Diverse Onderwerpen – Romeinen 13:1-7 – Verhouding Overheid en Kerk

15 oktober, 2025

Rubrieken: Diverse Onderwerpen

Bijbelboeken: Romeinen

Diverse Onderwerpen

Romeinen 13:1-7

Verhouding Overheid en Kerk

 

 

“1 Elke ziel zij aan de over haar gestelde overheden onderdanig; want er is geen overheid dan door God, en die er zijn, zijn door God ingesteld. 2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, weerstaat de instelling van God; en zij die weerstaan, zullen oordeel voor zichzelf ontvangen. 3 Want de overheidspersonen zijn niet voor het goede, maar voor het kwade werk te vrezen. Wilt u nu de overheid niet vrezen, doe het goede, en u zult lof van haar hebben, 4 want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar als u het kwade doet, vrees dan; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade bedrijft. 5 Daarom is het nodig onderdanig te zijn, niet alleen om de straf, maar ook om het geweten. 6 Want daarom betaalt u ook belasting; immers, zij zijn dienaars van God, juist daarin voortdurend werkzaam. 7 Geeft aan allen wat hun toekomt: belasting, aan wie belasting; tol, aan wie tol; vrees, aan wie vrees; eer, aan wie eer toekomt.”

Voorwoord

Er zijn drie zaken die door God zijn ingesteld, dat is (1) het huwelijk of gezin (Gen.2:18-25); (2) de Kerk (Hand.2); (3) en de overheid (Gen.9:1-17), instellingen waar christenen zich aan hebben te houden. En over het laatste, de verhouding van de christen ten opzichte van de overheid, gaat dit artikel. De apostel Paulus roept in zijn brief de gelovigen in Rome op, en daarmee ook aan alle christenen, zich te onderwerpen aan de overheden die over hen gesteld zijn. Dat heeft vanaf het begin van het Christendom spanningen opgeleverd, vooral in de eerste eeuwen. In die tijd vonden er regelmatig vervolgingen plaats omdat christenen weigerden om aan de keizer te offeren. In 313 kwam daar verandering in toen Constantijn de Grote zich tot het Christendom bekeerde en de Overheid met de Kerk een verbond met elkaar aangingen; bekend als het caesaropapisme. Vanaf die tijd begon de “kerstening” van Europa, vooral toen de Frankische koning Clovis zich in 500 liet dopen. Voor alle duidelijkheid: kerstening betekent het proces waarbij een niet-christelijk volk of gebied wordt bekeerd tot het christendom, vaak in een historische context en soms met behulp van geweld of straffen. Een ‘hoogtepunt’ of beter gezegd een “dieptepunt” in de kerstening van Europa vond plaats onder keizer Karel de Grote. In de vele pogingen die hij had ondernomen om de Saksen te kerstenen (lees: onderwerpen) heeft hij in 782 in Verden (Duitsland) zo’n 4.500 onschuldige Saksen door onthoofding om het leven gebracht. Daarom wordt hij ook wel de “Sachsenslachter” genoemd. Aan de kerstening is pas in 1789 een einde gekomen door de Franse revolutie. Eén van de gevolgen van die revolutie is het tot stand komen van de scheiding tussen Kerk en Staat. We spreken van het Concordaat van 15 juli 1801 dat werd afgesloten tussen paus Pius VII en Napoleon Bonaparte, in zijn hoedanigheid van eerste consul van de Franse Republiek.

Inleiding

Al in de vroege geschiedenis en in het prille beging van het ontstaan van het volk Israël lezen we van moeilijkheden met betrekking tot het uitvoeren van orders van de Egyptische overheid. Dat kwam toen de Egyptische Farao de joodse vroedvrouwen beval kinderen, die als jongetje ter wereld kwamen te doden. Maar wat gebeurde? “De vroedvrouwen echter vreesden God en deden niet wat de koning van Egypte haar gezegd had, maar lieten de jongens in leven.” (Ex.1:17) We zien daar al een eerste geval van, wat we nu zouden noemen “burgerlijke ongehoorzaamheid.” Een ander voorbeeld is, toen koning Darius de Meder gevraagd werd door rijksbestuurders het volgende gebod uit te vaardigen. “Daarop drongen die rijksbestuurders en stadhouders onstuimig bij de koning aan en zeiden tot hem: O koning Darius, leef in eeuwigheid! Alle rijksbestuurders van het koninkrijk, oversten, stadhouders, raadsheren en landvoogden hebben zich beraden, dat een koninklijk besluit behoort te worden uitgevaardigd en een verbod vastgesteld, dat ieder die binnen dertig dagen een verzoek richt tot enige god of mens behalve tot u, o koning, in de leeuwenkuil zal worden geworpen.” (Dan.6:7-8) Dat gebod wilde Daniël niet opvolgen, omdat hij trouw aan God wilde blijven, het gevolg was dat hij veroordeeld werd en in de leeuwenkuil werd geworpen.  (Zie Dan.6:11-19).

