Bijbel Studies Gerard Westerman

'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'

Korte geschiedenis van het christendom in China -Kerkgeschiedenis

11 augustus, 2023

Kerkgeschiedenis

Korte geschiedenis van het christendom in China

Inleiding

De opkomst van de geest van het kapitalisme in China is een verhaal dat iedereen kent. Maar hoe zit het met de opkomst van de protestantse ethiek? Volgens afzonderlijke surveys door China Partner en de East China Normal University in Sjanghai, zijn er in China nu circa 40 miljoen protestanse christenen, vergeleken met nauwelijks een half miljoen in 1949. Sommige schattingen stellen het maximum zelfs nog hoger, op 75 of 110 miljoen. Tel er 20 miljoen katholieken bij en er zouden wel 130 miljoen christenen in China kunnen zijn. Vandaag de dag is het inderdaad zo dat er in China al meer praktiserende christenen zijn dan in Europa. Er worden in China in een hoger tempo kerken gebouwd dan elders in de wereld. En er worden hier meer bijbels gedrukt dan in enig ander land. De Nanjing Amity Printing Compagny is de grootste drukker van bijbels ter wereld. De enorme drukkerij van de firma heeft vanaf de oprichting in 1986 meer dan 70 miljoen bijbels geproduceerd, met inbegrip van 50 miljoen exemplaren in het Mandarijn en andere Chinese talen. Het is mogelijk dat christenen binnen drie decennia tussen de 20 en 30 procent van de bevolking van China zullen uitmaken. Dit zou ons als des te opmerkelijker moeten treffen als we nadenken over hoeveel verzet er in de hele Chinese geschiedenis tegen de verspreiding van het christendom geweest is.

Het feit dat het protestantisme er niet eerder in is geslaagd in China wortel te schieten, heeft iets van een raadsel. Als in de zevende eeuw waren er nestoriaans-christelijke zendelingen in het China van de Tang-dynastie. De eerste rooms-katholieke kerk werd in 1299 gebouw door Johannes van Montecorvino, die in 1307 tot de eerste bisschop van Beijng werd benoemd. Aan het einde van de veertiende eeuw waren deze christelijke buitenposten als gevolg van de vijandige houding van de Ming-dynastie grotendeels verdwenen. Een tweede golf van zendelingen arriveerde begin zeventiende eeuw, toen de jezuïet Matteo Ricci toestemming kreeg zich in Beijing te vestigen. Er zouden begin achttiende eeuw weleens 300.000 christenen in China kunnen zijn geweest. Maar het jaar 1724 bracht met het Edict van Verdrijving en Confiscatie van keizer Yongzhen weer een strafcampagne.

De derde christelijke golf waren de protestantse zendelingen van de negentiende eeuw. Organisaties als de British Missionary Societies stuurden letterlijk honderden evangelisten om het Goede Nieuws te brengen naar het land met de grootste bevolking ter wereld. De eerste die arriveerde was een vijfentwintigjarige Engelsman, Robert Morrison van de London Missionary Society, die in 1807in Kanton (Guangzhou) aankwam. Zijn eerste stap, zelfs nog voor zijn aankomst, was om Mandarijn te leren en de Bijbel in Chinese karakters over te schrijven. Eenmaal in Kanton begon hij te werken aan een Latijn-Chinees woordenboek. In 1814 had Morrison, inmiddels in dienst van de East India Compagny, verklaringen klaar van de Handelingen van de Apostelen (1810), het Evangelie van Lukas (1811), het Nieuwe Testament (1812) en het boek Genesis (1814), alsmede A Summary of the Doctrine of Divine Redemption (1811) en An Annotated Catechism in the Teaching of Christ (1812). Dit was genoeg om de East India Compagny over te halen de invoer van een drukpers en een technicus om die te bedienen toe te staan. Toen de Compagny hem later ontsloeg, uit angst zich de woede van de Chinese autoriteiten op de hals te halen, ging Morrison onversaagd verder. Hij verhuisde naar Malakka om een Engels-Chinees college voor de ‘ontwikkeling van Europese en Chinese literatuur en wetenschap’ op te zetten, maar hoofdzakelijk voor de verspreiding van het christendom in de Oostelijke Archipel, maakte zijn vertaling van de Bijbel af – een gezamenlijke inspanning met William Milne (uitgegeven in 1823) – en produceerde een Engelse grammatica voor Chinese studenten, evenals een compleet Engels-Chinees woordenboek. Tegen de tijd dat Morrison zijn eerste vrouw en zoon in 1834 naar het graf in Kanton volgde, had hij er nog een Vocabulary of the Canton Dialect in 1828) aan toegevoegd.

