Biografieën – Biografie van Kaleb – Jozua 14 – Old soldiers bever die!

10 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Rubrieken: Biografieën

Bijbelboeken: Jozua

Biografieën

‘Old soldiers never die’

Over Kaleb – Jozua 14

‘Toen deze aankwam en de genade Gods zag, verheugde hij zich en wekte allen op om naar het voornemen van hun hart de Here trouw te blijven’ (Hand.11:23)

Inleiding

Kaleb was een man die in de schaduw van Jozua leefde. Hij viel niet op en zijn naam staat ook niet vermeld in de lijst van geloofsgetuigen in hoofdstuk elf van de brief aan de Hebreeën, maar hij was zeker niet onbetekenend. Als we in Jozua een beeld van de Heer Jezus mogen zien, dan is het opvallend hoe vaak we beide mannen – Jozua en Kaleb – in elkaars nabijheid zien. Dat was dan ook de reden van zijn succes als we dat zo mogen zeggen. We zouden het nu zó zeggen: ‘Wie in Mij blijft en Ik in hem  die draagt veel vrucht’ (Joh. 15:5). Er is een eigenschap die we bij Kaleb vinden die ook ons niet slechts zou staan en dat is trouw: ‘want trouw vindt met niet bij allen’ (2 Thes. 3:2). Kalebs naam betekent namelijk ‘hond’ en het kenmerk van een hond is dat hij trouw is. De filosoof Pythagoras schijnt ooit gezegd te hebben: ‘Je kunt op de trouw van een hond rekenen tot zijn laatste snik en op die van een vriend tot de eerste teleurstelling’. Zes keer lezen we in het Oude Testament dat Kaleb ‘de Here volkomen trouw bleef’ (Num. 14:24; 32:12; Deut. 1:36 ; Joz. 14:8-9, 14). Kaleb was een overwinnaar (1 Joh. 2:13-14; 5:4) een man die zich volkomen had toegewijd aan God en volledig gehoorzaam was aan Zijn Woord. God getuigt van zijn toewijding wanneer Hij zegt: ‘Doch omdat bij mijn knecht Kaleb een andere geest geweest is en hij Mij volkomen gevolgd heeft, zal Ik hem naar het land brengen, waar hij heen geweest is, en zijn nakomelingschap zal het bezitten’ (Num. 14:24).

Tegen de stroom in

‘Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen, noch in een rechtsgeding getuigenis afleggen met de meerderheid mee, om het recht te buigen’ (Ex. 23:2).

Kaleb was zeker geen meeloper. We zien hem samen met Jozua in Numeri 14 heel duidelijk stelling nemen tegen de meerderheid van de andere tien verspieders in, die het lieten afweten. ‘Veertig jaar was ik oud, toen Mozes, de knecht  des Heren, mij van Kades-Barnea uitzond, om het land te verspieden; en ik bracht hem nauwgezet verslag uit. Terwijl mijn broeders die met mij opgetrokken waren, het hart van het volk deden versmelten, bleef ik volkomen trouw aan de Here, mijn God’ (Joz. 14:7-8). Daaruit kunnen we leren dat Kaleb wist wat hij wilde, ‘God meer gehoorzaam zijn dan mensen’ (Hand. 5:29). Koning Saul moest bekennen: ‘Ik heb gezondigd, want ik heb het bevel des heren, uw opdracht overtreden: maar ik vreesde het volk en heb naar hen geluisterd’ (1 Sam. 15:24).

‘Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de Here vertrouwt, is onaantastbaar’ (Spr. 29:25). ‘Goddelozen leggen mij een strik, maar van uw bevelen dwaal ik niet af’ (Ps. 119:110). Zou Kaleb die consequente houding van Jozua hebben geleerd, die van de Here de volgende bemoediging meekreeg bij het overnemen van Mozes’ taak om het volk te leiden? ‘Wees sterk en moedig, want gij zult dit volk het land doen beërven, dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te zullen geven. Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat. Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn’ (Joz. 1:6-8). Echt geloof in God is Zijn Woord gehoorzamen ongeacht de omstandigheden rondom ons, de gevoelens binnen in ons of de consequenties voor ons.

Met volharding vrucht dragen

 ‘Dat in goede aarde, dat zijn zij, die met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende, dat vasthouden en vrucht dragen in volharding’ (Luk. 8:15).

Wat een voorbeeld om na te volgen! Kaleb droeg vrucht tot in de ouderdom (vgl. Deut. 34:7; Luk. 2:25, 37). De ouderdom hadden hem niet uitgeblust, de teleurstellingen van het leven hadden hem niet verbitterd, en voor reuzen was hij niet bang.  Palm 92 werd bij hem werkelijkheid: ‘De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, opschieten als een ceder van de Libanon; geplant in het huis des Heren groeien zij in de voorhoven van onze God; zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn’ (vs 13-15).

