Bijbel – Nieuwe Testament – Mattheüs 25:31-46 – Uw Koninkrijk kome!

4 september, 2025

Bijbel – Nieuwe Testament

Mattheüs 25:31-46

Uw Koninkrijk kome!

Voorwoord

 “Uw koninkrijk komen, Uw wil gebeuren, zoals in de hemel, zo ook op aarde.” (Mat.6:10)

We staan aan de vooravond van een nieuwe fase in het handelen van God met deze wereld. Dat de wederkomst van Christus nabij is wil ook zeggen dat het tijdperk nabij is dat Hij zal regeren en het Vrederijk zal oprichten. “De tijden van de volken”, de periode waarin God het bestuur in handen van wereldrijken had gegeven, is bijna voorbij (Luk.21:24). Het oordeel van God over deze wereld staat voor de deur; we noemen dat ook wel de Grote Verdrukking of “het uur van de verzoeking dat over het hele aardrijk zal komen.” (Op.3:10; Mat.24:21) Grote veranderingen in de geschiedenis van de wereld zijn aanstaande; maar dat is niet het einde. De oordelen die gaan komen, hebben ook nog een andere boodschap dan alleen maar oordeel, ze luiden ook een nieuw tijdperk in, namelijk die van het rijk van Christus. Daarover gaat dit artikel.

Inleiding

“God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?” (Num.23:19)

U vraagt zich misschien ook wel eens af wat er van Gods beloften aan Abraham nog terecht komt, vooral nu het volk Israël in oorlog is met Hamas en de hele wereld tegen hen is. In Gods verbond met Abraham beloofde Hij dat alle volken der aarde door Israël gezegend zouden worden (Gen.12:1-3). En verder over de grootte van het land: “Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.” (Gen.15:18) En wat mogen we nog verwachten van de profetieën over het koninkrijk van Christus. Krijgt dat nog gestalte, want de Messias en de stammen Israëls hebben toch een gemeenschappelijke toekomst? (Mat.19:28) Misschien twijfelt u, zoals ook Johannes de doper in zijn tijd, wel eens eraan of al die beloften wel vervuld zullen worden (Mat.11:2-3). Maar wees gerust, Gods plannen falen niet! “Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het amen.” (2Kor.1:20) Veel profetieën, gedaan in het Oude Testament over de eerste komst van de Heer Jezus als kind in een kribbe in Bethlehem zijn toch ook uitgekomen, en zouden de beloften en profetieën van zijn terugkeer in onze tijd dan niet uitkomen? (Bv. Jes.9:5-6; Mi.5:1)

De tijden van de volken

“Gij, o koning, koning der koningen, aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft, Ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven, en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt.” (Dan.2:37-38)

We ontkomen er niet aan om, in het bestek van dit artikel, in het kort iets te zeggen over de term “de tijden van de volken” zoals we dat in de Bijbel tegenkomen (Luk.21:24). We moeten dan terug naar het Bijbelboek Daniël en de profetie over het zogenaamde “Statenbeeld” zoals die voorkomt in de droom van Nebukadnezar en verklaard wordt door de profeet Daniël. Bedoeld is een periode waarin het volk Israël tijdelijk terzijde is gesteld (Hos.1:9-10), en God het bestuur van de wereld in handen van de volken heeft gelegd. Het eerste rijk is dus het Babylonische rijk van Nebukadnezar, daarna het rijk van Meden en de Perzen, vervolgens het Griekse rijk en daarna het Romeinse rijk. Het Romeins rijk kent twee op elkaar volgende verschillende vormen: (1) Twee benen voor het Oost- en West Romeinse rijk, en (2) twee voeten en tien tenen als de tweede vorm; het huidige EU. Als laatste volgt het rijk van Christus. U kunt dit allemaal uitvoerig lezen in o.a. het artikel ‘de volken en de tijden der volken’ in de rubriek ‘Eschatologie’ op mijn website. Dat rijk van Christus is er toen niet gekomen omdat het Joodse volk Christus hebben afgewezen zoals we weten, dus is het nog toekomstig Mat.21:33-46). Als oordeel van God zijn de Joden in ballingschap gevoerd onder alle volken. Maar niet voor altijd, want er was een ‘totdat’, namelijk “totdat de tijden van de volken” voltooid zouden zijn. Na de tweede wereldoorlog zijn er twee belangrijke zaken gebeurt: (1) Het ontstaan van de staat Israël, en (2) het begin van de oprichting van een Europese eenheid, waarin velen het herstel van het Romeins rijk zien, als vervulling van de twee vorm van het beeld in Daniël.

