Diverse Onderwerpen- Diverse Bijbelteksten – “De dwazen van deze wereld”

24 juni, 2026

Rubrieken: Diverse Onderwerpen

Diverse Onderwerpen

Diverse Bijbelteksten

“De dwazen van deze wereld”

 

Definitie van “dwaas”

Een dwaas is iemand die onverstandig, onnozel of gekke dingen doet of zegt. Het kan gebruikt worden als synoniem voor een zot, domkop of idioot, maar het woord heeft vaak ook een lichtere of mildere betekenis, zoals in de uitdrukking “ben je dwaas? In spirituele zin duidt een dwaas in bijvoorbeeld de Bijbel op iemand die Gods wijsheid of wetten in de wind slaat en puur op eigen inzicht vertrouwt. Het staat in die context niet voor intelligentie, maar voor iemands morele of geestelijke keuzes.

Ons Engelse woord “fool” (dwaas) komt van een Latijns woord dat “blaasbalg” betekent, wat suggereert dat een dwaas iemand “vol hete lucht” is. In het Hebreeuws zijn er drie basiswoorden voor “dwaas”: kesyl, de domme, stomme dwaas; ewiyl, de onredelijke en verdorven dwaas; en nabal, de brute persoon die is als een koppig dier. Nabal is het woord dat gebruikt wordt in Psalm 14:1, en het was de naam van een man die bruut was en weigerde David te helpen (1Sam.25). En met Nabal beginnen we dit kort overzicht, maar lees vooraf dat hoofdstuk.

Abigail & Nabal – 1Samuël 25

“Mijn heer store zich niet aan deze man van niets, aan Nabal, want zoals zijn naam is, is hij: Nabal heet hij en een dwaas is hij.” (1Sam.25:25)

Nabal viert feest terwijl het oordeel vlak voor de deur staat! Hij nam niet de tijd om God te danken voor de zegeningen die Hij hem had geschonken, of zelfs maar te bedenken dat deze zegeningen hem ten deel waren gevallen dankzij het geloof van zijn vrouw en ondanks zijn eigen domheid. Nabals idee van geluk was niet om God te prijzen of de hongerigen te voeden, maar om zich vol te eten en dronken te worden. Nabal beleed zijn geloof in God niet, maar was zoals de mensen die Paulus beschreef: “Hun einde is het verderf, hun god is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen.” (Fil.3:19) Abigail wachtte wijselijk met haar man te vertellen wat ze had gedaan. Het nieuws schokte Nabal zo erg dat hij een beroerte kreeg en tien dagen hulpeloos op bed lag, waarna de Heer hem het leven ontnam. Helaas stierf Nabal zoals hij had geleefd: als een dwaas. “Toen David hoorde, dat Nabal dood was, zeide hij: Geprezen zij de Here, die het rechtsgeding voor de schande, mij door Nabal aangedaan, gevoerd heeft en die zijn knecht van het kwade afgehouden heeft. De Here heeft het kwade van Nabal op diens eigen hoofd doen neerkomen.”

David over de atheïst

“Voor de koorleider. Van David. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijke en afschuwelijke misdaden, niemand is er, die goed doet.” (Ps.14:1; 53:2)

De mens begon niet in onwetendheid en werkte zich geleidelijk op tot intelligentie; hij begon met een overweldigende openbaring van de macht en wijsheid van God en keerde zich daarvan af. God had Zichzelf al vanaf de schepping geopenbaard, zodat mensen die het Evangelie nooit gehoord hebben nog steeds geen excuus hebben. “Want van de schepping van de wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit Zijn werken met inzicht doorzien –, opdat zij niet te verontschuldigen zijn, omdat zij, hoewel zij God kennen, Hem als God niet verheerlijkt of gedankt hebben, maar in hun overleggingen zijn zij tot dwaasheid vervallen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.” (Rom.1:20-21) Er zijn twee zaken waardoor de mens kan weten dat er een God bestaat: ten eerste het geweten en tweede de schepping (Rom.1:19). Zo begint Psalm 19:2 met de woorden: “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen.” IJdel denken en dwaas redeneren brachten mensen van de waarheid af naar de leugen. We zien hoe onverschilligheid leidt tot ondankbaarheid, met als gevolg onwetendheid. Mensen buigen tegenwoordig voor de Griekse en Romeinse filosofen en vereren hun woorden boven het Woord van God; maar Paulus noemt al deze filosofieën fantasieën en tijden van onwetendheid (Hand.17:29-30). De volgende stap was afgoderij, het eren van het schepsel (inclusief de mens) in plaats van de Schepper. Ze hebben de waarheid van God verdraaid, omdat mensen Gods waarheid hebben vervangen door de leugens van Satan! Wat is de leugen van Satan? Het aanbidden van schepselen in plaats van de Schepper; het aanbidden van mensen in plaats van God; het aanbidden van dingen in plaats van Christus. Merk op dat de heidenen de waarheid hebben “vervangen” voor een leugen. “Bewerende wijzen te zijn, zijn zij dwaas geworden.” (Rom.1:22)