Drie modellen

In het algemeen kunnen we drie modellen onderscheiden in de beoordeling van de mensen:

1e. Sommige christenen geloven dat de staat zo corrupt is dat christenen er zo min mogelijk mee te maken zouden moeten hebben. Hoewel ze goede burgers zouden moeten zijn zolang ze dat kunnen zonder hun geloof in gevaar te brengen, zouden ze niet voor de overheid moeten werken, niet mogen stemmen bij verkiezingen of in het leger moeten dienen.

2e. Anderen geloven dat God de staat op bepaalde gebieden gezag heeft gegeven en de kerk op andere (de zgn. tweestatenleer). Christenen kunnen loyaal zijn aan beide en voor beide werken. Ze moeten de twee echter niet verwarren. In deze visie houden kerk en staat zich bezig met twee totaal verschillende sferen – de spirituele en de fysieke – en vullen elkaar dus aan, maar werken niet samen.

3e. Weer anderen geloven dat christenen de verantwoordelijkheid hebben om de staat te verbeteren. Ze kunnen dit politiek doen, door christenen of andere leiders met hoge principes te kiezen. Ze kunnen dit ook moreel doen, door een positieve invloed uit te oefenen op de samenleving. In deze visie werken kerk en staat idealiter samen ten goede van iedereen.

Geen van deze opvattingen pleit voor rebellie tegen of het weigeren van gehoorzaamheid aan wetten of regels, tenzij die wetten duidelijk vereisen dat iemand de morele normen die God heeft geopenbaard, schendt. Waar we ons ook bevinden, we moeten verantwoordelijke burgers zijn, en ook verantwoordelijke christenen.

Calvijn en de overheid

De theoloog Calvijn die in de 16e. eeuw leefde geloofde dat de betekenis van de burgerlijke overheid niet alleen gelegen is in het feit dat de mensen kunnen samenleven, maar dat de overheid ook als doel heeft “om te voorkomen dat er afgodendienst, heiligschennis jegens de naam van God, lasteringen tegen Zijn waarheid en andere openlijke aanstoot van de religie zullen ontstaan en onder het volk verbreid zullen worden”. In onze multiculturele maatschappij is dit echt niet meer mogelijk, los van de vraag of de overheid daarvoor wel geroepen is, wat ik ernstig betwijfel. “Schoenmaker, blijf bij je leest” betekent dat je je moet houden aan je eigen vakgebied en je niet moet bemoeien met zaken waar je geen verstand van hebt.

Rechtmatige ongehoorzaamheid

 Zoals we hebben gezien kunnen er zich situaties voordoen waarin ongehoorzaamheid geboden is, d.w.z. wanneer de overheid iets vraagt dat een gelovige onderdaan niet kan doen uit gehoorzaamheid aan God. Gehoorzaamheid aan God gaat boven gehoorzaamheid aan mensen. Enkele voorbeelden (1) Het werd Petrus en Johannes door de godsdienstige overheid verboden de naam van Jezus te verkondigen. Zij weigerden te gehoorzamen. “Petrus en Johannes echter antwoordden en zeiden tot hen: Of het recht is voor God naar u meer te horen dan naar God, moet u beoordelen; want ons is het onmogelijk niet te spreken over wat wij hebben gezien en gehoord.” (Hand.4:19-20).  (2) De apostelen hielden zich niet aan dat verbod “en met grote kracht gaven de apostelen getuigenis van de opstanding van de Heer Jezus.” Dat had tot gevolg dat ze in de gevangenis terecht kwamen (Hand.5:18) waaruit ze op wonderlijke wijze werden bevrijd en verder gingen met de verkondiging (Hand.5:17-25). Ze werden opgepakt en voor de hogepriester geplaatst. “En de hogepriester ondervroeg hen en zei: Wij hebben U ernstig bevolen niet te leren in deze naam, en zie, u hebt Jeruzalem met uw leer vervuld en wilt over ons het bloed van deze mens brengen. Petrus en de apostelen echter antwoordden en zeiden: “Men moet God meer gehoorzamen dan mensen.” (Hand.5:27-29)

Wat zegt de Europese wet?

