Biografie koning Saul – 1 Samuël 31 – Deel 7 – Biografieën OT

10 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: 1 Samuel

Biografieën – Saul

‘De koning die zijn kroon verloor!’

Deel 7 – Sauls einde (2)

1 Samuël 31 en 2 Samuël 1

Inleiding

Het einde van Sauls leven kunnen we onderverdelen in vier kernwoorden: nederlaag, dood, schande en toewijding. Dit wordt gevonden in bovenvermelde hoofdstukken. Nederlaag, dood, schande en toewijding, deze vier woorden zouden ook in ons leven kunnen voorkomen. ‘Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle’ (1Kor.10:12).

Nederlaag

In 1 Samuël 31:1, 2 vinden we de vermelding van Sauls nederlaag: ‘Intussen streden de Filistijnen tegen Israël. De mannen van Israël sloegen voor hen op de vlucht en er vielen doden op het gebergte Gilboa. De Filistijnen dan zaten Saul en zijn zonen op de hielen en de zij doodden Jonatan, Abinadab en Malkisua, de zonen van Saul.’ Het leger is op de vlucht en gevallen, en de vijand is aan de winnende hand. Saul begon zijn leven met een grote overwinning, maar geleidelijk aan ging het naar beneden en uiteindelijk kwam de nederlaag. Hij is nu op de vlucht! Waarom vlucht hij? Omdat hij beseft dat voor die nederlaag niemand anders verantwoordelijk is dan alleen hij. Dit begon hij zich te realiseren de nacht tevoren toen hij met Samuël sprak, die God had toegestaan uit het dodenrijk terug te keren. Samuël herinnerde Saul aan zijn ongehoorzaamheid en zei hem: ‘morgen zult gij u met uw zonen bij mij zijn’, in de wereld van de doden (1Sam.28:15-19).

Het hele probleem met Saul was dat hij tegen de verkeerde vijand streed. Hij dacht dat David zijn vijand was, in werkelijkheid was Saul zelf zijn grootste vijand. David heeft Saul nooit behandeld als een vijand, maar Saul vervolgde David door de hele wildernis van Judea, om te proberen hem te doden. Saul had de echte vijand moeten bestrijden, de Filistijnen, maar in plaats daarvan streed hij tegen David. Samuël zei Saul: ‘Waarom raadpleegt gij míj; de Here is immers van u geweken en uw vijand geworden’ (1Sam.28:16). Saul streed tegen de verkeerde vijand, daarom moest God hem tuchtigen; ‘de gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God’ (Rom.8:7). Sauls grootste vijand was hij zelf omdat hij God ongehoorzaam was en weigerde Diens wil te doen.

Als je let op Sauls levenseinde, dan zie je een vluchtende en vallende man. Dat is erg jammer omdat God Saul grote beloften had gegeven en goede vooruitzichten. Saul had een goede vriend aan Samuël, een bekwame medestrijder in Jonatan en een trouwe helper aan David. Hij had een groep trouwe volgelingen. Hij was begiftigd met kracht van de heilige Geest, en hij had natuurlijke kwaliteiten die God kon gebruiken. En toch werd Saul verslagen op het slagveld nabij de berg Gilboa. Vanwaar die nederlaag? Nederlagen komen van de binnenkant, niet van de buitenkant. Het is altijd het probleem van het hart. ’Behoed uw hart boven alles wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens’ (Spr.4:23). Saul was verslagen in zijn geestelijk leven. Dat is de reden dat hij ook militair een nederlaag leed.

Dood

Het tweede beeld dat we van Saul krijgen heeft te maken met de dood. ‘Daarop werd de strijd voor Saul te zwaar: toen de boogschutters hem onder schot kregen, beefde hij zeer voor de schutters. En zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard en doorsteek mij daarmee opdat deze onbesnedenen niet komen en mij doorsteken en de spot met mij drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, omdat hij ervoor terugschrok. Daarop nam Saul het zwaard en stortte zich erin. Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, stortte hij zich ook in zijn zwaard vallen en stierf hij met hem. Zo stierven op die dag Saul, zijn drie zonen en zijn wapendrager, ook al zijn mannen, tegelijk’ (1Sam.31:3-6).

Vers 6 betekent niet dat het hele leger het onderspit delfde. ‘Al zijn mannen’ duidt op de koninklijke garde. We herinneren ons dat David oorspronkelijk de wapendrager van Saul was. Als David niet door Saul verwijderd was geweest, dan zou ook David vermoedelijk in die strijd omgekomen zijn. Hoe onnaspeurlijk zijn Gods wegen! (Rom.11:33) David kon mogelijk niet begrijpen waarom hij door al deze moeilijkheden moest gaan, maar uiteindelijk werd daardoor zijn leven gespaard en kon hij koning van Israël worden.

