Het onderwerp van de twee hoofdstukken vinden we in hoofdstuk 21:5 – “Zie, Ik maak alle dingen nieuw!” Het zou interessant en leerzaam zijn om op elk detail van dit hoofdstuk in te gaan, maar in dit artikel gaan we ons beperken tot de hoofdzaak. Let op welke “nieuwe dingen” voor ons zijn weggelegd en waar we naar uit mogen kijken! Paulus schrijft in zijn eerst brief aan de Korinthiërs: “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.” (1Kor.2:9) Ja, als u de Heer Jezus hebt aangenomen als uw Redder dan staan er u nog ongelofelijke dingen te wachten. Wanneer ik dan een poging doe om hierover iets te zeggen is dat met grote terughoudendheid. Want wat kun je van “nieuwe” dingen zeggen die nog niet geopenbaard en te zien zijn?
Inleiding
De nieuwe hemel en aarde (21:1-2)
Met hoofdstuk 21 begint een nieuwe periode in de geschiedenis van deze wereld. Het 1000-jarig vrederijk van Christus is beëindigd, de satan, die uit zijn gevangenis wordt losgelaten doet nog een laatste poging om de naties te misleiden tot de oorlog, maar God grijpt in en de duivel wordt geworpen in de poel van vuur (Op.19:7-10). Na de grote witte troon (19:11vv.) wordt dan gesproken van een “nieuwe hemel en een nieuwe aarde”, waarover Petrus heeft geschreven: “…terwijl u de komst van de dag van God verwacht en verhaast, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten. Wij echter verwachten naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.” (2Petr.3:12-13; Jes.65:17; 66:22) Het Griekse woord voor “nieuw” betekent “nieuw van aard” in plaats van “nieuw in de tijd”, wat suggereert dat God de oude hemel en aarde zal vernieuwen en alles wat zondig en verderfelijk is, zal verwijderen. “Voorbijgegaan” betekent niet “vernietigd”. Het feit dat er “geen zee meer is” is veelbetekenend, aangezien Johannes in ballingschap op een eiland leefde en door water gescheiden was van degenen die hij liefhad. Twee derde van de aarde bestaat tegenwoordig uit water; in de nieuwe schepping zal God dus een geheel nieuw systeem voor de bewatering hebben gecreëerd. Anderen nemen “de zee” symbolisch en denken dan aan de goddeloze volkeren (Jes.57:20). Voor een dergelijke “zee” is op de nieuwe aarde geen plaats meer.
Het nieuwe volk van God (21:3-8)
Wat een prachtige veranderingen zullen er zijn wanneer we de eeuwigheid ingaan! God zal persoonlijk bij Zijn volk wonen op een glorieuze en intieme manier. Er zullen geen tranen, dood of verdriet meer zijn. Dit alles kwam door de zonde in de wereld (Gen.3), maar nu is de vloek weggenomen (22:3). “Het is volbracht!” is een parallel met Christus’ “Ze zijn gebeurd!” (22:6). Dezelfde Heer die de schepping begon, zal haar ook voltooien; Hij is de Alfa en de Omega (de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet). Maar vers 8 verklaart plechtig dat sommige mensen de nieuwe schepping niet zullen binnengaan. Dat zijn de bange mensen, of de lafaards die Christus niet willen belijden; zij die niet in Christus willen geloven; zij die “met de massa meegaan” en zondigen. Merk op dat God “lafaards” bovenaan de lijst zet! Wanneer mensen bang zijn om voor Christus op te komen, lopen ze het risico allerlei soorten zonden te begaan. Maar wie overwint zal deze dingen beërven! “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Wie is het nu die de wereld overwint, dan wie gelooft dat Jezus is de Zoon van God?” (1Joh.5:4-5) Christenen worden vaak gezien als zwakkelingen, maar het tegendeel is waar! “Hij is immers in zwakheid gekruisigd, maar leeft door Gods kracht; en wij zijn immers zwak in Hem, maar zullen met Hem leven door Gods kracht jegens u.” (2Kor.13:4) Overwinnaars worden ook zij genoemd die tijdens de grote verdrukking hebben standgehouden, en hun leven hebben gegeven. “En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, staan met harpen van God.” (Op.15:2; 20:4) “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.” (Rom.8:37) Alle eer en dank aan de Grote Overwinnaar, Jezus Christus die de satan en zijn machten heeft onttroond en door het kruis over hen heeft getriomfeerd (Kol.2:15).
