Oude Testament – Geloven in Crisistijden – Henoch – Genesis 5

19 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Genesis

‘Geloven in crisistijden’

Henoch

Genesis 5:18-24 – Heb.11:5-6

 

 

‘Door het geloof werd Henoch weggenomen opdat hij de dood niet zag, en hij werd niet gevonden, omdat God hem had weggenomen, want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis verkregen dat hij God behaagd had’ (Hebreeën 11:5)

   Inleiding

Henoch werd omringd door een wereld die geen rekening hield met God en schijnbaar aan niets gebrek had, behalve aan God! (Mat.24:38). Dat mogen we niet vergeten. Henoch werd voortdurend verzocht om te geloven dat de wereld waarin hij leefde, en het doen en laten van de mensen die er leefden, normaal was. Een komend oordeel! Hoe kom je daarbij? Zonde, wat is dat? Een vergelijking met onze tijd lijkt gerechtvaardigd.

Maar Henoch wandelde door geloof en werd niet beïnvloed door wat hij om zich heen zag. Hij wandelde met God en dat weerhield hem ervan om ‘besmet’ te worden door de invloeden van de wereld waarin hij leefde. ‘Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren’ (Jak.1:27). Gedurende driehonderd jaar wandelde Henoch met God, van zijn vijfenzestigste jaar tot op het moment dat hij werd weggenomen! Wat een voorbeeld voor velen die geneigd zijn het vroegtijdig te willen opgeven.

Wat waren de geestelijke bronnen die Henoch bezat om stand te houden ‘in crisistijden’?

Hij geloofde God (Heb.11:6)

Uit Genesis 5:21-22 kunnen we opmaken dat Henoch de eerste vijfenzestig jaar van zijn leven niet met God wandelde. Nieuw leven in een gezin roept verantwoordelijkheden naar boven die voordien niet gekend werden, en misschien kunnen we daaruit de verandering, na de geboorte van Metuselach, opmaken. Hebreeën 11:6, dat in verband staat met vers 5, geeft op zijn minst aan dat Henoch God zocht en zich afvroeg hoe hij Hem zou kunnen behagen. Henoch moest, zoals iedere gelovige, geloven dat God bestaat en dat Hij een beloner is van hen die Hem zoeken, want zonder geloof is het niet mogelijk Hem te behagen. Het is natuurlijk maar speculatie, maar het kan zijn dat Henoch een waarschuwing van God heeft ontvangen over het komende oordeel, zoals ook Noach een godsspraak ontvangen had. Het was misschien wel deze openbaring die hem deed veranderen van een ongelovige in een gelovige, omdat hij God geloofde. Hij nam Gods Woord voor waarheid aan en vanaf toen begon hij zijn tijdgenoten te waarschuwen voor het komende oordeel (Jud.:14-15).

Hij wandelde met God (Gen.5:22, 24)

Geestelijke geboorte dient te leiden tot geestelijk groei en volwassenheid. Noach wandelde met God evenals ook Abraham, Isaak en Jakob dat na hem deden. Wandelen met God betekent rekening houden met God en zijn Woord! Toen Jacob (hier Israël geheten) Jozef zegende, zei hij: ‘God, voor wiens aangezicht mijn vaderen Abraham en Isaak gewandeld hebben; God, die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag’ (Gen.48:15). ‘Wandelen voor Gods aangezicht’ heeft te maken met ons diepste innerlijk, zoals ook Salomo zegt: ‘Indien uw zonen op hun weg acht geven en in trouw, met hun gehele hart en met hun gehele ziel, voor mijn aangezicht wandelen, dan zal het u niet ontbreken aan een man op de troon van Israël’ (2Kon.2:4). Ook wij worden in het Nieuwe Testament aangespoord om ‘eerbaar te wandelen’ (Rom.13:13), ‘te wandelen door de Geest’ (Gal.5:16), ‘te wandelen in liefde’ (Ef.5:2), en ‘te wandelen in het licht’ (1Joh.1:7).