De rijke dwaas – Lukas 12:13-21

“God echter zei tot hem: Dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen, en wat u hebt bereid, voor wie zal het zijn?” (Luk.12:20)

Een van de misvattingen van onze tijd is de mening “dat geld gelukkig maakt.” Maar, heeft iemand eens gezegd: “Je kunt met geld veel dingen kopen, maar je moet ervoor zorgen dat je de dingen die je niet met geld kunt kopen niet verliest! Het zicht op geestelijke zaken was bij de rijke dwaas niet (meer) aanwezig, integendeel hij besteedde zijn tijd aan niets anders dan hoe hij zijn bezit nog kon vergroten. “Wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd, noch wie rijkdom liefheeft van inkomsten.” (Pred.5:9) De gelijkenis van de zaaier spreekt van “het bedrieglijke van de rijkdom” dat het woord verstikt waardoor het onvruchtbaar wordt. (Mark.4:19) “Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” (Mat.6:21) Rijkdom kan een venster zijn waardoor we God kunnen zien (1Tim.6:17) of een spiegel waarin we alleen onszelf zien. Het kan ons gul of egoïstisch maken, afhankelijk van wat er in ons hart leeft. Rijke mensen zijn geneigd tot hebzucht, en arme mensen zijn geneigd tot piekeren. Wanneer we materiële zaken boven het leven stellen, houden we op te leven vanuit geloof en vertrouwen op God. De hele natuur vertrouwt erop dat God in haar behoeften voorziet, en dat zouden wij ook moeten doen. Maar de rijke man vertrouwde alleen op zichzelf en zijn rijkdom maar vergat dat zijn leven daartoe niet behoorde. In de nacht waarin hij zou sterven maakte hij nog plannen voor de toekomst, maar wist niet dat God daar anders over dacht. “God echter zei tot hem: Dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen, en wat u hebt bereid, voor wie zal het zijn?” (Luk.12:20)

Over de opstanding – Kor.15-16

“Dwaas! Wat u zaait, wordt niet levend, tenzij het sterft; en wat u zaait, niet het lichaam dat zal worden zaait u, maar slechts een korrel, hetzij van tarwe of van een van de andere granen.” (1Kor.15:36-37)

De historische en theologische waarheid van Jezus’ opstanding staat al eeuwenlang ter discussie. Waar het in het christendom (volgens onder meer de Apostolische Geloofsbelijdenis) het centrale dogma van verlossing is, wijzen critici en theologen op het gebrek aan onomstotelijk historisch bewijs en alternatieve interpretaties. Wetenschappers en sceptici stellen dat een letterlijke, fysieke terugkeer uit de dood indruist tegen alle natuurwetten. Zelfs als het graf leeg was, is dit volgens critici geen waterdicht bewijs voor een werkelijke opstanding. Binnen de moderne theologie wordt het begrip soms niet als een letterlijke gebeurtenis gezien, maar als een metafoor voor hoop en gerechtigheid. Het symboliseert de kracht van Gods liefde die sterker is dan de dood. Maar de opstanding van de Here Jezus wordt ons in de Schrift echter gepresenteerd als een historische gebeurtenis.

