“Hierna zei Jezus, Die wist dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift werd vervuld: Ik heb dorst!” (Joh.19:28)
Psalm 69 spreekt ons, maar dan welke andere Psalm ook, van het lichamelijk lijden dat de Heer Jezus van de kant van de mensen heeft ondergaan. We lezen in vers 4 – “Ik ben moe van mijn roepen, mijn keel is ontstoken; mijn ogen zijn bezweken, omdat ik steeds hoop op mijn God.” Dit behoeft weinig uitleg om te begrijpen dat het hier profetisch over het lijden van Christus gaat, zoals zoveel andere gedeelten uit deze Psalm die daarover profeteren. Het is dan te verstaan dat de Heer Jezus op zeker moment ook uitriep “Ik heb dorst!” “En zij brachten Hem op de plaats Golgotha, dat is vertaald: Schedelplaats. En zij gaven Hem met mirre gemengde wijn; maar Hij nam die niet.” (Mark.15:22-23) Hoe erg zijn dorst ook was, de Heer Jezus nam deze ‘beker’ niet omdat Hij het lijden niet in een verdoofde toestand wilde ondergaan, maar in het volle besef dat het kruis de afsluiting was van het werk van God dat Hem naar deze wereld had gebracht (Joh.17). Al eerder in zijn laatste uren die Hij in deze wereld doorbracht, had Hij in de hof van Gethsémané een ‘beker’ aangeboden gekregen, die Hij niet wilde nemen, maar moest nemen. Zo lezen we: “Toen kwam Jezus met hen aan een plaats, Gethsémané geheten, en Hij zei tot de discipelen: Gaat hier zitten terwijl Ik heenga en daar bidt. En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mee en begon bedroefd en zeer beangst te worden. Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd tot de dood toe; blijft hier en waakt met Mij. En Hij ging iets verder, viel op Zijn aangezicht en bad aldus: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker Mij voorbijgaan; echter niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.” (Mat.26:36-39) Eerst toen het werk op het kruis was volbracht, nam Hij toch een andere ‘beker’, maar dat was opdat de Schrift vervuld zou worden. “Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel gegeven, in mijn dorst hebben zij mij zure wijn laten drinken.” (Ps.69:22) De vervulling van deze profetie van Psalm 69 vond plaats vlak voor de Heer Jezus stierf. “Hierna zei Jezus, Die wist dat nu alles was volbracht, opdat de Schrift werd vervuld: Ik heb dorst! Er stond een vat vol zure wijn, en zij vulden een spons met zure wijn, omlegden die met hysop en brachten die aan Zijn mond. Toen Jezus dan de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog Zijn hoofd en gaf Zijn geest over.” (Joh.19:28-30). De ‘beker’ die de Vader Hem te drinken gaf heeft de Heer Jezus niet geweigerd, Hij was bereid die te drinken, hoe erg het ook was! Die beker is de basis voor onze redding, het ledigen daarvan hield in dat de Heer Jezus tot zonde werd gemaakt en dat Hij op het kruis al onze zonden op zich nam. Wanneer we deze gedachten op in laten werken, dan stelt zich als vanzelf de vraag: “Hoe zal ik de Here vergelden al zijn weldaden jegens mij? De beker der verlossing zal ik opheffen, ik zal de naam des Heren aanroepen.” (Psalm 116:12-13) We mogen de Heer Jezus op gezette tijden aanroepen en Hem danken voor het grote offer dat Hij gebracht heeft op Golgotha! Ja, de beker van verlossing mogen wij opheffen!