Komende gebeurtenissen

 “Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.” (Mat.19:28)

Voorafgaand aan de komst van Christus en de oprichting van zijn rijk, moeten er een aantal dingen te gebeuren. In de periode die ná de Opname van de Gemeente aanbreekt, de laatste jaarweek van Daniël zal (1) Het Babylon van de eindtijd, zal de valse kerk, de grote hoer worden geoordeeld (Op.17 – 18). (2) De volkeren zullen geoordeeld worden (Op.6:12-17). (3) Israël zal klaar gemaakt moeten worden om hun Messias te ontmoeten. Tijdens de grote verdrukking zal God Israël zuiveren, zodat er aan het einde van die zevenjarige periode een gelovig overblijfsel zal zijn dat wacht om Christus te ontmoeten. Het volk Israël zal haar Koning ontvangen en Christus zal Zijn koninkrijk op aarde vestigen, zoals beloofd in Lukas 1:31-33, 67-80 en andere plaatsen in de Schrift. “Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid.” (Mat.24:29-30; Zach.14:3-4vv.)

Misverstand

 “O wee! Want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.” (Jer.30:7)

Vandaag verkeren veel christenen in dezelfde situatie als de profeet Habakuk. Ze begrijpen niet, evenals Habakuk, wat er vandaag de dag met het volk Israël gebeurt en hebben dezelfde vragen. “De godsspraak, die de profeet Habakuk geschouwd heeft. Hoelang, Here, roep ik om hulp, en Gij hoort niet; schreeuw ik tot U; geweld! en Gij verlost niet? Waarom doet Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt Gij ellende? Ja, onderdrukking en geweld zijn voor mijn ogen, en er is twist, en tweedracht verheft zich.” (Hab.1:13) Sinds oktober 2023 is Israël in oorlog en God grijpt niet in. Steeds meer landen keren zich tegen Israël en God laat niet van Zich horen! Het antwoord dag God aan Habakuk heeft gegeven is ook voor vandaag van toepassing: “Ziet onder de heidenen en let op, en verbaast u, ontzet u, want Ik doe een werk in uw dagen, dat gij niet zoudt geloven, wanneer het verteld wordt. Want zie, Ik verwek de Chaldeeën tegen u.” (Hab.1:6) En waarom doet God dat en waarom laat God het toe dat Israël al sinds haar oprichting in 1948 door de omliggende volken bedreigd wordt in haar bestaan? Vers 12 geeft het antwoord: “Tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en, o Rots! om te tuchtigen hebt Gij hem bestemd.” (Hab.1:12) God is bezig het volk te tuchtigen en wij mogen ervoor bidden, bidden voor de vrede van Jeruzalem (Ps.122:6), dat wil zeggen bidden dat het volk Israël zich tot God mag bekeren. Een hoopvol teken is dat er sinds 1976, het jaar waarin geheel Jeruzalem onder Israëlisch bestuur kwam, veel Joden tot geloof kwamen; de zgn. Messias-belijdende Joden. Wat er na de Grote Verdrukking gebeurd is het volgende: “Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken, van de uitersten van de hemelen tot de andere uitersten daarvan.” (Mat.24:29-31)

Het koninkrijk van Christus

“Wanneer nu de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid; en vóór Hem zullen alle volken worden verzameld, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt; en Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linker.” (Mat.25:31-33)

