Biografie van koning Saul – Deel 4 Saul en David – Biografieën OT

10 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: 1 Samuel

Biografieën – Saul

‘De koning die zijn kroon verloor!’

Deel 4 – Saul en David (1)

1 Samuël 15 – 23

Inleiding

De verwerping van Saul door de Here was voor Samuël een groot verdriet. Samuel was hierdoor diep geschokt en ‘hij riep tot de Here de gehele nacht’ (1Sam.15:11). Ze gingen van toen af aan hun eigen weg. ‘Samuël begaf zich naar Rama, maar Saul ging naar zijn huis, naar Gibea Sauls. Samuël zag Saul niet meer tot de dag van zijn dood, maar Samuël droeg leed over Saul. En de Here had berouw, dat Hij Saul tot koning over Israël had aangesteld’ (1Sam.15:34-35).

Wat een verdriet had Saul door zijn ongehoorzaamheid gebracht. Maar de ongehoorzaamheid van Saul verhinderde God niet om zijn plannen ten uitvoer te brengen. Ook al zijn wij niet trouw, God is trouw en zal zijn plannen volvoeren. Maar als wij falen, missen wij de zegen om te ervaren hoe God door ons heen had kunnen werken. Maar God weet wat Hij doet, hij heeft altijd een ‘vervanger’ achter de hand om zijn plannen ten uitvoer te brengen. In dit geval was de vervanger David.

1 Samuël 16:1 zegt: ‘De Here zeide tot Samuël: Hoelang zult gij nog leed dragen over Saul, en Ík heb hem toch verworpen, dat hij geen koning over Israël meer zal zijn?’ Samuël rouwde over Saul en misschien had hij wel gebeden dat Saul zich zou bekeren van zijn verkeerde weg. Maar God had andere plannen waarvan Samuël toen nog niets wist. Toen zei de Here tegen hem: ‘Vul uw hoorn met olie en ga heen; Ik zend u naar Betlehemiet Isaï, want onder zijn zonen heb Ik Mij uitgezocht’ (vs.1). David was bezig de schapen te hoeden toen Samuël arriveerde met zijn hoorn met olie, dus stuurden ze een bode om hem te halen (vs.4-12). Samuël zalfde David, en ‘van die dag aan greep de Geest des Heren David aan’ (vs.13). David was gezalfd maar Saul was verworpen. ‘Maar van Saul was de Geest des Heren geweken, en een boze geest, die van de Here kwam, joeg hem angst aan’ (vs.14).

In de hoofdstukken 15-23 worden Saul en David door God tot elkaar gebracht. Dat deed God omdat Saul Davids hulp nodig zou hebben want ‘een boze geest van de Here joeg hem angst aan’ (vs.14). Saul werd door God getuchtigd vanwege zijn ongehoorzaamheid. De enige manier waarop Saul verlichting kreeg van zijn aanvallen was dat iemand muziek voor hem speelde die hem tot rust bracht. Toen Saul om een muzikant vroeg, zei een van zijn knechten: ‘Ik heb een zoon van de Bethlehemiet Isaï, die spelen kan; en hij is een dapper held, een krijgsman, wel ter tale, schoon van gestalte; en de Here is met hem’ (vs.18). Op die manier kwam David in het huis van Saul. Dat was het begin van het drama dat zich tussen Saul en David ging afspelen, een drama waarin de krachten van de duisternis het opnamen tegen Gods macht. Dat is geen antiek verhaal, maar die strijd speelt zich ook vandaag de dag nog af. Wanneer je iemand kent die door God is gezegend en die in contact komt met iemand die door God is verworpen, vind je dit conflict. Dit drama tussen Saul en David is beschreven in de hoofdstukken 16 tot 31 van het eerste boek Samuël, en het valt uiteen in drie delen: deel 1, Sauls liefde voor David (hfdst.16-17); deel 2, Sauls jaloersheid op David (hfdst.18-20); deel 3, Sauls verbanning van David (hfdst.21-31).

Sauls liefde voor David (1 Samuël 16-17)

Voor ons die het einde kennen van de relatie tussen Saul en David, klinkt de tekst in 1 Samuël 16:21 misschien wat vreemd in de oren: ‘Zo kwam David bij Saul en werd zijn dienaar. Deze hield veel van hem, en hij werd zijn wapendrager.’ Het is interessant deze liefdevolle relatie tussen Saul en David in het begin van hun kennismaking te ontdekken. Saul gaf David twee belangrijke taken. Ten eerste, David werd zijn wapendrager. Dat was een eervolle taak en ook een belangrijke plaats aan de zijde van de koning. Hij werd ook aangesteld als Sauls huismuzikant. Telkens wanneer Saul een van zijn aanvallen kreeg, speelde David op zijn harp, en werd Saul weer rustig. Vandaar dat Saul de opdracht gaf om David bij hem te brengen. ‘Daarna stuurde Saul een bode naar Isaï om te zeggen: ‘Laat David toch in mijn dienst blijven, want hij heeft genegenheid gewonnen.’ (vs.22). In het begin van Davids verblijf aan het hof van Saul was dat een tijdelijke functie, want in 1 Samuël 17:15 lezen we: ‘Maar David keerde telkens van Saul terug om te Bethlehem de schapen van zijn vader te weiden.’ Sommigen vertalen: ‘David reisde heen en weer tussen het huis van zijn vader en Saul.’ Nadat David Goliath had verslagen werd zijn positie aan het hof van Saul permanent. ‘Saul nam hem die dag met zich mee en stond hem niet toe naar zijns vaders huis terug te keren’ (18:2). Wat begon als een tijdelijke functie, werd een permanente toen David een plaats kreeg in de lijfwacht van Saul (18:5). De liefde van Saul voor David was echter niet permanent! ‘Kunnen er twee samen gaan zonder het eens te worden?’ (Amos 3:3). Wat heeft het licht gemeen met de duisternis? (2Kor.6:14). Welke gemeenschap heeft het vlees met de Geest? Saul leefde voor zichzelf, terwijl David voor anderen leefde. Saul was trots en opstandig, terwijl David nederig en gehoorzaam was.