Onze wandel met God begint met een stap in geloof te zetten en de Heer Jezus als Redder aan te nemen. Als u en ik met God willen wandelen dienen we tijd vrij te maken voor gemeenschap, gebed en het lezen van Gods Woord. Tenzij we wachten op God en Hem aanbidden, zullen we nooit in staat zijn succesvol met Hem te wandelen. Maleachi 2:6 geeft ons een perfecte beschrijving van wat het betekent voor een gelovige om te wandelen met God: ‘Betrouwbaar onderricht in de wet was in zijn mond en ongerechtigheid werd op zijn lippen niet gevonden. In vrede en in oprechtheid wandelde hij met Mij en velen bracht hij van ongerechtigheid terug’.

Hij behaagde God (Heb.11:5)

We hebben drie mogelijke keuzes: we kunnen onszelf behagen, we kunnen mensen behagen of we kunnen God behagen. Als we onszelf behagen dan voldoen we zeker niet aan de christelijke norm (vgl. Rom.15:1-3). Als we proberen om mensen te behagen zullen we enorm tekortschieten (Gal.1:10). Dus blijft er maar één goede keuze over en die is om God te behagen zoals de Heer Jezus dat deed. Hij kon zeggen: ‘Ik doe altijd wat Hem behaagt’ (Joh.8:29).

Hebreeën 11:6 geeft aan dat de eerste stap om God te behagen het naar Hem zoeken is. Dat wil niet zeggen dat God ‘verborgen’ of ‘moeilijk te vinden’ is. Het betekent daar eerder dat we moeten zoeken hoe we God kunnen behagen. Maar dan een zoeken in de zin van Ps.42:1-3: ‘Gelijk een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God’. Dat dient de houding te zijn van de gelovige die naar God zoekt om Hem te behagen. Gods antwoord voor die gelovige vinden we in Jeremia 29:12-13: ‘Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart’. God zoekt onze gemeenschap en geniet ervan. ‘Hij heeft mij gebracht naar het wijnhuis en zijn banier over mij was de liefde’ (Hoogl.2:4). Is de eerste stap God te behagen, de tweede is het genieten van de gemeenschap met Hem. De derde stap is het gelijkvormig worden aan het beeld van zijn Zoon (Rom.8:29). De Vader werd verheerlijkt door de Zoon (Mat.3:17), en God zal verblijd zijn als wij worden zoals Hij (2Kor.3:18). Het is de gemeenschap met Hem die ons doet veranderen.

Hij ging naar God (Hebr.11:5)

‘En hij stierf’, zo luidt het getuigenis over de ‘oudvaders’ in Genesis 5, behalve over Henoch. Van hem staat geschreven ‘en hij was niet meer, want God had hem opgenomen’[1]. Henoch was bereid om God te ontmoeten (vgl. Amos 4:12). Omdat hij driehonderd jaar met God had gewandeld betekende dat voor hem geen al te grote overgang, want hij had gedurende al die tijd ‘de dingen gezocht die boven waren, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God’ (Kol.3:1). God was voor Henoch geen ‘grote onbekende’. Neen, daar zou hij geen vreemde God tegenkomen, het was zijn Vader en zijn God, om het maar eens met een frase uit een oud lied te zeggen.

Besluit

Henoch’s voorbeeld is een bemoediging om vol te houden in moeilijke tijden. Als wij met God wandelen hoeven we de wereld rondom ons niet te vrezen. Te leven in een wereld van verval en doelloosheid, doet de ware gelovige verlangen naar de hemel die voor hem ligt (Rom.8:23). Als wij, net zoals Henoch, geloven in God, wandelen met God, en God willen behagen, dan zullen we eens in zijn heerlijkheid worden opgenomen om eeuwig bij Hem te zijn (Joh.17:24).

‘Geloven in crisistijden’ is mogelijk want ‘al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof’ (1Joh.5:4).

[1] Veel uitleggers zien in Henoch dan ook een type van de opname van de gemeente, en in Noach een beeld van het gelovig overblijfsel van Israël, die door de Grote Verdrukking gaat (de zondvloed) en behouden wordt.

______________________________________________________________________________________________________________________________