Serie Bijbelstudies over Elia en Elisa – Een beproefde profeet – Deel 3

18 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: 1 Koningen

Series Bijbelstudies

Uit het leven van Elia – Deel 3

Een beproefde profeet! -1 Koningen 19

Voorwoord

Om dit hoofdstuk, waarin we Elia zien in een totaal andere geestelijke houding dan in de voorgaande hoofdstukken te begrijpen, moeten we ons in herinnering brengen in wat voor een tijd hij leefde. Het is niet goed dit gedeelte van het leven van de profeet Elia te bespreken en geen aandacht te geven op de omstandigheden waarin hij leefde en de gebeurtenissen die tot dusver hadden plaatsgevonden. Zonder dat inzicht zouden we geneigd zijn om te gauw en ondoordacht te oordelen over zijn depressie. Laten we nog maar eens de situatie in Elia’s tijd onder ogen nemen. (1) Het volk Israël was verdeeld in een zuidelijk en noordelijk rijk, het twee stammenrijk Juda en het tien stammenrijk Israël. (2) Verder was daar koning Achab, die kwaad deed in de ogen des Heren, meer dan allen die vóór hem geweest waren en zijn handelen krenkten de Here meer dan alle koningen die vóór hem geweest waren (1Kon.16:30, 33). (3) Zo priester, zo volk, maar ook zo koning zo volk; volledig apathisch! Ja, er waren nog mensen zoals Obadja maar die diende de goddeloze koning Achab en ja, hij verzorgde honderd andere profeten en verborg ze in een spelonk waar niemand nog last of steun van had! Ook in onze dagen zien we veel ‘verstopte’ dienaren van God, en kun je je soms ook alleen voelen. Dat wat toen zo, in de tijd van de Jezus’ verblijf op aarde, maar ook vandaag. ‘Arbeiders zijn er weinig’ (Mat.9:37).  (4) Het land was verarmd door de droogte die nu al drieënhalf jaar duurde. (5) De vrouw van koning Achab was de profetes Izebel, die omringd werd door vierhonderd profeten van Asjera die van haar tafel aten. En juist die vrouw boezemde Elia angst en ging ervoor op de vlucht, zoals we in deze studie zien. Dat is in het kort de wereld waarin Elia als profeet van God staande moest blijven, maar in dit hoofdstuk 19 vinden we hem ook in spelonk zoals ook de profeten van Obadja. Had hij de strijd ook opgegeven?

Elia op de vlucht

Wat Elia overkwam kan ook u overkomen: een depressie, een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust of zware neerslachtigheid. Dat laat ons zien dat Elia een mens was van gelijke natuur als wij (Jak.5:17). De twee keer dat Elia heeft uitgesproken: ‘Ik alleen ben overgebleven’ (19:10, 14), wil ik dan ook niet zien als een verwijt naar God toe, maar eerder als een noodkreet! Want feitelijk was er geen aanleiding voor Elia’s depressie na die grote overwinning op de berg Carmel op koning Achab en de profeten. Elia ging van de overwinning naar de nederlaag omdat hij op de omstandigheden lette en niet op God (vs.3). Hij geloofde de woorden van Izebel meer dan het woord van God. Hij was blijkbaar vergeten op welke manier God een lange periode voor hem had gezorgd bij de beek Kerit. Vrees nam de plaats in van geloof en hij rende weg om zijn leven te behouden. Misschien had hij zich onderweg bedacht, hoe dan ook, Elia zat werkelijk in een heel zware depressie! Ook vandaag de dag is depressie tot een volksziekte geworden, de zielzorgers hebben handen vol werk. Elia liep weg voor de problemen, voor Izebel die hem naar het leven stond, en raakte in een depressie. Veel mensen lopen ook voor de problemen weg in plaats van ze op te lossen, en geraken in een depressie. Ondanks de grote voorspoed waarin zich onze maatschappij kenmerkt, is de mens niet gelukkig. Nu, door de coronacrisis onze maatschappij zwaar op de proef wordt gesteld wordt duidelijk hoe onvoorspelbaar onze welvaart is, en dat legt een nog grotere druk op de mensen. Daarbij komt nog de angst om ook besmet te worden, en nog erger te sterven… en wat dan? Gelovigen hebben nog uitzicht op een leven na dit leven op grond van hun geloof in het plaatsvervangend offer van Christus, maar voor de ongelovige is geen hoop dan alleen het oordeel.

