Diverse Onderwerpen – Oude Testament – Kenmerken van Profeten

7 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Rubrieken: Diverse Onderwerpen

Diverse Onderwerpen

Kenmerken van Profeten

Inleiding

Profeten waren gelovigen die in dienst van God stonden met een speciale opdracht om tot het volk te spreken in zijn Naam. Sommige, zoals Elia en Elisa, hebben grote daden verricht, we denken maar aan Elia die het helemaal alleen moest opnemen tegen vierhonderdvijftig Baälpriesters (1Kon.18:18vv.). En toch was hij mens van gelijke natuur als wij! (Jak.5:17). Nee, wij worden waarschijnlijk niet zoals Elia geroepen om soortgelijke daden te verrichten, maar wanneer we ons een klein beetje verdiepen in de kerkgeschiedenis dat horen we van gelovigen die in naam van God, honderden, ja, soms duizenden verslagen hebben. Denken we alleen maar aan de ‘Great Afweking’ in de Verenigde Staten van Amerika in het begin van de 18e eeuw en het einde van de 20e eeuw. Enkele van de meest invloedrijke predikers tijdens de Great Wapening waren George Whitefield, Jonathan Edwards. Natuurlijk waren het bijzondere mensen, geroepen door God in een speciale tijd met een speciale boodschap, maar tegelijkertijd waren mensen, evenals de profeten van het Oude Testament, gelijk ons wij van dezelfde natuur!

Ze waren zichzelf

De voorloper van de profeet Elisa was Elia, een sterke persoonlijkheid, en omdat Elisa zo’n tien jaar met hem optrok, zou het niet vreemd zijn geweest bij hem dezelfde karaktertrekken te zien. Maar Elisa bleef zichzelf. Een van de bemoedigende zaken die we kunnen opmerken in de Bijbel over de personen die daarin voorkomen, is hun verschil. God, is de God van Abraham, Izaäk en Jakob – drie verschillende mensen, en elk van hen diende God op zijn manier, ieder naar zijn bekwaamheid (Mat.25:15). Toen de Heer Jezus de twaalf apostelen koos, zien we ook twaalf van elkaar verschillende mannen. Johannes de poëtische, Petrus de impulsieve, Thomas de twijfelende en zelfs Judas, de onbetrouwbare. Deze variëteit zien we ook bij de profeten in het Oude Testament: Elia was een eenling, maar Elia had behoefte aan menselijke kontakten. Elia verborg zich in afzondering in een grot, maar Elia riep een muzikant en wachtte tot de Heer hem riep (2Kon.3:15). Elia’s vertrek uit de wereld was dramatisch, in een vurige wagen, maar Elisa stierf en werd begraven. Beide waren origineel, en beiden werkten voor de Heer. Elia dienst werd gekenmerkt door storm, vuur van de hemel en een aardbeving, maar Elia’s werk werd meer in stilte gedaan. God schiep elk mens afzonderlijk (Ps.139:13-16), redde ons afzonderlijk een heeft voor elk van ons een geestelijke route uitgestippeld (Ef.2:10). Eenheid als volk of Gemeente, hoeft niet ten koste van individualiteit te gaan!

Ze waren gehoorzaam (1Kon.19:19-21)

Zoals veel andere Godsmannen in de Schrift – Mozes, Gideon, David, Petrus Andreas, Johannes en Jakobus – was Elia aan het werk toen God hem riep. Elia was de laatste van twaalf mannen die op het veld aan het ploegen waren (2Kon.19:19vv.). Misschien laat dit ons zien dat Elisa’s vader hem niet spaarde om zwaar werk te doen. Joodse rabbijnen schijnen te zeggen: ‘Hij die zijn zoon niet leert werken, leert hem te stelen!’. De basis voor die uitspraak is Spreuken 18:9, waar staat: ‘Hij, die traag is in zijn arbeid, is reeds een broeder van de verderver’. De Bijbel heeft niets goed te zeggen over luie mensen (Spr.6:6).

Toen God onverwacht en plotseling, door middel van Elia, Elisa tot zijn dienst riep, maakte deze een complete breuk met zijn verleden en volgde Elia zonder aan de verleiding toe te geven om terug te keren met waar hij mee bezig was. Tegenwoordig zouden we zeggen ‘dat hij zijn bruggen achter zien opblies’. Elisa verbrandde zijn ploeg, zoals later sommige discipelen hun vissersboten en netten achter zien lieten en Jezus volgden. ‘Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en achteromkijkt, is geschikt voor het koninkrijk van God’ (Luk.9:62) zei de Heer Jezus.

