Gelegenheidspreken
Deuteronomium 8:1-10
Gedenken & Verwachten
Inleiding
Een docent journalistiek leerde dat de eerste alinea van elk nieuwsartikel de lezer moet informeren over de “wie, wat, waar, wanneer en waarom” van de gebeurtenis waarover wordt bericht. Deuteronomium 8 is geen nieuw artikel, maar het doet precies dat. Het volk Israël bevindt zich in Kadesh-Barnea in het veertigste jaar na hun bevrijding uit Egypte, en hun leider Mozes staat op het punt Gods wet uit te leggen en de nieuwe generatie voor te bereiden op de intocht in Kanaän. Hoewel Mozes zelf het land niet zou betreden, zou hij het volk uitleggen wat ze moesten doen om de vijand te overwinnen, hun beloofde erfenis op te eisen en succesvol te leven in hun nieuwe thuisland tot eer van God. God had zijn volk een tweede kans gegeven en Mozes wilde niet dat de nieuwe generatie zou falen zoals hun voorvaderen hadden gefaald. Israël had achtendertig jaar eerder Kanaän moeten binnengaan (2:14), maar in hun ongeloof kwamen ze in opstand tegen God. De Heer veroordeelde hen tot een zwerftocht door de woestijn totdat de oudere generatie was gestorven, met uitzondering van Jozua en Kaleb (Numeri 13-14). Filosoof George Santatana schreef: “Wie het verleden niet kan herinneren, is gedoemd het te herhalen.” Daarom was het eerste wat Mozes deed in zijn afscheidsrede een terugblik op het verleden van Israël en de nieuwe generatie eraan herinneren wie ze waren en hoe ze daar terecht waren gekomen (Deuteronomium 1-5). Door hun verleden te kennen, kon de nieuwe generatie in Israël voorkomen dat ze de zonden van hun voorvaders herhaalden.
Om verder zelf uit te werken hieronder een aantal aandachtpunten.
Gedenken
“Leren om te gedenken, gedenken om te leren!”
In de wildernis
-
God beproeft ons (vs.2)
-
God onderwijst ons (vs.6)
-
God zorgt voor ons (vs.3-4)
-
God tuchtigt ons (vs.5)
Verwachten
“Als wij hopen op wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.”
In het beloofde land
-
Genieten van Gods zegening (vs.12)
-
Vergeet Gods goedheid niet (vs.11)
-
Vergeet Gods gebod niet (vss.14, 19)
-
Bewaar u voor hoogmoed (vs.17)
____________________________________________________________________