Biografieën – De profeet Jona – Gemiste kansen!

28 september, 2023

Rubrieken: Biografieën

Bijbelboeken: Jona

Biografieën

De Profeet Jona

Gemiste kansen!

Grijp toch de kansen, door God u gegeven!

Inleiding

Dat Jona een werkelijke historisch persoon is geweest wordt bevestigd doordat hij, namens de God van Israël, koning Jerobeam II had meegedeeld dat zijn koninkrijk zich zou uitbreiden. ‘Hij heroverde het gebied van Israël, van de weg naar Hamat tot de zee der Vlakte, volgens het woord dat de Here, de God van Israël, gesproken had door zijn knecht, de profeet Jona, de zoon van Amittai, uit Gat-Hachefer’. Jona werkte in het noordelijk rijk van Israël tijdens de regering van Jerobeam II (793-753 v.Chr.). De Heer Jezus aanvaardde Jona eveneens als een historisch persoon en zag in hem een type van Zijn dood, begrafenis en opstanding (Mat.12:42; Luk.11:32). De regering van Jerobeam II was een periode van grote voorspoed voor het volk Israël; het herwon vroeger verloren gegaan gebied en breidde zijn territorium en invloed uit. Maar het was ook een tijd van morele en geestelijk verval en het volk verwijderde zich snel van God en verviel in afgoderij. Jona’s tijdgenoten de profeten Hosea en Amos, veroordeelden moedig de slechtheid van de heersers, priesters en het volk. De geschiedenis vertelt ons dat de Assyriërs een wreed en harteloos volk waren die er geen problemen mee hadden om hun vijanden levend te begraven, of hen te villen, of hen te spietsen op scherpe palen en daarna in de hete zon te plaatsen. Psalm 67 maakt duidelijk dat Gods zorg ook uitging naar andere volken, wat blijkt uit de zending van Jona naar de Assyriërs. De boodschap die Jona had gebracht aan koning Jerobeam zal hem waarschijnlijk tot een populaire profeet hebben gemaakt, maar toen God Jona riep om tegen de stad Nineve te prediken, de hoofdstad van het Assyrische rijk, spartelde hij tegen. De boodschap die Jona moest brengen was totaal verschillend, want nu moest hij de stad Nineve waarschuwen voor het komend oordeel. God zou de grote stad Nineve binnen veertig dagen omkeren als ze zich niet zouden bekeren (2:4). Omdat Jona het mededogen van de Heer kende (4:2), een populaire prediker en een patriottische Jood was, zag hij er niets in om die zondige stad Ninevé gespaard te zien. Hij legde zijn opdracht als gezant van God naast zich neer en vertrok in tegenovergestelde richting, naar Tarsis in Spanje. In de dagen die volgden liet hij drie prachtige kansen liggen!

Jona liep de kans mis om God groot te maken in zijn leven

Is gehoorzaamheid niet een kenmerk van een wedergeboren gelovige?  Petrus spreekt toch van ‘kinderen van de gehoorzaamheid’ (1Petr.1:14) wanneer hij zich richt tot gelovigen? Is gehoorzaamheid ook niet de manier om te laten zien dat we God liefhebben? Was het niet de Heer Jezus die gezegd heeft: ‘Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader worden geliefd; en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren’ (Joh.14:21,15)? Moet het dan ook niet ons verlangen als Gods kinderen zijn, om te beproeven wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is? Dat verlangen, die gehoorzaamheid vinden we niet bij Jona toen hij van God de opdracht kreeg om naar de grote stad Nineve te gaan. Uit menselijke overwegingen kunnen we wel begrip voor Jona zijn beslissing opbrengen, maar die weigering zou grote gevolgen voor hem hebben. Jakobus waarschuwing: ‘Wie dan weet goed te doen en het niet doet, voor die is het zonde’ (Jak.4:17), wordt als het ware door Jona’ handelswijze geïllustreerd. God gehoorzamen maakt je rijk, niet gehoorzamen zal je verarmen, maar dat was een les die Jona nog moest leren. Hij moest leren dat echt geloof is: gehoorzaam te zijn ongeacht de omstandigheden vóór hem, de gevoelens in hem en de consequenties die mogelijk konden volgen. Dus besloot hij om niet naar Nineve te gaan en ging weg van het aangezicht van de Here (1:3). Jona werd van een profeet een passagier van een schip op weg naar Tarsis, maar de reis verliep niet naar wens. God sprak tot Jona door middel van een storm, maar de enigen die daarin de stem van God herkenden waren de zeelui, want Jona was in een diepe slaap! (1:5). Ze namen Jona op en wierpen hem als een stuk ballast in zee waar een grote vis Jona opslokte. Door zijn weigering op God te gehoorzamen heeft Jona de kans gemist om God te dienen en aan de mensen om hem heen had hij zo tot een voorbeeld kunnen zijn, maar precies het tegenovergesteld was het geval (1:8,10,12). Wij zullen wellicht niet zo’n moeilijke opdracht van de Heer krijgen als Jona kreeg, maar hoe staat het met onze bereidheid om God te gehoorzamen? Aanvaarden wij de gelegenheid en de kans om de Heer te verheerlijken in ons leven? Jona had de kans niet gegrepen om God groot te maken in zijn leven!