Hier zien we Christus in zijn koninkrijk zittend op zijn troon van Zijn heerlijkheid, in het begin van zijn koninkrijk, waar alle volken voor Hem zullen verschijnen. Let op deze drie groepen mensen in deze scène: (1) de schapen, (2) de bokken en (3) degenen die Christus “Mijn broeders” noemt (vs.40). “Mijn broeders” zijn de gelovige Joden die tijdens de Grote Verdrukking voor Christus getuigd hebben (Op.7:1-8). Omdat ze vijanden van de antichrist waren, waren ze verzegeld en beschermd door God, want ze zouden ze zware vervolging ondergaan. Ze zouden niet kunnen kopen of verkopen en dus hongerlijden. Ze zouden uit hun huizen vluchten (Mat.24:15-21) en onderdak nodig hebben. Zonder werk en zonder het merkteken van het beest (Op.13:17) zouden ze geen kleding kunnen vinden en zouden ze naakt zijn. Velen zouden in de gevangenis belanden. Veel mensen uit de volken zullen in deze periode de boodschap van de Joodse zendelingen horen en geloven (Mat.24:14; Op.7:9-17). Zij zullen dan liefde en genade tonen aan deze lijdende Joden, door hen te voeden, te kleden en in de gevangenis te bezoeken, enz. Net zoals Paulus Christus vervolgde door zijn heiligen te vervolgen (Hand.9:4-5), zullen deze heidenen liefde voor Christus tonen door liefde te tonen voor zijn volk. Deze daden van vriendelijkheid zijn geen goede werken om hen te redden (Ef.2:8-9), ze zijn een bewijs van hun geloof in de boodschap en hun liefde voor Christus. De heidenen die de boodschappers verwerpen, verwerpen Christus (zie Mat.10:16-23, 40-42). Voor hen die Christus verwerpen is het einde de buitenste duisternis, daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Maar laten we niet vergeten dat God niet wil dat er iemand verloren gaat, maar dat alle mensen tot bekering komen (2Petr.3:9). Het eeuwige vuur is niet voor mensen bereid, maar voor de duivel en zijn engelen (Mat.25:41) Het is belangrijk om op te merken dat Christus de heidenen niet als groep als naties zal oordelen, maar als individuen. Het woord “volken” in vers 32 is onzijdig in het Grieks, terwijl “hen” mannelijk is en verwijst naar individuele personen. Er zullen geen ‘schapenvolken’ en ‘bokkenvolken’ zijn, maar ‘schapen’ gescheiden van ‘bokken’ in elke natie. Hoewel het waar is dat God hele naties heeft geoordeeld voor hun mishandeling van de Joden (Egypte, Babylon, enz.), is de waarheid hier dat individuen binnen de naties geoordeeld zullen worden, en alleen zij die geloof in Christus hebben getoond door hun liefde voor de “broeders” zullen het koninkrijk binnengaan. Zij zullen het eeuwige leven hebben; de anderen zullen heengaan naar de eeuwige straf. “Daarna zag ik en zie, een grote menigte die niemand kon tellen, uit elke natie en alle geslachten en volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met lange witte kleren en met palmtakken in hun handen. En zij riepen met luider stem de woorden: Het heil aan onze God Die op de troon zit en aan het Lam.” (Op.7:9-10)

Tenslotte

Zoals gezegd, we leven in boeiende tijden. Zouden wij die generatie van gelovigen zijn die de opname zal meemaken; de komst van de Heer Jezus voor de Gemeente? Wij mogen de gebeurtenissen die zich vandaag de dag voltrekken ten opzichte van Israël en de volken, zien in het licht van de komst van de Koning der koningen en de Heer der heren. Mogen wij het meemaken dat we de Heer Jezus zullen zien zitten op de troon van zijn heerlijkheid? Ik kijk er naar uit, U ook?

______________________________________________________________________________