Christendom – Op weg naar Babylon

28 juli, 2023

Rubrieken: Christendom

Bijbelboeken: Openbaring van Johannes

Christendom

‘Op weg naar Babylon’

Inleiding

Onder bijbelgetrouwe gelovigen is het algemeen bekend en aanvaard dat de hoofdstukken 2 en 3 van het boek Openbaring een profetisch overzicht geven van de christelijke kerk, gezien in haar verantwoordelijkheid als getuigenis van God op aarde. Of, om het anders te zeggen, de gemeente van Christus als ‘huis van God’. Daarin zijn goed en kwaad met elkaar vermengd (Mat.13:24-30). Dit in tegenstelling met de Gemeente waar de boze uit het midden verwijderd dient te worden (1Kor.5:13; 2Tim.2:19)! De periode begint met de brief aan de gemeente te Efeze en eindigt met de brief aan de gemeente te Laodicea. De komst van Christus voor de Gemeente, de Opname, wordt in Openbaring 4:1 voorondersteld. Van hoofdstuk 4 tot 19 vinden we de Gemeente niet meer vermeld in het boek Openbaring, omdat na de Opname het volk Israël weer in het middelpunt van Gods handelen staat. Pas in hoofdstuk 19 komt de Gemeente als de bruid van het Lam weer in beeld. De kerkgeschiedenis zoals gezien in Openbaring 2 en 3, begint goed (Efeze) en eindigt slecht (Laodicea), en is dit niet altijd het geval met de dingen die God aan de mens toevertrouwt?

Toch leert het boek Openbaring dat er ook na de Opname nog steeds ‘gelovigen’ op aarde zullen zijn: wie zijn dat en hoe zijn die tot geloof gekomen? Na Laodicea lezen we over het Babylon van de eindtijd. Daarover gaat dit artikel, waarin we niet ingaan op alles wat er ná de Opname van de Gemeente gebeurt met de volken of het volk Israël, maar ons beperken tot het religieuze aspect van die tijd.

Voor hen die niet zo bekend zijn met het profetisch Woord volgt hier voor alle duidelijkheid een summier overzicht van de toekomstige gebeurtenissen:

  1. De Opname van de gelovigen

  2. De ure der verzoeking die over het gehele aardrijk zal komen

  3. De Grote Verdrukking

  4. Openbaring van de Antichrist

  5. Het oordeel over Babylon

  6. Wederkomst van Christus voor Israël en de Volkeren

  7. Het Vrederijk

Van Efeze naar Laodicea

‘Als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op de aarde?’ (Luk.18:8). We weten niet waaraan de Heer Jezus heeft gedacht toen Hij deze woorden uitsprak. Zag Hij over de eeuwen heen en was het zijn bezorgdheid over de toekomst van Gods volk, de Gemeente die zijn bruid was? Was het bezorgdheid zoals veel gelovigen dat vandaag ook hebben? Want waar gaat het heen met de wereld, met de Gemeente? Zal er nog een geloof te vinden zijn zoals het volhardend geloof dat de vrouw in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter toonde? De situatie in de wereld komt overeen met de dagen van Noach, zoals voorzegd door de Heer Jezus in zijn rede over de laatste dingen (Mat.24). Dagelijks worden we opgeschrikt door allerlei gewelddaden en misdrijven op allerlei terrein, we struikelen als het ware over de gebeurtenissen heen. Het kerkbezoek is enorm gedaald de laatste decennia en er komen relatief weinig mensen tot geloof in God, te weinig om de overledenen te kunnen vervangen. Maar het zijn niet alleen de aantallen die teruglopen, ook de inhoud van het Bijbels geloof is in veel kerken verminkt, onder andere door de komst van de Verlichting. De Bijbel is in veel kerken allang niet meer gezaghebbend als Gods Waarheid (Joh.16:16)! De wetenschap is de god van deze eeuw geworden! ‘Nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn!’ (Gen.11:6).

De futurologen van onze tijd zijn dan ook niet erg optimistisch over de toekomst van planeet aarde. De natuurkundige, kosmoloog en wiskundige Stephen Hawking, heeft onlangs beweerd dat ‘onze toekomst in de ruimte ligt’. Tot op zekere hoogte ben ik het daar mee eens, het is maar wat je verstaat onder ‘in de ruimte’. Daarover zullen we wel van mening verschillen, ben ik bang.