Ze hadden respect voor het verleden (2Kon.2:1-8)

Elia wist dat zijn vertrek aanstaande was (2Kon.2:5) en wilde daarom nog een laatste ontmoeting hebben met de mannen van de profetenschool die Samuël had opgericht. Elia liet Elisa voor zichzelf beslissen of hij de reis wilde maken of niet, gelukkig koos hij ervoor om zijn ‘meester’ te volgen. ‘Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten’, dat wil zeggen dat nieuwe medewerkers of nieuwe leiders de zaken vaak grondig willen aanpakken en veranderen, maar ze moeten de kennis niet vergeten die oude medewerkers of oude leiders, op grond van hun ervaring, die ze in het verleden hebben opgedaan!

De plaatsen die de twee profeten bezochten stonden in verband met een belangrijke gebeurtenissen uit Israëls verleden. Ze begonnen met Gilgal, daar waar God ‘de smaad van Egypte van had afgewenteld’ (Joz.5:12). De besnijdenis, het verbondsteken, de verlossing uit Egypte, en de Wetgeving op de Sinaï waren belangrijke gebeurtenissen en Elisa moest hieraan herinnerd worden. Van Gilgal trokken ze naar Bethel, wat herinnerd aan Abraham en Jakob (Gen.12:8; 13:3; 28:10-22; 35:1-8) en ook Samuël (1Sam.7:16; 10:3). In hun tijd was Bethel een plaats waar aan afgoderij werd gedaan, en koning Jerobeam daar, maar ook in Dan, het gouden kalf had opgericht. Hoewel Elia en Elisa afgoderij haatten, bleven ze in die stad tot de dag dat koning Josefat de afgoden had verwijderd en het volk opriep de Here te dienen (2Kon.23:15-23). Tenslotte kwamen ze in Jericho en de Jordaan waar Jozua en het volk Israël betekenisvolle gebeurtenissen hadden meegemaakt (Joz.3:6). Elia vertrouwde God dat hij de wateren van de Jordaan zou openen, opdat ze naar de overzijde konden gaan. Elia verliet het Beloofde Land daar waar jaren eerder Israël was binnen gegaan en Elisa ging er naar binnen zoals eens Jozua.

In de antieke wereld werden herinneringen aan vorige leiders vaak verwijderd opdat aan hen geen herinnering overbleef, maar dat doet God niet. Het verleden is geen anker dat ons vasthoudt, maar een roer dat ons leiding kan geven, en de leider die met het verleden geen rekening houdt, loopt het risico te falen. Iemand heeft eens gezegd: Er zijn veel manieren van werken, maar er zijn maar weinig principes, methodes kunnen veranderen, principes niet!

Ze hadden een levend geloof (2Kon.2:9-18)

Voordat Elisa zou weggaan wilde hij Elisa nog een laatste gift geven. Elisa was een geestelijk mens, wat bleek uit het antwoord, dat hij gaf. ‘En zodra zij overgestoken waren, zei Elia tot Elisa:’ Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen? En Elisa zei: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn’ (2Kon.2:9). De woorden ‘een dubbel deel’ wil niet zeggen dat Elisa tweemaal zoveel van de Heilige Geest wilde als Elia, wat op die manier kunnen we niet over de Heilige Geest spreken. Ook wil het niet zeggen geef mij tweemaal zoveel enthousiasme als Elia had tentoongespreid in zijn leven. Elisa dacht hierbij waarschijnlijk aan het boek Deuteronomium, waar staat: ‘Maar de eerstgeborene, de zoon van de niet-beminde, moet hij erkennen door hem een dubbel deel te geven van alles wat het zijne zal blijken te zijn, want deze is de eersteling van zijn kracht: hem behoort het eerstgeboorterecht’ (Deut.21:17). Wat Elisa eigenlijk wilde was dat hij de geestelijke erfgenaam van Elia wilde zijn om zijn bediening in de kracht van God wilde voortzetten. Meer dan iets anders wilde hij de zegen van God over zijn toekomstige bediening.

Elia was plotseling weg, maar de God van Elia was nog steeds op zijn troon. Ja, ieder dienstknecht is belangrijk voor God, en elk lid van het Lichaam van Christus is nodig, maar of we het nu leuk vinden of niet, sommige mannen of vrouwen hebben een krachtiger bediening dan anderen, met het oog op de taak waarvoor God ze roept. Elisa vertrouwde erop dat God de wateren voor hem zou open, zoals hij eerder voor Jozua en Elia had gedaan, en God beschaamde zijn vertrouwen niet. God veranderd van dienstknechten, maar elke werker moet Hem dienen door geloof, vertrouwend op Zijn leiding en kracht voor de hem opgedragen taak. Elisa begon zijn dienst daar waar Elia ze had beëindigd en gaf God de eer.

