediging.

Verandering van bedeling

“Voorwaar, Ik zeg u: onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is geen grotere opgestaan dan Johannes de doper; maar de geringste in het koninkrijk der hemelen is groter dan hij.” (Mat.11:11)

“De geringste in het koninkrijk der hemelen is groter dan hij.” Dat wil betekenen dat er na Johannes een nieuwe stand van zaken begint. Het verschil ligt niet in wat iemand in zichzelf is, maar in de positie die iemand inneemt. Het gaat om het koninkrijk der hemelen. Dat heeft Johannes aangekondigd, maar hij is er niet in gegaan, want het komt pas nadat de Heer Jezus is verworpen en is teruggekeerd naar de hemel. Dat koninkrijk heeft zijn oorsprong in de hemel, maar zijn werksfeer is op aarde. Dat geldt nu en ook straks in de toekomst als Christus op aarde regeert. Dat de “geringste” in het koninkrijk groter is dan Johannes de doper, heeft te maken met de verwerping van Christus en Zijn volbrachte werk. Dit werd in het Oude Testament niet gezien door de joden. De “geringste” is bekleed met voorrechten die geen enkele gelovige in het Oude Testament heeft bezeten. Dit heeft te maken met de waardering van God van het volbrachte werk van Zijn Zoon. Wie daarmee verbonden is – en dat geldt voor de leden van de gemeente van de levende God – krijgt die geweldige positie. De Gemeente was een verborgenheid die door de Heer Jezus aangekondigd werd (Mat.16:18; 18:17) en door de apostel Paulus geopenbaard (Ef.3:1-13; Kol.1:25-26). Het “koninkrijk der hemelen” kennen wij nu in een ‘verborgen’ vorm zoals uitgelegd in zeven gelijkenissen in Mattheüs 13. “Het koninkrijk is gelijk geworden aan…, of gelijkt op” is de herhaalde uitspraak (13:24,31,33,44,45,47). De ‘hemel’ regeert nu in de harten van de verborgen onderdanen van een verborgen koninkrijk en Koning!

De Elia die komen zou

“En als u het wilt aannemen, hij is Elia die zou komen.” (Mat.11:14)

“En terwijl zij van de berg der verheerlijking afdaalden, zoals we dat vinden in Mattheus 17, gebood Jezus hun aldus: “Zegt aan niemand het gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt.” Toen Jezus en zijn drie discipelen van de bergtop afdaalden, waarschuwde Hij hen om niet te vertellen wat ze hadden gezien, zelfs niet aan de andere negen discipelen. Maar de drie mannen waren nog steeds in verwarring. Hun was geleerd dat Elia eerst zou komen om de vestiging van het koninkrijk voor te bereiden. “Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.” (Mal.4:5-6) Was de aanwezigheid van Elia op de berg de vervulling van deze profetie? “Waarom zeggen de schriftgeleerden dan dat eerst Elia moet komen? “Hij nu antwoordde en zei: Elia komt wel eerst en zal alles herstellen; Ik zeg u echter dat Elia al gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar aan hem gedaan alles wat zij wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden.” Jezus gaf een tweeledig antwoord op hun vraag. Ja, Elia zou komen zoals Maleachi 4:5-6 beloofde. Maar geestelijk gezien was Elia al gekomen in de persoon van Johannes de Doper (zie Mat.11:10-15; Luk.1:17). Het volk, onder invloed van de geestelijke leiders, had toegestaan ​​dat Johannes werd gedood en zou ook vragen om de dood van Jezus. Toch zou Gods plan worden vervuld ondanks de daden van zondige leiders. “Toen beseften de discipelen dat Hij tot hen over Johannes de doper had gesproken.” (Mat.17:9-13)

De geduchte dag des Heren

De dag die komt, is de dag van de HEERE, dat is de periode waarin Christus de wereldregering opeist en uitoefent. Dan is het over en uit met ‘de dag van de mens’ (Luk.21:24), dat is de periode waarin de mens het voor het zeggen heeft, de tijd waarin wij leven. De dag van de HEERE komt “brandend als een oven”, wat betekent dat die dag wordt ingeluid door oordeel. Wanneer zal Elia komen om alles te herstellen? Sommigen geloven dat Elia een van de twee ‘getuigen’ zal zijn wiens bediening beschreven wordt in Openbaring 11. Volgens die overtuiging wordt in vers 4 Mozes als de wetgever voorgesteld. In de volgende twee verzen zien we Elia. Zijn dienst was om het volk dat van Gods wet was afgeweken, terug te voeren tot gehoorzaamheid aan de wet. In deze laatste verzen worden Mozes en Elia met elkaar verbonden. Beide mannen samen zijn van grote betekenis geweest voor het volk van God en de betekenis van hun dienst blijft ook voor toekomstige geslachten. We ontmoeten hen samen op de berg van de verheerlijking in de tegenwoordigheid van de Heer Jezus (Mat.17:3). Dat is een voorsmaak van de tijd dat Christus in heerlijkheid regeert en alles in overeenstemming zal zijn met alles wat zij, in opdracht van God, aan het volk hebben voorgehouden.

 Voor meer over Johannes de Doper zie rubriek: Biografieën – Nieuwe Testament – Johannes 3:30, het artikel: “Hij moet meer, ik moet minder worden”

_____________________________________________________________________________