Oude Testament – Christus in het boek Jesaja – Jesaja

9 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Jesaja

Oude Testament – Jesaja

Christus in het boek Jesaja

Voorwoord

In dit artikel willen we aandacht besteden aan de dienst die de profeet Jesaja heeft verricht, en in het bijzonder aan die profetieën die Christus aangaan. Er is geen profeet in het Oude Testament aan te wijzen die daar meer aandacht aan heeft besteed dat Jesaja. Het spreken van een profeet in de Naam van de Heer, zoals Jesaja heeft gedaan, moest men niet al te lichtvaardig opvatten, want: ‘De profeet die overmoedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven’ (Deut.18:20). En: ‘Als een profeet spreekt in de naam des Heren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat de Here niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen’ (Deut.18:21-22). Maar, zoals ook bij Samuël, was de Here met Jesaja en liet geen van zijn woorden ter aarde vallen (1Sam.3:19) alles is uitgekomen zoals Hij voorzegt had. Die nauwkeurige voorzeggingen over de Christus, zijn voor de gelovigen een bevestiging van de betrouwbaarheid van Gods Woord.

Inleiding

Er is wel gesteld dat het boek Jesaja de Bijbel in het klein is. De 66 hoofdstukken zijn verdeeld in twee delen, negenendertig hoofdstukken in het eerste gedeelte (Oude Testament) en zevenentwintig hoofdstukken in het tweede gedeelte (Nieuwe Testament). De eerste negenendertig hoofdstukken leggen de nadruk op het oordeel; de laatste zevenentwintig leggen de nadruk op genade en vertroosting.

De naam Jesaja betekend ‘de Here is mijn heil’. Het woord redding of heil komt in dit boek meerdere keren voor. Vermoedelijk stamde Jesaja van een leidende familie, omdat hij toegang had tot meerdere Joodse koningen. Hij was gehuwd (8:3) en vader van tenminste twee zonen (7:3; 8:1-3). Hij begon zijn dienst aan het einde van de regeringsperiode van koning Uzzia, ongeveer is 758 v.Chr. Hij profeteerde tot de eeuwwisseling, en de overlevering vertelt ons dat hij in stukken werd gezaagd door de slechte koning Manasse (Hebr.11:37).

Zoals gezegd, het boek Jesaja verdeelt zichzelf in twee delen, hoofdstukken 1-39 en de hoofdstukken 40-66. In het eerste gedeelte worden de Joden gewaarschuwd voor de op handen zijnde invasie van de Assyriërs, terwijl het tweede gedeelte de ballingen die terugkeerden uit de Babylonische gevangenschap worden bemoedigd. We zien dan ook een volk in verval. Het hoofdthema van het eerste gedeelte is Gods tuchtiging van Juda, het zuidelijke tweestammenrijk, vanwege hun zonden, terwijl het hoofdthema van het tweede gedeelte Gods vertroosting is, van de uit ballingschap terugkeren Joden na hun lijden.

Jesaja, heeft de gebeurtenissen beschreven in de eerste negenendertig hoofdstukken, aan den lijve ervaren, maar profeteerde over het laatste gedeelte. In het eerste gedeelte, was Assyrië de belangrijkste vijand; in het laatste gedeelte was Babylon de vijand. Jesaja was een profeet die niet alleen de gebeurtenissen betreffende het volk Israël, in zijn dagen heeft voorzegt, maar hij zag veel verder en profeteerde over de komende Christus.

Christus in het boek Jesaja

Jesaja geeft een uitvoerig profetisch totaalbeeld van Jezus de Christus. We volgen Jesaja in zijn beschrijving van de Heer Jezus, in chronologische volgorde, vanaf zijn geboorte tot aan zijn wederkomst op aarde.

  • Zijn geboorte

‘Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven’ (Vergelijk Jes.7:14 met Mat.1:23 en Jes.9:6).

  • De dienst van Johannes de doper

‘Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God. Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht, en het oneffene worde tot een vlakte en de rotsbodem tot een vallei. En de heerlijkheid des Heren zal zich openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken. Hoor, iemand zegt: Roep. En de vraag klinkt: Wat zal ik roepen? – Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid als een bloem des velds’ (Vergelijk Jes.40:3-6 met Mat.3:1vv.).

  • Christus door de Geest gezalfd

‘De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God’ (Vergelijk Jes.61:1-2 met Luk.4:17-19).

  • Christus als Dienstknecht

‘Zie, mijn knecht, die Ik ondersteun; mijn uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op hem gelegd: hij zal de volken het recht openbaren. Hij zal niet schreeuwen noch zijn stem verheffen, noch die op de straat doen horen. Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven; naar waarheid zal hij het recht openbaren. Hij zal niet kwijnen en niet geknakt worden, tot hij op aarde het recht zal hebben gebracht; en op zijn wetsonderricht zullen de kustlanden wachten’ (Vergelijk Jes.42:1-4 met Mat.12:17-21).

  • Israëls verwerping van de Christus

‘Toen zeide Hij: Ga, zeg tot dit volk: Hoort aldoor – maar verstaat niet, en ziet aldoor maar merkt niet op. Maak het hart van dit volk vet, maak zijn oren doof en doe zijn ogen dichtkleven, opdat het met zijn ogen niet zie en met zijn oren niet hore en opdat zijn hart niet versta, zodat het zich niet bekere en genezen worde’ (Vergelijk Jes.6:9-10 met Joh.12:38vv.; Mat.13:10-15 en de parallelle vermeldingen in de andere evangeliën: ook Hand.28:26-27 en Rom.11:8).

