Geestelijk Leven – Bevrijd om te dienen – “Lessen uit Exodus”

6 juli, 2026

Rubrieken: Geestelijk Leven

Bijbelboeken: Exodus

Geestelijk Leven

Bevrijd om te Dienen

“Lessen uit Exodus”

Voorwoord

Ik heb Deuteronomium5:23-33 als uitgangspunt voor deze studie genomen, omdat het een samenvatting vormt van wat wordt behandeld in dit artikel.

De gebeurtenissen van het volk Israël, beschreven in het Oude Testament, zijn ons gegeven tot voorbeelden (1Kor.10:11). De Heer Jezus leerde aan de Emmaüsgangers en zijn apostelen dat wat Mozes en al de andere profeten hadden geschreven, over Hem ging (Luk.24:27, 46). Exodus vertelt het verhaal van de bevrijding van de Israëlieten uit Egypte onder leiding van Mozes. Het verblijf in Egypte had 400 jaar geduurd, zoals was voorzegt in Genesis 15:13. Het boek draait om thema’s als vrijheid, geloof, gehoorzaamheid en het verbond tussen God en zijn volk. De uittocht uit Egypte symboliseert bevrijding uit onderdrukking, terwijl de wetten en geboden laten zien hoe ze volgens God dienden te leven. De verlossing uit Egypte is een beeld van de bevrijding uit de macht van de zonde waardoor het volk in staat gesteld werd om God te dienen. Het boek Exodus kunnen we in twee gedeelten opdelen: Het eerste deel (hoofdstukken 1-15) laat ons de bevrijding zien van het volk, en de verzoening op grond van het bloed van het lam. Hoofdstuk 13 laat ons zien dat God een recht op de verlosten doet gelden, in hoofdstuk 14 zien we dan de bevrijding uit de macht Egypte. In hoofdstuk 15 wordt die verlossing bezongen en daarna doet het volk de eerste woestijnervaringen op, zoals in de drie hoofdstukken die erop volgen vermeld worden. (2) Het tweede deel, de hoofdstukken 16-40, beschrijft de reis naar het beloofde land, de wetgeving op de Sinaï en het oprichten van de tabernakel.

Inleiding

“Wanneer gij het volk uit Egypte hebt geleid, zult gij God dienen op deze berg.” (Ex.3:12)

Het voornemen van God om het volk uit Egypte te bevrijden had tot doel dat ze vrij zouden zijn om Hem te dienen. Het ging niet alleen om de verlossing, maar dat die herwonnen vrijheid van het volk Israël zou leiden tot dienstbaarheid. Ook wij zijn bevrijd uit de macht van de duisternis, waarvan de Farao een type is, om God te dienen zoals het volk Israël. Wij waren toen wij in de macht van de duisternis waren niet in staat en in een positie om God te dienen, maar nu, vrijgemaakt van de zonde, zijn we dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid (Rom.3:18). “Want wij zijn zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daarin zouden wandelen” (Ef.2:10). We dienen te beseffen dat we met de bekering en doop niet het eindpunt hebben bereikt, maar het begin van een leven van dienstbaarheid aan God. De reis van Israël duurde 40 jaar en ging gepaard met veel moeiten en strijd, maar dat had een doel. “Gedenk dan heel de weg, waarop de Here, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden.” (Deut.8:3) Ook wij hebben, na onze bekering en wedergeboorte, normaal gesproken nog een weg af te leggen waarin we niet alleen mogen dienen, maar ook mogen ervaren Wie Hij is en wat Hij voor ons doet. Want de weg naar het Beloofde Land bracht ook zo zijn gevaren met zich mee en zo is het ook in ons leven. Daartoe wil God ons de kracht geven door de Geest die in ons woont (Hand.1:8; Fil.4:13) We zijn pelgrims op weg naar huis! Een voortvluchtige is weg van huis; een zwerver heeft geen huis; een vreemdeling is ver van huis, maar een pelgrim is op weg naar huis!