Het nieuwe Jeruzalem (21:9-27)
Vers 21:2 suggereert dat deze hemelse stad boven de aarde zal zweven en vervolgens zal neerdalen wanneer de nieuwe schepping aanbreekt. De stad wordt geïdentificeerd met Gods volk; ze wordt gezien als een bruid (Vss. 9-10). Het “grote Babylon”, waarover Gods oordeel uitgevoerd zal worden, wordt afgebeeld als een hoer 17:1,3,6,15. Bij de beschrijving van een stad gaat het niet zozeer om de gebouwen die er zijn, maar om de mensen die er wonen. In Genesis 4:17 ging de opstandige Kaïn weg uit Gods aanwezigheid en bouwde een stad; maar de gelovige Abraham “verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God ontwerper en bouwmeester is” en “Daarom schaamt God Zich niet voor hen hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad bereid.” (Heb.11:10, 16). Het nieuwe Jeruzalem is die stad. Merk op dat de stad Gods volk uit het Oude en Nieuwe Testament, Israël en de Gemeente, samenbrengt. De stammen van Israël worden vermeld op de poorten en de twaalf apostelen worden vermeld op de fundamenten. (Zie voor de apostelen en stammen Ef.2:20 en Mat.19:28) De afmetingen en beschrijvingen van de stad overtreffen onze verbeelding. “Vierkant” betekent “gelijk aan alle zijden”; wat impliceert dat de stad een perfecte kubus is, een “heilige der heiligen” stralend van Gods aanwezigheid. Of het zou een piramide kunnen zijn. In beide gevallen meet de stad ongeveer 2400 kilometer in elke richting, ofwel twee derde van de grootte van de Verenigde Staten! De prachtige kleuren van de edelstenen (vv. 18-20) suggereren de “veelkleurige genade van God!” in 1 Petrus 4:10 (zie ook Ef.3:18). Verschillende zaken ontbreken in de stad: een tempel, natuurlijk licht en nacht. Omdat God persoonlijk bij Zijn volk woont, is een tempel niet nodig. Zijn glorie vervangt de glorie van de zon, de maan en de sterren. Nacht symboliseert in de Bijbel dood, zonde en verdriet; deze dingen zijn voorgoed uit de stad verbannen. De poorten zullen nooit gesloten worden, zodat Gods volk vanuit elk deel van Zijn vernieuwde universum toegang tot de stad zal hebben! De nieuwe aarde zal volken hebben (vers 24, zie ook 22:2). Alle glorie van deze volken zal aan God worden gegeven, Die het toekomt.
Het nieuwe Paradijs (22:1-5)
In deze nieuwe schepping keert God alle tragedies om die de zonde over de oorspronkelijke schepping bracht. De oude hemel en aarde werden in het oordeel gestort; deze nieuwe hemel en aarde schitteren van volmaaktheid. Eden had een aardse rivier (Gen.2:10-14); maar hier hebben we een wonderbaarlijke hemelse rivier. De boom des levens in Eden werd bewaakt nadat de mens gezondigd had (Gen. 3:4); maar hier is de hemelse boom des levens beschikbaar voor Gods volk. De vloek werd uitgesproken in Gen. 3:14-17; maar nu is er geen vloek meer. Adam en Eva werden gedwongen het oorspronkelijke paradijs te verlaten en te werken voor hun dagelijks brood; maar hier dienen mensen God en zien Zijn aangezicht in volmaakte gemeenschap. Toen de eerste man en vrouw zondigden, werden ze slaven en verloren ze hun koningschap; maar vers 5 geeft aan dat dit koningschap herwonnen zal worden, en dat we voor eeuwig met Christus zullen regeren! De huidige schepping is niet Gods uiteindelijke product. Het is zuchten en zwoegen onder de slavernij van de zonde (Rom.8:18-23). Maar op een dag zal God Zijn nieuwe schepping tot stand brengen, en zullen we voor eeuwig genieten van volkomen vrijheid en een vol leven.
