Geschiedenis – -1Kon.10:1-13 – 2Kron.9:1-12 – De koningin van Seba – Boekbespreking

10 juli, 2024

Bijbel – Oude Testament

(1Kon.10:1-13; 2Kron.9:1-12)

Boekbespreking – De koningin van Seba

Inleiding

De koningin van Seba voor koning Salomo en de Ark van het Verbond Afrika, een Afrikaanse geschiedenis – Zeinab Badawi

Boek: Afrika, een Afrikaanse geschiedenis – Zeinab Badawi

Zeinab Badawi (Khartoem, 1959) werd geboren in Soedan, maar groeide op in het Verenigd Koninkrijk. Lange tijd zocht ze naar een toegankelijk boek dat een zo compleet mogelijke geschiedenis van Afrika zou vertellen, gebaseerd op Afrikaanse bronnen. Toen ze dat niet kon vinden, besloot de BBC-presentator, ook hoofd van de School of Oriental and African Studies van de University of London, het zelf te schrijven. Voor het resultaat, Afrika. Een Afrikaanse geschiedenis, bezocht Badawi gedurende zeven jaar meer dan dertig verschillende Afrikaanse landen. Op Historiek een fragment uit haar boek, over het koninkrijk Aksum, dat zich in delen van het huidige Eritrea, Ethiopië en Jemen bevond.

De koningin van Seba

Hypothetisch circa tiende eeuw voor Christus

Het verhaal dat de koningin van Seba het koninkrijk Aksum heeft gesticht, is veel meer op de overlevering gebaseerd dan op puur historische feiten. De koningin van Seba reisde volgens Ethiopische bronnen van Aksum naar het koninkrijk Juda om koning Salomo te bezoeken. Deze stond bekend om zijn grote wijsheid en zij wilde zijn advies vragen en hem op de proef stellen wat betreft een aantal belangrijke kwesties. In de Thora en het Oude Testament wordt beschreven hoe ze in Jeruzalem aankwam met een grote karavaan dromedarissen beladen met reukwerk, een grote hoeveelheid goud en edelstenen.

Het Ethiopische verhaal over de koningin van Seba en Salomo staat in de Kebra Nagast, het boek van de ‘Heerlijkheid van de koningen.’ De Kebra Nagast is een verzameling legenden, volksverhalen en overleveringen over de heldhaftige dagen en overwinningen van de koningen en koninginnen van Aksum. Het werd in de dertiende eeuw in de Ethiopische Giiz-taal geschreven, mogelijk door monniken, en speelt tot op de dag van vandaag een centrale rol in de Ethiopische cultuur.

De Ethiopische keizer keizer Haile Selassie in 1934

Afstammelingen van Haile Selassie, de laatste keizer van Ethiopië, die zichzelf als de belichaming van een geweldig keizerlijk verleden beschouwen, hechten met name aan de Kebra Nagast. De Ethiopische keizer Haile Selassie zou hierdoor afstammen van David, Salomo en de koningin van Seba en voerde “de leeuw van Juda” als een van zijn vele officiële koninklijke titels. Onder deze naam vereren de rastafari hem. Hij is in hun ogen een godheid. Ik hoorde dit persoonlijk van de oudste kleindochter van Haile Selassie, prinses Mariam Sena, in Addis Abeba. Gekleed in sierlijke traditionele kleding van handgesponnen katoen, met haar bril op het puntje van haar neus, zat ze toen ik haar sprak in een smaakvol ingerichte kamer, omringd door familieportretten van de keizer en van haar overleden vader (Haile Selassies oudste zoon, de kroonprins). Daar vertelde ze dat ze ervan overtuigd is dat het verhaal van de koningin van Seba en Salomo waargebeurd is en dat het de fundamentele basis vormt van de identiteit en cultuur van Ethiopië en van de christelijke tradities van het land. De koningin van Seba is volgens prinses Mariam een sterk rolmodel en een inspirerend voorbeeld voor vrouwen in het Ethiopië van nu, en ze weet zeker dat zij van haar afstamt.

De Ark van het Verbond arriveert in Ethiopië met Menelique I. Kerk van Sint-Maria van Zion van Axum

Het verhaal is heel bekend bij veel Ethiopiërs: de koningin van Seba ging koning Salomo opzoeken in Jeruzalem, met name om hem om raad te vragen hoe ze regeren moest, want volgens de Kebra Nagast konden vrouwen in Aksum erven en regeren en hadden ze een status gelijk aan die van de man. De twee vorsten werden verliefd en toen de koningin weer in haar vaderland terug was, beviel ze van Salomo’s zoon, Menelik. De Kebra Nagast zegt ook dat de koningin van Seba door Salomo tot het jodendom was bekeerd.

