Serie: Jezus’ laatste woorden – Deel 5 – Joh.19:30 – Het is volbracht!

23 februari, 2026

Bijbelboeken: Johannes

Serie: Jezus’ laatste woorden

Deel 5 – Johannes 19:30

“Het is volbracht!”

Woord vooraf

Laatste woorden van stervenden kunnen veelzeggend, sarcastisch of oprecht gemeend zijn. Om maar enkele voorbeelden te noemen: Een groot zakenman vroeg op zijn sterfbed hoe hoog de opbrengsten die dag waren geweest. Op zijn sterfbed werd Alexander de Grote omringd door zijn meest prominente generaals, de diadochen, die hem vroegen wie zijn rijk zou erven. De koning antwoordde ontwijkend: ‘De sterkste.’ “Love one another” (“Heb elkaar lief.”) waren George Harrison laatste woorden. “Dieu me pardonnera, c’est son métier.” (“God zal me vergeven, ‘t is z’n vak.”) zei Heinrich Heine, Duits dichter. “Ga weg! Laatste woorden zijn voor dwazen die nog niet genoeg hebben gezegd!” – Karl Marx, Duits filosoof. Spurgeon, de prins der predikers, zijn laatste woorden waren, “Jezus stierf voor mij!” John Wesley, de grondlegger van de Methodisme, zei: “Het best van alles is, dat God met ons is!”

Inleiding

De Heer Jezus had tijdens zijn korte bediening van ongeveer drie jaar op aarde zeker veel gezegd, maar hij vond het belangrijk om nog meer te zeggen, en hij deed het vanuit de plaats van lijden, het kruis. De Koning der Koningen veranderde het kruis in een troon en sprak koninklijke woorden van geestelijke waarheid, woorden die we koesteren en waar we zelfs vandaag de dag nog van kunnen leren. Omdat hij de waarheid is en de waarheid spreekt, is alles wat Jezus zegt het overwegen en overdenken waard. De zeven laatste woorden van onze Heer aan het kruis zijn belangrijk, niet alleen vanwege de persoon die ze sprak, maar ook vanwege de plaats waar ze werden uitgesproken. Terwijl onze Heer zijn grootste werk op aarde verrichtte, stervend voor de zonden van de wereld, sprak hij enkele van zijn belangrijkste woorden. Deze zeven laatste woorden vanaf het kruis zijn vensters die ons in staat stellen de eeuwigheid in te kijken en het hart van de Verlosser en het hart van God en het Evangelie te zien.

De vijfde van deze zeven uitspraken is te vinden in Johannes 19:30

“Toen Jezus dan de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog Zijn hoofd en gaf Zijn geest over.”

Inleiding

“Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik Mijn leven afleg, opdat Ik het weer neem. Niemand neemt het van Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af; Ik heb macht het af te leggen en heb macht het weer te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.” (Joh.10:17-18)

Het tijdstip dat er een einde zou komen aan het werk van de verzoening en verlossing dat de Heer Jezus van zijn Vader opgedragen had gekregen was nabij. “Het gebeurde nu, toen de dagen van Zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij Zijn gezicht vastbesloten wendde om naar Jeruzalem te gaan.” (Luk.9:51) De Heer Jezus ging niet naar Jeruzalem als een opgejaagd persoon, op de vlucht voor zijn rechters, maar in het volle besef van wat er ging gebeuren ging Hij op weg naar Jeruzalem, zijn lijden tegemoet. “Het gebeurde nu, toen de dagen van Zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij Zijn gezicht vastbesloten wendde om naar Jeruzalem te gaan.” (Luk.9:51) Tot drie keer toe had de Heer Jezus de discipelen gezegd wat Hem in Jeruzalem zou overkomen. “En toen Jezus naar Jeruzalem opging, nam Hij de twaalf discipelen afzonderlijk tot Zich en zei onderweg tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de volken om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen; en op de derde dag zal Hij worden opgewekt.” (Mat.20:17-19; 16:21; 17:22-23) De Vader hield van de Zoon omdat Deze bereid was te sterven om de redding van de gelovigen te verzekeren. Jezus gaf Zijn leven uit eigen vrije wil, en zou ook uit eigen wil Zijn leven weer opnemen in de opstanding. Toen Jezus zei: “Ik leg het af… en neem het weer”, claimde Hij de macht om zijn dood en wat daarna kwam te controleren. De oorspronkelijke lezers van Johannes moesten zich herinneren dat Jezus Zijn dood en wat daarna zou gebeuren had voorspeld. Wij hebben dezelfde herinnering ook nodig: Jezus gaf Zijn leven op; het werd Hem niet ontnomen. Daarom lezen we ook: “En Hij boog Zijn hoofd en gaf Zijn geest over.” (Joh.19:30) Niet Hij gaf de geest! Zoals Paulus aan Timotheüs zegt: “De mens, Christus Jezus, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen.” (1Tim.2:6)

Alles onder controle

 “En het gebeurde, toen Jezus al deze woorden had geëindigd, dat Hij tot Zijn discipelen zei: U weet dat na twee dagen het Pascha is en de Zoon des mensen wordt overgeleverd om gekruisigd te worden. Toen kwamen de overpriesters en de oudsten van het volk bijeen in de voorhof van de hogepriester, Kajafas geheten; en zij beraadslaagden dat zij Jezus met list zouden grijpen en doden; maar zij zeiden: Niet op het feest, opdat er geen opschudding onder het volk komt.” (Mat.26:1-5)

