Geestelijk Leven – Jeremia 18-19 – Bij de pottenbakker

31 augustus, 2026

Rubrieken: Geestelijk Leven

Bijbelboeken: Jeremia

Geestelijk Leven

Jeremia 18-19

“Bij de pottenbakker”

Inleiding

In Jeremia 18 bezoekt Jeremia het huis van een pottenbakker en kijkt hoe deze de klei vormgeeft. In Jeremia hoofdstuk 19 neemt hij een voltooide kruik en breekt die in het dal Ben-Hinnom, dat voor de Schervenpoort ligt. Het eerste beeld schets Gods genade; het tweede zijn oordeel. Als je het beeld van de pottenbakker en de klei overdenkt, kun je er een beeld in vinden van ons leven als gelovige en in onze relatie met God. Elk onderdeel heeft een betekenis. Maar zullen sommigen zeggen, het gaat hier over Israël en niet over ons! Maar, is niet alle Schrift nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren, en te onderwijzen in de gerechtigheid? Zijn niet al die dingen die hun zijn overkomen tot waarschuwing voor ons? (2Tim.3:16). En, is niet alles tevoren opgeschreven tot onze lering? (Rom.14:4; 1Kor.10:6). Maar het is waar niet alles wat geschreven is ook letterlijk voor ons, of gaat over ons! De eerste betekenis van de tekst betreft natuurlijk het volk Israël (18:7). Maar in wat Israël als “Gods volk” of in dit verband “Gods vat” heeft gedaan of niet gedaan, vinden we misschien wel een beeld van de gemeente, of misschien wel van onszelf!  Maar laten we eens zien welke praktische betekenis we kunnen ontdekken voor de gelovige. Individuele gelovigen zijn immers ook vaten van God? (Hand.9:15; 2Kor.4:7)

God is de pottenbakker (wij het leem)

“Het woord, dat van de Here tot Jeremia kwam: Maak u op, daal af naar het huis van de pottenbakker, en daar zal Ik u mijn woorden doen horen.” (Jeremia 18-19)

Ons leven is niet in de handen van een onzichtbare ‘kracht’ of ‘blind ‘lot’; het is in de handen van een Persoon – de Almachtige God. God is niet alleen onze Schepper; Hij is onze Vader, en Hij heeft een persoonlijke zorg voor ons leven (1Petr.5:7). Hij is het Patroon! (Zie Jes.64:8). Klei kan zichzelf niet vormen, dat kan alleen God! En wat God wil is dat het beeld van de Heer Jezus in ons leven zichtbaar wordt (Rom.8:29; Gal.4:20). We kunnen niet gezegend worden als we met Hem in discussie gaan of Hem proberen te vertellen wat Hij moet doen (Rom.9:20-23). Dit betekent natuurlijk niet dat God de schuld draagt ​​voor de zonden van die mensen begaan of het falen van het volk. De pottenbakker heeft een perfect plan voor de klei; hij ziet het eindproduct al voor zich. God heeft een perfect plan voor ons leven (Rom.12:1-2; Ef.2:10; Fil.1:6). Wij kunnen het eindproduct nog niet zien, maar Hij belooft ons dat het geweldig kan worden, mits wij ons aan Hem onderwerpen. De pottenbakker bewerkt de klei geduldig en besteed er veel aandacht aan. God leidt ons geduldig in ons leven en streeft ernaar Zijn wil te vervullen. Vaak gebruikt Hij de handen van anderen om ons te vormen – ouders, leraren, medechristenen, zelfs zij die ons eventueel zullen vervolgen. Het kost tijd om iets waardevols te maken, en God is bereid te wachten.

Wij zijn de klei – (Medewerking vereist!)

 “Maar nu, Here, Gij zijt onze Vader; wij zijn de klei, Gij zijt onze Formeerder en wij allen zijn het werk van uw hand.” (Jes.64:8).