Nederlaag leidt tot de dood. Hoe droevig is het om de eerste koning van Israël te zien sterven op het slagveld door middel van zelfmoord. Vanuit militair oogpunt mag dit op een moedige daad lijken. Saul wilde niet dat de vijand hem levend in handen zou krijgen om hem te martelen en te vernederen. Ze zouden met hem gedaan hebben wat ze ook met Simson hadden gedaan en Saul wilde dat voorkomen. Hij verkoos zelfmoord boven gevangenname, daarom pleegde hij zelfmoord. Daarna pleegde ook zijn wapendrager zelfmoord.

Het was tragisch dat anderen met Saul moesten sterven! Jonatan werd gedood – een man van geloof en moed, een groot strijder en Davids vriend. David en Jonatan hebben elkaar liefgehad en elkaar bemoedigd. Alle zonen van Saul stierven met hun vader in de strijd. ‘Het loon, dat de zonde geeft, is de dood’ (Rom.6:23). ‘Er bestaat een zonde tot de dood’ (1 Joh.5:16). ‘Zo stierf Saul, omdat hij de Here ontrouw geweest was, omdat hij het woord des Heren niet in acht had genomen, ja, zelfs de geest van een dode ondervraagd en geraadpleegd had, en niet de Here geraadpleegd. Daarom doodde Hij hem en deed het koningschap overgaan op David, de zoon van Isaï’ (1Kron.10:13-14).

Gedurende zijn carrière overtrad Saul Gods Woord en gehoorzaamde God niet. God had hem gezegd te wachten, maar hij deed het niet. God had hem gezegd te strijden, maar hij wachtte. God had hem gezegd de Amalekieten te vernietigen, maar hij spaarde Agag de koning en het beste van de buit. Deze daden mogen in onze ogen niet zo belangrijk lijken, maar ze werden gepleegd tegen de wil van God; en alles wat tegen Gods wil is, is zonde (Rom.14:23; Jak.4:17). Daarom stierf Saul. Onze God is geduldig. Hij oordeelt niet zomaar. Hij was met koning Saul, maar deze nam niet de gelegenheden die hij kreeg om zich te bekeren. Hij ging niet in op de gelegenheden waarin hij weer vrede met David kon sluiten en met God. Daarom stierf hij een schaamtevolle dood. Het is gevaarlijk om tegen Gods wil in te gaan.

Schande

‘Toen de Israëlieten aan de overzijde van de vlakte en aan de overzijde van de Jordaan bemerkten, dat de mannen van Israël de vlucht genomen hadden, en dat Saul en zijn zonen dood waren, verlieten zij de steden en vluchtten; daarna kwamen de Filistijnen en nestelden zich daarin. Toen nu de Filistijnen de volgende dag de gesneuvelden kwamen plunderen, vonden zij Saul en zijn drie zonen vonden liggen op het gebergte Gilboa. Zij hieuwen zijn hoofd af, roofden en zijn wapenrusting en zonden boden rond in het land der Filistijnen om de goede tijding te melden in de tempels hunner afgoden en aan het volk. En zij legden zijn wapenrusting neer in de tempel van Astarte, en zijn lijk hingen zij aan de muur van Bet-San’ (1Sam.31:7-10). Wat een schaamtevol einde voor de koning van Israël! Het volk was in paniek gevlucht. De lichamen van de koninklijke familie werden tentoongesteld en schandelijk behandeld. Kun je je voorstellen hoe de Filistijnen spotten en riepen: ‘Is dit de koning van Israël’? Maar meer dan dat, werd er met God gespot. De vijand bracht de wapenuitrusting van Saul naar het huis van zijn afgoden en gaf dank aan zijn goden voor de grote overwinning. Dat is het tragisch resultaat van ongehoorzaamheid: ze geeft oorzaak aan de vijand om God te bespotten en schande te brengen over het volk.

Toewijding

De geschiedenis van Saul eindigt niet op een negatieve manier. Het vierde onderwerp is toewijding. De mannen van Jabes-Gilead hadden gehoord wat er gebeurd was met Saul, en moedig gingen ze door vijandelijk gebied heen op weg naar Beth-San om de lichamen van Saul en zijn drie zoons te halen. Ooit had Saul de mensen van Jabes-Gilead gered (1Sam.11:1-11). Als tegenprestatie voor wat Saul toen had gedaan, kwamen zij om de lichamen van Saul en zijn zonen een waardige laatste eer en begrafenis te geven.

