Biografieën – De profeet Elia – De mantel voor Elisa – 2 Koningen 2

10 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Rubrieken: Biografieën

Bijbelboeken: 2 Koningen

Biografieën Oud Testament

De profeet Elia

‘De mantel voor Elisa’ – 2 Koningen 2

‘Nadat hij (Elia) vandaar gegaan was, trof hij Elisa aan, de zoon van Safat, bezig te ploegen met twaalf span voor zich, terwijl hij zelf bij het twaalfde was. Toen Elia hem voorbijging, wierp hij hem zijn mantel toe’ (1Kon.19:19)

Inleiding

Toen het moment was aangebroken dat Elia’s taak erop zat, kreeg hij als opdracht om een opvolger aan te stellen. Wij weten nooit vooraf wanneer onze dienst voor de Heer erop zit, maar we weten wel dat Gods werk, ook na ons vertrek doorgaat! Elia’s eerste stap was om een opvolger aan te stellen. Dat deed hij door Elisa zijn mantel toe te werpen toe Elisa aan het ploegen was. Deze daad symboliseert dat Elisa een profeet zou zijn met dezelfde kracht en autoriteit als Elia. Elisa vroeg of hij eerst afscheid van zijn vader en moeder mocht nemen, dat werd hem toegestaan (vgl. Luk.9:61-62). Dit feest was een afscheidsfeest en betrof zijn vrienden, buren en familie en wad bedoeld om hem het beste te wensen in zijn nieuwe bediening. Maar toen het feest voorbij was stond Elisa op en volgde hij Elia en diende hem, maar bleef op de achtergrond totdat Elia werd weggenomen (2Kon.2). Tussen de vermelding van zijn roeping in 1 Koningen 19 en het plotselinge vertrek van Elia in 2 Koningen 2, wordt Elisa’s naam niet één keer vermeld! Hij veranderde van een zoon van een welvarende boer tot een dienaar van een eenvoudige profeet, en zijn naam werd niet vermeld. Hij was een dienaar en stond op het punt een leider te worden (Mat.25:21), en volgorde die God gebruikelijk volgt wanneer Hij leiders voorbereid, maar het begint allemaal met gehoorzaamheid aan de roeping.

Wees jezelf!

Het zal niet gemakkelijk voor Elisa geweest zijn om zo’n grote profeet als Elia op te volgen en ook zo’n succes van zijn dienst te maken. Elisa leefde met en diende Elia ongeveer tien jaar en hoewel de Heer Jezus ons zegt dat ‘de discipel moet worden als zijn meester’ (Mat.10:25) wil dat niet zeggen dat een discipel van de Heer zijn eigenheid moet opgeven. Elisa koos ervoor om zichzelf te blijven, hij was een andere persoonlijkheid en geen kopie van Elia. De Schrift maakt ons duidelijk dat God ‘de God is van Abraham, Izaäk en Jakob’ (Ex.3:6), drie totaal verschillende mannen en toch diende elk van hen God op een andere, op hun manier. Toen de Heer Jezus de twaalf apostelen uitkoos, waren dat ook verscheidene personen: Johannes de poëet, Petrus de impulsieve, Thomas de twijfelaar en zelfs Judas die Hem zou verraden! (Mark.3:13-19). Wanneer we als gelovige met de Heer Jezus wandelen en gemeenschap met Hem hebben zullen we ook meer op Hem gaan gelijken, want God wil zijn Zoon in ons openbaren (Gal.1:16; 4:20; Rom.8:29). Zo bemerkten de oversten, oudsten en Schriftgeleerden dat Petrus en Johannes ongeletterde en eenvoudige mensen waren, maar ook herkenden zij dat ze met Jezus waren geweest (Hand.4:13). Dus waarom anderen kopiëren terwijl wij onszelf kunnen zijn? God schiep ons als individuen (Ps.139:13-16), redde ons persoonlijk en bereidde voor elk van ons weg en werken, waarin we zouden wandelen (Ef.2:10). Dus: ‘Wees jezelf!’ Natuurlijk zijn er geestelijke principes die op alle gelovigen toepasbaar zijn, maar het werk wat God in ons en door ons wil doen is uniek, persoonlijk en individueel.

Gehoorzaamheid

De vermelding dat Elia bijgestaan werd door elf andere mannen geeft aanleiding tot de gedachte dat hij tot een rijke familie behoorde. Gelovigen die door God tot een taak geroepen worden zijn vaak al op een of andere manier actief. Mozes hoedde de schapen; Gideon dorste het graan; Petrus, Jakobus en Johannes waren aan het vissen. Nehemia was schenker van de koning. God heeft geen taak voor luie mensen (vgl. Jer.48:10 NBG). Het schijnt dat de rabbi’s zeggen: ‘Hij die zijn zoon niet leert om te werken, leert hem om te stelen’. Een gezegde die ze afleiden van Spreuken 18:9 ‘Hij, die traag is in zijn arbeid, is reeds een broeder van de verderver’. Door God de voorrang te geven en zijn familie op te geven, betekende dat Elia afstand deed van een mogelijke grote erfenis. Die daad was een offer, een daad van geloof en overgave. Wanneer God ons roept voor een taak, dat is het belangrijk Hem onmiddellijk te gehoorzamen en niet aan anderen voorrang geven. Elisa nam het span runderen, slachtte het en kookte ze op het ploeghout van de runderen; het vlees gaf hij aan het volk, en zij aten. Daarna maakte hij zich gereed, volgde Elia en diende hem. Elisa verbrande letterlijk de ‘schepen achter zich’ en ontnam zich daarmee zelf de mogelijkheid om terug te keren. ‘Jezus echter zei tot hem: Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en achteromkijkt, is geschikt voor het koninkrijk van God’ (Luk.9:62). Gehoorzaamheid aan Gods Woord is een kenmerk van een discipel. Geen slaafse wettische gehoorzaamheid, maar een gehoorzaamheid dat door liefde werkt! (Vgl. Gal.5:6).