De Ark van het verbond

Toen Menelik oud genoeg was, stuurde zijn moeder hem naar Jeruzalem om daar om de zegen van zijn vader te vragen. Toen hij weer uit Jeruzalem vertrok, nam hij heimelijk de Ark van het Verbond mee terug naar Aksum om hem daar veilig te bewaren. Die bevatte de tafelen met de Tien Geboden die Mozes van God had gekregen. In deze kapel bij de kathedraal van onze heilige Maria van Zion in Aksum zou de Ark van het Verbond bewaard worden. In deze kapel bij de kathedraal van onze heilige Maria van Zion in Aksum zou de Ark van het Verbond bewaard worden.

Volgens de Ethiopische overlevering wordt de Ark van het Verbond nog steeds bewaard in een klein eenvoudig gebouwtje van de Kerk van Maria van Zion in Aksum. Eén monnik is met de zorg ervoor belast; hij woont er ook bij en bewaakt deze kostbare, heilige schat van de christelijke Ethiopiërs vrijwel voortdurend. Toen ik buiten het eenvoudige witte gebouwtje stond, terwijl er witte duiven door de voorhof fladderden, was het ongelooflijk te beseffen dat zich daarbinnen een mysterieuze persoon bevond die deze zeer heilige taak vervulde. Zowel de bewaker als het heilige voorwerp zijn aan het zicht onttrokken. Zelfs de patriarch van de Ethiopisch-orthodoxe kerk, Abune Mathias, heeft de Ark van het Verbond nog nooit gezien. Toen ik hem sprak was hij gekleed in een zwarte pij, met een bijpassende hoofdbedekking, en droeg hij drie kruizen aan lange zilveren kettingen om zijn nek. Hij had een grijze baard. Hij zei tegen me dat hij er niet aan twijfelde dat de Ark van het Verbond echt in Aksum bewaard wordt en dat een aantal van zijn voorgangers hem hadden gezien.

Replica’s ervan worden in kerken in heel Ethiopië gebruikt en die worden afgeschermd tegen de ogen van het publiek met een laken dat een tabot heet. De veronderstelde aanwezigheid van de Ark droeg eraan bij dat Aksum een religieus centrum werd binnen het christendom, dat bezocht werd door veel vroege christenen uit verschillende delen van de wereld. De Kebra Nagast vertelt dat Menelik de eerste koning van Aksum was.

De koningin van Seba

De koningin van Seba zelf blijft onderwerp van discussie. Sommige historici twijfelen aan haar bestaan, andere stellen dat ze feitelijk uit het oude land Saba kwam in zuidelijk Arabië, het huidige Jemen. Of dat ze vorstin was van zowel zuidelijk Arabië als Aksum. Niet ver van de huidige stad Aksum ligt Dungur, een uitgestrekte verzameling ruïnes, met keurig op elkaar gestapelde stenen, waar duidelijk een reeks kamers en gangen te zien zijn. Volgens de plaatselijke bevolking zijn het de resten van het paleis van de koningin van Seba.

De koningin van Seba heeft in de Bijbel geen naam. Waar zij voorkomt (1Kon.10:1-13; 2Kron.9:1-12) wordt zij ‘koningin van Seba’ genoemd. Jezus heeft het over ‘de koningin van het Zuiden’, die naar de wijsheid van Salomo kwam luisteren (Mat.12:42; Luk.11:31) .

Afrika – Zeinab Badawi

 De veertig kamers tellende residentie in Dungur heeft waarschijnlijk verschillende verdiepingen en een kelder gehad. Ze is van hout en steen gebouwd, de deur- en raamkozijnen waren van hout. Er zijn ruïnes van badkamers en overblijfselen van grote ovens in de keuken, wat erop wijst dat er overdadige feesten zijn gehouden. Toch denkt men dat het paleis uit de zevende eeuw stamt, dus dat komt niet overeen met de periode waarin de koningin van Seba leefde, honderden jaar eerder. Het is waarschijnlijker dat het de woning was van een voorstaande Aksumitische familie. Het verhaal van de koningin van Seba en de Ark van het Verbond zijn verankerd in het Ethiopische nationale denken. Ook als historische feiten en archeologisch bewijs dergelijke overtuigingen weerspreken, spelen tradities en overleveringen een krachtige rol bij het versterken, uitleggen en bewaren van het verleden en zijn ze bepalend voor de huidige identiteit.

Tot zover het boek Afrika, een Afrikaanse geschiedenis van Zeinab Badawi.

