Biografieën – Oude Testament – 1 Sam.1-4 – Eli, vader en priester

10 december, 2025

Bijbelboeken: 1 Samuel

Biografieën

1 Samuël 1-4

“Eli, een zorgeloze vader, een falende priester”

 

Woord vooraf

“In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen,” met deze woorden eindigt het boek Richteren (21:25). Met recht wordt het eerste boek Samuël wel een overgangsboek genoemd. Op de periode van de Richteren volgt de tijd dat het volk bestuurd wordt door de priesters. Samuël, de hoofdpersoon in 1 Samuël, was profeet maar ook de laatste richter (3:20; 7:15); hij mocht Saul tot koning zalven (9:1vv.). De geestelijke situatie was ronduit slecht te noemen. (1e.) Het woord des Heren was schaars; gezichten waren niet talrijk (3:1). (2e.) De lamp Gods was nog niet uitgegaan (3:3). (3e.) De zonen van Eli nu waren nietswaardige lieden. Zij rekenden niet met de Here (2:12-12) en (4e.) de mensen gingen het offer des Heren gering achten (2:17) Was het dan alles kommer en kwel? Gelukkig niet want de jonge Samuël diende voor het aangezicht des Heren, en door zijn dienst zou er veel ten goede veranderen (2:18).

Inleiding

Eli was een priester, een afstammeling van Aäron via zijn vierde en jongste zoon, Ithamar (1Kron.24:3,6). De naam Eli betekent “God is groot”. Dus elke keer dat zijn naam werd uitgesproken, elke keer dat hij zijn handtekening zette, werd Eli eraan herinnerd dat hij een dienaar was van de allerhoogste God, dat hij geroepen en gewijd was tot het hoogste beroep. Het is een grotere eer om een ​​dienaar van de Heer te zijn dan de zoon van een koning. Iemand die betrokken is in de dienst van de Allerhoogste heeft een nobelere taak dan degene die een rijk regeert. Gods dienaar, Jakob, was een groter man dan de Farao van Egypte. Toen Jozef zijn vader aan de Farao presenteerde, “zegende Jakob Farao.” Farao had alleen macht vanwege de gratie van zijn volk; Jakob had gezag van God (zie Gen.32:28; 47:7,10; Heb.7:7). Ondanks zijn betekenisvolle naam faalde Eli als priester en als ouder. Als gevolg daarvan lag er een donkere schaduw over zijn leven. Sommige droevige gebeurtenissen kunnen worden vermeden, maar we zien ze vandaag de dag overal om ons heen: in onze kerken, in onze huizen, in onze samenleving en in de wereld als geheel. Misschien kan het verhaal van Eli ons helpen om enkele valkuilen en eventuele tragedies in het leven te vermijden.

Een falende priester

Drie ‘verblijfplaatsen’ van Eli geven mogelijk weer wat voor een priester hij was. De eerste plaats was “op een stoel bij de deurpost van de tempel des Heren.” (1:9) De tweede plaats waar we Eli vinden is in zijn bed: “In die tijd had Eli zich eens op zijn gewone plaats te ruste begeven.” (3:2) en de derde keer vinden we hem “op zijn stoel aan de kant van de weg.” (4:11) Niet veel activiteit te bespeuren en dat blijkt ook wanneer we verder lezen. “Eli nu was achtennegentig jaar oud en zijn ogen stonden star, zodat hij niet zien kon en hij was zwaar.” (4:15,18) We zien verder dat Eli, in zijn confrontatie met Hanna, over weinig tact en empathie beschikte. Gezag, dat hij moeten uitstralen als hoofd van de tempel des Heren, ontbrak ten enenmale. Zo schrijft Paulus aan Timotheüs: “Als iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij zorgdragen voor de gemeente van God?” (1Tim.3:5) Hij heeft niet ingegrepen toen er dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen (2:22-24).

Dat alles bracht de Here ertoe om in te grijpen; Eli kreeg bezoek van een man Gods, met een ernstige boodschap: “Waarom veracht gij mijn slachtoffer en mijn spijsoffer, die Ik in mijn woning voorgeschreven heb, eert gij uw zonen boven Mij, en doet u te goed aan het beste deel van elk spijsoffer van mijn volk Israël? Daarom, luidt het woord van de Here, de God van Israël, Ik heb duidelijk gezegd: uw huis en uws vaders huis zullen voor altijd voor mijn aangezicht wandelen, maar nu luidt het woord des Heren: dit zij verre van Mij! Want wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden. En wat uw beide zonen Chofni en Pinechas zal overkomen, zal u tot teken zijn: op een dag zullen zij beiden sterven.” (2:29-30, 34)

