Geestelijk Leven – Het kruis van Christus – Kruisdragers worden Kroondragers

1 september, 2025

Rubrieken: Geestelijk Leven

Geestelijk Leven

Het kruis van Jezus

“Kruisdragers worden Kroondragers”

Voorwoord

Jezus in je leven, revolutie in je hart’, dat was een slagzin, toegeschreven aan Georg Verwer, oprichter van Operatie Mobilisatie (OM). “Jezus in je hart” betekent voor gelovigen dat Christus, door het geloof in zijn plaatsvervangend offer op het kruis van Golgotha, in hun hart woont. Iedereen die zich bekeert en laat dopen ontvangt de Heilige Geest (Hand.2::38), de kracht om de zonde te overwinnen en de boze te weerstaan (Fil.4:13; Hand.1:1:8). Dit geloof kan leiden tot een “revolutie in je leven” doordat het een diepgaande verandering van het innerlijk van de mens tot stand brengt, namelijk de wedergeboorte. “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie het is <alles> nieuw geworden.” (2Kor.5:17) Dat zou moeten resulteren in een gedrag dat zich uitstrekt tot het doen van Gods wil. Zo’n gedrag staat in contrast met het gedrag, van voor de bekering. (1Petr.4:1-3) Kortom, “Jezus in je hart” is een geestelijke realiteit die een diepgaande innerlijke en uiterlijke transformatie tot stand brengt, wat resulteert in een leven dat gericht is op dienstbaarheid aan Gods wil.

Inleiding

Het kruis van Jezus Christus is veel meer dan een symbool van het christelijk geloof; het is het geheim van een christelijk leven. Wat ooit een voorwerp was van schaamte en spot in de Romeinse wereld, werd een bron van zegen en heerlijkheid voor hen die in Jezus Christus hebben geloofd en opnieuw geboren werden. Daarom kon de apostel Paulus schrijven: “Maar ik wil volstrekt niet roemen dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie voor mij de wereld gekruisigd is en ik voor de wereld.” (Gal.6:14) Het is het kruis dat het verschil maakt. Als je je eenmaal hebt geïdentificeerd met het kruis van Christus en de gevolgen begrijpt van zijn dood en opstanding, zal je nooit meer dezelfde zijn. “Christus stierf voor onze zonden” (1Kor.15:3) is een uitspraak zo eenvoudig dat een kind het kan geloven en behouden worden, maar ook zo groots dat een theoloog het nooit ten volle kan begrijpen.

Vrijheid

Voor Gods kinderen betekent het kruis ‘vrijheid’. “In Wie wij de verlossing hebben door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn genade.” (Ef.1:7) Ooit waren we slaven van de zonde, maar door zijn dood kwamen we in de vrijheid om gehoorzame slaven van Christus te zijn. “Hoe zouden wij, die ten opzichte van de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?” (Rom.6:2) Het antwoord is: “Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en slaven van God geworden, hebt u uw vrucht tot heiliging, en het einde het eeuwige leven.” (Rom.6:22) Het onderwerp van Romeinen 5 en 6 is plaatsvervanging, de geweldige waarheid dat Christus onze plaats innam en voor ons aan het kruis zijn leven gaf. Maar het werk van het kruis gaat verder dan plaatsvervanging, hoe geweldig dat ook is. Het houdt ook identificatie in, wat het onderwerp is van Romeinen 6. Christus stierf niet alle voor ons, maar wij stierven ook met Christus en door geloof kunnen we zeggen: “Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij.” (Gal.2:20).

Als je een kind van God bent, ben je ééngemaakt met Hem in zijn dood, begrafenis, opstanding en hemelvaart. Toen Hij stierf, stierf ook jij met Hem, en je werd met Hem begraven. Toen Hij opstond, stond ook jij met Hem op, liet je oude leven in het graf en wandelde in nieuwheid van leven (Rom.6:1-10). Hij heeft ons mee opgewekt om met Hem te zitten op de troon van zijn heerlijkheid (Ef.2:4-7). En als Hij weerkomt, zal je met Hem verschijnen in heerlijkheid (Kol.3:3). Van het begin tot het einde ben je ééngemaakt met Hem, in elke overwinning die Hij behaalde en elke zegen die Hij verkreeg.

