Wereldgeschiedenis – Daniël 2,7,8 en 10 – Alexander de Grote in het OT?

12 juni, 2026

Rubrieken: Wereldgeschiedenis

Wereldgeschiedenis

Daniël 2, 7, 8 en 10

“Alexander de Grote in het OT”

Had Alexander de Grote een “goddelijke” roeping?

Veel bronnen uit de oudheid laten zien dat Alexander de Grote zichzelf niet alleen als een koning zag, maar ook als iemand met een bijzondere, bijna goddelijke bestemming. Enkele redenen waarom historici hierover spreken zijn dat Alexander verhalen verspreidde dat hij afstamde van helden zoals Achilles en Herakles. Naarmate zijn rijk groeide, liet Alexander zich in sommige gebieden vereren op manieren die normaal voor goden waren gereserveerd. Oude schrijvers beschrijven hem vaak als iemand die geloofde dat hij een unieke taak had: de bekende wereld veroveren en verschillende volkeren samenbrengen. Historici verschillen van mening over hoe letterlijk Alexander dit geloofde. Sommigen denken dat hij oprecht overtuigd was van een goddelijke roeping; anderen zien het vooral als een politiek middel om gezag uit te oefenen over een enorm en cultureel divers rijk. Er zijn sterke aanwijzingen dat Alexander zichzelf zag als iemand met een bijzondere, mogelijk goddelijke bestemming, maar of hij werkelijk geloofde een god of zoon van een god te zijn, blijft onderwerp van discussie. In de Griekse traditie werd soms beweerd dat Alexander eigenlijk een zoon van Zeus was; zijn moeder Olympia steunde die gedachte.

Alexander de Grote in de Libische Woestijn

In 331 v.Chr. trok Alexander de Grote door de Libische Woestijn (het westelijke deel van de Egyptische woestijn) naar de Siwa-oase. Zijn doel was het beroemde orakel van de god Amon (Ammon) te raadplegen. Deze reis vond plaats kort nadat hij Egypte had veroverd op het Perzische Rijk. De tocht was gevaarlijk. Antieke bronnen vertellen dat Alexander en zijn gevolg te maken kregen met verdwalen, watertekorten en zandstormen. Rond de reis ontstonden later legendes, zoals verhalen over bijzondere gidsen of voortekenen die hem naar de oase zouden hebben geleid. In de Siwa-oase bevond zich het beroemde orakel van Amon, dat in de hele Middellandse wereld bekend was. Volgens de overlevering bevestigde het orakel Alexanders bijzondere status en erkende het hem als de rechtmatige farao van Egypte. Sommige bronnen vermelden zelfs dat hij als zoon van Zeus-Ammon werd begroet, wat zijn prestige enorm vergrootte. Deze reis werd later een belangrijk onderdeel van Alexanders legende. Zijn bezoek aan Siwa versterkte het beeld van hem als een door de goden begunstigde heerser en speelde een rol in de ontwikkeling van zijn bijna goddelijke reputatie.

Heeft Alexander de Grote Jeruzalem bezocht?

Het korte antwoord is: we weten het niet zeker. Er bestaat een beroemde overlevering dat Alexander de Grote in 332 v.Chr. Jeruzalem bezocht nadat hij Tyrus en Gaza had veroverd. Die versie komt vooral van de Joodse historicus Flavius Josephus, die schreef dat Alexander door de hogepriester werd ontvangen en de stad gunstig behandelde. Maar de meeste moderne historici zijn sceptisch over dit verhaal, omdat: (1) De belangrijkste Griekse en Romeinse bronnen over Alexander (zoals Arrianus en Curtius Rufus) een bezoek aan Jeruzalem niet vermelden. (2) Het verhaal van Josephus pas eeuwen later is opgeschreven.

(3) Sommige details in het verhaal waarschijnlijk legendarisch of anachronistisch zijn. Aan de andere kant is een bezoek niet onmogelijk. Alexander trok door de regio, en een vreedzame ontmoeting met Jeruzalem zou door zijn geschiedschrijvers als weinig bijzonder kunnen zijn beschouwd. Sommige onderzoekers menen daarom dat er misschien een historische kern achter de latere verhalen zit. De huidige academische consensus is echter dat er geen overtuigend bewijs is dat hij daadwerkelijk in Jeruzalem is geweest. Historisch was Alexander de Grote de zoon van Filippos II en Olympias; mythologisch werd hij soms voorgesteld als een zoon van Zeus (of Zeus-Ammon), maar niet van Ra.