  • De steen des aanstoots

‘Dan zal Hij tot een heiligdom zijn, en tot een steen, waaraan men zich stoot, en tot een rotsblok, waarover men struikelt, voor de beide huizen van Israël, tot een klapnet en tot een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem’ en ‘zo zegt de Here Here: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste grondslag; hij die gelooft, haast niet’ (Vergelijk Jes.8:14 en 28:16 met Rom.9:32-33 en 10:11; 1Petr.2:6).

  • Christus’ dienst voor de volken

‘Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde’ (Vergelijk Jes.49:6 met Luk.2:32, Hand.13:47; zie ook Jes.9:1-2 met Mat.4:15-16).

  • Christus’ lijden en dood

‘Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open’ (Vergelijk Jes.52:13-53:12 met Hand.3:13; 8:32-33).

  • Christus’ opstanding

‘Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve; Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten: de betrouwbare genadebewijzen van David’ en ‘Want Ik heb gezworen bij Mij zelf, waarheid is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren’ (Vergelijk Jes.55:3 met Hand.13:34, Jes.45:23 met Fil.2:10-11 en Rom.14:11).

  • De komende Koning

‘De heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen’ (Vergelijk Jes.9:6-7, 11:1vv, 32:1-2; 59:20-21 met Rom.11:26-27; 62:2-3 met Op.19:13-15).

De lijdende dienstknecht (Jes.52:13-15 – 53:1-12)

Er zijn zeventien verwijzingen in Jesaja naar ‘Gods dienstknecht’. In dertien gevallen slaat het op het volk (43:10; 44:1-2,21,26; 45:4;48:20; 49:3, 5-7). In vier gevallen is de Heer Jezus bedoeld (42:1, 19; 52:13-53:11). Het gedeelte van Jes.52:13 tot 53:12 is een levendige beschrijving van het lijden, dood en opstanding van de Heer Jezus. Israël was Gods dienstknecht en in die betekenis was het de taak van het volk om Gods Woord en de Messias in de wereld te brengen. Maar Israël was een ongehoorzame dienstknecht dat getuchtigd moest worden. Dat is de reden dat in Jesaja 44:28 Kores (Cyrus) als Gods dienstknecht genoemd wordt. Jezus Christus is de ware Dienstknecht van God die stierf voor de zonden van de wereld en die zijn Vaders wil ten uitvoer bracht.

Zijn verwerping (53:1-3)

 ‘Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard? Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht’

 Sommigen hebben Christus verwerping wel eens zó onder woorden gebracht: In het OT heeft het volk Israël zijn God, Jehova verworpen (Heb.1:1), in de Evangeliën zien we de verwerping van de Heer Jezus (Joh.1:11) en in het NT de Heilige Geest (Hand.7:51-53). De gevolgen voor het volk Israël waren desastreus; ze werden kort daarna als gevangenen weggevoerd onder alle volken (Luk.21:24). Maar door de overtreding van het volk Israël is de behoudenis tot de volken gekomen; de aangekondigde Gemeente ontstond (Mat.16:18) en de Heilige Geest werd uitgestort. De discipelen kregen de opdracht om het evangelie te verkondigen aan alle volken (Mat.28:19; Hand.17:30). Dat wil niet zeggen dat er voor het volk Israël geen toekomst meer zou zijn, gelukkig is er een ‘totdat’ (Luk.21:24; Rom.11:25). Bij zijn eerste komst lezen we dat ‘hij gestalte noch luister had, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd’ (Jes.53:2), maar bij zijn tweede komst zal Hij komen ‘met grote kracht en heerlijkheid’ (Mat.24:30).

Zijn verlossing (53:4-6)

 ‘Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen’

Wanneer we ons zouden afvragen waarom de Heer Jezus moest sterven kunnen we daar drie redenen voor aanwijzen: (1) God heeft zijn Zoon in de wereld gezonden opdat zij zouden leven door Hem (1Joh.4:9); (2) Hij is voor ons gestorven opdat wij niet meer voor onszelf zouden leven, maar voor Hem (2Kor.5:15) en (3) Hij is voor gestorven opdat wij zouden leven met Hem (1Thes.5:10). Door Hem, voor Hem en met Hem. ‘Christus heeft eenmaal voor de zonden gelden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen’ (1Petr.3:18). Hij is voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem (2Kor.5:21).

Zijn overgave (53:7-9)

‘Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open. Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest. En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest’

De Heer Jezus heeft zelf aangegeven dat Hijzelf zijn leven heeft overgegeven, het was een vrijwillige daad die van Hemzelf uitging. ‘Niemand neemt het van Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af; Ik heb macht het af te leggen en heb macht het weer te nemen. Dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen’ (Joh.16:18). Deze vrijwillige overgave vinden we terug in de brief aan Timotheüs: ‘Want er één God en één middelaar tussen God en mensen de mens Christus Jezus, die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen’ (1Tim.2:5).

Zijn beloning (53:10-12)

‘Maar het behaagde de Here hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft’

‘Om de vreugde die vóór Hem lag, heeft de Heer Jezus het kruis verdragen en de schande veracht’ (Heb.12:2). ‘Wij zien nu nog niet alles aan Hem onderworpen (Heb.2:8), maar eens komt die tijd dat alle knie zich zal buigen voor de Heer Jezus en zal belijden dat Hij Heer is tot heerlijkheid van de Vader’ (Fil.2:10-11). Die dag komt snel dichterbij en we zien uit naar Zijn komst in heerlijkheid en Hij de volken zal ontvangen tot zijn erfdeel, de einden der aarde tot zijn bezit (Ps.2:8).

______________________________________________________________________________________________________________________________