Uiteraard brengen deze voorrechten grote verantwoordelijkheden met zich mee, de eerste is dat we onszelf presenteren aan Christus aan Hem onderworpen te zijn. “En stelt uw leden niet voor de zonde tot werktuigen van de ongerechtigheid, maar stelt uzelf voor God als uit de doden levend geworden, en uw leden voor God tot werktuigen van de gerechtigheid.” (Rom.6:13) Gestorven met Christus, moeten we ons dood houden voor het oude leven en leven in nieuwheid van leven ”Dat u, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens hebt afgelegd, die ten verderve gaat overeenkomstig zijn bedrieglijke begeerten, en vernieuwd bent in de geest van uw denken, en de nieuwe mens hebt aangedaan, die overeenkomstig God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid.” (Ef.4:22-24) ‘Het ervoor rekenen’ in vers 11 betekend eenvoudig het voor waar houden dat wat God zegt over Jezus Christus en ernaar handelen. Jezus Christus heeft ons doen opstaan uit de dood (Ef.2:1-7) en het oude leven is voor altijd begraven.

Focus

Als we ons ééngemaakt hebben met Christus in zijn overwinning op Golgotha, dan zullen onze harten en gedachten ook één richting aannemen en focussen op de hemelse dingen. “Als u nu met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.” (Kol.3:1-3) Je kunt je toch geen Lazarus voorstellen die terugverlangt naar zijn graf om als een dode te leven (Joh.11). De zoon van de weduwe te Naïn zal zeker niet zijn grafkleren en de brancard waarop men hem had verreden, en ook zal hij de rouwenden niet weer hebben opgeroepen op de begrafenis nog eens te herhalen (Luk.7). Levende personen concentreren zich op het leven, en het christelijk leven is “verborgen in Christus met God.” (Kol.3:3) Onze aandacht, genegenheid en ambitie zijn gericht op Christus “Die ons leven is.” (Kol.3:4)

Als een man en vrouw op elkaar verliefd worden en willen trouwen, zal hun hele aandacht en leven zal radicaal veranderen. De voornaamwoorden ‘van mij’ en ‘van jou’ veranderen in ‘van ons’, en de beslissing die elk van hen maakt zijn voor beiden. De manier waarop ze hun geld en tijd besteden, de plannen die ze maken, de activiteiten die ze willen doen, worden bepaald door één ding: we willen trouwen! Nadat ze man en vrouw zijn geworden, hebben ze dezelfde focus. Omdat ze elkaar liefhebben en van elkaar zijn, hun leven met elkaar verbonden zijn, en ze niet meer zonder elkaar kunnen en willen.

Zo is het ook met de gelovige en de Heer Jezus. Door de Heilige Geest, is Christus in ons en wij zijn in Hem. We kunnen ons het niet voorstellen plannen te maken of bepaalde stappen in het leven te zetten zonder rekening te houden met Gods wil. Wanneer we wandelen met Christus, zijn we zo vereend met Hem dat we intuïtief aanvoelen hoe we Hem kunnen behagen en waarin we hem verdriet aandoen. We zoeken alleen dat waarin we Hem eren. “Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot dit oordeel zijn gekomen, dat Eén voor allen gestorven is; dus zijn zij allen gestorven.” (2Kor.5:14) Wanneer kinderen van God ongehoorzaam zijn aan Gods wil, zijn ze niet slechts opstanding en plegen wetteloosheid (1Joh.3:4-7), maar ze verdrieten ook het hart van God. Het is meer dan een burger die de wet overtreedt van de koning, het zijn kinderen die hart breken van hun hemelse Vader.  Het is ondenkbaar dat we bij het kruis komen, onze vrijheid in wetteloosheid veranderen, en moedwillig aan zijn Woord ongehoorzaam zijn. “Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; gebruikt echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde.” (Gal.5:13)

