Biografieën – Nieuw Testament – Johannes de doper – Joh.3:30

28 augustus, 2025

Rubrieken: Biografieën

Biografieën – Nieuw Testament

Johannes de Doper – Joh.3:30

“Hij moet meer, ik moet minder worden”

Woord vooraf

“Voorwaar, Ik zeg u: onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is geen grotere opgestaan dan Johannes de doper.” (Mat.11:11)

Na zo’n vierhonderd jaar wordt de stilte doorbroken en wordt de stem van God weer gehoord. De uitdrukking ‘stille jaren’ staat voor de tijd tussen de profetie van Maleachi en de komst van Johannes de Doper, grofweg zo’n 400 jaar. In het Oude Testament eindigt de profetie met Maleachi rond 450 v.Chr. De komst van Johannes de Doper in het begin van de eerste eeuw markeert het begin van het Nieuwe Testament. Deze periode valt grotendeels samen met de tijd van het hellenistische jodendom en de periode van de Tweede Tempel (516 v.Chr. – 70 n.Chr.). Gedurende deze 400 jaar veranderde de Joodse cultuur en religie, en ontstonden er verschillende groepen met verschillende interpretaties van de Schriften. Het begrijpen van deze periode kan helpen om de boodschap van het Nieuwe Testament en de bediening van Jezus beter te begrijpen. Met Jezus’ komst braken de ‘laatste dagen’ aan.  “Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in de Zoon.” (Heb.1:1) Johannes de doper mocht de heraut zijn die vóór Jezus uitging, om Hem en het koninkrijk aan te kondigen.

Inleiding

Het leven van Johannes was een wonder, want Elizabeth, zijn moeder, was onvruchtbaar (Luk.1:7). Maar het onmogelijke gebeurde, ze zouden toch een kind krijgen, want zei de engel Gabriël tot Zacharia, uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabeth zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven (1:13). Enige tijd later wordt hij geboren; over zijn jonge leven is niets bekend, dan alleen dat hij in de buik van zijn moeder Elizabeth een ontmoeting met Jezus heeft gehad (Luk.1:39-45). Maar dan, zo’n dertig jaar later verschijnt hij ten tonele aan de oever van de Jordaan en roept de mensen op zich te bekeren en zich te laten dopen, want het koninkrijk der hemelen was nabijgekomen (Mat.3:2). Maar ook was Johannes op een andere manier een bijzondere man, want zegt de Heer Jezus: “En als u het wilt aannemen, hij is Elia die zou komen.” (Joh.11:14) Het oude Testament sloot immers af met de belofte: “Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.” (Mal.4:5-6; Luk.1:17) Later, ná de verheerlijking op de berg, werden de discipelen nog eens bevestigd over de speciale plaats die Johannes de doper vertegenwoordigde. “En de discipelen vroegen Hem aldus: Waarom zeggen de Schriftgeleerden dan dat eerst Elia moet komen? Hij nu antwoordde en zei: Elia komt wel eerst en zal alles herstellen; Ik zeg u echter dat Elia al gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar aan hem gedaan alles wat zij wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden. Toen beseften de discipelen dat Hij tot hen over Johannes de doper had gesproken.”  (Mat.17:10-12)

Johannes’ roeping

Dat Johannes een bijzondere persoon was met een speciale missie, blijkt al voordat hij geboren was. Evenals de profeten Jesaja en Jeremia en de apostel Paulus behoorde Johannes tot die kleine groep van mensen die vanaf de moederschoot door God waren voorbestemd. “Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld.” (Jer.1:4; Jes.49:1; Gal.1:15) Als kind geboren uit een priesterlijk geslacht (Jer.1:1; Luk.1:5) was, zowel Jeremia als Johannes voorbestemd om priester te worden, maar ze werden door God tot een profeet gesteld (Jer.1:5). De engel, die aan Zacharia verscheen voorzegde vier dingen: (1) De naam van het kind zou Johannes zijn; (2) Johannes zou een Nazireeër zijn; (3) Hij zou het volk doen terugkeren tot de Heer hun God; (4) en hij zou voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia (Luk.1:13-17). Johannes heeft geen gemakkelijk leven gehad, mogelijk zijn zijn ouders vroeg gestorven, want ze worden na zijn geboorte niet meer vermeld in de Evangeliën. Hij leefde en preekte in de woestijn en hij droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing. Brood at hij niet en wijn dronk hij niet (Luk.7:33). Hij gaf onderwijs aan zijn volgelingen en leerde ze te bidden (Luk.11:1; 5:33). Hij was een krachtige persoonlijkheid die het Woord van God predikte, het volk opriep tot bekering en niet week voor de farizeeën en wetgeleerden. Hij was standvastig en veroordeelde Herodes om zijn handelswijze met de vrouw van zijn broer en werd in de gevangenis opgesloten. Nee, hij had geen gemakkelijk leven maar toch was het blijdschap dat hem typeerde. “Die de bruid heeft, is de Bruidegom; maar de vriend van de Bruidegom, die daarbij staat en Hem hoort, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de Bruidegom. Deze blijdschap van mij dan is vervuld geworden.” (Joh.3:29)

Johannes’ openbaar optreden

Wat de farizeeën en sadduceeën betwijfelden, was voor het gewone volk een uitgemaakte zaak: Johannes was een profeet! (Luk.20:6) Op grond van Deuteronomium 13 moesten de geestelijke leiders van het Sanhedrin onderzoeken of Johanns werkelijk een door God gezonden profeet was (Deut.13). Johannes slaagde vermoedelijk voor de test, want daarna wordt de vraag nooit meer gesteld. Ondanks dat oordeel over Johannes luisterden en deden de geestelijken niet waartoe Johannes hen opriep, zich te bekeren en te laten dopen.