God versterkt Elia

Voor de dreigementen van Izebel, de vrouw van koning Achab, vlucht Elia, om zijn leven te redden. ‘Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Heer vertrouwt is onaantastbaar’ (Spr.29:25). Hij maakte zich op ging op weg en kwam te Berseba, liet zijn knecht daar achter en trok de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en zei: ‘Het is genoeg! Neem nu Here, mijn leven!’ (19:4). Zou hij onderweg van gedachten zijn veranderd, want hij wilde toch zijn leven redden? (19:3). Hoe dan ook, zó, in die geestelijke toestand vindt de Engel des Heren hem en bemoedigt Elia door hem twee keer te voorzien van eten en drinken en zegt tegen hem: ‘Sta op, eet, want de reis zou voor u te ver zijn. Eten en drinken; een prachtig beeld van Gods Woord en Geest. Zo’n wonderlijke verzorging had Elia al eerder genoten, tijdens zijn verblijf bij de beek Kerit (17:1-6). Hij stond op en ging door de kracht van die spijs veertig en veertig nachten tot aan het gebergte Horeb. Ook wij hebben nodig versterkt te worden voor onze reis en daarvoor kunnen we gebruik maken van Gods Woord en de leiding van de Heilige Geest. Dat is ook wat wij nodig hebben in een tijd van ‘droogte’ in ons leven, om kracht op te doen, want anders zou de reis ook voor ons te ver zijn! Vinden we in de Emmaüsgangers een mooie illustratie in wat Gods Woord kan bewerken? De Emmaüsgangers waren verdrietig en teleurgesteld door de gebeurtenissen, maar toen kwam Jezus en opende hun Gods Woord en hun hart werd in vuur en vlam gezet; ze kregen weer moed en levenslust! (Luk.24:17, 32-33). En was de apostel Paulus ook niet in een situatie waarin hij bemoedigd diende te worden? Aan het einde van een lange en moeilijke reis als gevangene van Ceaserea met bestemming Rome werd hij opgewacht door de geloofsgenoten. ‘En vandaar kwamen de broeders, die van onze zaken hadden gehoord, ons tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae, en toen Paulus hen zag, dankte hij God en vatte moed’ (Hand.28:15). En hebben ook wij niet af en toe een steuntje in de rug nodig?

God wijst Elia terecht

Wanneer Elia dan na een lange reis bij het gebergte Horeb aankomt en zich in een spelonk verbergt, wordt hem door de Here gevraagd wat hij daar komt doen. En dan komt de ware reden van zijn depressie aan het licht: hij alleen is overgebleven, alle anderen hebben verzaakt! Althans, zo denkt hij erover en daar is ook wel iets voor te zeggen, want had hij niet alleen gestaan tegenover die vierhonderdenvijftig Baäl profeten? Maar Elia stond niet alleen in zijn strijd tegen de Baälpriesters, want God was met hem! Maar hij klaagt Israël bij God aan en zegt: ‘Heere, Uw profeten hebben zij gedood en Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven. Ook staan zij mij naar het leven’. Maar was is Gods antwoord tot hem: ‘Ik heb voor Mijzelf nog zevenduizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben’ (Rom.11:2-4). Maar waar waren die zevenduizend mannen dan toen Elia daar op de Karmel stond? Ik geloof dat we allemaal wel eens dat gevoel gehad hebben, dat we alleen staan in ons geloof. Dat komt omdat we gaan zien op de omstandigheden waardoor je gaat wegzinken in een depressie! Petrus heeft dat letterlijk zo ervaren toen hij met Jezus op het water wandelde. Het ging goed totdat hij zag op de wind, de omstandigheden en niet op de Heer, en hij begon te zinken. Gelukkig was hij in staat om tot Jezus te roepen, die Hem greep en redde. Als g’ in nood gezeten, geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten, God verlaat u niet! Het is heel bevrijdend je diepste nood en gevoelens, en niet alleen je verlangens, aan God bekend te maken, dat kan heel bevrijdend werken. Werp al uw bekommernissen op Hem, want Hij zorgt voor u! (1Petr.5:7).

