De uitspraak dat de “het lichaam of werkelijkheid van Christus is ” is een christelijke theologische stelling, gebaseerd op passages in de brief aan de Kolossenzen 2:18, die stelt dat de werkelijkheid het volledig vervulde beeld is, en dat de symbolen en wetten in het Oude Testament slechts schaduwen waren van Christus. De stelling impliceert dat Christus het ultieme doel en de ultieme realiteit is, en dat Hij de weg is naar de vervulling van Gods plannen.
Inleiding
Mogelijk is de brief aan de Hebreeën geschreven door de apostel Paulus (verg. 2Petr.3:15vv.), en dan in het jaar 62/63 tijdens zijn eerste gevangenschap in Rome (13:23v.; Hand.28:30), waarschijnlijk aan Joodse christenen in Palestina, die zeer vertrouwd waren met het Oude Testament én het Evangelie, maar nog vasthielden aan de Joodse wet en eredienst en aan het nationale karakter van de Joodse godsdienst geconcentreerd in Jeruzalem. We lezen in het boek Handelingen van deze mensen tijdens Paulus’ bezoek aan Jeruzalem in zijn gesprek met Jakobus en alle oudsten. Als reactie op Paulus’ verslag verheerlijkten zij God en zij zeiden tot hem: “U ziet, broeder, hoeveel tienduizenden er onder de Joden zijn die geloven, en allen zijn zij ijveraars voor de wet.” (Hand.21:20) De val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel had nog niet plaatsgevonden en lag vlak voor de deur (verg. Heb.13:13v.). Zij moesten daarom leren deze uiterlijke, nationale godsdienst op te geven en in te zien dat zij niet moesten vasthouden aan wat slechts een voorafschaduwing was van de werkelijkheid, aan Hem die de volmaakte vervulling van de oudtestamentische offerdienst was.
God heeft gesproken
“Nadat God vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in de Zoon.” (Heb.1:1)
Door te zeggen ‘vroeger deelt de auteur de geschiedenis in twee delen, vóór en ná Christus, de tijd vóór Christus noemt hij ‘vroeger.’ In die tijd vóór Christus maakte God gebruik van profeten om tot de vaderen te spreken. De ‘vaderen’ wil zeggen de voorvaderen van de Joden en daaruit kunnen we opmaken dat deze brief dan ook aan Joden is gericht. Dat ‘spreken’ deden de profeten door hun geschriften, visioenen (Jes.6), Jakobs droom (Gen.28:10-22) en persoonlijk tot bv. Abraham en Mozes. Maar het ‘spreken’ gebeurde ook door objectlessen zoals bij Jeremia (Jer.13) en Hosea (Hos.1-3). Door een wolk- en vuurkolom gaf God de richting aan die het volk moest gaan (Ex.13:24), en bij het maken van een beslissing ‘sprak’ God door de Urim en Tummim (Ex.28:15-30). De laatste vermelding van het lot vinden we in Handelingen 1:26. Het gebruik van het ‘lot’ werd vervangen door de leiding van de Heilige Geest en Gods Woord. Maar Gods spreken beperkt zich niet tot de hier genoemde middelen, ook door de natuur ‘spreekt’ God als het ware tot de mensen (Ps.19:1vv; Rom.1:20). We kunnen het geschreven woord van de profeten vertrouwen, want het waren heilige mensen van Godswege, die door de Heilige Geest gedreven, gesproken hebben (2Petr.1:21).
Het laatst van de dagen
Het “laatst van de dagen” verwijst naar het Messiaans rijk dat de joden verwachtende waren (Joh.4:25; Luk.2:25, 38, 23:51). Laten we niet vergeten dat de eschatologie boodschap zoals wij die nu kennen, nog niet bekend was, dat wachtte nog op het openbaar maken van verborgenheden die de apostel Paulus bekend zou maken (Kol.1:25-27; Ef.3:5, 8-9). Hun verwachting bestond daarin dat de Messias zou verschijnen en Gods wegen tot voleinding zouden worden gebracht (Gen.49:1; Num.24:14; Deut.4:30; 31:29; Jes.2:2; Jer.23:20; 30:24; 48:47; 49:39; Ez.38:16; Dan.10:14: Hos.3:5; Micha 4:1). Vergelijk ook “laatst der jaren” in Ez.39:8, of kortweg “het laatst; de eindtijd in Jesaja 46:10. Paulus spreekt van ons, gelovigen van het Nieuwe Testament “op wie de einden van de eeuwen zijn gekomen.” (1Kor.10:11; Jak.5:3)
Gesproken in Zoon
We geloven in één God, maar onderscheiden drie Personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. We mogen ze wel onderscheiden, maar niet scheiden! (1Tim.2:5; Rom.3:29,30; 10:12). Onze tekst zegt: “God heeft tot ons gesproken in de Zoon.” God sprak niet in de Zoon zoals Hij eerder gesproken had in of door de profeten, nee, de Zoon die sprak is God! De drie-enige God spreekt, maar Die we horen spreken is de Zoon, één van de drie Personen. God heeft gesproken in Zoon. Een en ander is wellicht moeilijk te begrijpen, maar andere gedeelten uit Gods woord geven meer duidelijkheid. Zo zegt de Heer Jezus tot Filippus: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” (Joh.14:9; 12:45) Zo zegt de apostel Paulus: “En alles is uit God, Die ons met Zichzelf heeft verzoend door Christus en ons de bediening van de verzoening heeft gegeven, namelijk dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend was.” (2Kor.5:18-19; Joh.1:14; 1Tim.3:16) God spreekt in Christus tot ons, gelovigen van het Nieuwe Testament, luistert u? “Kijkt u uit dat u Hem Die spreekt, niet afwijst.“ (Heb.12:25)
Christus, Erfgenaam en Schepper
“Die Hij gesteld heeft tot Erfgenaam van alle dingen, door Wie Hij ook de werelden gemaakt heeft.”
