Het enige wat veel mensen zich van Salome herinneren, is dat ze Jezus vroeg om haar twee zonen de tronen aan weerszijden van zijn troon te geven wanneer Hij zijn koninkrijk zou vestigen (Mat.20:20-28). Als dat alles is wat je van haar weet, dan heb je een het een en ander gemist, want Salome is een van de werkelijk grote geestelijke vrouwen in de evangeliën. Haar naam is afgeleid van het bekende Hebreeuwse woord shalom, wat ‘vrede, welzijn’ betekent. Laten we het familiealbum openen en die bestuderen, en als we ze begrijpen, zal het ons helpen beter te bidden en Jezus beter te dienen.
Inleiding
Salome
Haar naam wordt slechts twee keer vermeld in het Nieuwe Testament (Mark.15:40; 16:1). Ze is waarschijnlijk de vrouw van Zebedeüs en moeder van Jakobus en Johannes hoewel haar naam niet expliciet vermeld wordt (vgl. Mat.20:20; 27:56). Salome stond bij het kruis (Mat.27:56) en ging met andere vrouwen naar Jezus’ graf (Mark.16:1). Het is gissen, maar sommige bijbelverklaarders denken dat ze een zuster is van Maria, de moeder van de Heer Jezus en dus Jezus’ tante. (Mat.20:20-22; vgl. Mat.27:56 met Mark.15:40). Zij behoorde tot de Galileïsche vriendinnen van Jezus, die Hem op zijn reizen volgden (Mat.27:55; Luk.8:3).
Zebedeüs
De naam Zebedeüs betekent ‘geschenk van de Here’. Zijn naam komt 12 keer voor in de Bijbel. Hij was een visser en repareert samen met zijn zonen Jakobus en Johannes de visnetten als Jezus ze in hun boot opmerkt. Jezus riep hen: “…en zij lieten terstond het schip en hun vader achter met de knechten en volgden Hem.” (Mat.4:21). Ze worden discipelen van Jezus en worden later onder de apostelen gerekend. Zebedeüs is mogelijk de man van Salome.
Opmerking
De gedachte dat Zebedeüs de man van Salome zou kunnen zijn, en dat Salome de zuster van Maria, de moeder van Jezus was, en ook de moeder van Jakobus en Johannes was – wat helemaal niet tot de onmogelijkheden hoeft te behoren – geeft een totaal andere kijk op Salome en haar gezin. Ik ga in dit artikel die uitdaging aan om Salome zo te zien.
Inleiding
“Nu waren daar vele vrouwen die uit de verte toezagen, die Jezus waren gevolgd van Galiléa om Hem te dienen; onder hen was Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.” (Mat.27:55-56)
Dienstbaarheid
Zebedeüs, de visser, zijn vrouw Salome en hun twee zonen, Jakobus en Johannes, dienden Jezus allen trouw. De twee zonen werden apostelen en Salome was een van de vrouwen die Jezus en de Twaalf dienden toen zij van plaats tot plaats trokken (Mark.15:40-41; Luk.8:1-3). Zebedeüs bleef thuis en verkocht vis om in het levensonderhoud van zijn vrouw, de apostelen en Jezus te voorzien. Ik heb mensen horen beweren dat Zebedeüs thuisbleef en Jezus niet volgde. Maar het tegendeel is waar: zijn werk thuis hielp het werk elders te ondersteunen (Fil.4:16-20). Mattheüs noemt Salome “de moeder van Zebedeüs’ zonen” (Mat.20:20; 27:56), en alleen Markus gebruikt hun naam (Mark.15:40; 16:1). Terwijl ze van plaats tot plaats trokken, hadden Jezus en zijn apostelen dingen nodig die het best door de vrouwen konden worden uitgevoerd. Jezus voorzag niet in zijn fysieke behoeften door wonderen te verrichten, zoals Satan Hem had aangespoord (Mat.4:1-4), maar vertrouwde erop dat de Vader zou voorzien door middel van zijn volk. Dat principe vinden we vermeld in de derde brief van Johannes: “Geliefde, u handelt trouw in alles wat u jegens de broeders bewerkt, en dat jegens vreemdelingen, die van uw liefde getuigd hebben tegenover de gemeente; u zult er goed aan doen, als u hen voorthelpt op een wijze God waardig; want zij zijn voor de Naam uitgegaan, zonder iets aan te nemen van hen die tot de volken [behoren;” (1Joh.3:5-6; Fil.4:16-20) Zo, verklaarde Paulus: “Niemands zilver, goud of kleding heb ik begeerd. U weet zelf, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen die bij mij waren, hebben voorzien.” (Hand.20:33-34) Waar vinden dat nog tegenwoordig. Veel voorgangers zijn financieel afhankelijk van de overheid in plaats van de Vader. Salome en haar vrienden waren trouw in het dienen van Jezus en voorzagen in hun behoeften. Zebedeüs, Salome, Jakobus en Johannes waren allen betrokken bij de dienst aan Jezus, en zo zou het in elk christelijk gezin moeten zijn. God zegene die ouders die zich opofferen voor de Heer en Hem dienen en die hun kinderen leren hun voorbeeld te volgen! Zebedeüs bracht een ‘offer’ door zijn vrouw toe te staan Jezus en de apostelen te dienen waardoor ze vaak van huis was. En Salome betaalde een prijs door af en toe haar huis te verlaten om met de Meester mee te reizen. Dienstbaarheid die niets kost, bereikt niets, en hun dienstbaarheid was kostbaar.