Het verslag van Flavius Josephus – Joodse Oudheden, hoofdstuk 11, deel 5

“Toen hij (de hogepriester) hoorde dat de koning (Alexander) niet ver van de stad was, trok hij met de priesters en de hele bevolking in een plechtige processie, onbekend bij andere volkeren, van de stad naar een plaats genaamd Sapah. Deze naam betekent ‘uitkijkpunt’ in het Grieks; want van daaruit kon men heel Jeruzalem zien, inclusief de tempel. De Feniciërs en Chaldeeën die de koning volgden, geloofden ongetwijfeld dat Alexander hen in zijn woede zou toestaan ​​de stad te plunderen en de hogepriester te doden. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Zodra Alexander van verre de menigte in hun witte gewaden zag, de priesters in hun fijne linnen gewaden en de hogepriester in zijn gewaad van hyacint en goud, zijn hoofddeksel en de gouden plaat waarop de naam van God was gegraveerd, haastte hij zich alleen naar hen toe, betuigde zijn eerbied voor de naam en begroette de hogepriester als eerste. En toen de Joden Alexander als één man verwelkomden en omringden, waren de koningen van Syrië en de rest verbijsterd en dachten dat de koning zijn verstand had verloren. Alleen Parmenion verzamelde zijn moed, benaderde Alexander en vroeg hem waarom hij, die door de hele wereld werd vereerd, zich voor de Joodse hogepriester had neergeknield. De koning antwoordde: “Ik vereerde hem niet, maar God, wiens hoogste priesterlijke ambt hij bekleedt. Ik had deze hogepriester al in dezelfde kleding in een droom gezien toen ik te Dios in Macedonië was. En aangezien ik al overwoog hoe ik Azië kon onderwerpen, raadde hij me aan niet te aarzelen, maar moedig over te steken. Ikzelf zal aan het hoofd van mijn leger oprukken en de Perzen overwinnen. Omdat ik nog nooit iemand in zulke kleding heb gezien, herinnerde ik me bij het zien ervan onmiddellijk de droom en de voorspelling die daarin was gedaan, en ik geloof nu dat ik mijn veldtocht onderneem in opdracht van God, dat ik Darius zal overwinnen, de Perzische macht zal vernietigen en al mijn doelen zal bereiken.” Na dit antwoord aan Parmenion reikte hij de hogepriester de hand en ging, vergezeld door de priesters, naar de stad, beklom de tempel, bracht offers aan God volgens de instructies van de hogepriester en betaalde hem en de priesters de hoogste eerbetuigingen. Toen hem het boek Daniël werd getoond, waarin voorspeld werd dat een Griek het Perzische Rijk zou vernietigen, beschouwde hij zichzelf als die Griek en stuurde hij het volk vol vreugde weg. De volgende dag riep hij hen echter opnieuw bijeen en zei dat ze zoveel geschenken mochten vragen als ze wilden. Toen de hogepriester toestemming vroeg om volgens hun voorouderlijke wetten te leven en om elke zeven jaar vrijstelling van belastingen te krijgen, willigde Alexander dit verzoek zonder aarzeling in. En toen hem verder werd gevraagd om de Joden in Babylon en Medië toe te staan ​​volgens hun wetten te leven, stemde hij ook daarmee in. Vervolgens verklaarde hij aan de menigte dat als iemand van hen zich bij hem in de strijd wilde aansluiten, hij bereid was hen mee te nemen; ze konden ook trouw blijven aan hun voorouderlijke gebruiken en dienovereenkomstig leven in het leger. Daarop meldden velen zich aan voor de veldtocht.”

Alexanders droom

Filippus II, de vader van Alexander de Grote, wilde Macedonië helleniseren; de Griekse cultuur importeren. Als Macedoniër werd hij gezien als een “barbaar” en zijn verlangen was de Griekse cultuur tot de zijne te maken om op gelijke hoogte gezien te worden als de Grieken. Dios (Dion) was de oude Macedonische stad en het religieuze hart van zijn voorbereidingen voor de Aziatische veldtocht in 334 v.Chr., de plek waar zijn ‘droom’ van wereldheerschappij en culturele eenwording concreet vorm kreeg. Vlak voordat hij naar Azië vertrok, bracht Alexander in Dion magnifieke offers aan de oppergod Zeus. Ook organiseerde hij er atletiekwedstrijden en theatervoorstellingen om de goden gunstig te stemmen. Alexanders levenslange visioen was de vereniging van alle naties onder één staat, waarbij hij Griekse en oosterse culturen wilde laten samensmelten.

