Bijbel Studies Gerard Westerman

'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'

Gods heerlijkheid - Diverse Onderwerpen

7 augustus, 2023

             Diverse Onderwerpen

                          Gods heerlijkheid

Inleiding

De eerste vermelding van een ontmoeting met God en de mensen vond plaats kort na de zondeval. ‘Toen zij het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de Here God tussen het geboomte in de hof. En de Here God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij’ (Gen.3-8-10). Het was een zintuigelijke waarneming waardoor Adam en Eva de aanwezigheid van God bemerkten. Wanneer we spreken over de heerlijkheid van God zouden we dat kunnen definiëren als: ‘Gods heerlijkheid is de waarneembare aanwezigheid van Hemzelf’. Na Adam en Eva heeft God zich noch vaker gemanifesteerd aan andere mensen, zoals o.a. bij Abraham en anderen door de Engel des Heren. Aan Mozes verscheen de Here als de Engel des Heren in een braamstruik die in brand stond (Ex.3:2). Bij de uittocht van het volk Israël is er sprake van een wolk- en vuurkolom (Ex.13:21-22). Dat was de wijze waarop God zich aan de mensen openbaarde. Mozes wenste Gods heerlijkheid te zien (Ex.33:18), maar ‘Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven’. Maar in Christus zien wij de heerlijkheid van God, want ‘Deze is, die de uitstraling is van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen’ (Heb.1:3). ‘Christus, die het beeld van de onzichtbare God is’ (2Kor.4:4; Kol.1:15). We gaan een aantal Schriftplaatsen na waar gesproken wordt over die heerlijkheid van God.

De heerlijkheid op Sinaï (Ex.19:16-20; 24:15-17)

‘En het geschiedde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er donderslagen en bliksemstralen en een zware wolk op de berg waren en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in de legerplaats was, beefde. Toen leidde Mozes het volk uit de legerplaats God tegemoet en zij stelden zich op onder aan de berg. En de berg Sinaï stond geheel in rook, omdat de Here daarop nederdaalde in vuur; de rook daarvan steeg op als de rook van een oven, en de gehele berg beefde zeer. Het geluid van de bazuin werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak, en God antwoordde hem in de donder. Toen daalde de Here neder op de berg Sinaï, op de bergtop, en de Here riep Mozes naar de bergtop, en Mozes klom naar boven’

Om alle toekomstige voorwendsels te voorkomen door te zeggen dat de wet die Mozes op het punt stond aan Israël geven te geven zelf had bedacht, verleende God Mozes de hoogst mogelijke eer en eerbied die ooit aan stervelingen was gegeven. De ‘jij’ in vers 9 is enkelvoudig, maar de gebeurtenis van de komst of komst van God in een dichte, donkere wolk was openbaar. Gewoonlijk woonde God met zijn volk in een wolk- en vuurkolom; maar hier werd het dik en pikzwart, misschien met een donderslag en een bliksemflits waarmee Gods stem zijn schepping doorboorde. De stem van God die tot Mozes sprak (Deut.4:32-33) zou in het kamp hoorbaar zijn, zodat Israël en al haar ware afstammelingen zowel toen als voor altijd op Mozes ‘woorden zouden vertrouwen.

De heerlijkheid in de tabernakel (Ex.40:34-38)

‘En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel. Wanneer de wolk zich verhief van boven de tabernakel, braken de Israëlieten op, op al hun tochten. Maar indien de wolk zich niet verhief, dan braken zij niet op tot de dag, dat zij zich verhief. Want op de tabernakel rustte des daags de wolk des Heren, en des nachts was er een vuur in voor de ogen van het gehele huis Israël, op al zijn tochten.’

