Bijbel – Oude Testament – Psalm 106:26 – Gezag in het leven van Aäron

21 augustus, 2025

Bijbel – Oude Testament

Mozes en Aäron – Psalm106:26

Gezag in het leven van Aäron

Voorwoord

Dit artikel gaat over autoriteit of gezag. In het eerste gedeelte gaan we gezag toegepast zien in het leven van Aäron, de oudere broer van Mozes. In het tweede gedeelte gaan we onderzoeken wat gezag inhoudt en van wie het komt. Dat gedeelte is ook als afzonderlijk artikel in de rubriek Dogmatiek opgenomen.

 Gezag geïllustreerd in het leven van Aäron.

“Heer, ik ben niet belangrijk genoeg dat U onder mijn dak binnenkomt, maar spreek slechts met een woord en mijn knecht zal gezond worden. Want ook ik ben een mens onder gezag van anderen en heb soldaten onder mij; en ik zeg tot deze: Ga, en hij gaat; en tot een ander: Kom, en hij komt; en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het.” (Mat.8:8-9)

Inleiding

Aäron wordt elf keer de broer van Mozes genoemd. Hij was drie jaar ouder dan Mozes, maar toch zien we dat Mozes een meer voorname plaats innam in het bestuur van God. Het is zoals bij Jakob en Ezau: de oudste zal de jongste dienen. “En de Here zeide tot haar: Twee volken zijn in uw schoot, en twee natiën zullen zich scheiden uit uw lichaam; de ene natie zal sterker zijn dan de andere, en de oudste zal de jongste dienstbaar wezen.” (Gen.25:23) We weten niet hoe Aäron hierover heeft gedacht, maar soms heeft hij het moeilijk gehad met autoriteit te accepteren. Dat is een algemeen menselijk verschijnsel, en het is goed om van Aäron te leren hoe hij daarmee om ging.

Toepassing van autoriteit

We mogen de taak van Aäron niet minimaliseren, God riep Aäron zoals Hij ook Mozes geroepen had tot de dienst. “Toen zond Ik Mozes en Aaron en sloeg Egypte, zoals Ik dat onder hen gedaan heb, en daarna leidde Ik u uit.” (Joz.24:5; Ps.77:21; 105:26; Mi.6:4) Jezus zond ook de discipelen twee aan twee; de één tot steun voor de ander! (Mark.6:7) Beiden waren door God geroepen, maar vervulden elk een andere taak; Mozes had als taak leider van het volk te zijn en Aäron als geestelijke leider. “Gij dan, doe tot u naderen uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, uit het midden der Israëlieten, om voor Mij het priesterambt te bekleden: Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Itamar, de zonen van Aaron.” (Ex.28:1) Toen Mozes van zichzelf dacht dat hij niet bij machte om het woord te voeren, kreeg Aäron de bevoegdheid om dat te doen. “Is niet de Leviet Aaron uw broeder? Ik weet, dat hij goed spreekt; en zie, hij is op weg gegaan, u tegemoet, en als hij u ziet, zal hij zich van harte verheugen. Dan zult gij tot hem spreken en de woorden in zijn mond leggen, en Ik zal zijn met uw mond en zijn mond en Ik zal u leren, wat gij doen moet. Hij zal voor u tot het volk spreken en zo zal hij u tot een mond zijn en gij zult hem tot God zijn.” (Ex.4:14-16; 6:12; 7:1) “En in die woestijn morde de gehele vergadering der Israëlieten tegen Mozes en Aaron.” (Ex.4:1) Toen onderweg, tijdens de reis naar het beloofde land, Amalek streed tegen Israël te Refidim, zien we Aäron Mozes te hulp komen. “Toen de handen van Mozes zwaar werden, namen zij een steen, legden die onder hem neer, zodat hij daarop kon gaan zitten; en Aaron en Chur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere zijde.” (Ex.17:12) Ook trad Aäron voor het volk tussenbeide (Num.14:1-5; 16:41-50). Zolang dat Aäron samen met Mozes optrad ging het goed, de problemen verschenen toen dat niet het geval was; we zien dat bij Lot en Abraham (Gen.13:14vv.)