We moeten wel beseffen dat Saul ook goede dingen had gedaan. Hoewel Saul geestelijk en fysiek ‘gevallen’ was, zeiden de mannen van Jabes-Gilead toch: ‘We zijn aan Saul verschuldigd en daarom behandelen we hem zoals hij ons toen behandeld heeft.’ Enige jaren later herbegroef David de lichamen in het land dat behoorde aan de stam Benjamin, opdat Saul weer bij zijn eigen volk was. Toen ‘ging David heen en haalde bij de burgers van Jabes in Gilead de beenderen van Saul en zijn zoon Jonatan vandaan, die zij heimelijk van het plein in Bet-San hadden weggenomen, waar de Filistijnen hen hadden opgehangen, toen de Filistijnen Saul op Gilboa verslagen hadden. Hij bracht de beenderen van Saul en zijn zoon Jonatan vandaar mee; en men verzamelde ook zij de beenderen van hen die opgehangen waren, en begroef de beenderen van Saul en zijn zoon Jonatan in het land van Benjamin in Sela, in het graf van zijn vader Kis. Men deed alles wat de koning had geboden, en hierna ontfermde God zich over het land’ (2Sam.21:12-14).

Niet alleen de mannen van Jabes-Gilead bewezen eer aan Saul, ook David deed dat. In 2 Samuël 1 kwam er een Amalekiet in Davids kamp en vertelde David hoe de strijd was verlopen. Hij vertelde dat de vijand had gewonnen en dat Saul en zijn zonen dood waren. Ook vertelde hij hoe hij geholpen had om Saul te doden. Het kan zijn dat deze Amalekiet dit vertelde omdat hij een beloning van David verwachtte. Hij zei dat Saul hem gevraagd had hem te doden omdat hij gefaald had in zijn poging tot zelfmoord. Deze Amalekiet zei: ‘Toen trad ik op hem toe en doodde hem, want ik begreep, dat hij, na eenmaal gevallen te zijn toch niet in leven zou blijven. Daarop nam ik de diadeem die om zijn hoofd en de armband, die om zijn arm was; en deze breng ik hier aan mijn heer’ (2Sam.1:10). Hij dacht dat hij daarom gunsten van David kon verwachten, maar hij vergat dat Saul geen vijand van David was.  David bewees op meerdere manieren respect aan Saul en Jonathan. David verdedigde Sauls eer door de Amalekiet te doden. Hij zei: ‘Hoe? Hebt gij u niet ontzien, uw hand uit te steken om de gezalfde des Heren om te brengen?’ (vs.14). Hij verdedigde Sauls eer en bedreef daarna rouw over zijn dood. David en zijn mannen besteedden de rest van de dag aan vasten en weenden over de dood van Saul en Jonathan.

David schreef een lied: het lied van de boog (vs.18-27). Driemaal komt het refrein ‘Hoe zijn de helden gevallen’ erin voor. In dit lied komt geen enkele negatieve vermelding met betrekking tot Saul voor. David noemde hem het ‘Sieraad van Israël’ (vs.19) en een ‘held’ (vs.21). ‘Saul en Jonatan, de beminden en lieflijken, waren in leven en sterven niet gescheiden. Zij waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen’ (vs.23). In dit lied gaf David eer aan God in wat hij voor Saul had gedaan. Hij voegde er ook een speciale vermelding aan zijn dierbare vriend Jonathan aan toe. ‘Het is mij bang om u, mijn broeder Jonatan, gij waart mij zeer lief’ (vs.25, 26).

David vergaf Saul en eerde hem. Hij stond niet op om te zeggen: ‘Nu ga ik eens een boekje opendoen over wat Saul allemaal heeft gedaan!’ Neen, David was een man naar Gods hart. God vergeeft en vergeet, en daarin volgde David Hem. David vermelde niet dat Saul hem had willen doden of sprak niet over zijn opstandigheid tegen God en zijn ongehoorzaamheid aan Diens wil. David eerde Saul als de koning van Israël, ook al had Saul zijn kroon en zijn leven verloren. De meest droevig vermelding vinden we in vers 10: ‘Ik nam de diadeem (kroon) die hij om zijn hoofd had’. Dit herinnert ons aan Openbaring 3:11 ‘Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen.’ Saul verloor zijn kroon. Laten wij trouw aan God blijven opdat ook wij onze kroon niet verliezen!

‘Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de kroon van het leven ontvangen’ (Jak.1:12)

____________________________________________________________________________________________________