Koning Salomo en het bezoek van de koningin van Seba

Wie was de koning van Seba? In 1 Koningen 11:18-20 lezen we dat er ten tijde van koning David een farao was die een koningin genaamd Tachpenes had; inderdaad had de al genoemde farao Amosis onder zijn koninginnen iemand wier naam als Tachpenes gelezen kan worden. Amosis werd opgevolgd door Amenhotep I en deze weer door Thoetmosis I. De regering van Salomo moet voor een belangrijk deel zijn samengevallen met die van de grote koningin Hatsjepoet van Egypte: twee machtige vredelievende vorsten, beide schitterende tempels en paleizen bouwden, beide een vloot op de Rode Zee hadden, beide geweldige schatten en rijkdommen verzamelden. Het kan niet anders of zij moeten met elkaar in verbinding gestaan hebben en elkaar in hun annalen hebben vermeld. En wat hebben we gevonden? Salomo kreeg bezoek van de koningin van Seba die hem grote schatten bracht; en koningin Hatsjepoet beschrijft in de inscripties van haar tempel te Deir-el-Bahari haar grandioze bezoek aan het land Poent en het ‘Gods Land’. De koningin van Seba moet dezelfde zijn als koningin Hatsjepoet! Dat wordt nader gesteund door enkele belangrijke feiten. Een overlevering in de Talmoed wil dat Scheba niet het land van herkomst van de koningin was maar haan naam; vergelijk het Hebreeuwse Sjeba met Hatsjepsoet. Op goede gronden eisen de Ethiopiërs koningin Sjeba voor zich op; zij noemen haar Makeda, terwijl Hatsjepoets koninklijke naam Makera was. Bovendien is Sjeba of Saba de naam van de hoofdstad van Ethiopië in die tijd. De joodse geschiedschrijver Flavius Josefus zegt uitdrukkelijk dat de vorstin die Salomo bezocht, ‘koningin van Egypte en Ethiopië was. In de hele antieke geschiedenis van Egypte is er trouwens in feite geen andere vergelijkbare koningin van Egypte dan Hatsjepoet.

Hatsjepoet beschrijft uitbundig haar reis naar Poen en ‘Gods Land’. Inscripties wijzen erop dat Poent ten oosten van Egypte lag en geassocieerd was met, de hoofdstad van Fenicië, en dat producten van Poent en ‘Gods Land’ verkregen waren in Palestina, en dat een deel van Palestina ‘Gods Land’ genoemd wordt. In dat geval zou Poent dus Palestina-Fenicië zijn en ‘Gods Land’ is waarschijnlijk het heilige land rond Jeruzalem. Hatsjepoet reisde over de Rode Zee en de golf van Akkaba naar Elath (= Eloth, Aloth) waar zij verwelkomt door een hoofdman genaamd Perehoe of Paroeah; de Bijbel zegt dat een generatie later in Elath een zoon van Paruah landvoogd was (1Kon.4:16vv.).

Er zijn treffende overeenkomsten tussen de beschrijving van Hatsjepoet en die van de Bijbel over de schatten die Hatsjepoet alias koningin Scheba meebracht en de geschenken die zij ontving. Zij verliet Palestina vanaf de westkust en kwam over zee en via de Nijl terug in Thebe. Als dank voor haar succesvolle reis richtte ze te Deir-el-Bahari een aan Amon gewijde tempel op, die, wat de omgeving betreft, een zeker gelijkenis vertoont met de tempel van Salomo; ook de tempel- en priesterdienst werd door haar vernieuwd en leek sterk op die van Jeruzalem.

Waar is de ark gebleven?

Volgens verhalen zou de ware ark van het verbond in de kathedraal van onze heilige Maria van Zion in Aksum (Ethiopië) gehuisvest zijn. Hoewel de gangbare theorie dus is dat de ark werd vernietigd bij de verwoesting van de eerste tempel in 586, menen anderen dat kort van tevoren de ark in een geheime ruimte onder de tempelberg of ergens in de buurt verborgen werd door de priesters. 2 Makkabeeën 2:4-6 (een deuterocanonieke tekst) suggereert dat de ark in een grot in de Neboberg is gelegd, samen met het reukofferaltaar en de tabernakel, door een groep mannen aangevoerd door Jeremia. Deze bergplaats zou echter zelfs door deze groep niet meer teruggevonden kunnen worden. Volgens 2 Makkabeeën 2:8 zal die plek ook niet gevonden worden tot God zijn volk weer samenbrengt en zich er weer over ontfermt. Weer anderen beweren dat de ark terechtgekomen is in Ethiopië. Meest waarschijnlijk is dat er een einde gekomen aan haar bestaan bij de verwoesting van Jeruzalem en de tempel door Nebukadnessar in 586 (2Kon.24:12-17). Hierop wijst de profeet Jeremia, als hij spreekt over Israëls herstel in de laatste dagen: ‘Als gij u dan vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land in die dagen, luidt het woord des Heren, dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des Heren; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weer gemaakt worden. Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des Heren, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des Heren te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart’ (Jer. 3:16-17).

______________________________________________________________________________