In onze westerse wereld zie je de polarisatie tussen verschillende bevolkingsgroepen steeds meer toenemen en soms wordt deze uitgevochten in onze steden. Er is bij de bevolking van West-Europa een gevoel van onbehagen en angst ontstaan voor de toekomst. ‘Multikulti ist gescheitert, absolut gescheitert!’ (de multiculturele samenleving is mislukt, absoluut mislukt!) was de conclusie van Angela Merkel, de eerste minister van Duitsland, en wat nu? Vermenging van culturen is nooit bevorderlijk om eenheid in stand te houden, vooral als binnenkomende culturen zich in een bestaande cultuur niet aanpassen. Is daaraan het vroegere Romeinse Rijk niet ten onder gegaan?

We zien nu al een groot verval van het christelijk geloof, maar straks zal de afval komen wanneer de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en toont dat hij God is (2Thes.2:3-4). Ja, ná Laodicea volgt Babylon!

Ná de Opname

De Gemeente is de woonplaats van de Heilige Geest (1Kor3:16; 2Kor.6:16; Ef.2:22) en dat betekent dat met de Opname van de Gemeente de Geest niet meer hier op aarde woont. Vaak hoor je dan de opmerking: ‘Dan kunnen er ook geen mensen meer tot bekering komen, terwijl er toch gesproken wordt over een grote schare die in de Grote Verdrukking tot geloof gekomen is?’ (Op.7:9-17). Dat is een misverstand en vraagt om een rechtzetting. Na de Opname krijgen we weer eenzelfde situatie als in het Oude Testament, namelijk dat de Geest wél werkzaam is, maar niet meer op aarde woont. Vóór Pinksteren was de Heilige Geest ook actief, want Hij was aanwezig bij de schepping (Gen.1:1-2), in de geschiedenis van het Oude Testament (Richt.6:34; 1Sam.16:13) en in het leven en de dienst van de Heer Jezus (Luk.1:10-37; 4:1; Hand.10:38), en er zijn nog andere plaatsen te noemen, zoals 2Samuël 23:2; Hand.1:16. Omdat de weerhouder (de Heilige Geest en/of de Gemeente) is weggenomen (2Thes.26-7), zal de moraliteit in de wereld drastisch veranderen. ‘De wetteloze zal geopenbaard worden’ (2Thes.2:8). Het: ‘Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen’ zal dan werkelijkheid zijn geworden (Ps.23).

Van Laodicea naar Babel

Om terug te komen op de hierboven vermelde tekst uit Lukas 18:8, geloof ik dat de Heer Jezus daar niet spreekt over zijn komst voor de Gemeente (de Opname), dat was nog een verborgenheid, maar over zijn zichtbare komst voor Israël en de volken kort voor de aanvang van het Vrederijk (Zach.14:3v.; Mat.24:30; Op.1:7). De tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus komt overeen met de laatste jaarweek van Daniël (Dan.9) en is een tijdsperiode van zeven jaar. Het is zo, dat er onmiddellijk voorafgaand aan Jezus’ (zichtbare) komst wel geloof zal zijn, want er wordt immers van het grote Babylon gesproken, dat toch duidelijk op een religieuze aanwezigheid duidt (Op.17–18). Maar wat moeten we onder dat ‘geloof’ verstaan? Zeker niet ‘het geloof der Schriften!’ De Bijbel vergunt ons een blik in de toekomst van hoe het ‘geloof’ er in de eindtijd zal uitzien en spreekt over het ‘grote Babylon’ (Op.17 en 18). We vinden in het boek Openbaring zelfs twee ‘soorten’ gelovigen in die tijd, ten eerste de ware gelovigen die ná de Opname van de Gemeente nog tot geloof zullen komen, en ten tweede ‘valse’ gelovigen die het beeld zullen aanbidden (Op.13).

We beginnen met de eerste groep van gelovigen. Wie zijn zij, hoe zijn ze tot geloof gekomen, door wie, en wat is hun bestemming? Zoals al aangegeven zullen ná de Opname, door de gebeurtenissen in die tijd, veel Joden tot geloof komen, de zogenaamde 144.000 (Op.7 en 14). We zien nu al dat God bezig is het volk terug te brengen naar het land van hun vaderen. Zouden de Messiasbelijdende Joden die na de inname van Oost-Jeruzalem in 1967 zijn verschenen, daarvan niet een voorvervulling kunnen zijn? Deze 144.000 zullen in die tijd het evangelie van het Koninkrijk van God gaan verkondigen, zoals Johannes de doper dat eerder deed, waardoor veel mensen tot inkeer en geloof zullen komen. In Openbaring 7 zien we deze groep gelovigen staande vóór het Lam. Op de vraag wie zij zijn, is het antwoord: ‘Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen’. Deze gelovigen zullen het vrederijk beërven.

