Oude Testament – De Herder geslagen – Zacharia 13

9 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Zacharia

Oud Testament

De Herder geslagen

Zacharia 13

 

‘Zwaard, waak op tegen mijn herder, tegen de man die mijn metgezel is, luidt het woord van de Here der heerscharen; sla die herder, zodat de schapen verstrooid worden; en Ik zal mijn hand keren tegen de kleinen’ (Zach.13:7).

Voorwoord

De herder geslagen, de schapen verstrooid. Deze tekst uit het Bijbelboek Zacharia paste de Heer Jezus op zichzelf toe, toen Hij, met zijn discipelen op weg was naar Gethsemane (Mat.26:31; Mark.14:27). De Heer verwijst er nog eens aan bij zijn arrestatie (Mat.26:56). God, de Vader alleen kon de Heer Jezus, de Messias, ‘de man die mijn metgezel is’ noemen (Zie Joh.10:30 en 14:9).

Maar er is ook nog een andere verklaring van deze tekst namelijk de verstrooiing van het volk Israël nadat in het jaar 70 Jeruzalem door de Romeinen was ingenomen en de tempel verwoest. De Joden hadden hun ‘Herder’ verwezen naar het kruis (Jes.53:10), en deze verwerping leidde de verstrooiing van het volk in (Deut.28:64; 29:24-25). Vandaag de dag is Israël een uiteengejaagd volk, maar eens komt het moment dat ze weer bijeengebracht zullen worden; Nu zijn ze een verontreinigd volk, maar eens komt de dag dat ze gereinigd en verzoend zullen worden.

Inleiding

Dat was het verleden, maar we zijn intussen zo’n tweeduizend jaar verder, en de opmerkzame waarnemer ziet vandaag de dag een herhaling van zo’n gebeurtenis. Psalm 2 is, wat we noemen een Messiaanse Psalm die de situatie beschrijft kort voor de komst van de Messias. Trouwens een Messiaanse psalm is een Psalm of een andere Bijbeltekst uit het Oude Testament waarnaar verwezen wordt in het Nieuwe Testament en betrekking heeft op de Heer Jezus.  Psalm 2 begint als volgt: ‘Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid? De koningen der aarde scharen zich in slagorde en de machthebbers spannen samen tegen de HERE en zijn gezalfde: Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen!’ (Ps.2:1-3). De overeenkomst is duidelijk, in het verleden stonden ze ‘op tegen de man die mijn metgezel is’ zei de Here, en in Psalm 2 staan ze op tegen ‘de Here en zijn gezalfde’ maar het gaat om dezelfde Persoon! Er is dus niets verandert, ook de mens is nog even boos al altijd en dat zal in de nabije toekomst nog duidelijker worden als de ‘mens der zonde geopenbaard wordt, de zoon van het verderf, die zich verzet en verheft tegen al wat God heet’ (2Thes.2:3).

Toekomstige gebeurtenissen

De laatste, zeventigste jaarweek van Daniël, leert ons dat die periode gaat over ‘uw volk en uw heilige stad’ dus over Israël en Jeruzalem (Dan.9:24). Israël en Jeruzalem halen bijna dagelijks de krantenkoppen en we vragen ons misschien weleens af: hoe ziet hun toekomst eruit? Kan Israël de controle over de stad Jeruzalem houden? Zal het weer worden aangevallen, zoals dat ook in het verleden is gebeurd? De antwoorden op deze en andere vragen met betrekking tot Israël en Jeruzalem zijn onder andere te vinden in het Bijbelboek Zacharia. De stad Jeruzalem wordt er maar liefst tweeënveertig keer in vermeld. Voor God is haar bestemming duidelijk, want zegt de Here: ‘Ik keer in barmhartigheid naar Jeruzalem weder; Mijn huis zal daarin gebouwd worden. Nog zal de Here Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen’ (Zach.1:16-17).

Beschermd door de Antichrist

Zoals gezegd in het verleden heeft de kudde Israël haar ‘Goede Herder’ verworpen (Zach.13:7), maar in de toekomst zullen ze de ‘valse herder’ de Antichrist aannemen. De Here Jezus sprak daar al over. ‘Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader en u neemt Mij niet aan: als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen’ (Joh.5:43). Daniël 9:27 leert ons dat, nadat de Gemeente is opgenomen, het hoofd van het hersteld Romeinse rijk (West-Europa – de tien koningen van Dan.7:7-8) een verbond zullen sluiten met de Joden dat hen bescherming zal bieden voor zeven jaar. Jeruzalem zal drieënhalf jaar vrede kennen, een valse vrede dat een voorbede zal zijn van de volgende drieënhalf jaar van een vreselijke verdrukking. Tijdens die eerste drieënhalf jarige periode, zullen de twee getuigen, vermeld in Op.11:1vv., profeteren, Gods boodschap verkondigen. Openbaring 11:4 relateert hen met de twee olijfbomen van Zacharia 4:1-6. In de dagen van Zacharia, presenteerden deze twee olijfbomen Jozua de hogepriester en Zerubbabel de gouverneur, door wie de Geest werkte. Maar de uiteindelijke toepassing vinden we in de twee getuigen in het laatste van de dagen.