De laatste oproep (22:6-21)
Drie keer aan het einde van dit boek zegt Christus: “Ik kom spoedig!” (vv. 7, 12, 20). Het woord “spoedig” suggereert “snel”. Het betekent dat wanneer deze grote gebeurtenissen beginnen plaats te vinden, er geen uitstel zal zijn. We weten niet wanneer Christus zal verschijnen, en het is onze plicht om er klaar voor te zijn. In Daniël 12:4 werd de profeet opgedragen het boek te verzegelen; Johannes daarentegen kreeg het bevel het boek niet te verzegelen, omdat “de tijd nabij is” (vs.10). Daniëls woorden zouden pas vele jaren later vervuld worden; Johannes’ profetie zou spoedig in vervulling gaan. Vers 11 is geen aansporing voor zondaren om onveranderd te blijven; anders zou de uitnodiging in vers 17 een bespotting zijn. In plaats daarvan waarschuwt vers 11 ons dat voortdurende zonde ons karakter bepaalt en ons lot bezegelt. “De goddelozen zullen goddeloze handelen”, zegt Daniël 12:10. Wanneer Christus komt, zal ons ware karakter geopenbaard worden. Een andere les uit dit vers is dat mensen hun eigen beslissingen nemen; God dwingt hen niet om slecht of rechtvaardig te zijn. Vergelijk 22:15 met 21:8. De laatste verzen van dit boek bevatten een smeekbede, een gebed en een belofte. In vers 7 en 12 zegt de Heer: “Ik kom spoedig!” In vers 17 zeggen de Geest en de bruid: “Kom!” tegen de Heer Jezus. De verloren ziel wordt uitgenodigd: “Kom en drink van het water des levens!” Het laatste boek van de Bijbel is dat van de Heilige Geest, die via Johannes zegt: “Zo zij het, kom, Heer Jezus!” Dit zou ook ons dagelijks gebed moeten zijn. Verzen 18-19 waarschuwen tegen het vervalsen van Gods Woord. Satan wil graag dat mensen iets aan het Woord toevoegen of ervan afnemen, maar dat doen is oordeel over zich afroepen. Zie Deuteronomium 4:2 en Spreuken 30:5-6. In de tijd van Johannes werden boeken met de hand gekopieerd, en de kopiist zou in de verleiding kunnen komen om de tekst te bewerken of aan te passen. Ook vandaag de dag voegen mensen hun theorieën en tradities toe aan Gods Woord of schrappen ze eruit wat niet in hun theologisch schema past. De waarschuwing van Johannes gold specifiek voor het boek Openbaring, maar omvat zeker het hele Woord van God. Zo eindigt het laatste boek van de Bijbel, het boek van de laatste dingen. We kunnen deze studie niet beter afsluiten dan met de woorden van de Heilige Geest: “Zo kom, Heer Jezus!”
Tenslotte
Na het lezen van dit artikel en de twee hoofdstukken 21 en 22 van het boek Openbaring zult u misschien meer vragen hebben dan dat u antwoorden gekregen hebt! Hopelijk heeft het uw fantasie geprikkeld en denkt u na over wat er allemaal voor de gelovigen klaarligt. Maar het zal altijd onze verwachtingen te boven gaan, maar het heerlijkst is: Daar zien we Jezus!