Zoals God had opgedragen was de tabernakel opgericht, maar er ontbrak nog iets, namelijk de heerlijkheid van God, om het ‘gebouw’ ook werkelijk betekenis te kunnen geven. Door de komst van de heerlijkheid van God, was het volk Israël klaar om te vertrekken. De belofte van een geestelijke leider was vervuld (23:20, 23; 32:34; 33:2). De Here woonde nu te midden van zijn volk als haar Koning, en Hij ging hun voor al die jaren door de woestijn. Het signaal om telkens hun reis verder te zetten was: ‘telkens wanneer de wolk zich verhief’ (13:21; 17:1; 25:22).

De heerlijkheid in Salomo’s tempel (1Kon.8:10-11)

‘Toen de priesters uit het heiligdom naar buiten traden, vulde een wolk het huis des Heren, zodat de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid des Heren had het huis des Heren vervuld.’

Toen de priesters de ark in het Heilige der Heiligen hadden geplaats en zich hadden teruggetrokken, verscheen de heerlijkheid van God en vulde de tempel, zoals dat al eerder gebeurd was bij de oprichting van de tabernakel (Ex.40:34-35). God erkende daardoor genadig Salomo’s handwerk en gaf aan dat hij van plan was bij zijn volk te gaan wonen. De heerlijkheidswolk was de zichtbare manifestatie van de aanwezigheid van God. Het concept van de gemanifesteerde glorie van God (ook wel zijn Sjechina genoemd) is een doordringend en belangrijk thema in het OT en gaat door in het NT (Joël 3:20-21).

De heerlijkheid van God in het boek Ezechiël (Ez.1:4-28)

Dit gedeelte van de Schrift vereist iets meer uitleg omdat hierover nogal veel gefantaseerd wordt, er zijn er zelfs die denken een beschrijving van een UFO. De Schrift verklaart zich ook hier zelf door van dit visioen te zeggen in 1:28 – ‘Aldus was het voorkomen der verschijning van de heerlijkheid des Heren.’ Ik geloof dat we hier meer moeten denken aan een symbolische beschrijving.

(1) De heerlijkheid geopenbaard in een stormwind (1:4). Dit symboliseert Gods oordeel over Jeruzalem. Babel komt uit het noorden. De wolk van flikkerend vuur zou de verwoesting van Jeruzalem kunnen betekenen.

(2) De heerlijkheid geopenbaard door cherubs (1:5-14). De cherubs, verschillen van engelen maar worden daarmee gelijkgesteld. Deze wezens symboliseren de heerlijkheid en de kracht van God. Ze kunnen alle kanten opkijken en bewegen zonder te draaien. De vier gezichten spreken van hun eigenschappen: de kennis van de mens; de kracht en vrijmoedigheid van de leeuw; de trouw en dienst van een os; en het hemelse van de arend. Sommigen uitleggers zien in die vier gezichten de vier evangeliën: Mattheüs de leeuw – de koning; Markus de os – dienstknecht; Lukas de mens – Zoon des mensen en Johannes de adelaar – Zoon van God. Deze wezens konden zich snel bewegen om de wil van God ten uitvoer te brengen.

(3) De heerlijkheid geopenbaard door wielen (1:15-21). Elk wezen is verbonden met een reeks wielen, twee wielen per rad. De wielen draaiden voortduren in alle richtingen. Ze waren ‘vol ogen’ (vs.18) een mogelijk symbool voor de alwetendheid van God (Spr.15:3). Dit mag spreken van Gods voortdurende bezig zijn met zijn schepping, zijn macht en heerlijkheid, zijn alomtegenwoordigheid, zijn plan met de mens, zijn voorzorg. De wereld is vol geweld en verandering, maar God is Dezelfde en volvoert zijn plan.

(4) De heerlijkheid geopenbaard in het uitspansel of firmament (1:22-27).

Het is een mooi platvorm, het uitspansel, boven de wielen en de cherubs, die de troon van God bevat. God zit nog steeds op zijn troon, en zijn wil wordt nog steeds in deze wereld ten uitvoer gebracht ook al doorgronden wij het niet. De complexe bewegingen van de cherubs en de wielen symboliseren de onnaspeurlijkheid van Gods handelen, welk Hijzelf alleen kan verstaan en beheersen (Rom.11:33-36). Er is een perfecte harmonie en orde.