Een mooi voorbeeld dat de Heer Jezus de controle van het hele gebeuren in handen had is het tijdstip waarop Hij zou sterven. Dat had te maken met het plan de Heer Jezus te doden. Zoals uit bovenstaande tekst duidelijk wordt wilden de geestelijke leiders van het volk niet dat Jezus op het feest van het Pascha gekruisigd zou worden, maar het is toch gebeurt. Er waren vanwege het feest uiteraard massa’s mensen in Jeruzalem, van overal vandaan, zoals ook bij de uitstorting van de Heilige Geest en men wilde niet dat er ongeregeldheden zouden ontstaan. Overal kwamen ze vandaan, de Joden uit de verstrooiing: “Hoe horen wij hen dan ieder van ons in zijn eigen taal waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden en Elamieten, en de bewoners van Mesopotamië, Judéa en Kappadocië, Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyréne, en de hier woonachtige Romeinen, zowel Joden als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen over de grote daden van God spreken.” (Hand.2:8-11) Wat de geestelijke leiders ook probeerden om te voorkomen dat de Heer Jezus op het Paasfeest geofferd zou worden, ze faalden in hun initiatief! “Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht.” (1Kor.5:7) Dit gebeurde in overeenstemming met “de bepaalde raad en voorkennis van God.” (Hand.2:23) Jezus verrichtte zijn bediening in het openbaar, maar tegenstanders beraamden plannen achter gesloten deuren. Door zijn optreden in het openbaar was Jezus kwetsbaar; daden van verraad in het geheim beraamd beschermden de publieke reputatie van de religieuze leiders.

Het werk volbracht

“Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook.” (Joh.5:17)

We zijn allemaal weleens begonnen aan een taak die we nooit volbracht hebben, maar daar zal niemand van wakker liggen. Maar als de Heer Jezus de opdracht van zijn Vader niet had volbracht, zou er voor de mensheid geen hoop op verlossing zijn gekomen! Wanneer we lezen: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook” denken we mogelijk aan Abraham en zijn zoon, zijn enige die hij liefhad, Isaak, omdat we ook daar die eenheid zien in het brengen van he offer. We lezen twee keer in Genesis – “Zo gingen die beide tezamen.” (Gen.22:6, 8) God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend dat was de boodschap die de apostel Paulus verkondigde. “En alles is uit God, Die ons met Zichzelf heeft verzoend door Christus en ons de bediening van de verzoening heeft gegeven, namelijk dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend was.” (2Kor.5:18-19) Het werk van de verzoening werd voltooid op het kruis van Golgotha. Aan het einde van zijn bediening kon de Heer Jezus Christus uitroepen: “Het is volbracht!” Hij heeft niets ongedaan gelaten van wat de Vader Hem had opgedragen. “Ik heb U verheerlijkt op de aarde, terwijl Ik het werk heb voleindigd dat U Mij te doen hebt gegeven.” (Joh.17:4) Daarom hebben u en ik de zekerheid van een eeuwige zaligheid. De laatste fase van Jezus’ openbaringswerk stond op het punt voltooid te worden door zijn dood aan het kruis. In Johannes 17 sprak de Heer Jezus over zijn werk alsof het al gebeurd was; zijn gehoorzaamheid tot de dood aan het kruis was een zekerheid. Jezus vroeg dan ook om terug te mogen keren naar de heerlijkheid die Hij bij de Vader had, voordat de wereld was (Joh.17:24). Jezus’ dood op het kruis bevestigd ons, dat wij niet behouden zijn geworden door de komst van de Heer Jezus hier op aarde, maar door zijn dood aan het kruis op Golgotha.

In de Naam van Jezus

Er is geen andere naam onder de hemel gegeven dan Jezus als je behouden wil worden (Hand.4:12). Jezus betekent ‘redder’, want de Vader heeft de Redder van de wereld gezonden. “En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon heeft gezonden als Heiland van de wereld.” (1Joh.4:14). Sommige mensen willen Jezus alleen als voorbeeld om te volgen of als leraar om hen te onderwijzen, maar hoe nuttig leraren en voorbeelden ook zijn, onze grootste behoefte is een redder (Hand.16:31). Jezus is voor ons gestorven opdat Hij ons tot God zou brengen, iets waartoe niemand anders in staat is! “Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.” (1Petr.3:18) De brief aan de Hebreeën legt de volledige verlossing uit: “Zo zal ook Christus, éénmaal geofferd om de zonden van velen te dragen, de tweede keer zonder zonde verschijnen tot behoudenis aan hen die Hem verwachten.” (Heb. 9:26-28) “Want het is onmogelijk dat bloed van stieren en bokken zonden wegneemt. Maar Hij, nadat Hij één slachtoffer voor de zonden geofferd heeft, is voor altijd gaan zitten aan Gods rechterhand.” (Heb.10:4, 12) Het werk van de verlossing is voltooid; “Het is volbracht!” Onze Heer stierf, werd begraven, stond op uit de dood en keerde terug naar de heerlijkheid vanwaar hij was gekomen. Daar nam Hij plaats aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge, omdat het werk voltooid was (Heb.1:3). In de tabernakel van het Oude Testament waren geen stoelen, omdat het werk van de priesters nooit af was. Maar Jezus Christus nam plaats in de hemel, gezeten aan Gods rechterhand. Omdat de verlossing een voltooid werk is, mogen we er niets aan toe voegen, er niets van af nemen of er iets voor in de plaats stellen. Er is maar één weg tot verlossing: persoonlijk geloof in het voltooide werk van de Heer Jezus Christus. “Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, Die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. Want er is één God en één Middelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus, Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, volgens het getuigenis op zijn eigen tijd.” (1Tim.2:3-6)

____________________________________________________________________