“Want ik heb u in de eerste plaats overgegeven wat ik ook ontvangen heb: dat Christus voor onze zonden gestorven is, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij op de derde dag is opgewekt, naar de Schriften; en dat Hij aan Kefas is verschenen, daarna aan de twaalf. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten tot nu toe in leven, maar sommigen ontslapen zijn. Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het allerlaatst is Hij ook aan mij, als aan een misgeboorte, verschenen.” (1Kor.15:3-8) Het niet aanvaarden van het Bijbelse getuigenis van de opstanding staat gelijk aan de verwerping van het goddelijk gezag van Gods Woord! “Zie, het woord des Heren hebben zij verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben?” (Jer.8:9) Het gaat in de Evangeliën om de lichamelijke opstanding van Jezus. Wie de historische betrouwbaarheid ter discussie stelt, houdt van de Bijbel en het Evangelie van Jezus Christus niets over en behoort tot de dwazen die de Schrift verdraaien tot hun eigen verderf (2Petr.3:16).

Vijf dwaze maagden

“Dan zal het koninkrijk der hemelen gelijk zijn geworden aan tien maagden die hun lampen namen en uitgingen de bruidegom tegemoet. Vijf van hen nu waren dwaas en vijf wijs. Want de dwaze namen hun lampen, maar namen geen olie met zich mee; de wijze echter namen olie in hun kruiken, met hun lampen.” (Mat.25:1-4)

De belangrijkste les van Christus in deze gelijkenis is: blijf waakzaam en wees paraat! Wanneer de Heer Jezus terugkeert, zullen we verbaasd zijn als we ontdekken dat sommigen die we voor ware christenen hielden, helemaal niet paraat zijn. Het is bijna 2000 jaar geleden dat Christus beloofde terug te keren, en in die tijd is de kerk in een soort slaaptoestand geraakt. In de 19e. eeuw zijn christenen ontwaakt en hebben de grote waarheid van Christus’ wederkomst herontdekt; de roep is uitgegaan: “Zie, de Bruidegom! Gaat uit hem tegemoet.” (Mat. 25:6) Hoewel de volledige openbaring van de Gemeente en Christus als de Bruidegom pas later plaatsvond, wisten de discipelen wel dat Christus’ relatie tot de zijnen die van een bruidegom was (Mat.9:15; Joh.3:29). In Mattheüs 25:1 zien we een scheiding van anderen (ze waren maagden); verlichting of getuigenis (ze hadden lampen, (Fil.2:15-16) en verwachting, toen ze op weg gingen om de Bruidegom te ontmoeten. Is dit niet een beeld van wat de Gemeente vandaag de dag zou moeten doen? Binnen de groep waren er echter ook mensen die niet voorbereid waren, net zoals in het christendom vandaag de dag. Natuurlijk behoren alle ware christenen tot de ware Gemeente en zijn ze klaar voor de hemel. Maar in de zogenaamde kerk, zoals wij die zien, zijn er velen die christen lijken te zijn, maar nooit wedergeboren zijn. Zoals in Mattheüs 13:24-30 beschreven is: onkruid tussen de tarwe. Tekenen van de nadering van Jezus’ komst werden door de dwaze maagden niet opgemerkt, ook al waren ze wakker geworden en opgestaan (25:7), maar de olie, die een beeld is van de Heilige Geest, ontbrak! Daarmee wordt duidelijk dat de dwaze maagden niet wederom geboren waren en het koninkrijk niet konden binnengaan (Joh.3:5). De tekenen der tijden (Mat.16:3) die talrijk zijn, worden door de “dwaze maagden” niet opgemerkt. Maar veel erger is dat ze geen toegang kregen tot de bruiloft, en zelfs op hun roepen om toegang, het antwoord kregen: ik ken u niet!

Tenslotte

“Toen zag ik dat de wijsheid voorkeur heeft boven de dwaasheid, evenals het licht voorkeur heeft boven de duisternis.” (Pred.2:13 HSV)

Dat was de conclusie die Salomo trok na zijn onderzoek; hij verkoos de wijsheid boven de dwaasheid. Laten we hem daarin maar volgen en proberen te groeien in wijsheid zoals we lezen van de Heer Jezus (Luk.2:40). Petrus moedigt ons eveneens aan te groeien in wijsheid en wijst ons op Christus: “Maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus” (2Petr.3:18), want in Christus, zijn al de schatten van de wijsheid en kennis verborgen (Kol.2:3).

______________________________________________________________________________