Eschatologie – 2 Thessalonicenzen 2 – Wie of wat is de ‘weerhouder’?

24 juli, 2023

Rubrieken: Eschatologie

Bijbelboeken: 2 Tessalonicenzen

Eschatologie

‘De weerhouder’

Wie of wat is de ‘weerhouder’ vermeld in 2 Thessalonicenzen 2?

‘Laat niemand u op enigerlei wijze bedriegen, want die (dag van de Heer) komt niet als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf, die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is. Herinnert u zich niet dat ik u dit heb gezegd, toen ik nog bij u was? En nu, u weet wat hem tegenhoudt, opdat hij geopenbaard wordt op zijn tijd. Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen hij, die nu tegenhoudt, blijft totdat hij weggenomen wordt. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en teniet zal doen door de verschijning’ (2Thes.2:3-8).

Inleiding

Wanneer we ervan uitgaan dat de Schrift zichzelf ‘uitlegt’ doordat we Schrift met Schrift vergelijken, kunnen we duidelijkheid krijgen over het woord God. De heilige Geest wil ons in alle waarheid leiden als wij onze gedachten en meningen daaraan ondergeschikt maken (Joh.16:13). Dat is in de praktijk niet zo eenvoudig. In de loop van de geschiedenis zijn er verschillende mogelijkheden geopperd wat we onder ‘de weerhouder’ moeten verstaan. Ik geef hieronder een aantal visies weer zonder daarop uitvoerig in te gaan en ik verwijs daarbij naar de bestaande literatuur daarover.

De menselijke regeringen en wetten

De visie dat de ‘weerhouder’ de menselijke regeringen en wetten waren.

‘In de tijden van het Babylonische rijk, werden de woorden (wetten) door een koning vastgesteld, overgenomen door de Perzische machthebber, daarna door de Grieken, en vervolgens door de Romeinen, die in de tijd van de apostelen aan de macht waren. Deze invloed was het geweldige systeem van de wet en recht in de gehele Romeinse wereld; dit hield de wetteloosheid en de ‘wetteloze’ in toom. Want de lijn van de heersers, ondanks het falen van sommige, had dezelfde invloed.’ Deze visie weerlegt zichzelf omdat de laatste wereldmacht die er voor de komst van Christus zal zijn, de zonde juist zal bevorderen en zich tegenover God zal opstellen en het slechte zal bevorderen!

Het Romeinse rijk

Sommige uitleggers hebben gedacht dat de ‘weerhouder’ het Romeinse Rijk is tijdens Paulus leven. Een voorstander van deze visie zegt: ‘De oudste en beste interpretatie is dat Paulus aarzelde om in woorden uit te drukken wat hij meende, want hij bedoelde het Romeinse Rijk. De onpersoonlijke invloed was het systeem van wet en recht in de Romeinse maatschappij; dit hield wetteloosheid tegen en beteugelde de ‘wetteloze’. Bovendien had de reeks van keizers, met uitzondering van een aantal slechte, dezelfde invloed. Deze visie is vergelijkbeer met de eerste en het commentaar hetzelfde.

De satan

Een voorstander van deze visie schrijft: ‘Waarom moet iedereen de conclusie hebben dat de weerhouder iets goeds is? Kan niet de weerhoudende kracht de satan zelf zijn? Heeft hij niet een plan om de zoon van het verderf te openbaren, zoals God een bepaalde tijd had om zijn Zoon in het vlees te zenden?’ Commentaar hierop is: We kunnen er niet van uitgaan dat satans huis verdeeld is. (Mark.3:25).

De engel Michaël

Michaël weerhoudt satanische geestelijke machten, en in de rabbijnse tradities en de Septuaginta van Daniël 12:1, wordt gezegd dat Michael ‘voorbijgaat’ wanneer de antichrist zijn tent in Judea opricht (Dan.11:45) vlak voordat de grote verdrukking begint (Dan.12:1).

De Kerk

Het is een bekend beeld dat de gelovigen als zout gezien worden, dat voor bederf bewaard, en als een licht, dat een heiligend werktuig is, een verdrijver van de duisternis. Je zou er mee eens kunnen zijn dat de kerk één als weerhouder zou kunnen zijn.

Stanton schrijft: ‘…de kerk is geen volmaakt organisme, volmaakt in God, zeker, maar praktisch gezien, niet altijd zonder blaam of onberispelijk. Zoals menselijke regering, wordt de kerk door God gebruikt om de volle openbaring van de zoon van het verderf in deze tegenwoordige eeuw tegen te gaan, maar Hij die eigenlijk tegenhoudt is niet de gelovige, maar de Ene die de gelovige kracht geeft, de inwonende heilige Geest (Joh.16:7; 1Kor.6:19). Gescheiden van Zijn aanwezigheid, hebben noch kerk, noch overheid de mogelijkheid om het plan van de satan te verhinderen.’

De Heilige Geest

De vijfde interpretatie is dat de ‘weerhouder’ de heilige Geest is. Voor zover ik weet is in de Evangelische wereld dit de meest gangbare visie. Hiervoor zijn vijf redenen te noemen:

(1) Met inachtneming van de beschikbare teksten, moet de heilige Geest de weerhouder zijn. Alle andere suggesties voldoen nog lang niet aan de vereisten …

(2) De goddeloze is een persoonlijkheid en zijn activiteiten omvatten het rijk van het spirituele. De tegenhouder moet ook een persoonlijkheid en een spiritueel wezen zijn … om de Antichrist in toom te houden tot het moment waarop hij herleeft. Alleen vertegenwoordigingen of onpersoonlijke spirituele machten zouden ontoereikend zijn.

(3) Om alles te bereiken dat bereikt moet worden, moet de weerhouder lid zijn van de Godheid. Hij moet sterker zijn dan de man van de zonde en sterker dan de satan die deze bekrachtigt. Om het kwaad in de loop van de tijd tegen te houden, moet de bedwinger eeuwig zijn … Het terrein van de zonde is de hele wereld: daarom is het noodzakelijk dat de bedrieger iemand is die niet beperkt is door tijd of ruimte.

(4) De tijd is in zekere zin de ‘bedeling van de Geest’, want hij werkt op een manier die begonnen is met de komst van de Geest op Pinksteren en zal eindigen met een omkering van Pinksteren, namelijk het verwijderen van de Geest. Dit betekent niet dat Hij niet werkzaam zal zijn, alleen dat Hij niet langer blijvend aanwezig zal zijn.

(5) Het werk van de Geest sinds Zijn komst heeft de beperking van het kwaad omvat … Johannes 16: 7-11, 1 Johannes 4: 4. Hoe anders zal het zijn in de verdrukking.

(6) Hoewel de Geest niet in de dagen van het Oude Testament op aarde woonde, oefende hij een toch remmende invloed uit (Jes.59:19).

__________________________________________________________________________________________________________________________________________