Citytrips

Nogal een bekend fenomeen is onze tijd: een citytrip! Ik ben onlangs weer eens in Rome geweest, de eeuwige stad, en was weer verbaasd over de bouwkundige prestaties van het verleden! Vlak voordat hij zou worden weggenomen bezochten Elia en Elisa drie steden, elk verbonden door een betekenisvolle gebeurtenis uit het verleden: Gilgal, Bethel en Jericho.

Om maar bij de eerste te beginnen, Gilgal: Het volk nu is uit de Jordaan opgeklommen op de tiende der eerste maand en zij legerden zich te Gilgal, aan de oostelijke grens van Jericho’ (Joz.4:19). Daar werd ‘de smaad van Egypte afgewenteld’, het verbond werd hernieuwd en vierden ze het Pascha en de besnijdenis vond plaats (Joz.5:1-9). De besnijdenis als teken van het verbond, de verlossing uit Egypte en het Sinaïtisch verbond waren belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de Israëlieten en Elisa diende daaraan herinnerd te worden. De volgende plaats was Bethel die gerelateerd kunnen worden met Abraham en Jakob (Gen.12:8; 13:3; 28:10-22; 35:1-8) en Samuël (1Sam.7:16; 10:3). Bethel, het huis van God op aarde, de poort van de hemel, werd in verband gebracht met Jakob, de stamvader van Israël. God noemt zich later ‘de God van Bethel’ (Gen. 31:13). Na de deling van het koninkrijk Israël koos de goddeloze koning Jerobeam de plaats uit voor zijn heiligdom (1 Kon.12:29). Hij stelde hier en in de stad Dan een gouden kalf op. Zo was de plaats ‘huis van God’ (Hebr. Beth-El) een ‘huis van Nietigheid’ (Hebr. Beth-Aven) in Elisa’s dagen een plaats van afgoderij. Het altaar te Betel werd door Jerobeam, de zoon van Nebat, omvergehaald hij verbrandde de hoogte, verpulverde ze tot stof en verbrandde de gewijde paal (2Kon.23:15). De laatste plaats was Jericho waar het volk door de Jordaan het Beloofde land was binnengekomen (Joz.3). Evenals Jozua vertrouwde Elia erop dat God de rivier zou openen zodat ze naar de overkant zouden kunnen gaan. Elia verliet het land waar jaren eerder het volk het land was binnengekomen. Elisa zou nog een keer het Beloofde land binnengaan. In de antieke wereld probeerden de koningen de herinnering aan hun voorgangers te verwijderen, ze vergaten hún opvolgers hetzelfde zouden doen. God doet dat niet. Het verleden is geen anker om ons vast te houden maar een roer om ons te sturen, en hen die verleden negeren zullen de geschiedenis moeten herhalen.

Vertrouwen

Na hun doortocht door de Jordaan vroeg Elia aan Elisa: ‘Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen? En Elisa zeide: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn’ (2Kon.2:9). Uit het antwoord van Elisa zien we dat hij een geestelijk iemand was, wat hij vroeg was niet voor eigen gewin, maar tot heerlijkheid van God. Je kunt ook verkeerd bidden, leert Jakobus ons, bidden voor iets om het in je hartstochten te verkwisten (Jak.5:3). Nee, Elisa wenste zelfs een ‘dubbel deel van Elia’s geest! Deuteronomium 21:17 geeft ons mogelijk het antwoord op de vraag wat Elisa bedoelde met een ‘dubbel deel’. Er staat daar: ‘Maar de eerstgeborene, de zoon van de niet-beminde, moet hij erkennen door hem een dubbel deel te geven van alles wat het zijne zal blijken te zijn, want deze is de eersteling van zijn kracht: hem behoort het eerstgeboorterecht’. Het betekende niet dat Elisa twee keer zoveel van de Heilige Geest zou ontvangen dan Elia, wat de Geest is niet deelbaar in hoeveelheid, zodat de een meer krijgt dan de ander. Nee, hij verwijst naar het eerstgeboorterecht zoals beschreven in Deuteronomium 21.