Natuurlijk stond in Jeremia’s boodschap de klei symbool voor het volk Israël, maar we kunnen dit ook toepassen op ons eigen leven. Christenen zijn Gods vaten, door Hem gevormd om de schat van het Evangelie te bevatten; vaten tot eer of oneer, de keuze is aan de gelovige! (2Tim.2:19-21; 2Kor.4:7; Hand.9:15). Mensen zijn gemaakt van klei; klei is stof vermengd met water. “Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn.” (Ps.103:14. Gen.3:20), maar het water van de Geest van God heeft ons leven gegeven door het geloof in Christus. Klei is op zichzelf niet van grote waarde, maar het kan iets groots worden als het door de juiste handen voor het juiste doel wordt gevormd. Niemand kan het enorme potentieel in iemands leven berekenen. De belangrijkste eigenschap van klei is dat het meegeeft. Als het niet meegeeft aan de handen van de pottenbakker, zal het mislukken. De klei kan zichzelf niet vormen; de pottenbakker is nodig. Er bestaan ​​geen ‘zelfgemaakte christenen’ in Gods wil. Wanneer we zeggen ‘de klei kan zichzelf niet vormen’, bedoelen we niet dat mensen geen rol spelen in de vervulling van Gods wil. Juist tegenovergesteld, we zijn niet passief of berustend, slechts klompjes klei in Gods handen. Hij wil dat we met Hem samenwerken door te bidden, te mediteren, Zijn wil te gehoorzamen en ons over te geven aan Zijn zorg.

Het leven is de schijf

 “Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar Zijn voornemen zijn geroepen.” (Rom.8:28)

Het wiel wordt snel rondgedraaid door de pottenbakker zelf, en hij alleen bepaalt de snelheid ervan. Ons leven als christenen wordt niet bepaald door toeval of geluk, maar door God. Hij schikt de omstandigheden in ons leven die ons vormen. Het was God die ervoor zorgde dat de jonge Jozef naar Egypte ging, waar hij tot heerser werd gevormd. We kunnen ons verwonderen over de omstandigheden in ons leven en denken dat God ons aan ons lot heeft overgelaten, maar op een dag zullen we de waarheid van Romeinen 8:28 inzien en erkennen dat alles meewerkt ten goede. Het belangrijkste aan een wiel is niet de grootte (sommige levens zijn korter dan andere), maar het middelpunt. Als het wiel ‘in het midden’ staat, is alles in balans. Christus is het middelpunt van het leven van de toegewijde christen (Mat.6:33).

Ongehoorzaamheid is het bederf

 “Doch zij zeggen: Het baat niet, want wij zullen onze eigen gedachten volgen en eenieder naar de verstoktheid van zijn boos hart handelen.” (Jer.18:12)

Ongehoorzaamheid veroorzaakt schade in ons geestelijk leven. Zoals de Israëlieten op de waarschuwing van Jeremia reageerden en zeiden: “Komt, laat ons hem treffen door middel van de tong en laten wij niet luisteren naar een van zijn woorden.” (Jer.18:18) Het zou prachtig zijn als de klei zich altijd zou laten vormen door de handen van de pottenbakker, maar dat is niet altijd het geval en gaan we onze eigen weg. De profeet zag het vat beschadigd. Gooide de pottenbakker de klei weg en begon hij met een nieuwe klomp? Nee, hij maakte het opnieuw. Dit is een beeld van de rebellie van de mens en zijn herstel door Gods genade. Waarom was de klei beschadigd? Omdat ze haar eigen zin wilde doordrijven (zie: 18:11-12). Hoe vaak beschadigen wij als christenen ons eigen leven door onze eigen plannen te maken, buiten de wil van God om. Als we het eindresultaat dat God voor ogen heeft zouden kunnen zien, zouden we Hem nooit ongehoorzaam zijn. Helaas denken we vaak dat we meer van het leven weten dan Hij. God is genadig om te vergeven en ons “opnieuw te vormen”. Soms moet Hij ons op moeilijke beproevingen brengen om ons te laten buigen. Hij heeft twintig jaar besteed aan het vormen van Jakob, die uiteindelijk een bruikbaar vat werd. Nadat ze beschadigd waren, gaf God David, Jona en Petrus een tweede kans. 1 Johannes 1:9 is een prachtige belofte van vergeving, maar het mag geen excuus voor ongehoorzaamheid zijn.

Beproevingen is de oven

 “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen valt, daar u weet dat de beproefdheid van uw geloof volharding bewerkt.” (Jak.1:2-3)

Jeremia noemt de ovens van de pottenbakker niet, maar ze moesten er uiteraard wel zijn. Geen enkel gemaakt voorwerp is iets waard totdat het door de oven is gegaan. De hitte geeft de klei kracht en schoonheid en verhoogt de bruikbaarheid en waarde ervan. Het leven heeft zijn eigen ‘ovens’ nodig. Job ging door de oven van pijn (Job 23:10), en 1 Petrus 4:12 e.v. spreekt over de oven van vervolging. De drie gelovige mannen gingen in de oven en ontdekten dat de Pottenbakker met hen in het vuur was (Dan.3:19-25). God weet precies hoe heet Hij de oven moet maken; Hij weet precies hoeveel beproevingen we kunnen verdragen (1Kor.10:13). Christenen die een beschermd leven hebben geleid buiten Gods oven, missen veel van de zegeningen van Zijn genade die ontvangen worden door hen die bereid zijn geweest met en voor Christus te lijden. Wanneer beproevingen op ons pad komen, moeten we ons overgeven aan de Pottenbakker en Hem Zijn gang laten gaan. De satan verzoekt ons om het slechtste in ons naar boven te halen; God beproeft ons om het beste in ons naar boven te halen.