Jona liep de kans mis om de genade van God bekend te maken

We krijgen niet de indruk, nadat de vis Jona had uitgespuwd en hij een tweede kans had gekregen (3:1), dat hij met veel enthousiasme zijn taak op zich nam en naar Nineve ging. Zijn prediking was zeer kort: ‘Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!’ (3:4). Meer komen we niet te weten. Wat laat hij een geweldige gelegenheid voorbijgaan om de Ninevieten te vertellen van Gods genade! Hij had de mensen van Nineve kunnen vertellen wat de Here tot hem gezegd had over hen en wat zijn boodschap was: ‘Maak u op, ga naar Nineve, de grote stad een predik tegen haar, want haar boosheid is opgestegen, voor mijn aangezicht! (1:2). Hij had dan de gelegenheid gehad om de mensen van Nineve te vertellen van de genade van God, dat Deze hen nog een kans gaf om aan het voorzegde oordeel te ontkomen. Maar we merken geen enkele bewogenheid van hem voor de mensen van Nineve, hij bracht de boodschap die hij moest brengen, en dat was het! Het is opmerkelijk dat we toch mogen lezen: ‘De mannen van Ninove geloofden God, niet Jona! (3:5). Verder horen niets meer van Jona in hoofdstuk drie. Wij leven in de tijd waarop God in genade met de mensen handelt. We spreken dan ook van ‘het evangelie van de genade Gods’, zoals ook de apostel Paulus dat deed (Hand.20:24). Aan ons, gelovigen, heeft God de bediening van de verzoening gegeven, en wij mogen als gezanten van Christus de mensen oproepen om zich te laten verzoenen met God (2Kor.5:18-21). Jona heeft de kans, die voor het grijpen lag voorbij laten gaan om de mannen van Nineve op de hoogte te brengen van de genade van God die hun ten deel was gevallen. Geef dat wij, wanneer de gelegenheid zich voordoet om van Gods genade te getuigen, de kans grijpen.

Jona miste de kans om te groeien in kennis van de genade van God

We vinden Jona, zeer slecht geluimd, zitten in zijn hut buiten stad. Hij lag behoorlijk met zichzelf en God overhoop; vol verwijten naar God toe. Hij sprak een veelzeggend gebed uit, toen hij zag hoe het volk zich bekeerde en God in genade handelde (3:5-10). ‘Ach, Here, heb ik dat niet gezegd, toen in nog in mijn land was? Daarom had ik het willen voorkomen door naar Tarsis te vluchten, want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig, groot van goedertierenheid en berouw hebbend over het kwaad’. Geen woord die getuigd van blijdschap over de bekering van de Ninevieten komt uit de mond van Jona. God probeerde meerdere keren Jona van zijn misnoegdheid af te brengen door een wonderboom te beschikken, een worm en een gloeiende wind, maar het was allemaal vergeefse moeite. Jona was niet op andere gedachten te brengen en miste de kans om te groeien in de kennis en de genade van God. Neen, de laatste woorden van Jona waren: ‘Terecht ben ik vertoornd, ten dode toe’ (4:9). Maar God heeft het laatste woord en sluit de discussie met Jona af met de volgende woorden: ‘Toen zeide de Here: Gij wildet de wonderboom sparen, waarvoor gij u geen moeite hebt gegeven en die gij niet hebt doen groeien, die in een nacht is ontstaan en in een nacht is vergaan. Zou Ik dan Nineve niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee? (4:10-11). Van de twee boeken van het Oude Testament zijn er twee die met een vraagteken eindigen, en één daarvan is het boek Jona. Mogen we daaruit concluderen dat Jona niet te bewegen was om zijn houding te veranderen en dat hij blijft tegenspreken?

Tenslotte

Drie kansen die Jona heeft laten liggen. Ten eerste omdat hij zijn eigen weg ging, daarna met tegenzin de boodschap brengen die God hem gegeven had om te brengen en niet kunnen getuigen van Gods genade. Tevens onderwierp hij zich niet aan God, en de kans om zijn hart open te stellen opdat hij zou kunnen groeien in de kennis van Gods genade en liefde liep hij mis! We weten dat het boek Jona deel uitmaakt van het Oude Testament en dat die dingen tot waarschuwing en lering voor ons zijn opgeschreven (Rom.15:4; 1Kor.10:11). Dus laten we erover waken dat wij ‘de kansen door God ons gegeven’ niet missen!

______________________________________________________________________________________________________________________________