'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'
Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Autoriteit, in de meest brede zin, betekent gezag, macht of invloed die wordt toegekend aan een persoon, organisatie of instantie. Het verwijst naar de erkenning van iemands deskundigheid, geloofwaardigheid of positie, waardoor anderen geneigd zijn naar hen te luisteren en hun advies of instructies te volgen. In onze tijd zien we dat heel vaak mensen het niet eens zijn met het beleid van een regering of een andere instantie en de straat opkomen om ertegen te demonstreren. Hoe is dat met gelovigen, hoe gaan zij om met gezag? In een ander artikel zien we autoriteit toegepast in het leven van Aäron, de oudere broer van Mozes. (Rubriek: Bijbel Oude Testament – Exodus)
Inleiding
God is de Schepper van hemel en aarde en wordt als zodanig als hoogste autoriteit erkend. Zo zegt Elihu tot Job: “Maar zie, antwoord ik jou, hierin ben je niet rechtvaardig; want God is groter dan een sterveling. Waarom heb je Hem ter verantwoording geroepen? Hij legt immers van geen van Zijn daden verantwoording af.” (HSV 33:12-13) Gezag dat gedelegeerd wordt naar het lagere komt altijd van een hogere macht of gezag. Zo is de schepping onderworpen, door het door God gegeven gezag, aan de mens: “En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.” (Gen.2:15)
(1) Extern
De Schrift leert ons dat aan de afzonderlijke Personen van de Godheid, engelen, overheden, apostelen, Gods Woord en de Gemeente, gezag is verleend. Dat wil zeggen dat het verleende gezag het handelen van anderen bepaald, zoals we hierna zullen zien.
De drie-enige God.
Gezag kan je niet jezelf toe-eigenen, want, zoals gezegd is God, als Schepper van al het bestaande de hoogste autoriteit. “U bent waard, onze Heer en God, te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestonden zij en zijn zij geschapen.” (Op.4:11) Lagere autoriteiten die er zijn, zijn altijd ondergeschikt aan de Allerhoogste autoriteit en dat is God. De reikwijdte van het gegeven gezag van andere autoriteiten zullen daarom altijd begrensd zijn door het hoogste gezag van God, want Hij is volmaakt in kracht, wijsheid, doel en beschikt over oneindige macht en liefde.
De Vader
Tijdens Jezus’ dagen in het vlees (Heb.5:7) richtte Hij zich in zijn gebed en stelde zijn vertrouwen altijd in de Vader, zoals we dat kunnen vinden in het gebed van de Zoon tot de Vader in Johannes 17. En de gelovige wordt opgeroepen hetzelfde te doen: “Ik zeg u: alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.” (Joh.16:23) Daarin erkent de gelovige het opperste gezag van God.
De Zoon
Dat de Heer Jezus kon zeggen dat “alle macht en gezag” in hemel en op aarde Hem gegeven was, kan dan beter verstaan worden wanneer men bedenkt dat Christus als Zoon van God leefde in de wereld waarin ook de mens geplaatst was en waarin Hij leefde en Zich aanpaste aan de beperkingen die dat met zich meebracht (Fil.2:7). Met betrekking tot Christus’ gezag zie Mat.7:29; 9:6, 8; 21:23-27; Mark.1:22, 27; 11:28-29, 33; Joh.5:27. De Heer Jezus erkent steeds dat de macht en dat gezag Hem door de Vader gegeven was. “Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf; en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij de Mensenzoon is.” (Joh.5:26-27) Daaruit mag men echter niet concluderen dat de Zoon ondergeschikt is aan de Vader. In het werk van schepping en verlossing zien we de drie Personen van Godheid in verbondenheid met elkaar werkzaam. “Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.” (Joh.5:17) En daarin werkte de Geest mee, zoals we dat al bij de schepping kunnen opmerken: “De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.” (Gen.1:2)
De Heilige Geest
De Heilige Geest is zowel door de Vader als de Zoon gezonden: “Maar de Voorspraak, de Heilige Geest, Die de Vader zal zenden in Mijn Naam” en “Maar wanneer de Voorspraak is gekomen, Die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest van de waarheid.” (Joh.14:26; 15:26) En de werkzaamheid van de Heilige Geest in deze wereld kan als volgt worden omschreven: “En als Die is gekomen, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; en van gerechtigheid.” (Joh.16:8:9-11) De Heilige Geest geeft leiding (Hand.13:2) en kracht (Hand.1:8) aan de gelovigen.
De engelen
Met termen als “tronen, heerschappijen, overheden en machten” wordt verwezen naar de autoriteit die engelen binnen hun eigen orde en gebied hebben (Kol1:16). Een uitzondering is de Satan en demonen (gevallen engelen – Judas:6), die ook beperkt gezag hebben in de wereld. (Luk.4:6; 12:5; 22:53; Hand.26:18; Ef.2:2; Kol.1:13; Op.6:8; 9:3, 10, 19; 13:4-5, 7, 12; 20:6).
De burgerlijke overheden
“Elke ziel zij aan de over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld.” (Rom.13:1: Spr.24:21; 1Petr.2:13-17) Gods verwacht gehoorzaamheid van gelovigen aan de door Hem ingestelde overheid, zolang deze niet ingaat tegen Zijn normen, vervat in zijn Woord (Zie: Hand.5:29; Ex.1:17).
De apostelen
Het “apostolisch gezag” vindt zijn oorsprong in het gezag dat de Heer Jezus aan zijn discipelen heeft verleend. Verder spreekt de apostel Paulus “over ons gezag dat de Heer gegeven heeft om op te bouwen en niet om af te breken.” (Luk.9:1; 1Kor.8:9; 1Kor.9:4vv, 18; 2Kor.10:8; 13:10)
Gods Woord, de Bijbel
Het Woord, de gedachten van God in dat Woord vervat, vragen gehoorzaamheid, onderwerping. Het is Gods geopenbaarde wil en het opperste gezag: “Uw Woord is de waarheid.” (Joh.17:17)
De Gemeente
De Gemeente is het hoogste gezagsorgaan in deze wereld, maar het terrein waarop ze het gezag kunnen uitoefenen is beperkt tot het “christelijk erf.” “Ik zal je de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven, en alles wat jij zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemelen, en alles wat jij zult ontbinden op de aarde, zal ontbonden zijn in de hemelen.” (Mat.16:19) “Voorwaar, Ik zeg u: alles wat u zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemel; en alles wat u zult ontbinden op de aarde, zal in de hemel ontbonden zijn.” (Mat.18:18)
(2) Intern gezag
Naast het extern gezag, zoals hierboven weergegeven, heeft ook het menselijk geweten gezag. “Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, terwijl mijn geweten mee getuigt door de Heilige Geest, dat ik grote droefheid heb en een onophoudelijke smart in mijn hart.” (Rom.9:1-2) Dit is de enige tekst in de Bijbel waar we zien dat de Heilige Geest en het geweten samen genoemd worden. Het geweten zonder de Heilige Geest kan nooit zuiver zijn.