Waarden

De toegewijde gelovige houdt rekening met alles door het kruis. De heerlijkheden van de wereld en alles wat het te bieden heeft stellen niets voor in het licht van het kruis. Vergeleken met het kruis, is geen enkel offer dat we maken te groot, geen lijden dat we ondergaan is ondraaglijk, geen last dat we hebben te dragen is te zwaar, en geen opdracht van God is te moeilijk. De heerlijkheid van het kruis verkleind de heerlijkheid van de mens tot een zucht. De vleselijke ambities en prestaties van de ‘Christus-verwerpende wereld’ worden vuilnis aan de voet van het kruis. “En Hij zei tot hen: U bent het die u rechtvaardig voordoet voor de mensen, maar God kent uw harten; want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God” (Luk.16:15) Petrus gaf de Heer Jezus het advies niet naar het kruis te gaan (Mat.16:21-23), en het volk vroeg Hem van het kruis te komen (Mat.27:40-44). De Heer weerstond de verzoekingen en dat moeten wij ook doen. “Toen zei Jezus tot Zijn discipelen: Als iemand achter Mij wil komen, laat hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.” (Mat.16:24) Het kruis dragen is geen metafoor van de ervaringen van het dagelijks leven, zoals samenwerken met mensen waar je het niet mee eens bent, of omgaan met moeilijke situaties. Ook ongelovige mensen hebben daarmee te kampen. Zijn kruis dagelijks te dragen wil zeggen ééngemaakt met Christus in zijn vernedering, lijden en dood; behandelt te worden zoals Hij behandelt werd omdat we God gehoorzamen zoals Jezus dat deed; aan zichzelf sterven door geloof zodat Gods wil op aarde tot stand kan worden gebracht. Een leven zonder een kruis is een verspild leven.

Maar als we het kruis dragen, redden we onze levens. “Want wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest ter wille van Mij, zal het vinden.” (Mat.16:25) Ongeacht hoeveel vreugde we ervaren en hoeveel prestaties we leveren, zonder het kruis zijn onze levens vruchteloos en zinloos. “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen; maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft, verliest het; en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren tot het eeuwige leven.” (Joh.12:24-25) Stel je voor dat je aan het einde van je leven bent, terugkijkend tot de ontdekking komend dat al die jaren voor niets waren! En je krijgt niet de gelegenheid het leven opnieuw te doen! Je hebt gekregen wat je van de wereld verwachtte, maar je verloor je leven, en nu is het leven voorbij. Paradoxaal genoeg, houd het dragen van Christus’ kruisdood en leven in, verlies en winst, lijden en heerlijkheid. Het zaad is in de aarde gezaaid, en sterft, maar het brengt heerlijkheid en vrucht voort. “Hij is geen dwaas die geeft wat hij niet kan houden, om te winnen wat hij niet kan verliezen.” (Jim Elliot)

Volharding

De Heer Jezus verdroeg het kruis vanwege “de vreugde die vóór Hem lag.” (Heb.12:2), de vreugde om naar zijn Vader terug te keren in de hemel (Joh.17:3), en op een dag de Gemeente voor Zich te stellen voor de troon van God in heerlijkheid (Joh.17:17:24; Jud.:24). Hij was in staat het heden te dragen omdat hij overtuigd was van de toekomst. Paulus had eenzelfde blik op het christelijk leven “Daarom worden wij niet moedeloos; maar al raakt ook onze uiterlijke mens in verval, toch wordt onze innerlijke van dag tot dag vernieuwd. Want de kortstondige lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons een uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid.” (2Kor.4:16-17) “Want ik acht, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is vergeleken te worden met de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.” (Rom.8:18) Petrus had dezelfde filosofie van het leven. “Daarin verheugt u zich, zo nodig nu een korte tijd bedroefd door allerlei verzoekingen, de beproefdheid van uw geloof, veel kostbaarder dan die van goud, dat vergankelijk is en door vuur beproefd wordt, blijkt te zijn tot lof en heerlijkheid en eer bij de openbaring van Jezus Christus.” (1Petr.1:6-7) Petrus heeft zich tegen het kruis verzet omdat hij dacht dat zo’n schaamtevol lijden beneden de waardigheid van de Heer Jezus was, maar toen ontdekte hij dat het kruis de toegang tot Christus’ heerlijkheid was. Het is een ding een kruis aan een ketting om je hals te hangen, maar het is heel wat anders het kruis van Christus te dragen en Jezus te volgens in zijn schaamte, lijden en dood. “Als iemand Mij dient, laat hij Mij volgen; en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren.” (Joh.12:26) Paulus noemt dit “de gemeenschap aan Zijn lijden.” (Fil.3:10) We komen bij het kruis om eeuwig heil te vinden, en we dragen het kruis door geloof om dagelijkse heiliging en voldoening te vinden. We sterven aan datgeen wat buiten de wil van God is opdat we ons zouden verheugen in dat wat wel naar Gods wil is. We overwegen dat het, indien nodig is, ons leven tot een offer te maken, en zeker wanneer we het vergelijken met wat de Heer Jezus voor ons heeft gedaan.