Ze verwachten tegenstand (2Kon.2:23-25)

Zo gauw Elisa zijn dienst begon kwam er tegenstand en men begon hem in het openbaar belachelijk te maken. We moeten ons daarover niet verwonderen, want ‘allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus zullen vervolgd worden’ (2Tim.3:12) en daar ontkomt zelfs een profeet niet aan; integendeel zou ik zeggen. Het is nog maar de vraag of de knapen die de spot met Elisa dreven en tegen hem zeiden: ‘Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op’, wel zo onschuldig waren zoals weleens wordt gedacht. Ook al waren het kleine kinderen, ze hadden geen respect en waren best in staat om de profeet uit te schelden. Trouwens waar waren de ouders om hen terecht te wijzen? Ik denk dat we dan ook eerder aan opgeschoten knapen moeten denken die samen Elisa uitscholden. En niet alleen werd er gespot met Elisa maar ook met de hemelvaart van Elia! Tevens moeten we in gedachten houden dat Betel een plaats was verbonden met afgodendienst en er geen ontzag voor God was, laat staan voor zijn profeten. Een reden waarom deze mensen een lesje nodig hadden van Gods macht en gezag, want God laat niet met zich spotten! Ze moesten eraan herinnerd worden dat, ook al was het volk geestelijk in verval, dat Gods verbond met hen niet beëindigd of herroepen was. God bleef trouw aan zijn verbond en ook als het volk ongehoorzaam was aan Zichzelf. God tuchtigde hen zoals voorzegt was: ‘Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden; Ik zal het wild gedierte op u loslaten, dat u van kinderen beroven en uw vee uitroeien zal en uw aantal zo zal verminderen, dat uw wegen verlaten zullen zijn’ (Lev.26:21-22).

Ze hadden een hart voor God (2Kon.2:19-8:6)

Zoals gezegd, Elia, maar ook alle andere profeten, waren mensen met een gelijke natuur als wij, dat wil zeggen dat ze ook hun zwakke momenten hadden. Ze dienden God en het volk, zowel Elia als Elisa. De doortocht door de Jordaan was de eerste van vele wonderen van zo’n veertien andere die nog volgen zouden. Zelfs gebeurde nog een wonder, die zelfs na de dood van Elisa gebeurde (2Kon.13:20-21). Elisa maakte het water van de bron van Jericho gezond (2Kon.2:19v.). Hij zorgde voor water voor het leger van de koning Joram, wat deze van pas kwam om de koning van Moab te verslaan (2Kon.3). Evenals Elia hielp Elisa een weduwe aan olie zodat ze haar schulden kon betalen (2Kon.4:1v.). Elisa zorgde dat een onvruchtbare vrouw alsnog een zoon kreeg en toen die zoon stierf wekte hij hem uit de dood op (2Kon.4:14v.). Teruggekeerd in Gilgal maakte hij de moes in de pot weer gezond en vermenigvuldigde het brood voor het volk (2Kon.4:38v.). Een van de grootste en meest bekende wonder was de genezing van Naäman van zijn melaatsheid waarna deze overging op Gechazi, de knecht van Elisa (2Kon.5). Tijdens de bouw van een verblijfplaats, bij het omhakken van bomen, viel een bijl in het water, maar Elisa het deed boven drijven en gaf het aan de eigenaar terug. Elisa, bad tot God om de ogen van de vijanden te sluiten en de ogen van zijn dienstknecht te openen, zodat hij de vurige wagens en paarden rondom Elisa kon zien. Elisa voorzei het einde van de hongernood van een belegerde stad in Samaria (2Kon.6-7). Zelfs op zijn sterfbed zorgde Elisa ervoor dat de koning Joas een overwinning kon behalen op Aram. Tenslotte, ná zijn dood, toen men een dode man in het graf van Elisa wierp en daarmee in aanraking kwam, werd deze weer levend. (2Kon.13:14vv.).

Al deze gebeurtenissen spreken van een interesse in de belangen van anderen. Een leider moet zichzelf opofferen en dienen, want dat zijn de kenmerken van een dienstknecht van God en echte leiderschap. We dienen leiders zijn die dienen, en dienaars die leiden. We worden wellicht niet, zoals de profeten en apostelen, geroepen om soortgelijke wonderen te verrichten, maar we kunnen wel onze gaven en bekwaamheden gebruiken om anderen te dienen. In veel gemeenten zijn veel leiders die zich voorstaan op hun belangrijkheid en te weinig dienaren. De Heer heeft gezegd: ‘Ik echter ben in uw midden als Degene die dient’ (Luk.22:27), en Hij is het voorbeeld dat wij dienen na te volgen (Fil.2:1-12).

______________________________________________________________________________________________________________________________