Onjuist gebruik van autoriteit

Tijdens het verblijf van Mozes op de berg Sinaï kreeg Aäron het gezag over het volk. “Maar tot de oudsten zeide hij (Mozes): Wacht hier op ons, totdat wij bij u terugkeren; Aaron en Chur zijn immers bij u, wie zaken heeft, moet zich tot hen wenden.” (Ex.24:13-14) Dit was de gelegenheid voor Aäron om te laten zien dat hij kon omgaan met gezag. Mozes bleef veertig dagen op de berg, maar toen ging het verkeerd met Aäron, hij maakte het gouden kalf. “Toen zeide Mozes tot Aaron: Wat heeft dit volk u gedaan, dat gij zulk een zware schuld (of een grote zonde) daarover gebracht hebt? (Ex.32:21, 30, 31) God had Aäron als een hulp aan Mozes gegeven (Ex.4:10-17), maar nu had Aäron het volk geholpen om te zondigen. Om te zeggen dat Aäron om het volk tegemoet was gekomen aan hun verlangens, mag geen excuus zijn om het gouden kalf te maken. Aäron wist hoe God dacht over afgoden (20:1-6). En waarom bestrafte hij het volk niet en riep om hulp tot God? Integendeel, want Aaron had het de vrije teugel gelaten, tot spot voor hun tegenstanders (Ex.32:25). Was het niet op voorspraak van Mozes dan had de Here het volk vernietigd en had Hij Mozes tot een groot volk gemaakt (Ex.32:10).

Beproeving van autoriteit

Bij zijn eerste beproeving faalde Aäron, maar daarbij stopte het helaas niet. De tweede keer dat het mis ging was toen Miriam en Aäron, Mozes bekritiseerden over zijn relatie met een Ethiopische vrouw. “En zij zeiden: Heeft de Here soms uitsluitend door Mozes gesproken, heeft Hij ook niet door ons gesproken?” (Num.12:2) Miriam en Aäron negeerden het door God gegeven gezag dat speciaal aan Mozes was gegeven! “Daarom ontbrandde de toorn des Heren tegen hen en Hij ging heen. Toen nu de wolk van boven de tent geweken was, zie, Mirjam was melaats als sneeuw; toen Aaron zich tot Mirjam omwendde, ziedaar een melaatse!” (Num.12:2) De derde beproeving die Aäron trof was tijdens de opstand van Korach, Datan en Abiram (Num.16). Daar zien we een andere Aäron, hij stond pal achter en naast Mozes en ze konden de crisis onder controle krijgen.

Tenslotte

Nee het was niet gemakkelijk voor Mozes om leider te zijn van het volk Israël! Kritiek aan alle kanten en over allerlei zaken. Meerdere keren lezen dat hij de neiging had om op te geven. Ook in onze tijd is het niet gemakkelijk om een leidinggevende positie in de Gemeente te hebben. Het is dan ook goed, voordat men een leidinggevende functie aanvaard, daar goed over na te denken. “Laat de oudsten die goed besturen, dubbele eer worden waard geacht, vooral zij die arbeiden in woord en leer; want de Schrift zegt: ‘Een dorsende os zult u niet muilbanden’, en: ‘De arbeider is zijn loon waard’. Neem tegen een oudste geen beschuldiging aan, tenzij onder twee of drie getuigen.” (1Tim.5:17-19)

———————————————————————————————————

Autoriteit of Gezag

Deel I – Extern gezag

Autoriteit, in de meest brede zin, betekent gezag, macht of invloed die wordt toegekend aan een persoon, organisatie of instantie. Het verwijst naar de erkenning van iemands deskundigheid, geloofwaardigheid of positie, waardoor anderen geneigd zijn naar hen te luisteren en hun advies of instructies te volgen. In onze tijd zien we dat heel vaak mensen het niet eens zijn met het beleid van een regering of een of andere instantie en de straat opkomen om ertegen te demonstreren. Hoe is dat met gelovigen, hoe gaan zij om met gezag? Daarover gaat dit artikel, na een inleiding, toegepast op het leven van Aäron, de oudere broer van Mozes.

Inleiding

God is de Schepper van hemel en aarde en wordt als zodanig als hoogste autoriteit erkend.

Zo zegt Elihu tot Job: “Maar zie, antwoord ik jou, hierin ben je niet rechtvaardig; want God is groter dan een sterveling. Waarom heb je Hem ter verantwoording geroepen? Hij legt immers van geen van Zijn daden verantwoording af.” (HSV 33:12-13) Gezag dat gedelegeerd wordt naar het lagere komt altijd van een hogere macht of gezag. Zo is de schepping onderworpen, door het door God gegeven gezag, aan de mens: “En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.” (Gen.2:15)

A. Extern

De Schrift leert ons dat aan afzonderlijke Personen van de Godheid, engelen, overheden, apostelen, Gods Woord en de Gemeente, gezag is verleend. Dat wil zeggen dat het verleende gezag het handelen van anderen bepaald, zoals we hierna zullen zien.

De drie-enige God.

Gezag kan je niet jezelf toe-eigenen, want, zoals gezegd is God, als Schepper van al het bestaande de hoogste autoriteit. “U bent waard, onze Heer en God, te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestonden zij en zijn zij geschapen.” (Op.4:11) Lagere autoriteiten die er zijn, zijn altijd ondergeschikt aan de Allerhoogste autoriteit en dat is God. De reikwijdte van het gegeven gezag van andere autoriteiten zullen daarom altijd begrensd zijn door de het hoogste gezag van God. Want Hij is volmaakt in kracht, wijsheid, doel en beschikt over oneindige macht en liefde.