De zin “God heeft alles aan de Zoon beloofd als een erfenis” (letterlijk “erfgenaam van alle dingen”) verwijst naar Jezus als een erfgenaam die zijn positie als heerser van het nieuwe koninkrijk zal innemen. Christus als erfgenaam aanduiden, geeft hem de hoogste eer en positie. Deze passage verwijst naar de koninklijke Zoon uit Psalm 2:8. In psalm 2 vraagt de Zoon God om de volken als erfenis aan Hem te geven. Hier ontvangt Christus niet alleen de volken, maar de hele schepping. Hoewel God de wereld beheerst, laat Hij Satan zijn werk doen. Satan, die de heerser van deze wereld wordt genoemd (Joh.12:31; 2Kor.4:4; Ef.2:2), zal zijn kwaad voortzetten tot de laatste dag, wanneer Christus hem in de poel van vuur zal werpen (Op.20:10).
Jezus werkte samen met God om de wereld te scheppen: door de Zoon schiep Hij het universum en alles wat erin is (zie ook Joh.1:2; Kol.1:15-16). Alle dingen zijn uit de Vader (1Kor.8:6), door de Zoon, in de kracht van de Heilige Geest (Gen.1:2; Ps.104:30). Vroege Joodse christenen interpreteerden de rol van wijsheid in Spreuken 8:22-31 als een verwijzing naar Jezus’ werk. Jezus was actief vanaf het begin van de tijden aan de schepping van de werelden, en Hij zal aan het einde van de tijden optreden als erfgenaam (zie Ps.2:8; Rom.8:17; Gal.4:7). Uiteindelijk zal de wereld worden hersteld. Jezus zal alle werken van het kwaad vernietigen en regeren over de wereld die Hij geschapen heeft. Bij ‘de werelden’ moeten we denken aan sterren en engelenwereld waarvan Christus ook de schepper is geweest (Kol.1:16; Job 38:7). “Hij is zoveel meer geworden dan de engelen.” (vs.4)
Christus’ heerlijkheid
“Deze, Die de uitstraling is van Zijn heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen en Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, is, nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge.” (Heb.1:1-3)
(1) “Deze is de uitstraling van zijn heerlijkheid.” De Heer Jezus is het “beeld van de onzichtbare God.” (Kol.1:15) God is liefde en licht’ (1Joh.4:9, 16; 1:5) en in de Heer Jezus wordt dit zichtbaar: Liefde zie Joh.1:4-9; 3:16; Licht zie Joh.8:12, 12:35; 2Kor.4:4,6).
(2) “Deze is de afdruk van zijn wezen.” “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” (Joh.14:9) ‘Christus is God’ “Want het behaagde de hele Volheid in Hem te wonen.” (Kol.1:19; 2:9) “Die in de gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn.” (Fil.2:6) “Christus, Die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid.” (Rom.9:5)
(3) “Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht.” Christus is niet alleen de Schepper, maar Hij is ook de Onderhouder van die schepping. “De levende God, Die een Onderhouder is van alle mensen, het meest van de gelovigen.” (1Tim.4:10; Hand.14:16) “Alle dingen bestaan samen in Hem” (Kol.1:17), alles wordt door Hem samengehouden.
(4) “Die door Zichzelf de reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht.” (2Kor.5:21) Het gaat hier om de zonden in het algemeen gesproken. De schepping en onderhouding geschieden door zijn woord, maar voor het werk van de reiniging moest Hij mens worden en door de dood heen gaan. Door ‘Zichzelf’: “God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend” (2Kor.5:19)
(5) “Die is zitten aan Gods rechterhand.” “Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan Gods rechterhand.” (Heb.2:11; Hand.7:56) “Aldus luidt het woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten.” (Ps.110:1; Mat.26:64) “Ik zeg u evenwel: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan [de] rechterhand van de kracht en zien komen op de wolken van de hemel.” (Mat.26:64)
Tenslotte
“De werkelijkheid is Christus” zo zijn we dit artikel begonnen en voor hen die verder kennis gaan nemen van de brief aan de Hebreeën, wat ik van harte hoop, zullen dat bevestigd zien in wat er verder behandeld wordt. Zo is Christus meer dan de profeten, engelen, Mozes en Aäron. “Want niet aan engelen heeft Hij onderworpen het toekomstige aardrijk waarover wij spreken, maar iemand heeft ergens betuigd en gezegd: ‘Wat is de mens dat U hem gedenkt, of de mensenzoon dat U acht op hem geeft? U hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond en hem gesteld over de werken van Uw handen; alles hebt U onder zijn voeten onderworpen’. Want door Hem alles te onderwerpen heeft Hij niets overgelaten dat Hem niet onderworpen zou zijn. Maar nu zien wij nog niet alles aan Hem onderworpen; maar wij zien Jezus, Die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond.” (Heb.2:5-9)