Christendom – Mijn heer blijft uit! – Mattheüs 24

28 juli, 2023

Rubrieken: Christendom

Bijbelboeken: Matteüs

Christendom

Mijn heer blijft uit!

Mattheüs 24:49

Inleiding

‘Mijn heer blijft uit!’ dat is wat de boze slaaf in zijn hart zei, volgens Mattheüs 24:49. Dat kan niet een uitspraak zijn van een ware gelovige denk ik dan, want een kenmerk van een ware gelovige is dat hij verlangt en uitziet naar de dag dat de Here Jezus zal terugkomen. Althans, dat is het getuigenis van de Schrift, betreffende de gelovigen vermeld in het Oude en het Nieuwe Testament. Het is dan ook vreemd, van mensen die beweren een gelovige te zijn, het tegenovergestelde te horen. Ik stel daar grote vraagtekens bij en vraag mij af of ik dan wel een ‘wedergeboren christen’ voor mij heb. Een negatief voorbeeld, van iemand die zegt ‘Mijn heer blijft uit!’ vinden we in de gelijkenis van de goede en boze slaaf (Mat.24:45-51). (Even terzijde: Ik ga ervan uit dat het in deze gelijkenis niet om twee, maar om één en dezelfde slaaf gaat. Zie daarvoor mijn uitleg van deze gelijkenis in de Rubriek: Gelijkenissen op deze website). Maar het gaat mij hier om wat deze slaaf in zijn hart zegt: ‘Mijn heer blijft uit!’ Daarmee verraadt hij zichzelf, namelijk dat hij geen gelovige is, maar ‘een boze slaaf’ (vs.48). Dat wordt dan ook bevestigd door wat deze gelijkenis verder zegt: ‘Hij begint zijn medeslaven te slaan en drinkt met dronkaards’.

De laatste jaren is er veel aandacht voor het profetische woord, mede door de gebeurtenissen waarvan vele gelovigen denken dat die te maken hebben met een mogelijke terugkeer van de Heer Jezus. Ik noem ze nog maar even: (1) Het ontstaan van de staat Israël in 1948, (2) de vorming van wat nu de EU is, (3) het onder gezag stellen van Oost-Jeruzalem in 1967 door Israël, (‘) het fenomeen van de Messiasbelijdende Joden en ‘last but not least’, (5) het verval van het Christendom en dat vooral in West-Europa. Deze dingen en nog andere hebben een ‘boost’ gegeven aan het onderzoek van het profetisch woord! Ook een versneller van de toenemende aandacht voor het profetisch woord, is uiteraard de komst van het Coronavirus (Covid-19) in maart 2020. Zou dat één van de aangekondigde plagen zijn, vroegen velen zich af? Hoe dan ook, toch kan het veel christenen niet overtuigen om te geloven dat we in een eindtijd leven. Hoe kan dat?

Eindtijd?

Paulus wijst de gelovigen in de gemeente te Korinthe erop dat ‘de einden van de eeuwen zijn gekomen’ (1Kor.10:11; vgl. 1Petr.4:7). De brief aan de Hebreeën begint ermee te zeggen ‘Dat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, maar in het laatst van de dagen heeft Hij tot ons gesproken in de Zoon’ (Hebr.1:1). Verder wordt er gesproken van: ‘Want nog een zeer korte tijd en Hij die komt zal komen en niet uitblijven’ (Heb.10:37). En nog in Hebreeën 9:26 ‘Maar nu is Hij eenmaal in de voleinding van de eeuwen geopenbaard’. Samengevat kunnen we zeggen dat het Nieuwe Testament van een tweeërlei eindtijd spreekt, namelijk de tijd die is aangebroken met de eerste komst van Christus, en ten tweede de ‘eindtijd’, dat is de tijd die onmiddellijk voorafgaat aan de tweede komst van Christus, plus die komst zelf en de tijd daarna.