Verzoek
Salome was de zus van Maria, de moeder van Jezus, wat betekent dat Jakobus en Johannes, vanuit menselijk oogpunt, neven van Jezus waren. Misschien maakte Salome gebruik van deze bijzondere verwantschap toen ze Jezus vroeg om tronen aan de twee zonen te geven wanneer Zijn koninkrijk gevestigd zou zijn. Hij had immers beloofd tronen te geven aan al Zijn apostelen (Mat.19:28), dus waarom zou Hij de beste tronen, die het dichtst bij Hem stonden, niet aan Zijn eigen neven geven?
“Toen kwam bij Hem de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen, huldigde Hem en vroeg iets van Hem. Hij nu zei tot haar: Wat wilt u? Zij zei tot Hem: Zeg, dat deze twee zonen van mij mogen zitten, een aan Uw rechter- en een aan Uw linkerhand in Uw koninkrijk. Jezus antwoordde echter en zei: U weet niet wat u vraagt.” (Mat.20:20-22)
Toen Jakobus, Johannes en hun moeder dit afspraak voorbereiden, leken ze de woorden van Jezus te zijn vergeten uit de toespraak die Hij hield nadat Hij Zijn apostelen had uitgekozen. We noemen het de Bergrede (Luk.6:12-49). Ze vergaten dat christenen ontvangen door te geven en heersen door zich te onderwerpen. Onze ware rijkdom is geestelijk en eeuwig. Als we Gods heerschappij en Gods gerechtigheid vooropstellen, zal Hij ons alles geven wat we nodig hebben (Mat.6:33). “Het is zaliger te geven dan te ontvangen.” (Hand.20:35) Vragen om speciale tronen betekende de overgang van dienaar naar heerser, en Jezus was gekomen als een dienaar. De ‘dingen’ van deze wereld die mensen zo aantrekken, zijn slechts ‘bijkomstigheden’ voor dienaren van de Heer. “De eerste plicht van elke ziel is niet haar vrijheid te vinden, maar haar Meester, en dat betekent buigen voor Zijn troon, niet vragen om een troon.” Jezus had hun verteld dat Hij zou sterven, dus het vergde veel geloof om een koninkrijk in Zijn toekomst te verwachten. Maar hun timing was verkeerd en hun motief was egoïstisch. Vier dagen later zou Hij gekruisigd worden. Het was niet echt het beste moment om om heerlijkheid en macht te vragen, terwijl Jezus op het punt stond in schande en zwakte te sterven. Laten we, wanneer we bidden, bedenken dat onze Hogepriester in de hemel nog steeds de wonden van Golgotha in Zijn lichaam draagt. Willen we Hem goedkope, egoïstische gebeden aanbieden, terwijl Hij alles voor ons heeft gegeven? Satan probeerde Gods troon te veroveren, werd geoordeeld en werd de tegenstander van God (Jes.14:12-15; Ez.28:11-19).
Jezus’ neven baden uit onwetendheid in plaats van volgens het Woord van God. “Jullie weten niet wat jullie vragen,” zei Jezus (Mat.20:22). Er is wel gezegd dat gebed geen middel is om de wil van de mens in de hemel te laten geschieden, maar Gods wil op aarde. Geen wonder dat de andere discipelen verontwaardigd raakten (Mat.20:24). Zelfzuchtig gebed zaait altijd verdeeldheid en onenigheid (Jak.4:1-10). Dit verklaart waarom Jezus die korte les gaf over “de heersers van de heidenen” (Mat.20:24-28). De Romeinen waren meesters in het verheerlijken van leiders en hen als goden te behandelen, maar de Romeinen zijn geen voorbeeld voor ons. Geen wonder dat Jezus Salome en haar zonen terechtwees. Hij wilde niet dat die filosofie zijn kerk zou binnendringen.