Alexander in de Bijbel

Alexander de Grote (356-323 v.C.) was koning van Macedonië, 336-323 v. C., en de moedige en krijgshaftige stichter van het Griekse-Macedonische rijk (Dan.2:32), het derde rijk in de bijbelse profetie van Daniël (Dan.2:32vv.). Na zijn dood viel zijn rijk in vier delen uiteen, zoals de bijbelse openbaring had voorzegt. Alexander de Grote komt in de Schrift niet voor onder zijn eigenlijke naam, maar wordt alleen in de gezichten van Daniel aangeduid onder het beeld van een gevleugeld luipaard (Dan.7:6), of als geitenbok (8:5, 21). De opkomst van Alexanders rijk werd door de profeet Daniël in een gezicht geschouwd (Dan.8). In dit gezicht wordt het rijk voorgesteld door een geitenbok met tussen zijn ogen een grote hoorn (= Alexander de Grote). De geitenbok stormt tegen een ram met twee horens (= Rijk van de Meden en Perzen) en verovert hem. De engel Gabriël verklaart aan Daniël: “De ram met de twee horens die u gezien hebt, dat zijn de koningen van Medië en Perzië. En de harige geitenbok is de koning van Griekenland, en de grote hoorn die tussen zijn ogen zat, dat is de eerste koning. (Dan.8:20-21 – HSV)

Een engel verwees aan Danïël later weer naar die koning van Griekenland: “Nu zal ik u dan de waarheid bekendmaken. Zie, er zullen nog drie koningen in Perzië aan de macht komen, en de vierde zal grotere rijkdom verwerven dan alle anderen. Als hij sterk geworden is door zijn rijkdom, zal hij allen opzetten tegen het koninkrijk Griekenland. Daarna zal er een machtige koning aan de macht komen, die met grote heerschappij zal heersen en zal handelen naar eigen goeddunken. Zodra hij echter aan de macht komt, zal zijn koninkrijk verbroken worden en opgedeeld worden naar de vier windstreken van de hemel, maar niet voor zijn nakomelingen en niet overeenkomstig de heerschappij waarmee hij had geheerst, want zijn koninkrijk zal uiteengerukt worden en zal zijn voor anderen dan voor hen (Dan.11:2-4 – HSV). De engel noemt de toekomstige Macedoniër “een machtige koning, die met grote heerschappij zal heersen en zal handelen naar eigen goeddunken.” (Dan.11:3) Hij stond op, 129 jaar na de dood van de Perzische koning Xerxes, die in Dan.11:2 “de vierde koning” wordt genoemd. Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. werd zijn rijk in vieren gedeeld. In het gezicht van Daniël (Dan.8) breekt de grote hoorn (= Alexander) af en komen er vier horens of koninkrijken voor in de plaats, die echter minder sterk zijn. “En de harige geitenbok is de koning van Griekenland, en de grote hoorn die tussen zijn ogen zat, dat is de eerste koning. En dat die afbrak en er vier voor in de plaats kwamen: vier koninkrijken zullen uit dat volk ontstaan, maar zonder de kracht ervan.” (Dan.8:21-22 – HSV) Daarom had het luipaard (Dan.7: 6) vier koppen. Het is het snelste en behendigste roofdier, en in het visioen was het dier met vleugelen voorzien, daar bij Alexander alles als vliegende ging. Hij is de geitenbok (Dan.8:5, 21), die als met één stoot, een einde maakt aan het Perzische rijk. “En als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden, maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn heerschappij, waarmede hij heerste; want zijn rijk zal uitgerukt worden, en dat voor anderen, dan deze (Dan.11:4 – SV). Als Alexander op het toppunt van zijn macht zou staan (Dan.11:4), zou terwijl hij op nog jeugdige leeftijd zonder wettige zonen stief, zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden (vgl. Dan.8:22), maar niet aan zijn nakomelingen zou de heersersstaf worden overgegeven, ook zou de macht van zijn opvolgers niet zijn naar zijn heerschappij, waarmee hij heerste; want zijn rijk zou even als een boom uit de aarde uitgerukt worden, en dat niet voor zijn lichamelijke nakomelingen, maar voor anderen, dan deze. Vooral was de uitbreiding van de Griekse beschaving in het Oosten (door omtrent 70 door hem gestichte steden) en de vermenging van het Oosten met het Westen het blijvende gevolg van de omkeringen door deze buitengewone man volbracht. Men kan zeggen, dat nooit een mens in een zo kortstondig leven zo grote veranderingen in de toestand van de wereld bewerkt heeft. Veranderingen die ertoe hebben geleid die eeuwen later de verspreiding van het Evangelie heeft begunstigd. We denken alleen maar aan de vertaling van het Oude Testament in de Griekse taal; de zgn. Septuaginta.

_____________________________________________________________________________