Voorbeelden

Doorheen heel de Schrift zien we dat gelovigen een verlangen en verwachting hebben naar de Heer, het Vrederijk, de komst van de Messias, de hemelse stad of een hemels vaderland, zoals Abraham (Hebr.11:10-16). En wat te denken van Simeon en Anna (Luk.2:25, 38). Uit de woorden die de apostel Paulus schrijft aan de gelovigen te Thessaoniki, mogen we opmaken dat hij leefde in de verwachting de komst van de Heer Jezus in zijn tijd nog mee te maken. ‘Want dit zeggen wij u door het woord van de Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan’ (1Thes.4:15). Maar ook uit de brief aan de Romeinen blijkt diezelfde verwachting waar Paulus schrijft: ‘En dit te meer omdat wij de tijd kennen, dat het uur voor u al daar is om uit de slaap te ontwaken; want de behoudenis is ons nu nader dan toen wij tot geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd en de dag is nabij’ (Rom.13:11). Veel andere teksten zijn er die van een verwachting spreken die de gelovigen hadden, o.a. Rom.8:25; Fil.3:20; 1Thes.1:10; Tit.2:13.

Oorzaken

Wanneer we stellen dat het normaal is dat een gelovige een verwachting behoort te hebben naar het hiernamaals, moeten er oorzaken zijn waardoor deze bij veel christenen ontbreekt. Welke zouden dat kunnen zijn? In de gelijkenis van de goede en de boze slaaf zien we dat de ware aard van de slaaf in de loop van de tijd duidelijk wordt, wat hij in zijn hart zei kwam door zijn daden tot uitdrukking. Aan de vruchten, kent men de boom! Zo zijn er vandaag de dag ook veel mensen die belijden christen te zijn, zelfs lid zijn van een kerk, maar in hun leven is van de navolging van Christus weinig of niets te bemerken. We noemen dit wel schijnchristenen.

Er zijn ook veel christenen die wereldsgezind leven, die nooit hebben geleerd om niet op te gaan in deze wereld, de wereld niet lief te hebben, en in hun denken niet aan de wereld gelijkvormig te zijn en blijven (1Joh.2:15; Rom.12:2). Dezen bezoeken misschien wel af en toe een kerkdienst, meestal alleen met de kerst, maar verder komen ze niet en voor het profetisch woord hebben ze geen interesse.

Ook zijn veel christenen totaal niet geïnteresseerd in het verdere onderwijs van de Bijbel. Voor dezulken is het genoeg dat ze in de hemel komen. Velen christenen worden niet volwassen in het Woord, hebben geen geestelijk onderscheidingsvermogen en voor hen is de Bijbel een gesloten boek. Het zijn de kleine kinderen die melk nodig hebben en vast voedsel niet kunnen verdragen.

Door de veelheid van meningen, zeker met betrekking tot het profetisch woord, schrikken ook veel christenen terug voor verder onderzoek. Mede door de komst van internet worden we overspoeld met de meest vreemde ideeën over de toekomst.

Preterisme

Een andere reden om te zeggen: ‘Mijn heer blijft uit!’ is het preterisme, de leer dat de voorzegde gebeurtenissen in Mattheüs 24 en het boek Openbaring grotendeels of volledig hebben plaatsgevonden in de aanloop naar en ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus. Sommige preteristen stellen dat de wederkomst van Christus en de opstanding van de doden in het jaar 70 hebben plaatsgevonden. De term preterisme komt van het Latijnse woord praeter = verleden, omdat de profetieën merendeels of alle reeds in het verleden zouden zijn vervuld. Het preterisme stelt dat alle of een deel van de Bijbelse profetieën over de laatste dagen verwijzen naar gebeurtenissen die in de eerste eeuw plaatsvonden na de geboorte van Christus, in het bijzonder in verband met de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus.

Het is evident, dat op grond van deze visie, verder onderzoek in het profetisch woord niet meer nodig is. Deze visie is al eeuwenoud maar heeft in de laatste jaren weer aandacht gekregen. Zie voor meer informatie over dit onderwerp de Rubriek: Preterisme op deze website, waar door verschillende bijbelleraren deze visie is verworpen als niet in overeenstemming met Gods Woord.