Maar de inspanningen van de eerste Britse zendelingen hadden onbedoelde gevolgen. De keizerlijk regering had ernaar gestreefd christelijke bekering – op straffe van dood – te verbieden, op grond van het feit dat dit populaire houdingen aanmoedigde die ‘zeer dicht naderden aan het brengen van een opstand’. “De genoemde religie heeft noch eerbied voor geesten, noch heeft zij verering voor voorouders, dit is duidelijk tegengesteld aan de orthodoxe leer; en de gewone mensen die zulke waanideeën volgen en ermee vertrouwd raken, waarin verschillen zij van een opstandige menigte?” Dit bleek een vooruitziende blik. Eén man in het bijzonder reageerde op de meest extreme manier die men zich maar kan voorstellen op de bekeringspogingen. Hong Xiuquan had gehoopt de traditionele weg naar een loopbaan bij de keizerlijke ambtelijke dienst te nemen en nam deel aan een van de reeks zware examens die iemands geschiktheid voor het mandarinaat bepaalden. Maar hij zakte en, zoals zo vaak met examenkandidaten het geval was, werd het falen al snel gevolgd door de volledige ineenstorting. In 1833 ontmoette Hong William Milne, de co-auteur, met Robert Morrison, van de eerste Chinese Bijbel, wiens invloed op hem samenviel met zijn herstel van de depressie van het examen. Ongetwijfeld tot schrik van Milne verkondigde Hong nu dat hij de jongere broer van Jezus Christus was. God, zo verklaarde hij, had hem gezonden op China van het confucianisme – die introverte filosofie die concurrentie, handel en ijver als verderfelijke buitenlandse importartikelen zag – af te helpen. Hong creëerde een quasichristelijke Society of God Worshippers, die de steun van tientallen miljoenen Chinezen, merendeels uit de lagere klassen, verwierf en riep zichzelf uit tot de leider van het Hemelse Koninkrijk van de Grote Vrede. In het Chinees stond hij bekend als Taiping Tianguo, vandaar de naam van de revolte die hij leidde – de Taiping-opstand. Vanuit Guanxi trokken de rebellen naar Nanjing, door de zelfbenoemde Hemelse Koning tot zijn hoofdstad gemaakt. In 1853 beheersten zijn volgelingen – die zich onderscheiden door hun rode jas, lange haar en de verplichte strenge scheiding van de seksen – het hele dal van de Jangtsekiang. In de troonzaal hing een banier met de tekst: ‘Het bevel is van God gekomen om de vijand te doden en alle bergen en rivieren tot één koninkrijk te verenigen.’

