Inleiding en Indeling van het boek Jozua

18 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Jozua

Inleiding en Indeling van het boek Jozua

Bijbel Referentie: Jozua 1

Inleiding op het boek Jozua

I. Onderwerp

Kanaän is een type van onze erfenis in de hemelse gewesten in Christus. Kanaän is geen beeld van de hemel, want de gelovige hoeft geen strijd te voeren om zijn hemels huis binnen te gaan. Kanaän beeld Gods erfenis in Christus uit, geschonken aan de gelovige en in bezit te nemen door geloof. Het overwinningsleven van een gelovige is een leven van strijd en zegen, maar toch is het ook een leven van vrede. In Hebreeën 4-5 zien we dat het binnengaan van het volk in Kanaän een type is van een gelovige die een leven binnentreedt van rust en overwinning door geloof in Christus. Te veel gelovigen bevinden zich in hun geestelijk leven tussen Egypte en Kanaän. Ze zijn bevrijd van de macht van de zonde, maar ze zijn niet door geloof ingegaan in de erfenis van vrede en overwinning. Hoe binnengaan en bezitnemen van deze erfenis is het onderwerp van het boek Jozua.

II. Jozua de persoon

Jozua was geboren in slavernij in Egypte. Zijn vader was Nun, van de stam Efraïm (1Kron.7:20-27); we weten niets van zijn moeder. Oorspronkelijk was zijn naam Hosea, wat ‘heil’ betekent, maar Mozes veranderde het in Jozua, wat ‘God is mijn heil’ betekent (Num.13:16). Hij was een slaaf in Egypte en diende Mozes op de reis van het volk naar het beloofde land (Ex.24:13). Hij leidde ook het leger in de strijd tegen de Amalekieten (Ex.17), en was een van de twee verspieders die geloof hadden om het beloofde land, Kanaän, binnen te trekken, terwijl het volk dat in ongeloof weigerde (Num.14:6vv.). Zijn geloof had tot gevolg dat hij (en Kaleb) het voorrecht kregen het beloofde land binnen te trekken. De Joodse traditie zegt dat Jozua 85 jaar was toen hij Mozes’ plaats als leider van het volk innam. Jozua 1-12, de verovering van het land, nam ongeveer zeven jaar in beslag; de rest van zijn leven wijdde hij aan de verdeling van het land en aan het besturen van het volk. Hij stierf op honderd en tienjarige leeftijd (Joz.24:29).

Het Nieuwe Testament maakt het duidelijk dat Jozua een type van Christus is (Heb.4:8 waar ‘Jezus’ zou moeten worden vertaald door ‘Jozua’). De betekenis van de naam ‘Jezus’ is gelijk aan dat van Jozua; beide namen betekenen ‘God is heil’. Zoals Jozua aardse tegenstanders bestreed en overwon, zo heeft Christus elke vijand bestreden en overwonnen door zijn dood en opstanding. Het was Jozua, niet Mozes (die de Wet vertegenwoordigde), die Israël Kanaän binnenbracht, en het is de heilige Geest die ons onze geestelijke erfenis in Christus binnen bereik brengt. Zoals Jozua de stammen hun erfenis aanwees, zo heeft Christus ons zijn erfenis toegewezen (Ef.1:3vv.).

III. De overwonnen volkeren

Zij die niet in de goddelijke inspiratie van de Bijbel geloven, stellen er behagen in om minachtend te doen, of trekken zelfs de oorlogen en het doden van de vijanden in twijfel (bijvoorbeeld 6:21). ‘Hoe kan God opdracht geven voor zulke slachtpartijen?’, vragen ze zich af. Maar bedenk dat God deze volkeren honderden jaren tijd gegeven had zich te bekeren (Gen.15:16-21), maar ze weigerden zich van hun verkeerde wegen te bekeren. Als je wilt weten wat de daden waren die deze volkeren deden, (lees maar Leviticus 18:24,27 en Deuteronomium 18:9-14) en houdt in gedachten dat deze immorele daden een deel uitmaakten van de religieuze praktijken van de heidenen! Elke zondaar in het volk (zoals Rachab, Joz.2 en 6:22-27) kon door geloof behouden worden; er was een gepaste waarschuwing aan voorafgegaan (Joz.2:8-13). God gebruikt soms oorlogen om te tuchtigen en zelfs volkeren vernietigen die Hem niet willen gehoorzamen. God heeft deze zondige volkeren vernietigd om ze te straffen voor hun zonden, zoals een dokter zijn instrumenten desinfecteert, om het volk te bewaren voor het kwaad.

__________________________________________________________________________________________________________________________________

Indeling van het boek Jozua

I. Doortocht door de Jordaan (1-5)

A. De opdracht voor Jozua (1)

B. Het verbond met Rachab (2)

C. De doortocht door de Jordaan (3-4)

D. De besnijdenis te Gilgal (5)

II. Overwinningen op de vijand (6-12)

A. De centrale strijd: Jericho, Ai en Gibeon (6-9)

B. De strijd in het zuiden (10)

C. De strijd in het noorden (11)

D. De overwonnen koningen (12)

III. De erfenis opgeëist (13-24)

A. Toewijzing van het land aan de stammen (13-19)

1. Oost Kanaän (13-14)

2. West Kanaän (15-19)

B. Speciale steden aangewezen (20-21)

1. De vrijsteden (20)

2. De priestersteden (21)

C. Toewijzing van het land aan de grensstammen (22)

D. Het hele volk vermaand (23-24)

__________________________________________________________________________________________________________________________________