Er zijn meer personen vermeld in de Bijbel die nog een grote vitaliteit vertoonden terwijl ze toch al op hoge leeftijd waren: ‘Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd en zijn kracht was niet geweken’ (Deut. 34:7). En wat te denken van Hanna: ‘Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag’ (Luk. 2:36-37). Mogen we daaruit concluderen dat ouderdom in jaren, niets hoeft af te doen van het geestelijk leven ? Ik geloof van wel.

Op een tijdstip in het leven waarin anderen uitzien naar veiligheid en rust, zei Kaleb: ‘Geef mij dit bergland’ (Joz. 14:12; Ps. 92:13-15). Wat was zijn geheim? Hij was volkomen trouw gebleven aan de Here, de God van Israël (vs 14). Kaleb was een man met een geestelijke visie en vitaliteit en deze twee kenmerken leidden hem naar de overwinning. God had hem een erfenis beloofd en Kaleb geloofde dat wat God hem had toegezegd ook zou gebeuren (Rom. 4:20-21). Kaleb was in staat om de toenmalige inwoners te verdrijven (Joz. 15:13-14) en drie Enakieten, ‘reuzen’ die de tien ongelovige verspieders hadden gevreesd (Num. 13:28, 33). Ongeloof kijkt naar reuzen, het geloof ziet op God. Ongeloof berust vaak op eigen inzichten, geloof vertrouwt geheel op Gods Woord.

Erfenis

 ‘Immers kinderen behoren niet voor hun ouders te sparen, maar ouders voor hun kinderen’ (1 Kor. 12:14).

Kaleb liet een erfenis na aan zijn dochter en schoonzoon Otniël, die de eerste richter zou worden. (Richt. 3:9). Wat laten wij onze kinderen na? Op die erfenis heeft Kaleb lang moeten wachten, want ‘veertig jaar was ik oud, toen Mozes, de knecht des Heren, mij van Kades-Barnea uitzond, om het land te verspieden; en ik bracht hem nauwgezet verslag uit. Daarom heeft Mozes te dien dage gezworen: voorzeker zal het land, dat uw voet betreden heeft, voor altijd het erfdeel van u en uw zonen zijn. Het is nu vijfenveertig jaar, sedert de HERE dit woord tot Mozes gesproken heeft, gedurende welke tijd Israël in de woestijn rondgetrokken heeft’ (Joz. 14:7, 9, 10). Maar nú was het toch zover! De apostel Paulus zag zichzelf als vader en de gelovigen in Korinthe als zijn kinderen als hij schrijft: ‘Zie, nu is het de derde maal, dat ik gereed sta tot u te komen, en ik zal u niet lastig vallen; want het is mij niet om het uwe, maar om uzelf te doen. Immers, kinderen behoren niet voor hun ouders te sparen, maar ouders voor hun kinderen. Ik voor mij zal zeer gaarne offers brengen, ja, mijzelf opofferen voor uw zielen’ (2 Kor. 12:14-15). Welke erfenis laten wij onze kinderen na? Veel geld of goederen, huizen? Paulus wilde zichzelf wel opofferen voor zijn ‘kinderen’, hij wilde alles doen wat in zijn macht was opdat ze Christus zouden leren kennen. In 2 Koningen 20:19 lezen wij van een andere vader, een vader die alleen aan zichzelf dacht, nl. koning Hizkia. Van hem lezen we: ‘Hizkia zei tot Jesaja: Het woord des Heren, dat gij gesproken hebt, is goed. Ook dacht hij: Het zal immers gedurende mijn leven bestendig vrede zijn’. Hij dacht alleen aan zichzelf en niet aan hen die na hem kwamen. Kaleb kon zijn dochter een rijke erfenis nalaten omdat hij volledig trouw aan de Heer was gebleven. Hoe is het met mijn en uw trouw? Kan God ook ons zo zegenen als Kaleb?

Tot slot

‘Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus’ (1 Kor. 15:58).

 Wat een verschil maakt het wanneer een gelovige trouw blijft aan onze Heer en gelovig zijn weg gaat in het vertrouwen op Gods Woord en beloften. Kalebs toewijding en geloof redden zijn leven en verwierven hem een erfenis. Hij overwon de vijand en maakte het mogelijk zijn familie te verrijken voor jaren. God verwacht van gelovigen vandaag dat ze overwinnaars zullen zijn:  wat zeg ik, meer dan overwinnaars (Rom. 8:37).

Overwinnaars worden we als we evenals Kaleb de Heer volledig volgen, zijn beloften kennen en erin geloven, ons hart en geest richten op de erfenis en leren te leven in afhankelijkheid van Hem.

_________________________________________________________________________________________________________________________________________