Bevrijding

“Dan zult gij tot Farao zeggen: Zo zegt de Here: Israël is mijn eerstgeboren zoon. Daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan opdat hij Mij diene.” (Ex.4:22)

God houdt zich aan zijn Woord, want “Na vierhonderd en dertig jaar, juist op de dag af, gingen al de legerscharen des Heren uit het land Egypte. Een nacht van waken was dit voor de Here, om hen uit het land Egypte te leiden.” (Ex.12:41-42) Onze verlossing uit de macht van de duisternis heeft God ook veel gekost! “Daar u weet dat u niet door vergankelijke dingen zilver of goud, verlost bent van uw onvruchtbare, door de vaderen overgeleverde wandel, maar door kostbaar bloed, als van een vlekkeloos en onbesmet lam, het bloed van Christus.” (1Petr.1:18-19) Dat God gebruikt maakt van bepaalde periodes blijkt uit meerdere tekstgedeelten. Bij voorbeeld: “Met voorbijzien dan van de tijden der onwetendheid beveelt God nu aan de mensen, dat zij zich allen overal moeten bekeren.” (Hand.17:30) Ook nog: “Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in de Zoon.” (Heb.1:1) Israël had een verlosser nodig, omdat het niet in staat was zichzelf aan de macht van de vijand te onttrekken, daarvoor was deze te machtig. God was echter al jaren daarvoor bezig en liet Mozes geboren worden die het volk uit Egypte zou leiden. Vergelijk wat God voor ons heeft gedaan: “Toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God zijn Zoon.” (Gal.4:4) Ook wij hebben God niet gezocht, Hij heeft ons opgezocht! Toen wij nog krachteloos, zondaars en vijanden van God waren heeft Hij ons in Christus verlost. “Hoe zal Hij Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?” (Rom.8:32)

Toewijding

“En het gehele volk antwoordde eenparig: Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen.” (Ex.19:8; 24:7)

Misschien kent u het uit eigen ervaring, de bereidheid om alles achter u te laten en je geheel aan God toe te wijden, toen u tot wedergeboorte kwam (vgl.Luk.5:11). Maar dat bleek in de praktijk vaak moeilijker dan gedacht. Je moest jezelf nog ontdekken, je bekwaamheden en de jouw toebedeelde talenten (Mat.25:15). Er kunnen allerlei andere oorzaken zijn waardoor het eerste enthousiasme vermindert of zelfs stopt! De gelijkenissen van de zaaier verstrekt ons daarover voldoende informatie (Mark.4:13-20). Het volk Israël was vol goede bedoelingen en God zei tot Mozes: “Och, hadden zij steeds zulk een hart…” (Deut.5:29) Van de gemeente te Efeze moest worden vastgesteld dat ze hun eerste liefde hadden verlaten (Op.2:4). In een ander verband wordt gesproken door Paulus gesproken van “een blijvende toewijding” (1Kor.7:35 – HSV). We hebben allemaal zo af en toe een duwtje in de rug nog om het pad van het geloof niet te verlaten. Zo ook de apostel Paulus toen hij, na een moeilijke reis aankwam in Italië om in Rome voor de keizer te verschijnen. “In Putéoli, waar wij broeders vonden en ons verzocht werd zeven dagen bij hen te blijven; en zo gingen wij naar Rome. En vandaar kwamen de broeders, die van onze zaken hadden gehoord, ons tegemoet tot Forum Appii en Tres Tabernae, en toen Paulus hen zag, dankte hij God en vatte moed.” (Hand.28:13-15) Hij vatte moed toen hij het even niet maar zag zitten. Daarom kon Paulus aan het einde van zijn leven dan ook zeggen, dat hij zijn loop volbracht had en het geloof behouden (2Tim.4:7).