Aangevallen door de volken (12:1-8; 14:1-3)

Jeruzalem is vaak aangevallen en verwoest, maar één aanval zal er nog te komen. Tijdens de Grote Verdrukking (de laatste drieeënhalf jaar), zal slechts een derde van het volk overblijven om daarna het koninkrijk van de Messias in te gaan (Zach.13:8-9). Let op de herhaling ‘te dien dage’ ten minste dertien kaar in Zach.12-14, dat verwijst naar de Dag des Heren. In 12:1-8 en 14:1-2, zullen we zien dat volken zich verzamelen tegen Jeruzalem. De Antichrist is dan Jeruzalem binnengetrokken, het verbond met de Joden verbroken, en heeft de tempel tot zijn hoofdkwartier gemaakt voor wereldwijde aanbidding (2Thes.2 en Op.13). Tijdens de laatste helft van de Grote Verdrukking, zullen de koningen van de aarde zich verzamelen voor de grote finale slag, beter bekend onder naam de slag van Armageddon (Op.16:12-16; 19:19-21). Lees Zach.14:1-2 en merk op dat Jeruzalem vreselijk zal lijden in deze strijd voordat de Heer zal ingrijpen door zijn komst, om haar te bevrijden. Sommige uitleggers zien in deze slag die van Gog en Magog (Ezechiël 38-39) maar dit lijkt niet juist te zijn. Gog en Magog treden op in het midden van de Grote Verdrukking. De slag in Zach.14, zoals ook Armageddon, sluit tevens alle volken in. Ook nog te vermelden is dat de Heer niet terugkomt na de slag van Gog en Magog om Jeruzalem te bevrijden.

Verlost door Christus Jezus (12:9-14:11)

Op het moment dat de strijd op haar hoogtepunt is, zal de Heer Jezus terugkomen op de Olijfberg (Zach.14:4). Dat is de vervulling van Hand.1:11-12. De heerlijkheid had de Olijfberg verlaten (Ez.11:22-23) en zal terugkeren van de Olijfberg en het huis door de poort die naar het oosten gericht was binnengaan (Ez.43:1-5). Een aardbeving zal de topografie veranderen (Mi.1:4, Nah.1:5; en Op.16:18-19). Deze verandering van de topografie zal de bouw van de tempel zoals beschreven door Ezechiël, mogelijk maken (Ez.40-48), omdat de huidige beschikbare ruimte dat niet mogelijk maakt. De nieuwgevormde vallei zal ook de mogelijkheid scheppen dat het volk van Jeruzalem kan ontsnappen, maar de uiteindelijke overwinning zal door de Messias, Christus Jezus zijn (Op.19:11-21).

Gereinigd en aangenomen door God (12:10—13:1; 14:9-21)

Het Joodse volk zal zien wie ze doorstoken hebben (Op.12:10; Joh.19:37; Op.1:7) en zullen hun zonden belijden en rouw bedrijven. God zal zijn fontein, de Geest van de genade openen en hen reinigen van hun zonden. Let op welke groepen zich zullen bekeren (Zach.12:12-14): David (koning), Natan (de profeten), Levi (de priesters). In het verleden hebben koningen, profeten en priesters het volk vaak verleidt en de dienst aan God verzaakt. De tempel zal worden opgericht (6:12-13), en Christus zal heersen als Koning-Priester in majesteit en vrede. ‘Jeruzalem zal veilig zijn’ (14:11). Levende wateren zullen stromen en het land genezen (14:8 en Ez.47:1vv.). De volkeren zullen te Jeruzalem aanbidden (14:16vv.), en heiligheid zal het karakter van de stad zijn (Zef.3). De reiniging van Zach.3 zal werkelijkheid worden, en er zal vrede in deze wereld zijn. ‘Bidt voor de vrede van Jeruzalem’ (Ps.122:6). Wanneer er vrede in Jeruzalem is, zal er vrede in de wereld zijn. Het is wachten op de Vredevorst!

______________________________________________________________________________________________________________________________