(5) De heerlijkheid geopenbaard in een regenboog (1:28). In de storm verscheen er een regenboog waaruit we mogen concluderen dat God trouw is aan zijn belofte (Gen.9:11-17; Op.4:3, 10:1). Noach zag een boog ná de storm, Ezechiël tijdens de storm en Johannes vóór de storm.

(6) De heerlijkheid verwijderd (8-11). De heerlijkheid van God verschijnt opnieuw maar nu in de zondige stad Jeruzalem waarvan het oordeel steeds naderbij komt. Natuurlijk kon Gods heerlijkheid op zo’n plaats niet aanwezig blijven. In 8:4 verschijnt de heerlijkheid, maar in 9:3 stond die heerlijkheid op de drempel van de tempel op het punt om te vertrekken. De tempel was nu leeg. Dan in 10:4 verhief Gods heerlijkheid zich en in 10:18 ging de heerlijkheid van de drempel naar de Oostpoort van de tempel en uiteindelijk in 11:22-23 ging de heerlijkheid uit de tempel naar de Olijfberg. Ikabod: ‘Gods heerlijkheid’ was weg! (1Sam.4:21).

(7) De terugkeer van de heerlijkheid in de nieuwe tempel. De heerlijkheid hersteld (43:1-12). In de hoofdstukken 40-48 ziet de profeet een hersteld volk Israël en de heerlijkheid van het koninkrijk. Hij beschrijft de herstelde stad en tempel, groter dan Israël ooit heeft gekend. In 43:1-6 ziet hij de terugkeer van Gods heerlijkheid, die op dezelfde berg terugkeert zoals hij was weggegaan. Natuurlijk de Heer Jezus is de heerlijkheid van God en Hij zal in die heerlijkheid terugkeren tot het volk van God, Israël. Deze terugkeer van Gods heerlijkheid is niet gebeurd toen de Joden terugkeerden na hun ballingschap naar het land, dus moet die vervulling van die profetie nog toekomstig zijn.

De aarde zal vol zijn van de heerlijkheid van God (Hab.2:14)

‘Want de aarde zal vol worden van de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken’ (Hab.2:14)

Het is Gods blijvende bedoeling dat zijn ‘heerlijkheid’ de hele aarde zal vullen zoals ze ook zijn huis vervulde, en dat de mensheid die kennis ten volle zou moeten beseffen, die zo wijd als de zee zal zijn in zijn lengte, breedte en diepte. Dit houdt in dat alles wordt verwijderd dat zulke ‘kennis’ afwijst, waarvan het Babylonische karakter en de aspiraties een beeld zijn. De zinsnede ‘de heerlijkheid van de Heer’ wordt gebruikt voor de zichtbare aanwezigheid van God, waardoor bij uitstek de grootsheid van zijn karakter en handelingen worden onthuld. Het wordt het meest duidelijk verbonden met de tabernakel en de tempel, en vooral met de cherubs boven de ark waar de Heer verscheen en over Israël heerste, waarbij zijn soevereine majesteit de kern is van zijn ‘heerlijkheid’. De Heer in zo’n ‘heerlijkheid’ te kennen, betekent daarom dat de trotse autonomie van de Babyloniërs – en alle andere volken en machthebbers – hun positie opgeven en hem als Heer eren.

‘Evenwel, zo waar Ik leef en de heerlijkheid des Heren de ganse aarde vervullen zal’ (Num.14:2).

‘En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de Here der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol’ (Jes.6:3).

‘En geloofd zij zijn heerlijke naam voor eeuwig, en zijn heerlijkheid vervulle de ganse aarde. Amen, ja, amen’ (Ps.72:19).

____________________________________________________________________________________________