Het leek een poosje of de Taiping het Qing-rijk inderdaad omver zouden werpen. Maar de rebellen konden Beijing en Sjanghai niet innemen. Langzaam keerde het tij zich tegen hen. In 1864 belegerde het Qing-leger Nanjing. Tegen de tijd dat de stad viel was Hong gestorven aan voedselvergiftiging. Voor alle zekerheid groeven de Qing zijn gecremeerde resten op en beschoten die met een kanon. Zelfs daarna duurde het nog tot 1871 voor het laatste Taiping-leger verslagen was. De kosten in mensenlevens waren verbijsterend: meer dan twee keer zoveel als die van alle betrokken landen in de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1850 en 1864 verloren naar schatting 20 miljoen mensen in Midden- en Zuid-China het leven terwijl de opstand woedde en in haar nasleep hongersnood en pest ontketende. Eind negentiende eeuw hadden veel Chinezen besloten dat westerse zendelingen gewoon net zo’n ontwrichtende vreemde invloed op hun land hadden als westerse handelaren die in opium handelden. Toen Britse zendelingen na de Taiping-opstand naar China terugkeerden, werden zij daar geconfronteerd met een verhevigde vijandigheid tegenover vreemdelingen. Het kon hen niet ontmoedigen. James Hudson Taylor was tweeëntwintig toen hij namens de Chinese Evangelization Society zijn eerste tocht naar China maakte. Niet in staat, zoals hij het zei, ‘het schouwspel te verdragen van een gemeente van duizend of meer christelijke mensen die zich verheugden in hun eigen veiligheid (in Brighton) terwijl er overzee miljoenen uit gebrek aan kennis omkwamen’, stichtte Taylor in 1865 de China Inland Mission. Zijn voorkeursstrategie was CIM-zendelingen in Chinese kleding te steken en de staartvlecht (haarvlecht) van de Qint-tijd over te nemen. Net als David Livingstone in Afrika distribueerde Taylor op zijn hoofdkwartier in Hangzhou zowel christelijke doctrine als moderne medicijnen. Een ander onverschrokken CIM-visser van mensen was George Stott, een eenbenige inwoner van Aberdeen die op zijn eenendertigste in China arriveerde. Een van zijn eerste maatregelen was een boekwinkel te openen met een aangrenzende kerk, waar hij heftige toespraken voor een luidruchtige menigte hield die meer door nieuwsgierigheid was getrokken dan door een verlangen naar redding. Zijn vrouw opende een meisjeskostschool. Zij en anderen probeerden bekeerlingen te winnen door een ingenieus nieuw evangelisch gadget te gebruiken: het Woordloze Boek, ontworpen door Charles Haddon Spurgeon om de belangrijkste kleuren van de traditionele Chinese kleurenkosmologie te integreren. In één in brede kring gebruikte versie, in 1875 bedacht door de Amerikaan Dwight Lyman Moody, stond de zwarte pagina voor de zonde, de rode vertegenwoordigde het bloed van Jezus, de witte stelde heiligheid voor en de gouden of gele representeerde de hemel. Een heel andere aanpak werd gekozen door Timothy Richard, een doopsgezinde zendeling, gesponsord door de Baptist Missionary Society, die betoogde dat ‘China het evangelie van liefde en vergeving nodig had, maar het had ook behoefte aan het evangelie van materiële vooruitgang en wetenschappelijke kennis.’ Richard, die zich op de Chinese elites richtte in plaats van op de verarmde massa, werd in 1891 secretaris van de Society for the Diffusion of Christian and General Knowledge among the Chinese en had een belangrijke invloed op Kang Yu Weis ’Zelfversterkende Beweging’, en hij was bovendien adviseur van de keizer zelf. Richard was degene die in 1902 de oprichting van de eerste universiteit in westerse stijl, in Shanxi, wist zeker te stellen.

In 1877 waren er achttien verschillende christelijke missies in China actief, evenals drie Bijbelgenootschappen. De eigenaardige Taylor was vooral succesvol in het rekruteren van nieuwe zendelingen, onder wie een ongewoon groot aantal ongetrouwde  vrouwen, niet alleen uit Groot-Brittannië maar ook uit de Verenigde Staten en Australië. In de beste protestantse tradities concurreerden de rivaliserende missies fel met elkaar, waarbij de CIM en de BMS een bijzonder heftige oorlog om grondgebied in Shanxi voerden. In 1900 brak tijdens de Bokseropstand echter opnieuw xenofobie uit toen een andere bizarre cultus, de Rechtvaardige Vuist van Harmonie (yihe quan), alle ‘vreemde duivels’ het land uit wilde drijven – deze keer met de expliciete goedkeuring van de douairière-keizerin. Voor een vele landen omvattende troepenmacht tussenbeide kon komen om de opstand van de Boksers de kop in te drukken, stierven er achtentwintig zendelingen, samen met eenentwintig van hun kinderen.