De Antichrist

De tweede groep zijn zij ‘die God niet kennen en het evangelie van de Heer Jezus niet gehoorzamen’. Zij gaan verloren ‘omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden. Daarom zendt God hun een werken van de dwaling om de leugen te geloven’ (2Thes.1:8; 2:10,11). De leugen, waaraan de Antichrist leiding zal geven, zal de loochening zijn van de Vader en de Zoon. Hij zal loochenen dat Jezus in het vlees is gekomen (1Joh.4:2v.). En daarom spreekt de apostel van de mens der zonde, de zoon van het verderf, die zich verheft tegen al wat God heet. Hij zal in de tempel gaan zitten en zich vertonen dat hij God is (2Thes.2). Daarmee is verval overgegaan in afval! Wanneer de Heer Jezus tegen de Joden zegt: ‘Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen’ (Joh.5:43), doelt hij op de toekomstige Antichrist waarop het Joodse volk dan zijn vertrouwen zal stellen.

In het boek Openbaring lezen we over twee ‘beesten’, een beest uit de zee en een beest uit de aarde (Op.13:1, 11). In hoofdstuk 17 vinden we nadere uitleg daarover. Met veel Bijbeluitleggers onderscheid ik in het eerste beest het hoofd van het toekomstige Romeinse Rijk. Mogelijk is de Europese Unie daarvan de voorloper. Het tweede beest (uit de aarde) is de Antichrist, de valse profeet die twee horens had, aan die van een lam gelijk (Op.13:11). Het vervolg van Openbaring 13 geeft aan waaruit zijn activiteit zal bestaan en met wie hij samenwerkt, namelijk het eerste beest (het hoofd van het Romeinse Rijk) en de duivel, de draak, hoewel die meer op de achtergrond werkzaam is. Een satanische nabootsing van de goddelijke drie-eenheid! (Op.20:10). En deze valse profeet oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd, en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam. Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

Het grote Babylon

In de hoofdstukken 18 en 19 van het boek Openbaring vinden we de beschrijving van het oordeel over het grote Babylon, de moeder van de hoeren (Op.17:5). Hoewel deze beschrijving van Babylon opmerkelijke overeenkomsten vertoont met de R-K kerk, mogen we niet uitsluiten dat het hier ook kan gaan om een samengaan van alle religies. Misschien zal de Islam daarvan ook deel uitmaken, omdat hij min of meer een christelijke sekte is omdat er veel elementen uit het Oude en Nieuwe Testament in gevonden worden. De apostel Johannes verwonderde zich daarover, want het was voor hem een verborgenheid die in de daaropvolgende verzen geopenbaard wordt. Er wordt gesproken over het beest dat haar, de vrouw, draagt, en zeven koppen en tien horens die wereldmachten blijken te zijn. Er zijn zeven wereldrijken die met Israël in verbinding hebben gestaan. Egypte, Assyrië, Babel, Meden/Perzen, Grieken en Romeinen. Het achtste rijk is weer het Romeinse Rijk, maar dan in zijn eindtijdvorm.  Het blijkt dat de ‘vrouw’ (Babylon) met het achtste rijk verbonden is (Op.17:7), want de vrouw die u gezien hebt, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde (Op.17:18).

Werd de kerk in de eerst eeuwen van haar bestaan zwaar vervolgd door de Romeinse overheid, later, na de omwenteling tijdens keizer Constantijn in 312, maakte de R-K kerk zich daaraan schuldig. Vooral de praktijken van de Inquisitie zijn berucht. ‘En in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen die op de aarde geslacht zijn’ (Op.18:24). Is het dan verwonderlijk dat over het oordeel dat Babylon moet ondergaan, God geprezen wordt? ‘Wees vrolijk over haar, hemel, en u, heiligen en apostelen en profeten, omdat God uw rechtszaak tegen haar berecht heeft’ (Op.18:20). ‘Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken’ (Op.19:2).

Het oordeel over het beest en de valse profeet bestaat daarin, dat zij levend werden geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt (Op.19:20).

Christus’ komst

Nu het oordeel over de valse bruid voltrokken is, komt de ware bruid, de Gemeente, weer in beeld. De bruiloft van het Lam kon niet plaatsvinden voordat het oordeel over Babylon werd voltooid. Met de beschrijving daarvan sluiten we dit artikel af. ‘En ik hoorde als een stem van een grote menigte en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, die zeiden: Halleluja! Want de Heer, onze God, de Almachtige, heeft zijn koningschap aanvaard. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. En hij zei tot mij: Schrijf: gelukkig zijn zij die geroepen zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. En hij zei tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, en hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie’ (Op.19:6-10).

_____________________________________________________________________________________________________________________________