Toen de Joden, priesters en Levieten Johannes vroegen: Wie bent u? Antwoordde Johannes: “Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Bent u Elia? En hij zei: Ik ben het niet. Bent u de profeet? En hij antwoordde: Nee. Hij zei: Ik ben de stem van een roepende in de woestijn.” (Joh.1:21-23) Wanneer je Johannes zou hebben gevraagd wat is het doel van je optreden, dan zou hij gezegd hebben dat hij de komst van koninkrijk der hemelen aan moest kondigen en het volk oproepen tot bekering. Wanneer je hem gevraagd zou hebben wat is je doel als de mens Johannes, dan zou hij gezegd hebben dat Jezus in zijn leven zou worden groot gemaakt; Hij moet meer worden! Hij die van boven komt, is boven allen (Joh.3:31). Dat is ook wat Salomo wist: “God is in de hemel en gij zijt op aarde.” (Pred.5:1) Moet ook in ons leven dat niet het doel zijn, dat Christus wordt verheerlijkt in ons lichaam? (1Kor.6:20)

Johannes’ einde

Dertig jaar voorbereiding, om één jaar te dienen! Nee, Johannes heeft geen lang leven gekend, maar hij spreekt nog altijd tot ons als de heraut van de komende Koning! Omdat Johannes de viervorst Herodus gezegd had dat het niet juist was dat hij de vrouw van zijn broer had genomen, werd hij in de gevangenis gegooid (Mat.14:6). Die gebeurtenis bracht Johannes aan het twijfelen, en “toen nu Johannes in de kerker de werken van de Christus hoorde, zond hij door middel van zijn discipelen een vraag een zei tot Hem: Bent U Degene Die zou komen, of moeten wij een ander verwachten? En Jezus antwoordde en zei tot hen: Gaat heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: blinden kunnen weer zien en kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd; en gelukkig is hij die over Mij niet ten val komt!” (Mat.11:2-6) De tekenen verbonden aan de verkonding van het evangelie van het Koninkrijk vonden plaats, de Koning was aanwezig, maar de heraut van de Koning zat in de gevangenis. Had Johannes iets gemist? De Heer Jezus had immers de twaalf discipelen uitgezonden en “zij predikten dat men zich moest bekeren, en zij dreven vele demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.” (Mark.6:14) “Herodes de viervorst nu hoorde alles wat er gebeurde; en hij was in verlegenheid, omdat door sommigen werd gezegd dat Johannes uit de doden was opgewekt, en door sommigen dat Elia was verschenen, en door anderen dat een profeet, een van de ouden, was opgestaan. Herodes nu zei: Johannes heb ik onthoofd (Mat.14:6, 10), maar Wie is Deze van Wie ik zulke dingen hoor? En hij trachtte Hem te zien.” (Luk.9:7-9) Veel later, aan het einde van Jezus’ optreden tijdens zijn berechting, heeft Herodes Hem wel gezien. “Toen nu Herodes Jezus zag, was hij zeer verblijd, want hij wilde sinds geruime tijd Hem zien, omdat hij van Hem gehoord had, en hij hoopte een of ander teken door Hem te zien gebeuren. Hij nu ondervroeg Hem met talloze woorden, maar Hij antwoordde hem niets.” (Luk.23:8-9) De reactie van Herodes was dat hij Jezus behandelde met verachting, bespotte Hem, deed Hem een mantel om Hem terug naar Pilatus (Luk.23:11)

Wat Johannes om het getuigenis van Christus is overkomen, zijn verwerping en dood, is van alle tijden, toen, vandaag en ook in toekomst. Maar de tijd zal komen dat aan allen die om Christus Naam hebben geleden, recht zal worden gedaan! “En al wie huizen of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven.” (Mat.19:29) “En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.” (Op.20:4)

Tenslotte

Zoals Jeremia en Ezechiël, was Johannes een priester die tot profeet geroepen werd. Jeremia kondigde het nieuwe verbond aan (Jer.31:31vv.), Ezechiël beschreef de nieuwe tempel (Ez.40-48) en Johannes wees naar het nieuwe offer, het Lam van God (Joh.1:29). Johannes genoot het speciale voorrecht om de Messias aan te kondigen aan het volk. Johannes was een stem, maar Jezus is het Woord (Joh.1:14, 23). Johannes was de bruidsjonker, (de ‘best man’ in het Engels), maar Jezus is de Bruidegom (Joh.3:27-30). Johannes was een lamp maar Jezus is het Licht van de wereld (Joh.5:35; 8:12). Voordat Johannes geboren was, verheugde hij zich in Jezus (Luk.1:39-45); Tijdens zijn leven wees hij naar Jezus (Joh.1:29); en na zijn dood bracht hij mensen tot Jezus (Joh.10:40-42). En dit alles deed hij zonder zelf een wonder te verrichten! (Joh.10:41)

______________________________________________________________________________