Sauls jaloersheid op David (1Samuël 18-20)

 ‘David was voorspoedig’ (1Sam.18:5,14,15). Hij wandelde naar Gods wil, versloeg zijn vijanden, en won de gunst van het volk, maar hij bleef er nederig onder. De vrouwen kwamen naar buiten wanneer David van de strijd terugkeerde en dansten en zongen: ‘Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden!’ (vs.7,8). David bleef er nederig onder maar Saul ontstak in woede. De eer die David ontving bracht het beste in hem naar boven: zijn nederigheid. Maar de eer die David kreeg bracht het slechtste in Saul naar boven, hij trachtte David te doden. ‘De volgende morgen greep de boze geest Gods Saul aan, en hij gedroeg zich in het huis als een razende, terwijl David zoals elke dag de snaren tokkelde. Saul had zijn een in zijn hand’ (vs.10). Aan Davids verblijf in het huis van Saul kwam verandering want Saul verwijderde David als zijn wapendrager en huismuzikant en stelde hem aan tot bevelhebber over duizend en zond hem in de strijd. Hij hoopte dat David door de Filistijnen gedood zou worden.

Saul had David zijn oudste dochter, Merab, tot zijn vrouw beloofd. Maar hij bedroog David en gaf haar aan een ander. Toen vroeg David Michal tot zijn vrouw. Saul probeerde voortdurend een valstrik voor David te spannen. Hij beval zijn dienaren David te zeggen: ‘De koning begeert geen andere bruidsprijs dan honderd voorhuiden van Filistijnen als wraakneming op de vijanden van de koning. Sauls had de bedoeling David door de hand van de Filistijnen te doen vallen’ (vs.25). In plaats van honderd voorhuiden, doodde David tweehonderd Filistijnen en Saul gaf hem zijn dochter Michal tot vrouw. ‘En Saul nog vreesde David des te meer. Saul bleef een vijand van David zijn leven lang’ (vs.29). Het ging van kwaad tot erger met Saul. Eerst had hij David lief, toen werd hij jaloers en nu trachtte hij hem zelfs te doden. In zijn moordplannen betrok hij zelfs zijn zoon Jonathan (19:1). Saul zond mannen naar Davids huis om hem gevangen te nemen zodat hij hem kon doden. Michal bedroog Saul en daardoor kon David ontsnappen (vs.11-18). Toen ging Saul naar Rama, met het plan David te doden, maar hij faalde weer (vs.19-24). Jaloersheid is als een kanker, ze vreet aan je ziel en gaat je helemaal beheersen. David werd door God gebruikt en het volk zag dat hij oprecht met God wandelde. Omdat hij de goedkeuring van het volk kreeg, zag Saul hem als een serieuze bedreiging voor zijn positie. Saul werd zo jaloers op Davids populariteit dat het een obsessie werd om hem te doden.

Sauls verbanning van David

In 1 Samuël 21-31 is David op de vlucht. Hij werd voortdurend gedwongen om voor Saul te vluchten. Hij ging naar Abimelech, de priester, en daarna naar Achis, de koning van Gath, en daarna naar de grot van Adullam. Gedurende al deze jaren, was David een vluchteling in de wildernis van Judea. Zij die daar wel eens een bezoek hebben gebracht, weten dat dat geen geriefelijke plaats is. Dit alles bracht het slechtste in Saul naar boven. Hij was er voortdurend op uit om David te doden. Eigenlijk was dat een dwaas besluit, want David was Gods gezalfde en Hij waakte over hem. Maar deze beproevingen brachten bij David het beste naar boven. Hij schreef gedurende deze periode ongeveer twintig psalmen. Wanneer we een paar verzen daarvan onderzoeken, komen we te weten welke houding David in deze tijd aannam. Psalm 34:1,7 zegt: ‘Ik wil de Here te allen tijde prijzen, bestendig zij zijn lof in mijn mond. (…) Deze ellendige hier riep en de Here hoorde, Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.’ Ondanks zijn verbanning en verblijf in de wildernis, kon David toch de Here grootmaken. In Psalm 142:2, 3 zegt hij: ‘Met luider stem roep ik tot de Here, met luider stem smeek ik de Here. Ik stort mijn klacht voor zijn aangezicht uit, ik maak Hem mijn benauwdheid bekend.’ Psalm 31:2 zegt: ‘Bij U, Here, schuil ik, laat mij nimmer beschaamd worden. Doe mij ontkomen door uw gerechtigheid.’ En verder in Psalm 7:2 zegt hij: ‘Here mijn God, bij U schuil ik, verlos mij van al mijn vervolgers en red mij.’ David vertrouwde op God, dat Hij hem zou beschermen tegen Saul. Zoals gezegd, wat David doormaakte bracht het beste in hem naar boven, maar bij Saul kwam het slechtste naar boven. Liefde kan veranderen in haat en zelfs tot moord leiden wanneer jaloezie ons hart vervult en ons leven controleert. Daarvoor waarschuwt ons Spreuken 4:23: ‘Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.

____________________________________________________________________________________________________