Onderwijs

“Nu dan, o Israël, hoor de inzettingen en de verordeningen, die ik u leer na te komen, opdat gij leeft en opdat gij het land binnengaat en in bezit neemt, dat de Here, de God uwer vaderen, u geven zal.” (Deut.4:1)

Bevrijding en toewijding moet gevolgd worden door een verlangen naar meer; om te weten wie de God is die je wilt dienen en op welke manier. Was het niet de Heer Jezus die tegen de discipelen had gezegd: “Leert hen alles wat Ik u geboden heb.” (Mat.28:19) Het woordje “opdat” dat twee keer wordt vermeld in bovenvermelde tekst heeft de betekenis “met de bedoeling dat.” Met de bedoeling opdat gij leeft en het land in bezit neemt. Dit doet denken aan de opdracht die Jozua kreeg: “Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn.” (Joz.1:8) Dat kunnen we ook op ons toepassen, want ook wij hebben geboden die we dienen te onderhouden. Paulus kon aan de gelovigen in Rome schrijven: “Maar God zij dank dat u slaven van de zonde was, maar van harte gehoorzaam bent geworden aan de inhoud van de leer waarin u onderwezen bent.” (Rom.6:17) Hoe komt dat zoveel gelovigen vroegtijdig hun wandel met de Heer opgeven, is het niet door gebrek aan voeding? “Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis.” (1Petr.2:2) Een verlangen naar het Woord is noodzakelijk om geestelijk te groeien. We lezen het Woord van God, om de God van het Woord beter te leren kennen. “Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader worden geliefd; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.” (Joh.14:21) Door je met het Woord van God bezig te houden zal je groeien in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus (2Petr.3:18).

Dienst

Om ons te geven dat wij, gered uit de hand van onze vijanden, onbevreesd Hem zouden dienen, in heiligheid en gerechtigheid voor Zijn aangezicht al onze dagen.” (Luk.1:74-75)

Op grond van 1 Petrus 2 zou je kunnen stellen dat de dienst van de gelovige uit twee delen bestaat. Petrus spreekt daar over een heilig en een koninklijk priesterdom (1Petr.1:5, 9). Hetzelfde werd van het volk Israël gezegd: “Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.” (Ex.19:6) Van de Gemeente wordt gezegd “dat zij een woonplaats in van God in de Geest.” (Ef.2:22) In Israël zou God de tabernakel als zijn woonplaats verkiezen. “En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen.” (Ex.25:8) De taken van de priesters verschillen naar gelang de benaming: “Een heilig priesterdom om geestelijke offeranden te offeren en een koninklijk priesterdom om de deugden te verkondigen.” (1Petr.2:5, 9) Een dienst naar God gericht en een dienst naar de mens. Het priesterschap van de gelovigen is helaas tot een theoretische kennis geworden; het wordt nog wel beleden maar waar vind je dat nog in praktijk gebracht? Ik bedoel met de dienst van een heilig priesterdom de samenkomsten van de

Gemeente, die in veel gevallen tot éénmansbedieningen zijn geworden. De apostel Paulus beschrijft zijn visie over het samenkomen aldus: “Hoe is het dan, broeders? Wanneer u samenkomt, heeft ieder een psalm, heeft een leer, heeft een openbaring, heeft een taal, heeft een uitlegging; laat alles gebeuren tot opbouwing. Als iemand in een taal spreekt, dan door twee of ten hoogste drie, en ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen. Maar als er geen uitlegger is, laat hij zwijgen in de gemeente en laat hij tot zichzelf spreken en tot God. En laten twee of drie profeten spreken en laten de anderen het beoordelen. En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat de eerste zwijgen. Want u kunt allen, een voor een, profeteren, opdat allen leren en allen vertroost worden. En de geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen. Want God is niet een God van verwarring maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.” (1Kor.14:26-33) Van samenkomsten zoals hier beschreven zullen er niet veel meer zijn meen ik te weten.

_________________________________________________________________________________