Vervangingstheologie

Het grootste deel van de christenen die geen aandacht schenken aan het profetische woord, en geen verlangen tonen in de verwachting van Jezus’ komst, bevinden zich in de Rooms Katholieke of Protestantse kerken. Met de komst van de reformatie van de kerk in het begin van de 16e. eeuw is er veel ten goede veranderd. Wat helaas wat niet veranderd is in de theologie, is de leer omtrent de ‘laatste dingen’, zoals de eschatologie ook genoemd wordt. De theologen van toen hadden daar geen of weinig aandacht voor en het moest wachten tot het midden van de 20e. eeuw voordat daar aandacht aan besteed werd. Daarom bevinden zich veel christenen in kerken, zoals de Rooms Katholieke en veel Protestantse, die niet veel hebben met het profetische woord. Ze hebben dan ook een zeer vaag idee over de eindtijd, voor zover dat al bestaat. Meestal komt men niet verder dan dat God op de jongste dag de wereld zal oordelen: ‘Vanwaar Hij komt om te doordelen de doden en levenden’. De oorzaak daarvan is de ‘vervangingstheologie’, de leer dat de Kerk het ‘geestelijk Israël’ is en daarmee in Gods heilswegen de plaats van Israël heeft ingenomen. Kortheidshalve verwijs ik u naar de rubriek ‘Israël Theologisch’ op deze website waar dit onderwerp uitvoerig is besproken in meerdere artikelen.

Het komt hierop neer dat Israël geen toekomst meer heeft, en dat er geen sprake kan zijn van een 1000-jarig Vrederijk, want die is in de kerk gerealiseerd. Met onderwerpen van de 70 Jaarweken en de wereldrijken zoals we die vinden in het boek Daniël in de hoofdstukken 2 en 7 weet men geen raad of geeft een eigenmachtige uitleg. Mogelijk ook de reden waarom Calvijn geen commentaar op de Openbaring heeft geschreven. Verder kent men het onderscheid tussen Israël en de Gemeente ook niet. Dus van een schema, zoals we dat vinden in de Evangelische kerken wil men niet weten: ‘De Bijbel is geen puzzelboek!’, en daarmee is alles gezegd. Onderwerpen zoals bijvoorbeeld de Opname van de Gemeente, herstel van Israël, een Vrederijk met daaraan voorafgaand een Grote Verdrukking, een letterlijke openbaring van de Antichrist, en zo verder, is geen sprake.

Het futurisme

Wat over blijft is het zogenaamde ‘futurisme’, dit is de opvatting dat de meeste voorzeggingen over het einde der tijden, de laatste dagen, de Grote Verdrukking en dergelijke, nog een toekomstige vervulling wacht en aan de terugkeer van Christus onmiddellijk zullen voorafgaan. Dat is de visie die ik voorsta, maar daar ik ga hier niet verder op in, maar verwijs ook weer hier naar mijn website en wel naar de rubriek: Eschatologie, waar u daarover veel artikelen kunt vinden.

Tenslotte

Ik begrijp echt wel dat er altijd christenen zullen blijven die niet te overtuigen zijn om zich in het profetisch woord te verdiepen, en dat is jammer, want Jezus’ toekomst is ook hun toekomst’!

‘Laten uw lendenen omgord en uw lampen brandend zijn, en weest u gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om als hij komt en klopt, hem terstond open te doen. Gelukkig die slaven die de heer als hij komt, wakend zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, hen zal doen aanliggen zal nader komen om hen te dienen. En als hij in de tweede nachtwake of als hij in de derde nachtwake komt en hen zo vindt, gelukkig zijn die slaven. Weet echter dit, dat als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief kwam, hij zou hebben gewaakt en niet zou hebben toegelaten dat in zijn huis werd ingebroken. Weest ook u gereed, want op een uur dat u het niet vermoedt, komt de Zoon des mensen’ (Luk.12:35-40).

De boze slaaf zei: ‘Mijn heer blijft uit!’ De Heer Jezus zegt: ‘Zie, Ik kom spoedig!’

______________________________________________________________________________________________________________________________