God verschijnt aan Elia

God roept Elia om uit zijn spelonk te komen want Hij wil zich aan hem openbaren. Mensen die te kampen hebben met een depressie hebben vaak de neiging zich terug te trekken, om zich af te zonderen, in plaats er met anderen over te spreken om zo tot een mogelijke oplossing te komen. Daarom roept de Here Elia, eerst in een wind en aardbeving, vuur en tenslotte in een zachte koelte. Dat doet ons denken toen de Here God, nadat Adam en Eva in zonde waren gevallen, hen kwam opzoeken vragend: ‘Mens, waar zijt gij?’ (Gen.3:8-9) Ook hier begint de ontmoeting met Elia met een vraag van de Heer: ‘Wat doet gij hier, Elia?’ (19:9,13). Geen verwijt maar een vraag, want: ‘Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt toorn op (Spr.15:1). Of zoals een andere spreuk van Salomo zegt: ‘Een woord in juiste vorm gesproken, is als gouden appelen op zilveren schalen’ (Spr.25:11). En voor de tweede keer geeft Elia hetzelfde antwoord: ‘Ik ben alleen overgebleven’. Aansluitend zegt de Here tegen hem, dat hij op zijn schreden moet terugkeren, hij moet terug naar de woestijn van Damascus, en krijgt de opdracht Jehu tot koning over Israël te zalven, Hazaël als de nieuwe koning van Syrië en Elisa als zijn opvolger. Elia moet terug aan het werk en dat is een goed medicijn voor mensen die van een depressie moeten herstellen. Hij krijgt de bemoediging mee dat er in Israël nog zevenduizend zijn overgebleven die zich niet voor Baäl gebogen hebben (1Kon.19:18).

God vervangt Elia

In de laatste verzen van dit hoofdstuk zien we de overdracht van zijn roeping als profeet des Heren op Elisa, door wie de Here verder tot het volk zal spreken. Elia moest op zijn schreden terugkeren en naar de woestijn van Damascus gaan (19:15). Daar, waar hij van de weg was afgeraakt, moest hij er weer op gaan. Elia ontvangt nieuwe kracht, nieuwe opdrachten en moest een nieuwe profeet in zijn plaats zalven. Elia ontmoet Elisa en werpt hem zijn mantel toe, waarop Elisa achter hem aangaat en toestemming vraagt om eerst nog afscheid van zijn ouders te mogen nemen. Hetzelfde vinden we in het Nieuwe Testament wanneer Jezus mensen roept om Hem te volgen. Het antwoord is: ‘Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en achteromkijkt, is geschikt voor het koninkrijk van God’ (Luk.9:62). Daarmee zit Elia’s taak erop. Hij had gewenst te sterven, hij had de Here gevraagd zijn leven te nemen, maar dat zou niet gebeuren, want hij voer in een storm ten hemel! (2Kon.2:11). Gods knecht werd thuisgehaald, Gods werk ging echter verder en Elisa nam zijn plaats in. We mogen nooit denken dat wij, welke dienst we ook voor God vervullen, onmisbaar zijn. Uit het niets kwam Elisa op het podium. God had al lang voor een plaatsvervanger gezorgd. Ook wij, gelovigen hebben de belofte dat we niet zullen sterven.

____________________________________________________________________________________________