De Vader

Tijdens Jezus’ dagen in het vlees (Heb.5:7) richtte Hij zich in zijn gebed en stelde zijn vertrouwen altijd in de Vader, zoals we dat kunnen vinden in het gebed van de Zoon tot de Vader in Johannes 17. En de gelovige wordt opgeroepen hetzelfde te doen: “Ik zeg u: alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.” (Joh.16:23) Daarin erkent de gelovige het opperste gezag van God.

De Zoon

Dat de Heer Jezus kon zeggen dat “alle macht en gezag” in hemel en op aarde Hem gegeven was, kan dat beter begrepen wanneer men bedenkt dat Christus als Zoon van God leefde in de wereld waarin ook de mens geplaatst was en waarin Hij leefde en Zich aanpaste aan de beperkingen die dat met zich meebracht (Fil.2:7). Met betrekking tot Christus’ gezag, zie Mat.7:29; 9:6, 8; 21:23-27; Mark.1:22, 27; 11:28-29, 33; Joh.5:27. De Heer Jezus erkent steeds dat de macht en dat gezag Hem door de Vader gegeven was. “Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf; 27 en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij [de] Mensenzoon is.” (Joh.5:26-27) Daaruit mag men echter niet concluderen dat de Zoon ondergeschikt is aan de Vader. In het werk van schepping en verlossing zien we de drie Personen van Godheid in verbondenheid met elkaar werkzaam. “Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.” (Joh.5:17) En daarin werkte de Geest mee, zoals we dat al bij de schepping kunnen opmerken: “De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.” (Gen.1:2)

De Heilige Geest

De Heilige Geest is zowel door de Vader als de Zoon gezonden: “Maar de Voorspraak, de Heilige Geest, Die de Vader zal zenden in Mijn Naam” en “Maar wanneer de Voorspraak is gekomen, Die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest van de waarheid.” (Joh.14:26; 15:26) En de werkzaamheid van de Heilige Geest in deze wereld worden als volgt omschreven: “En als Die is gekomen, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; en van gerechtigheid.” (Joh.16:8:9-11) De Heilige Geest geeft leiding (Hand.13:2) en kracht (Hand.1:8) aan de gelovigen.

De engelen

Met termen als “tronen, heerschappijen, overheden en machten” wordt verwezen naar de autoriteit die engelen binnen hun eigen orde en gebied hebben (Kol1:16). Een uitzondering is de Satan en demonen (gevallen engelen – Judas:6), die ook beperkt gezag hebben in de wereld. (Luk.4:6; 12:5; 22:53; Hand.26:18; Ef.2:2; Kol.1:13; Op.6:8; 9:3, 10, 19; 13:4-5, 7, 12; 20:6).

De burgerlijke overheden

“Elke ziel zij aan de over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld.” (Rom.13:1: Spr.24:21; 1Petr.2:13-17) Gods verwacht gehoorzaamheid van gelovigen aan de door Hem ingestelde overheid, zolang deze niet ingaat tegen Gods normen, vervat in zijn Woord. (Hand.5:29; Ex.1:17)

De apostelen

Het “apostolisch gezag’ vindt zijn oorsprong in het gezag dat de Heer Jezus aan zijn discipelen heeft verleend. Verder spreekt de apostel Paulus “over ons gezag dat de Heer gegeven heeft om op te bouwen en niet om u af te breken.” (Luk.9:1; 1Kor.8:9; 1Kor.9:4vv, 18; 2Kor.10:8; 13:10)

Gods Woord, de Bijbel

Het Woord, de gedachten van God in dat Woord vervat, vragen gehoorzaamheid, onderwerping. Het is Gods geopenbaarde wil en het opperste gezag: “Uw Woord is de waarheid.” (Joh.17:17)

De Gemeente

De Gemeente is eigenlijk het hoogste gezagsorgaan in deze wereld, maar het terrein waarop ze het gezag kunnen uitoefenen is beperkt tot het “christelijk erf.” “Ik zal je de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven, en alles wat jij zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemelen, en alles wat jij zult ontbinden op de aarde, zal ontbonden zijn in de hemelen.” (Mat.16:19) “Voorwaar, Ik zeg u: alles wat u zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemel; en alles wat u zult ontbinden op de aarde, zal in de hemel ontbonden zijn.” (Mat.18:18)

Deel 2 – Intern gezag

Naast het extern gezag, zoals hierboven weergegeven, heeft ook het menselijk geweten gezag. “Ik spreek [de] waarheid in Christus, ik lieg niet, terwijl mijn geweten mee getuigt door de Heilige Geest, dat ik grote droefheid heb en een onophoudelijke smart in mijn hart.” (Rom.9:1-2) Dit is de enige tekst in de Bijbel waar we zien dat de Heilige Geest en het geweten samen genoemd worden. Het geweten zonder de Heilige Geest kan nooit zuiver zijn.

______________________________________________________________________________