Het breken van de kruik betekent het oordeel

 “Toen zeiden zij: Komt, laat ons plannen tegen Jeremia beramen, want nooit ontbreekt een aanwijzing aan de priester, raad aan de wijze, een woord aan de profeet! Komt, laat ons hem treffen door middel van de tong en laten wij niet luisteren naar een van zijn woorden.” (Jer.18:18)

 In 19:1-13 ging Jeremia naar het dal van Hinnom, een plaats die de Joden hadden gewijd aan de afgoderij. Enkele van de ergste zonden uit de Joodse geschiedenis werden daar begaan; zie 7:31. De naam “zoon van Hinnom” werd geschreven als “ge-Hinnom” en werd uiteindelijk “Gehenna” in het Grieks, het Nieuwtestamentische woord voor hel. (2Kon.  23:10). Wat een afschuwelijk beeld van de hel – de eeuwige vuilnisbelt van het universum. Deze keer bracht de profeet een afgewerkte vaas mee, en terwijl hij die voor de oudsten van het land hield, preekte hij een oordeelspreek. “Jullie hebben God verlaten en hier afgoden aanbeden. Jullie hebben gezondigd tegen Zijn Woord. Maar er zal spoedig een dag komen dat dit dal niet langer ‘Tophet’ (brandend, van vuil) genoemd zal worden, maar ‘Moorddal’. Het oordeel komt over Juda. Toen brak hij de vaas – en die kon nooit meer gerepareerd worden. Zie verzen 10-11. Een natie of een individueel leven kan het punt van geen terugkeer bereiken. Als de klei hard wordt, kan deze niet meer gevormd worden. Hoe belangrijk is het om je vroeg in je leven aan Christus over te geven? Simson weigerde zich over te geven, en God moest het vat breken. “Er is zonde tot de dood” (1Joh.5:16). God wil dat wij bruikbare vaten zijn. Een vat produceert niets; het ontvangt, bevat en deelt alleen. Wij ontvangen Zijn zegeningen en delen ze met anderen. Het enige wat God van ons vraagt, is dat we beschikbaar, rein en leeg zijn. Zie 2 Timotheüs 2:19-21, waar Paulus ons waarschuwt om ons van de zonde af te scheiden. Als we te vol van onszelf zijn, kan God ons niet vullen, en als we niet gevuld zijn, kunnen we niets met anderen delen. Moge de Heer ons helpen om vaten tot eer te zijn, geschikt voor het gebruik van de Meester.

Tenslotte

In dit artikel heb ik de hoofdstukken 18 en 19 op een praktische manier toegepast op het leven van een gelovige, maar, zoals al eerder opgemerkt, de directe toepassing geldt natuurlijk het volk Israël. De directe toepassing vinden we al in de eerste verzen 5 en 6 van Hoofdstuk 18 – “Toen kwam het woord des Heren tot mij: Zal Ik niet met u kunnen doen zoals deze pottenbakker, o huis Israëls? luidt het woord des Heren. Zie, als leem in de hand van de pottenbakker, zo zijt gij in mijn hand, huis Israëls!” Een praktische toepassing is te verantwoorden door twee teksten van het Nieuwe Testament: (1) Romeinen 15:4 en (2) 1Korinthiërs 10:11.

Een andere opmerking betreft het woord klei of leem. Sommige vertalers (NBG) geven de voorkeur aan het woord “klei”, anderen aan “leem.” Een pottenbakker gebruikt klei. Klei is het materiaal waarmee je potten en keramiek maakt. Leem is een grondsoort die bestaat uit een mengsel van klei, zand en silt; “silt” is een sediment tussen zand en klei. het wordt vooral gebruikt in de bouw en landbouw. Dus: een pottenbakker werkt met klei en zo heb ik het in dit artikel gebruikt.

____________________________________________________________________________