Algemeen: De Europese wet prevaleert boven de Bijbel in de rechtsorde van de Europese Unie (EU). De EU-wetgeving heeft voorrang op nationale wetgeving, en de Bijbel is een religieus geschrift dat niet direct juridische status heeft binnen het EU-rechtssysteem. Wel zijn sommige wetten en ethische principes uit de Bijbel, zoals het verbod op moord, diefstal en liegen, opgenomen in seculiere wetten en hebben ze bijgedragen aan de ontwikkeling van de westerse rechtsgeschiedenis.

Europese wet: Volgens het EU-recht hebben EU-wetten voorrang op de nationale wetgeving van de lidstaten. Dit is bedoeld om te zorgen voor een uniforme toepassing van het EU-recht in alle landen die lid zijn van de unie.

Bijbel: De Bijbel is een religieus boek. De inhoud ervan, zoals de Tien Geboden, kan weliswaar ethische en morele richtlijnen bevatten die de basis vormen voor wetten in veel landen, maar de Bijbel zelf is geen juridisch document dat in de Europese rechtspraak geldt.

Verhouding: In de praktijk betekent dit dat als er een conflict zou zijn tussen een Europese wet en een religieuze tekst, de Europese wet prevaleert.

Kerken verbonden met de Overheid

“Wiens brood men eet, wiens woord men preekt” is een bekend gezegde, maar er schuilt veel waarheid in. Als u kennis hebt genomen van de hierboven vermelde Europese wet, dan begrijpt u dat een botsing tussen christen en overheid niet denkbeeldig is, zelfs onvermijdelijk is of wordt! Dan zal het vaak niet zozeer gaan om maatschappelijk verplichtingen, zoals bijvoorbeeld belastingen betalen, maar meer zaken op moreel vlak in de maatschappij. De visie van de kerk ten opzichte van de staat kan enorm verschillen, bijvoorbeeld op het vlak van huwelijk en gezin of de genderproblematiek. Vooral de laatste decennia heeft er een grote normverandering plaatsgevonden. In onze seculiere maatschappij zijn de Bijbelse of Christelijk normen vervangen door normen die de mens zichzelf gesteld heeft. Sinds de verlichting heeft de hedendaagse mens geen “stem van Boven” meer nodig. De normen die de Staat hanteert staan dan in veel gevallen diametraal op die van de Kerk c.q. de Bijbel. Een seculiere staat is een staat die religieus neutraal is en een strikte scheiding tussen kerk en staat hanteert. Dit betekent dat de staat geen enkele religie steunt of tegenwerkt, burgers vrij zijn in hun geloof, en religie geen invloed mag uitoefenen op de politieke besluitvorming. Een seculiere staat is niet noodzakelijk ongodsdienstig, maar beschouwt religie als een privéaangelegenheid. Een volgende stap kan het Laïcisme zijn. Dat Is een striktere vorm van secularisme die religie niet alleen uit de staat wil weren, maar ook uit het publieke domein. In een laïcistische staat worden religieuze uitingen aan openbare gebouwen of in scholen bijvoorbeeld verboden, omdat religie als een zuiver private aangelegenheid wordt gezien.

Tenslotte

Het zal voor de gelovige christen in de nabije toekomst steeds moeilijker worden om de overheid te gehoorzamen, vooral als het zaken betreft die haaks staan op de geloofsleer zoals die in de Bijbel vervat is. Je mag wel denken wat je wilt, maar dat uiten in het openbaar kan moeilijkheden op leveren. (Denk aan de Europese wet!) Vooral hen die in een of andere bediening staan, zoals de bedienaars van de eredienst. Zij staan in dienst van de overheid en daarvan ook financieel afhankelijk en kunnen vandaag of morgen voor de keuze gesteld worden. Hoe je het ook wendt of keert, ze kunnen door de overheid aangesproken worden om zich te onderwerpen aan de nationale en Europese wetgeving. Hetzelfde geldt voor kerken, gemeenten en christelijke organisaties die door de overheid gesteund worden.

Wat kan de individuele gelovige doen?

Wat kunnen wij, als christenen wel betekenen voor de overheid? In elk geval bidden, dat zal meer invloed hebben dan stemmen op een of andere politieke partij! De Schrift vermaant ons te bidden én te danken voor koningen en alle hooggeplaatsten, wat ik in de meeste evangelische gemeenten helaas niet heb kunnen waarnemen dat het gedaan wordt. “Ik vermaan dan allereerst dat smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid. Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen.” (1Tim.2:1-4)

______________________________________________________________________________