Een zorgeloze vader

Gelovige ouders of ouder zoals Eli, zijn geen garantie dat hun kinderen hen in de weg van het geloof zullen volgen (Joh.1:12-13). We denken maar aan de ouders van Simson! De zonen van Eli waren niet alleen niet bekeerd ze waren ook ongezeglijk, “zij luisterden niet naar hun vader” (2:25) Eli greep niet echt in hij eerde zijn zonen boven de Here (2:29). “Wanneer hij (Eli) hoorde, wat zijn zonen geheel Israël al niet aandeden en dat zij sliepen bij de vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst, zei hij tot hen: Waarom doet gij dergelijke dingen, dat ik het gehele volk over die wandaden van u hoor spreken? Dat gaat niet, mijn zonen. Het is geen goed gerucht, dat ik hoor: zij brengen het volk des Heren tot overtreding.” (2:22-24) Maar met die opmerking bleef het ook, maar het ingrijpen van Eli bleef uit, daarom greep de Here in! “Want Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik over zijn huis voor altijd gericht zal oefenen om de ongerechtigheid, waarvan hij geweten heeft; immers zijn zonen brachten een vloek over zich en hij heeft hen niet eens berispt.” (3:13) Dat was de boodschap van de Here die Samuël moest aan Eli zeggen. Het antwoord van Eli was: “Hij is de Here, Hij doet wat goed is in zijn ogen.” (3:18)

De zonen van Elia

Kritiek hebben op een persoon is gemakkelijk als je de achtergronden niet kent of meeneemt in je beoordeling. Zoals gezegd is het beeld dat we van Eli hebben in de Schrift niet zo positief, maar we moeten dan wel bedenken dat hij zeer oud was (2:22) en alleen stond in het leven. We lezen immers niets over een levenspartner. Dan had hij nog de verantwoordelijkheid over de gang van zaken in de tempel en Hanna zal niet de enige zijn geweest die hij (onterecht) terechtwees op haar vermeende houding. Maar het ergste was dat hij van zijn zonen Chofni en Pinechas ook geen enkele medewerking had, integendeel: “Zij rekenden niet met de Here, noch met het recht van de priesters tegenover het volk.” (2:13) De Statenvertaling zegt: “Zij kenden de Here niet.” Dat wil zeggen dat ze niet bekeerd waren en dat blijkt overvloedig uit hun leven en hun handelen. “De zonen van Eli nu waren nietswaardige lieden.” (2:12) Ze waren ongezeglijk en “luisterden niet naar hun vader.” (2:25) Vandaar dat de Here ingreep en het oordeel over hen uitsprak. “En wat uw beide zonen Chofni en Pinechas zal overkomen, zal u tot teken zijn: op één dag zullen zij beide sterven.” (2:34; 4:11) Ook in onze tijd zullen er mensen zijn die lid van de kerk zijn, de diensten bijwonen en toch “de Here niet kennen.” Nee, zulken zullen wellicht niet de zonden doen die de zonen van Eli deden, maar ze dienen toch rekening te houden met een heilige God die heeft gezegd: “Aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik mij de heilige betonen.” (Lev.10:3) We zijn een koninklijk priesterdom, een heilige natie en dienen ons in overeenstemming daarmee te gedragen (1Petr.2:5,9; 1Tim.3:15).

Eli en Samuël

Hoewel Eli met zijn zonen tekortschoot, voedde hij de kleine Samuel op een opmerkelijke manier op. Hanna had beloofd haar zoontje Samuel aan God te geven. De enige manier waarop ze dat kon doen, was door hem aan Eli, de priester, te geven. Ze bad om de situatie en vertrouwde haar zoon vervolgens toe aan de zorg van de priester. Zo kreeg Eli een tweede kans. Hij moest Samuel opvoeden tot een heilige man Gods. Eli herstelde zich zozeer als priester en ouder dat hij Israël bij zijn dood in de bekwame handen van een geestelijke reus achterliet. Samuel was de laatste rechter en de eerste profeet. Samuel liet Israël op zijn beurt achter met koning David en met een wegwijzer die rechtstreeks naar Christus wees.

Tenslotte

Het is nooit te laat om te herstellen van een mislukking. Als we de bittere les van onze mogelijke eigen mislukkingen leren, en ons onderwerpen aan de machtige hand van God, nederig voor Hem wandelen en ernaar streven om ijverig te zijn op een of ander gebied van dienstbaarheid, zal de Heer ons zegenen. Zo ontving Eli zijn tweede kans. Misschien zei hij: “Dit is één ding dat ik zal doen. Ik vergeet wat achter me ligt en jaag naar het doel en de prijs. Ik zal dit kind nemen en van hem een ​​gelovige, en een profeet maken.” En dat deed hij. Aan het einde van zijn leven vinden we Eli, zittend op een stoel aan de kant van de weg in afwachting van de gebeurtenissen, vol zorg over de ark Gods. En toen hij hoorde van de dood van zijn zonen en dat de ark Gods was buitgemaakt, viel hij achter over van zijn stoel, brak zijn nek en stierf.

____________________________________________________________________