Als wij christenen werkelijk kruisdragers zijn, dan zijn we onbezorgd wat de wereld ons te bieden heeft, maar zijn we veel meer bezorgd over de noodzaak voor de wereld voor een Verlosser. We hebben dan geen tijd om te twisten over wie wel de grootste in de kerk zal zijn, omdat we meer in bezit zijn genomen door Christus heerlijkheid dan door menselijke eer. Onze prioriteiten zijn aanbidding en dienstbaarheid, getuigen en offer, alles voor de heerlijkheid van God. Ongeacht hoeveel Demas ons aanbiedt in deze tegenwoordige wereld (2 Tim.4:10), we hebben geen verlangen hem te volgen. De verbazingwekkende problemen die bestaan onder Gods kinderen zouden snel opgelost geraken wanneer we allemaal kruisdragers waren. Tot de volwassen gelovigen in de Romeinse gemeenten die hun broeders verachten schreef Paulus “Want als uw broeder vanwege uw eten bedroefd wordt, dan wandelt u niet meer naar de liefde. Richt door uw eten niet hem te gronde voor wie Christus gestorven is.” (Rom.14:15); en hij vroeg de competitieve, verdeelde Korinthiërs “Is Paulus voor u gekruisigd.” (1Kor.1:13) De gelovigen in Galatië ‘beten en aten elkaar op’, redenen waarom Paulus hen herinnerde aan de heerlijkheid van het kruis en niet aan de religieuze verdiensten (Gal.6:11-15). Hij vermaande christelijke echtgenoten in Efeze om hun vrouwen lief te hebben “zoals ook Christus de Gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor hen had overgegeven.” (Ef.5:25) Toen hij de Phillippiërs aanschreef over de wereldse gelovigen in hun midden, weende hij en noemde hen “de vijanden van het kruis van Christus.” (Fil.3:18) Hij vertelde de gelovigen in Kolosse die Joodse religieuze rituelen verkozen, dat de wet was weggenomen en door Jezus aan het kruis was genageld (Kol.2:14). Om kort te gaan er is geen persoonlijk of leerstellig probleem dat niet opgelost kan worden wanneer we het naar het kruis brengen. De schaamtevolle verdeeldheid en meningsverschillen onder belijdende christenen vandaag de dag zijn het bewijs van het feit dat het kruis van Christus niet langer op de eerste plaats staat in dienst aan God, theologie of in onze dagelijkse wandel.

Vooruitgang

“Het kruis is net zo’n last als zeilen zijn voor een schip of vleugels voor vogels.” Dat statement veracht niet het lijden, de pijn of prijs voor trouw discipelschap. Het bevestigt alleen maar wat de dienstknechten van God altijd al hebben bevestigd, dat het dragen van het kruis de enige manier is voor een zekere vooruitgang in het christelijk leven. Het kruis leidt niet tot passiviteit. Het verwerpt geen enkele bekwaamheid. In tegenstelling, het maakt krachten vrij waarvan nooit gedacht hadden dat we die bezaten. Steeds opnieuw worden wij naar het kruis verwezen om gelijkvormig gemaakt te worden aan de dood van Christus. “Er zijn geen kroondragers in de hemel die hier beneden geen kruisdragers waren.” (C.H. Spurgeon)

_____________________________________________________________________________