‘En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel. En Elisa zag het en riep uit: Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël! En hij zag hem niet meer’ (2Kon.2:11-12). De woorden: ‘Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël’, vinden we ook uitgesproken door koning Joas bij het sterfbed van Elisa (2Kon.13:14). Toen greep Elisa de klederen van Elia en scheurde ze in twee stukken. Daarop raapte hij de mantel van Elia op scheurde ze in twee stukken, en ging aan de oever van de Jordaan staan, sloeg ermee op het water, en riep: ‘Waar is de Here, de God van Elia, ja Hij? Hij sloeg op het water en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat Elisa kon oversteken’ (2Kon.2:13-14). God opende wateren voor Elisa zoals Hij dat eerder had gedaan voor Jozua en Elia; God beloond vertrouwen! Elia was niet meer en Elisa begint zijn taak daar waar Elisa was gestopt. Gods werk gaat verder maar zijn dienaren wisselen.

Tegenstand

Na een kort verblijf in Jericho komt Elisa in Betel, de stad die door afgodendienst werd gekenmerkt. Werd hij aanvankelijk in Jericho met welwillendheid geaccepteerd (2Kon22:15-18) dat veranderde toen hij naderde. We lezen het volgend Bijbels verslag: ‘Vandaar ging hij naar Betel. En toen hij de weg opklom, kwamen er kleine knapen uit de stad, die de spot met hem dreven en hem toeriepen: Kom op, kaalkop! Kom op, kaalkop! Toen wendde hij zich om, zag hen en vervloekte hen in de naam des Heren. Toen kwamen er twee berinnen uit het woud en verscheurden tweeënveertig van die kinderen’ (2Kon.2:23-25). Oppervlakkig gelezen denken we mogelijk: ‘Hoe is dat toch mogelijk dat een profeet des Heren, zoals Elia zulke dingen kan doen?’ Ten eerste moeten we in herinnering brengen dat Bethel een plaats was waar aan afgoderij werd gedaan (zie: hoofdje ‘Citytrips). Waar sprake is van ‘kinderen’ mogen we niet denken aan kinderen van vijf, zes of zeven jaar, maar aan jongeren die voor hun daden ter verantwoording konden worden geroepen. De vertaling NBV21 spreekt dan ook van ‘een troep jongens’ en dat ligt dichter bij de waarheid, geloof ik. Mogelijk waren het jongeren die door hun ouders daartoe waren aangezet. Dat het een groep was, die allemaal op hetzelfde moment daar aanwezig waren, mag dienen als een aanwijzing voor die gedachte. God laat niet met zich spotten en staat ook niet toe dat het straffeloos met zijn profeten gedaan wordt. God is trouw aan zijn verbond als het de zegeningen betreft, maar ook trouw wanneer Hij moet tuchtigen. Zo zegt het boek Leviticus: ‘Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden; Ik zal het wild gedierte op u loslaten, dat u van kinderen beroven en uw vee uitroeien zal en uw aantal zo zal verminderen, dat uw wegen verlaten zullen zijn’ (Lev.26:21-22).

Gezindheid

Elia was een groot profeet, maar Elisa overtreft hem nog, want lezen van minstens vijftien (!) wonderen en zelfs nog een ná zijn dood (2Kon.13:20-21). Hier, in hoofdstuk 2 lezen we van de genezing van het water in Jericho waardoor een gezonde veestapel weer was gegarandeerd. Hij zorgde voor water voor het leger van koning Joram waardoor deze in staat was het leger van Moab te verslaan (2Kon.3). Verder hielp hij een weduwe door te zorgen voor de benodigde olie te verstrekken en zorgde ervoor dat een andere weduwe, die geen kinderen kon krijgen, een zoon kreeg en toen deze onverwacht stierf wekte hij hem op (2Kon.4). Hij maakte de moes voor de deelnemers van de profetenschool eetbaar en zorgde voor brood voor honderd man. Een van zijn grootste wonderen was de genezing van Naäman, de legeroverste van de koning van Aram. Een negatief wonder was de melaatsheid die de knecht van Elisa, Gechazie trof (Kon.5). Tijdens verbouwingswerkzaamheden schoot het ijzer van de steel af belandde in het water waarna Elisa het weer deed bovendrijven. In de oorlog tegen Aram sloot hij de ogen van de vijand en opende de ogen van Gechazi opdat deze de vurige paarden wagens rondom Elia zag. In plaats de soldaten te doden bewees Elisa hen genade. Hij voorzegde het einde van de hongersnood tijdens het beleg van Samaria (2Kon.6). Op zijn ziekbed, dat ook zijn doodsbed zou worden, stelde hij koning Joas in staat een drievoudige overwinning te behalen op de Arameeërs (2Kon.13).

Dit kort overzicht van werkzaamheden die Elisa uitvoer in Naam van de God van Israël laat ons zijn bekommernis met het volk zien. Hij was een dienaar van het volk en leed met hen mee. In die zin mag Elisa voor ons een voorbeeld zijn. Ook al zijn wij niet in die positie als Elisa, toch kunnen we onze gaven en kwaliteiten in dienst van anderen stellen, hen te dienen en te zorgen. De Heer Jezus zei dat Hij was gekomen om te dienen (Luk.22:27) en Hij is ons voorbeeld om te volgen (Fil.2:1-12).

_____________________________________________________________________________________________________________________________