Kruis en Kroon
“In de hemel zijn geen kroondragers, die hier geen kruisdrager willen zijn.” (Spurgeon)
Deze moeder en haar twee zoons wisten niet waar ze om vroegen. Ze waren vergeten dat Jezus hen meerdere malen had verteld dat Zijn aardse bediening zou eindigen aan een Romeins kruis, want er zijn geen kronen zonder kruisen! Jezus stond op het punt de bittere beker van smart te drinken en gedoopt te worden in het water van het lijden (Ps.42:7). Hij zou voor ons tot zonde gemaakt worden en de vloek van de Wet dragen. Daarna zou Hij uit de dood opstaan en terugkeren naar Zijn glorieuze troon in de hemel. “Zij weten niet wat zij vragen, zij die het doel vragen, zien de middelen over het hoofd en scheiden zo wat God heeft samengevoegd.” Eerst het lijden, dan de glorie; eerst het kruis, dan de troon (Luk.24:26; 1Petr.1:11). Jakobus en Johannes zeiden dat ze de beker konden drinken en de doop konden doorstaan, en hun antwoord mag ons verbazen. Ze beseften niet wat ze zeiden. Jakobus was de eerste van de apostelen die zijn leven gaf voor Jezus (Hand.12:1-3), en Johannes leefde het langst van de apostelen en werd vanwege zijn geloof verbannen naar Patmos. Jakobus kreeg zijn kroon ten koste van zijn leven (Op.2:10), en Johannes schreef het boek Openbaring, waarin het woord troon zevenenveertig keer voorkomt. “Zoek eerst het koninkrijk van God, en al deze dingen zullen u worden gegeven.” (Mat.6:33). Dit is de wiskunde van geestelijke dienstverlening!
Toewijding
“Toen nu Jezus Zijn moeder zag, en de discipel die Hij liefhad daarbij zag staan, zei Hij tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zei Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van dat uur af nam de discipel haar in zijn huis.” (Joh.19:26-27)
Laten we Salome niet in deze gênante situatie achterlaten, want zo is het niet gebleven. Toen Jezus aan het kruis hing, was Salome daar met verschillende andere vrouwen, waaronder haar zus Maria, de moeder van Jezus (Luk.23:49; Joh.19:25-27). Johannes was er ook, maar geen van de andere apostelen. Waar dachten Salome en Johannes aan toen ze Jezus daar zagen hangen? Ongetwijfeld schaamden ze zich ervoor dat ze Hem om tronen hadden gevraagd, want niets zuivert iemands motieven en verheldert iemands gebeden zozeer als een visioen aan het kruis van Jezus Christus. Ik heb me vaak afgevraagd hoe Salome zich voelde toen Jezus Zijn moeder, Maria – haar zus – aan de liefdevolle zorg van Johannes toevertrouwde. Daar bij het kruis staande heeft Salome ongetwijfeld geholpen om een helderder perspectief te krijgen op gebed en het christelijke leven. Als we het boek Handelingen openslaan, vinden we Zebedeüs of Salome nergens meer vermeld. Maar er staat wel dat er in die bovenkamer 120 mensen bijeen waren om te bidden, onder wie “de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers” (Hand.1:14-15). Het lijkt me dat als Maria daar was, evenals “enige vrouwen,” Salome er ook was. Ze was een vrouw van gebed en ze bad met de gelovigen in Jeruzalem. De troon der genade was de enige troon die haar interesseerde. Ik suggereer verder dat ze aanwezig was op Pinksteren, de Heer prees en bad voor Petrus toen hij het Woord verkondigde (Hand.2). Dit betekent dat ze deel uitmaakte van die eerste gemeente die beschreven wordt in Handelingen 2:42-47, waar ze de nieuwe gelovigen bijstond en hen in het geloof aanmoedigde. Toen Salome’s zoon Jakobus de marteldood stierf (Hand.12), werd er niets over Salome gezegd. Misschien waren zij en Zebedeüs toen al gestorven en hadden ze dus de vreugde om hun zoon in de hemel te verwelkomen. Als ze toch nog leefde toen hij stierf, bad ze waarschijnlijk: “Dank U, Heer, dat U hem zijn kroon hebt gegeven! Loof de Heer!” Vraag niet om een troon. Leef in plaats daarvan je leven volgens de wil van God, zodat je er een zult verkrijgen.