De zendelingen hadden veel zaden gepland maar in de toenemend chaotische toestand die op de uiteindelijke omverwerping van de Qing-dynastie volgde, ontsproten deze slechts om vervolgens weer te verwelken. De grondlegger van de eerste Chinese Republiek, Sun Yat-sen, was een christen uit Guandong, maar hij stierf in 1924, toen China op de rand van de burgeroorlog stond. Vervolgens moesten de nationalistische leider Tsjang Kai-Sjek en zijn vrouw – beiden christen – het in een lange burgeroorlog van de communisten in China verliezen en moesten ze uiteindelijk naar Taiwan vluchten. (Tsjang was in 1930 tot het christendom bekeerd. Zijn vrouw was een van de dochters van de methodistische miljonair Charlie Soong)  Kort na de revolutie van 1949 ontwierpen Zhou Enlai en Y.T. Wu een ‘christelijk manifest’ met het doel de positie van zendelingen te ondermijnen op grond van zowel ideologische als vaderlandslievende argumenten. Tussen 1950 en 1952 besloot de CIM haar medewerkers uit de Volksrepubliek te evacueren. Toen de zendelingen vertrokken waren, werden de meeste kerken gesloten of tot fabrieken omgebouwd. Ze bleven de daarop volgende dertig jaar gesloten. Christenen als Wang Mingdao, Allen Yan en Moses Xie, die weigerden zich bij de door de Partij gecontroleerde Protestant Three-Self Patriotic Movement aan te sluiten, werden gevangengenomen (elk voor 20 jaar of meer). De rampzalige jaren van de ten onrechte Grote Sprong Voorwaarts (1958-1962) genoemde periode – in werkelijkheid een door de mens veroorzaakte hongersnood die ongeveer 45 miljoen levens kostte – waren getuige van een nieuwe golf kerksluitingen. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) was er sprake van een regelrechte beeldenstorm, die ook tot de verwoesting van veel oude boeddhistische tempels leidde. Mao zelf, ‘de Messias van de Arbeiders’, werd het object van een persoonlijkheidscultus die nog krankzinniger was dan die van Hitler en Stalin. Zijn linkse vrouw Jiang Qing verklaarde dat het christendom in China naar het museum was verwezen.

China nu, een voorbeeld.

De stad Wenzhou, in de provincie Zhejiang, ten zuiden van Sjanghai. Het zaad dat de Britse zendelingen hier 150 jaar geleden hebben geplant, is weliswaar laat maar op de meest buitengewone manier ontsproten. Terwijl er vóór de Culturele Revolutie 480 kerken in de stad waren, zijn dat er nu 1339 – en dat zijn dan alleen nog maar de door de regering goedgekeurde. De kerk die George Storr honderd jaar geleden heeft gebouwd, in nu elke zondag overvol. Een andere, in 1877 door de Inland Mission gestichte, tijdens de Culturele Revolutie gesloten en pas weer in 1982 heropende kerk, heeft nu een gemeente van 1200 leden. Er zijn ook nieuwe kerken, vaak met felrode neoonkruisen op het dak. Geen wonder dat ze Wenzhou het Chinese Jeruzalem noemen. Al in 2002 was was circa 14 procent van de bevolking van Wenzhou christelijk; dat percentage is vandaag de dag ongetwijfeld groter. En dit is de stad die Mao indertijd in 1958 ‘religievrij’ verklaarde. Nog in 1977 lanceerden functionarissen hier een campagne om ‘de kruisen te verwijderen’. Tot zover dit kort overzicht.

Bron: Civilisation – Niall Ferguson

____________________________________________________________________________________________________